6 februari 2016

Zuidkant van Ommen: station en koffiehuizen (2)

Categorie: Harry Woertink.    1.594 keer gelezen.

Ommen moet tot 1903 wachten als het met de stoomtrein vanuit Zwolle bereikbaar wordt. De eerste trein is nog niet in Ommen gearriveerd of ondernemend Ommen ziet al handel.

 1903. Het station te Ommen bij de openstelling van de spoorlijn naar Zwolle. De trein werd getrokken door een stoomlocomotief.
Afb.: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Immers, de treinreizigers moeten gevoed en gelaafd worden. En waar kan dat beter dan in een café. Mr. G.W. graaf van Rechteren van Appeltern uit Archem richt zich op 27 augustus 1890 tot het gemeentebestuur van Ommen met het verzoek zijn dochter S.G.A. gravin van Rechteren van Appeltern een vergunning te verlenen voor een stations-koffiehuis in de omgeving van het dan nog te bouwen station van de lokale spoorweg. De dochter is in het bezit van de woning, kadastraal bekend sectie H nummer 2920, in huur bij de arbeider Kerkdijk, aan de Hellendoornschen grindweg, onder “Het Laar”. Als argumenten worden aangevoerd: “1. dat het dan van belang zal zijn aldaar eene uitspanning te hebben, met het oog op den handel in de gemeente en de levering van koopwaren en beesten op den spoortrein; 2. dat eene vergunning aldaar verstrekt uit haren aard geen aanleiding geeft tot ongeregelde drinkgelaten, maar meer de natuur krijgt van een station-koffiehuis; 3. dat hij daarom de eer heeft b. en w. uit te nodigen voor het voornoemd gebouw, thans in het bezit zijner dochter de eerste vergunning te verschaffen die na afloop van de verlagingsjaren beschikbaar zal zijn hetwelk dan, naar de eischen der omstandigheid zal worden ingericht en vergroot indien dat noodig mocht blijken.

Vervolgens blijft het stil. Tot 1903; dan verrijzen er drie stations-koffiehuizen in de omgeving van het station. Aan de noordkant van het spoor is het Steven Kuijt die een stations-koffiehuis begint. Er naast vestigt zich het stations-koffiehuis van G.J. van Aalderen. En aan de zuidkant van het spoor begint in 1903 H. Guichelaar eveneens een stations-koffiehuis. In 1923 neemt de uit Dedemsvaart afkomstige Regnerus Ignatius (Reinier) Paping het café van Guichelaar over. Het is van korte duur want expansiedrift doet Paping verhuizen naar de noordkant van het spoor, waar hij in 1925 café van Van Aalderen overneemt en verder gaat onder eigen naam. Het is de start van het huidige hotel-restaurant Paping aan de Stationsweg.

 Aan de noordkant van het spoor is het Steven Kuijt die een stations-koffiehuis begint.
Afb.: OudOmmen
Zie ook de albums “De Wit – Kuijt – Wiltzangk”, “Van Aalderen – Paping” en “Stationskoffiehuis / Café Guichelaar / Moenania”.

Het koffiehuis aan de zuidkant wordt vervolgens verbouwd tot een fabriek voor snoepjes en suikergoed met de naam “Moenania” door de heren Jan Peters uit Deventer en Chris de Graaf uit Amsterdam. In 1929 laat Steven Kuijt het uit 1903 daterend stations-koffiehuis verbouwen tot een pand zoals het er nu nog steeds staat op Stationsweg 31. De naast het pand staande schuur is in 1939 omgebouwd tot woning voor de familie Kuijt. Deze woning met huisnummer 33 is eveneens nog bestaand. Behalve de familie Kuijt heeft de familie L.W. de Wit hier gewoond tot ongeveer 1947. Zoon Herman de Wit kon er mooi over vertellen: “Ik had knappe zusters en die stonden achter de toog in het café; daarom was het altijd razend druk”, liet De Wit zich ooit ontvallen. Na de familie de Wit zijn Steven H. Kuijt en zijn vrouw Ientje de uitbaters van het zich dan Wiltzangk noemend hotel-restaurant. Na de periode Kuijt vestigde zich in mei 1977 een Chinees-Indisch restaurant met de naam Lotus; dat duurde tot september 1993. Sinds april 1994 exploiteert de familie Kuik op de plek van het voormalige stations-koffiehuis een café-restaurant met de naam De Wildzang.

Wandelgids
Ter gelegenheid van de opening in 1903 van het tracé Zwolle-Ommen van de Noord-Ooster Locaalspoorweg Maatschappij (NOLS) wordt een wandelgids uitgegeven. Doel van de gids: de toerist opmerkzaam maken op de mooie natuurgebieden ten oosten van Zwolle en met name in de streek rond Dalfsen en Ommen. “Het station Ommen, een kwartiertje ten Zuiden van het stadje, is ietwat royaler ingericht, dan dat te Dalfsen: het heeft een wachtkamer 2e klasse! Onmiddellijk bij het station annonceert A.T. Klomp zijn pension Het Laar, – totnogtoe tevens uitspanning. Tien minuten wandelens – den weg links – en ge staat op de hooge, marmeren stoep der trotsche villa”, zo meldt de speciale wandelgids. Na Huize Het Laar komt de wandelaar uit in de bossen van de Wolfskuil en wordt vandaar uit naar de Besthmenerberg geleid. “Van den Wolfskuil bereikt men in weinige minuten het stations-koffiehuis. Wie een wandeling aandurft – en wij kunnen ze ten zeerste recommandeeren, een wandeling à la Claudius Civilis en Brinio, bijwijlen door struik en bosch, door dennen, dwergen en reuzen, nu en dan zonder weg of steg, volge den grintweg, ten Zuiden van de spoorlijn, tot even voorbij de boterfabriek, waar men links op ettelijke minuten afstands den Besthmenerberg ontwaart”, aldus de wandelgids uit 1903, dat Ommen dan omschrijft als: “Ommen zelf is een stil, kalm, goedig plattelands-stadje, met een kantonrechter, die de leerplichtwet-overtredingen op Zaterdag behandelt, (zeer verstándig!) en een bruggebaas, die je, evenals zijn collega te Dalfsen, mede-aansprakelijk stelt voor de slijtage van het voorwerp van zijn zorg. De wekelijksche veemarkten, thans ook eier- en boterhandel, brengen nog al wat vertier en welvaart, doch de mid-zomersche, driedaagsche ‘bizzing’ – weleer een Moscovische mis in miniatuur – is slechts een schaduw van ‘t geen ze eertijds was. De plaats heeft twee flinke logementen: De Zon, vóór de Vechtbrug, en Garrits, in de stad”.

Oldo
Het kan niet op met het vervoer over de ijzeren staven want na de ontsluiting richting Zwolle en Coevorden komt er in 1910 ook een spoorverbinding met Deventer. Het gaat om het lijntje van de Overijsselsche Lokaalspoorwegmaatschappij Deventer-Ommen (OLDO) die door Salland spoorde langs plaatsen als Deventer, Diepenveen, Wesepe, Raalte en Lemelerveld om te eindigen in Ommen. De krant bericht over de feestelijke opening: “Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe lijn Deventer – Ommen van de Overijsselsche Locaalspoorweg Maatschappij reed er hedenmiddag een feesttrein met genodigde autoriteiten. Aan de verschillende stations werd de feesttrein door een groote menigte begroet. Verscheidene feestpoorten waren opgericht. Bij aankomst in Ommen werden de genoodigde autoriteiten met muziek ingehaald en begeleid naar hotel “Het Laar” waar een diner plaatsvond. Tegen acht uur hedenavond zouden de gasten weder vertrekken in de richting Zwolle of per extra-trein in de richting Deventer. In Ommen, Lemelerveld, Wesepe en Diepenveen aan de lijn gelegen plaatsen, waren allerlei festiviteiten georganiseerd. Zoals men weet, wordt de nieuwe lijn geëxploiteerd door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Ze geeft van uit Deventer en omgeving een directe aansluiting op het oostelijk deel van Drenthe en Groningen en wordt vooral door den handel op hoogen prijs gesteld. De locaalspoorweglijnen Zwolle/Deventer – Ommen- Koevorden – Stadskanaal – Delfzijl hebben thans een gezamenlijke lengte van 250 kilometer”, aldus de krant van toen.

Een lang leven was lijn Deventer – Ommen niet beschoren. Als het aantal treinreizigers niet in de pas loopt met de verwachtingen wordt de lijn bijna 25 jaar na haar bestaan weer opgeheven. In de krant van 27 april 1935 wordt gemeld: “Nog slechts een kwarteeuw geleden, werd de lokaalspoor met vreugde begroet. Toen de bus haar entree maakte, werd bet reizigersvervoer zeer veel minder. De Nederlandsche Spoorwegen gingen toen de diensten verminderen, halten opheffen en materiaal onttrekken aan de lokaalspoor, die ondanks de veranderde tijdsomstandigheden, toch nog altijd voorzag in een verkeersbehoefte. Toen de geruchten omtrent een annexatie door de Ned. Spoorwegen de ronde deden en ook de diensten werden verminderd, hebben de comités, gevormd aan de aan de lijn liggende gemeenten, daartegen heftig geprotesteerd, echter zonder succes. Thans zal op 14 mei a.s. des avonds om 7.15 uur het laatste lokaaltreintje uit Ommen, Deventer binnenrollen en naar wij vernemen, ligt het niet in de bedoeling in de toekomst weer treinen te doen loopen. Trouwens, alles wijst er op, dat de lijn geheel wordt opgeheven, want de stations zijn geheel ontvolkt. Slechts een spoorman scharrelt nog in de oude waardelooze papieren, die vermoedelijk eens tot het stationsarchief hebben behoord. Het personeel van den lokaalspoorweg is door de Ned. Spoorwegen overgenomen en werd In den loop dezer dagen overgeplaatst naar andere plaatsen. Het heet, dat de spoorlijn zal worden opgebroken en als verbindingsweg zal worden ingericht”, zo schrijft de krant.

Markante huizen
De Hammerweg aan de zuidkant van de spoorlijn in Ommen kent sinds de vorige eeuwwisseling enkele markante gebouwen. Het zijn de burgemeesters van toen die daarvoor de aanzet gaven. Eerst in 1903 toen liet burgemeester Jhr. J.L. van Nahuijs aan de Hammerweg 14 zijn ambtswoning Hei en Dennen bouwen. Na het overlijden van Van Nahuijs was het zijn opvolger burgemeester mr. Anne Gerard Wolter baron Bentinck. Deze gaf opdracht tot het bouwen van een villa aan de Hammerweg 42, Huize Henan genaamd, genoemd naar zijn twee dochters. (Henan zijn de beginletters van de roepnamen Henriette en An). Ommen mag zich gelukkig prijzen dat beide markante woningen er nog staan. Het neorenaissance-herenhuis Hei en Dennen wordt tegenwoordig bewoond, terwijl Huize Henan bijna een eeuw lang de functie heeft van hotel en restaurant, thans onder de naam Wildhoudt.

 De drie kinderen Buissant des Amorie van links naar rechts: Ineke, Nettie en Thea in de voortuin van Hei en Dennen.
Foto: OudOmmen
Zie ook de albums “Hei en Dennen” en “Henan – Reggehuus”.

Hei en Dennen
Villa Hei en Dennen heeft verschillende bewoners gekend. Na de familie Van Nahuijs woonde in de jaren twintig en dertig de familie Folkersma hier; de heer des huizes was kampleider van de befaamde Sterkampen van Krishnamurti. Vanaf 1940 fungeerde het huis een tijdlang als pension van de familie H. Zwart. Van 1943 tot 1950 woonde in Hei en Dennen de familie Buissant des Amorie. De Gereformeerde kerk heeft Hei en Dennen van 1946 tot 1956 in gebruik als tweede pastorie voor achtereenvolgens de predikanten K.J. Schaafsma (tot 1952) en P. Homburg van 1952 tot 1956. Door de aanbouw is dubbele bewoning mogelijk. Kunstschilder Joub Wiertz kocht het pand in 1957 om er een pension voor bejaarden te beginnen. De leiding daarvan berustte bij zijn echtgenote, die in Amsterdam hoofdverpleegster was geweest en voor haar een terugkeer betekende naar de streek als dochter van de heer Duerink uit Lemelerveld. Onder de naam Exploitatie Maatschappij Hei en Dennen werd de mogelijkheid geboden tot permanente bewoning met eigen kamer, douche en volledig pension. Door een noodlottig ongeval kwam Wiertz in 1966 om het leven. Vervolgens gaf Hei en Dennen in de jaren zeventig onderdak aan groepswonen voor ouderen met een verstandelijke beperking; de tegenwoordige woonvorm met ook de naam Hei en Dennen aan de Patrijsstraat 11a in Ommen. Ondanks het feit dat het pand vele bestemmingen heeft gehad zijn vrijwel alle originele details zoals de hoge gebeeldhouwde plafonds, paneeldeuren gevat in rijk bewerkte kozijnen en marmeren schouwen bewaard gebleven. In 1989 is het volledig gerenoveerd en is alles zoveel mogelijk in oude staat hersteld. De huidige bewoonster van Hei en Dennen is mevrouw Antoinette Nettie Pieterman. Zij zorgt er voor dat de mooie villa met zorg wordt onderhouden en bewoond.

In deel 3 meer over wonen aan de zuidkant van Ommen.

Bron: Harry Woertink – 6 februari 2016

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.