9 mei 2022

Wetenswaardigheden uit het archief: De Ommerschans

Categorie: Wetenswaardigheden.    160 keer gelezen.

“Wetenswaardigheden uit het archief” is een artikelreeks van OudOmmen waarbij steeds één actueel onderwerp wordt belicht aan de hand van een opsomming van historische informatie uit het archief van Jan Lucas. Het is een dynamisch artikel, het zal steeds worden bijgewerkt als er nieuwe historische informatie wordt verkregen.

 Het hoofdgebouw van de Ommerschans ca. 1900.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Ommerschans”.

Zie voor meer artikelen uit de categorie “Wetenswaardigheden uit het archief”.

Welke wetenswaardigheden zijn er over de Ommerschans bekend ?
Wij hebben de volgende informatie (cursief = letterlijk) uit het verleden opgegraven:

  • 1628 [Map07-005, Gebeurtenissen]
    De Ommerschans aangelegd. Nr.77.
  • 1649 [Map07-005, Gebeurtenissen]
    Commandant en garnizoen op de Ommerschans. Nr.141.
  • 1660 [Map07-005, Gebeurtenissen]
    Garnizoen op de Ommerschans. Nr.142.
  • 1672 [Map07-005, Gebeurtenissen]
    De Ommerschans door den vijand ingenomen-request aan de Bisschop van Munster. Nr.130. rekening van leverantien, enz. Nr.159,161.
  • 1674 [Map07-005, Gebeurtenissen]
    De Stad moet leverantien betalen voor de vijand te Ommerschans.Nr.110.
  • 1675 [Map07-005, Gebeurtenissen]
    De Militie van Ommerschans vorderd een willikeurige tol. Nr.100.
  • 1818 [Map01-029, Ingekomen stukken 1818 Ambt Ommen]
    De Ommerschans behoort kerkelijk tot Avereest, burgerlijk onder Stad-Ommen.
  • 1819 [Map01-036, Ingekomen stukken 1819 Stad Ommen]
    In 1742 zijn de Ommer-Markten van hun recht van boekweiten in den omtrek van 300 roeden van den Ommerschans beroofd en in 1809 in deze rechten hersteld.
  • 1820 [Map01-041, Ingekomen stukken 1820 Ambt Ommen]
    In verband met de ontwikkeling van de kolonie de Ommerschans wordt naar een verbetering van het onderwijs uitgezien d.m.v. de stichting van een nieuwe school.
  • 1822 [Map01-054, Ingekomen stukken 1822 Stad Ommen]
    M.J. Kruisinga, aannemer van het in de Ommerschans opgerigt wordende gebouw, heeft Hendrik Ligt, van beroep timmerman, afkomstig van Emmelenkamp in het graafschap Bentheim in dienst. Tijdens werkzaamheden in de Ommerschans breekt deze zijn been (juni 1822) en wordt daarmee armlastig. Hij heeft ook in Dwingelo gewerkt.
  • 1823 [Map01-078, Ingekomen stukken 1823 Stad Ommen]
    De medischeverzorging in de Ommerschans wordt waargenomen door de practicus Lippolt in het locaal der Kolonie.
  • 1824 [Map01-082, Ingekomen stukken 1824 Stad Ommen]
    Het komt nog herhaaldelijk voor dat Kolonisten uit het bedelaarsgesticht aan de Ommerschans ontsnappen.
  • 1825 [Map01-086, Ingekomen stukken Ommen 1825]
    Op 1-1-1825 bevinden zich in:
    – Kolonie nr. 5: 34 geëmployeerden onder de gemeente Ommen; 48 kolonisten bouwlieden onder de gemeente Ommen; 34 kolonisten bouwlieden onder de gemeente Avereest
    – Kolonie Ommerschans: 61 geëmployeerden; 66 kolonisten van de vrije kolonie; 1121 kolonisten bedelaars.
  • 1827 [Map01-091, Raadsnotulen Stad Ommen 1827]
    In de kolonie de Ommerschans is in 1826 een buitengewoon grote sterfte geweest.
  • 1827 [Map01-092, Ingekomen stukken 1827 Stad Ommen]
    Op 1 jan. 1827 bevinden zich. 31 kinderen in de kolonie Ommerschans (onderdirekteur is J. Fredriks).
    Stad Ommen telt m.u.v. de kolonie Ommerschans 823 zielen.
    Op 1-1-1827 telt Stad Ommen 823 zielen en de Ommerschans 1101, totaal 1924 zielen.
    In maart 1827 verblijft Petronella van der Eyk op de Hoeve no. 5 in de Ommerschans.
    Op 18 jan. 1827 verblijft o.a. een zekere Maria Kers als bedelaar in de kolonie Ommerschans.
    In de kolonie Ommerschans zijn voorzover dit onder Ommen valt 192 stuks runderen boven de 2 jaar en 68 stuks runderen beneden de 2 jaar, alsmede 29 paarden boven de 3 jaar aanwezig.
    Per 1 jan. 1827 verblijven 1101 personen in de kolonie de Ommerschans.
  • 1828 [Map01-101, Ingekomen stukken 1828 Stad Ommen]
    Op 19 juni 1828 zijn o.a. Jan Wilhelm Muller, oud 53 jaar, en Martinus Mensink, oud 50 jaar, zaalopzieners in de kolonie Ommerschans. Johann Frans Philip Schnatz, oud 64 jaar is op 24-7-1828 zaalopziener.
    Op 17-5-1828 zijn Hendrik Jan Vuinen, oud 57 jaar en Charles Louis Dominger, oud 45 jaar, zaalopzieners in de kolonie de Ommerschans.
    Hendrik van Vianen, oud 57 jaar en Arnold Heinrich Vormann, oud 44 jaar zijn op 25-2-1828 beide zaalopzieners in de kolonie Ommerschans.
  • 1830 [Map01-098, Ingekomen stukken Ambt Ommen 1830]
    Ingezetenen van Varsen, Ommen en Ommerschans hebben de Varsener Stouwe doorgestoken, hetgeen grote schade veroorzaakt aan de landerijen onder de Streukeler zijl gelegen. De dijken langs de Vaart van Hasselt tot de Avereester Veenen hebben onvoldoende hoogte om het water tegen te houden. Daarom worden de boeren-ingezetenen van Varsen, Nieuw- en Oudleusen opgeroepen om de waterkering der Varsener Stouwe te herstellen.
  • 1830 [Map01-105, Ingekomen stukken 1830 Stad Ommen]
    In 1830 is overleden Vormann, in leven zaalopziener in de Ommerschans. Hij laat 4 kinderen na die ten laste der Stad Groningen worden verzorgd.
    Op 14-6-1830 is Charles Louis Donninger, oud 47 jaar en Hendrik Kinart, oud 31 jaar, zaalopziener in de kolonie de Ommerschans.
    Op 3 mei 1830 is Arnold Heinrich Vorman nog zaalopzoener (oud 47 j.).
    Op 28 juni 1830 is Johan Frans Philip Schatz oud 65 jaar en Jan Wilhelm Muller oud 50 jaar zaalopziener.
    ln 1830 is D.A. Hanzen, geneesheel- en vroedmeester van de kolonie nr 5 bij het etablissement de Ommerschans.
    Jan Wilhelm Huiler oud 57 jaar en Charles Louis Donningen, oud 47 jaar, zijn zaalopzieners in de kolonie Ommerschans.
    Op 15-7-1830 komt de mededeling van het overlijden van de zaalopziener A.H. Vorman die meer dan 4 jaar aan de Ommerschans verbleef.
    Op 6 april 1830 bevinden zich in de Ommerschans 30 trekpaarden; 27 wagens voor 2 paarden; 2 stortkarren voor 1 paard.
  • 1831 [Map01-106, Ingekomen stukken 1831 Stad Ommen]
    E. Mulder is adjtuict-direkteur der Koloniën. Onderdirekteur van de Ommerschans is Rensing.
    Op 26-9-1831 zijn Jan Hutten, oud 47 jaar, en Simon Wijshoven, oud 40 jaar, zaalopzieners in de kolonie de Ommerschans.
    Jan Rutten is zaalopziener, oud 46 jaar, kolonie Ommerschans. Charles Louis Donninger, oud 48 jaar, is ook zaalopziener in de kolonie de Ommerschans.
  • 1832 [Map01-112, Ingekomen stukken 1832 Ambt Ommen]
    Zolang de vaste predikantsplaats bij de protestantsche Gemeente in de bedelaars-Kolonie aan de Ommerschans niet is vervuld treedt G.S.K. van Nes op als waarnemer voor de predikantsdienst, catechesatisch onderwijs en het overige herderswerk.
  • 1832 [Map01-113, Ingekomen stukken 1832 Stad Ommen]
    Jan Rutten is zaalopziener, oud 48 jaar, in de Ommerschans.
  • 1833 [Map01-118, Ingekomen stukken 1833 Stad Ommen]
    Op 28-2-1833 wordt door de Minister van Staat, belast met de Generale Directie voor de Zaken der Hervormde Kerk een kerkelijk Reglement voor de Protestantsche Gemeente van de Ommerschans vastgesteld.
  • 1834 [Map01-138, Ingekomen stukken 1834 Stad Ommen]
    In 1834 is Johan Blatter gewezen opper-veldwachter in de Ommerschans. Hij is 11 jaar aan de Ommerschans woonachtig geweest. Hij diende onder de adj, dir. Rensing.
    In 1834 is de Geus adj. dir. van de Kolonie te Ommerschans.
    De Gode is genees-, heel- en vroedmeester in de Kolonie Ommerschans.
    Op 1 januari 1834 verbleven 1389 personen in de kolonie de Ommerschans + 37 personen onder Ambt-Ommen.
  • 1835 [Map01-142, Ingekomen stukken 1835 Stad Ommen]
    Ingaande 1-10-1835 wordt Hermanus Maas benoemd tot kapellaan voor de R.K. gemeente in de Kolonie van Weldadigheid in de Ommerschans. T.a.v. zijn jaarwedde van f. 800,— wordt bepaald bij besluit van de Dir.-Gen. voor de R.C. Eeredienst van 29-10-1835, nr. 6/2742 dat deze ten laste van rijkskas komt (zie ook de Kon. Besluiten van 3 aug. 1823 en 6 jan. 1832 nrs. 118 en 80).
    Op 5 september 1835 bekleedt E. Hagedoorn de post van wijkmeester in de kolonie Ommerschans. Hij heeft een wekelijks inkomen van f. 6,—, bewoond een gewone boeren Hoeve, heeft daarbij gebruik van een Tuingrond 75 nederlandsche roede, gebruik van melk en boter voor zijn huisgezin en mag jaarlijks een varken vetmesten en 6 kippen met een haan houden, door welk gezamenlijk inkomen hij een redelijk goed bestaan heeft, doch met zorgen gepaard voor een talrijk huisgezin. Hij heeft een brave deugdzame en godsdienstige vrouw met 5 kinderen (4 jongens en 1 meisje) tevens heeft hij een jongetje van 13 jaren tot zich genomen door een weduwe, een zijner zusters (overleden in 1834).
    In mei 1835 dringen ged. staten van Overijssel er bij de Stad Ommen op aan om de weg van Ommen naar de Ommerschans in de nabijheid van de Withaar recht te trekken en de laagten in deze weg van de Withaar naar de Ommerschans aan te vullen. Tevens dient de glooiing van de Nieuwe Dijk over de Ommerschans meer slepend (verhouding 2 : 1) te worden gemaakt.
  • 1835 [Map01-152, Ingekomen stukken 1835 Ambt Ommen]
    Op 27-8-1835 v.m. 10 uur breekt brand uit in de hooiberg bij de boerenhoeve van Dijkstra in de kolonie Ommerschans. De helft van de inhoud van de berg + 25 vim rogge alsmede de kap
    en de 5 bergpriemen gaan verloren. Voor het blussen van het in brand staande hooi wordt nat zand gebruikt wat volgens de adj.dir. van de Ommerschans goede resultaten heeft opgeleverd.
  • 1836 [Map01-201, Ingekomen stukken 1836 Stad Ommen]
    In april 1836 bevindt de weg van Ommen tot de Ommerschans, speciaal het gedeelte vanaf de Ommerhaar tot aan de Schans, in een slechte staat. Op deze weg wordt een hoge tol t.b.v. de Stad-Ommen geheven.
    G.J.M. Mulder is in jan. 1836 zaalopziener in de Ommerschans.
    Op 1-1-1836 bevinden zich 1352 personen in de Ommerschans.
    G.J.M. Mulder is in de Zomer van 1835 van Frederiksoort van vrije kolonist in de Ommerschans als zaalopziener te werk gesteld op het normale salaris van f. 5,20 per week … met f. 270,40. Zijn zoon is voerman en verdient f. 3,— per week of te wel f. 156,— per jaar. Samen is dat f. 426,40 per jaar.
    Bij schrijven van 8 dec. 1836 deelt de permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid mede dat gedurende de loop van het jaar 1837 den kandidaat A. Compagne is benoemd om in de vacante protestantsche Gemeente te Ommerschans, onder toezicht van haar Consulent, de Herder en Leeraarsdienst waar te nemen op een jaarwedde van f. 600,—. A. Hissink is consulent der gemeente van Ommerschans en predikant aan de Dedemsvaart. De bediening van doop en avondmaal wordt door de consulent verricht voor f. 100,—.
  • 1837 [Map01-203, Ingekomen stukken 1837 Stad Ommen]
    Bij k.b. van 20-10-1837 wordt A. Compagne benoemd tot predikant der hervormde gemeente van de Ommerschans (hij was reeds waarnemer).
    Veldwachter Hendrik Bareris verbleef in 1827 evenals de andere veldwachters binnen het gesticht de Ommerschans. Hij woonde dus niet buiten de Schans.
  • 1838 [Map01-223, Raadsnotulen Stad Ommen 1838]
    Jan Blatter is van oktober 1880 – oktober 1884 |red.: jaartallen zijn fout| veldwachter in de Ommerschans geweest. Er bestaat nog geen Roomsch Catholieke Diaconie.
  • 1838 [Map01-224, Ingekomen stukken 1838 Stad Ommen]
    Huygens is veldwachter in de Ommerschans. Hij gaat op 9 febr. 1838 v.m. 4 uur met de bedelaarskolonisten Jan Vrijmoet van Veijeren nr. 2132 en Johannes van Leeuwen nr. 1700 op weg naar de Militieraad te Zwolle.
    Op 1 jan. 1838 bevinden zich 1408 zielen in de kolonie de Ommerschans, hieronder zijn begrepen 52 zielen onder Avereest en 44 zielen onder Ambt-Ommen.
  • 1839 [Map01-258, Ingekomen stukken Ambt Ommen 1839]
    Hendrik Snits is veldwachter in de kolonie Ommerschans.
  • 1839 [Map01-259, Ingekomen stukken 1839 Stad Ommen]
    Op 1 jan. 1839 telt de Kolonie Ommerschans 1355 zielen. Hieronder bevinden zich 952 nieuwelingen, terwijl 1132 personen naar elders vertrokken.
  • 1840 [Map01-272, Ingekomen stukken 1840 Stad Ommen]
    Op 3 aug. 1840 zijn in de Ommerschans aanwezig: 176 runderen en 19 paarden.
    In juli 1840 is G. Keyzer, hoevenaar aan de Ommerschans op hoeve nr.2.
  • 1841 [Map01-277, Ingekomen stukken 1841 Stad Ommen]
    In aug. 1841 werkt Gerrit den Dekker als tuinman bij de Dir. van het gesticht te Ommerschans.
    Pastoor Hermannus Maas is op 27 mei 1841 overgeplaatst van de Ommerschans naar de Dedemsvaart. In diens plaats is aangesteld de kapellaan Antonius Lammers van de Dedemsvaart.
    In febr. 1841 is A. Hulst adjunct-direkteur der Kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid de Ommerschans.
    Op 1-1-1841 bevinden zich 1672 personen in de kolonie de Ommerschans.
  • 1844 [Map09-011, Ingekomen stukken 1844 Stad Ommen]
    In de maanden augustus, september en oktober 1844 deserteren 30 kolonisten uit de Ommerschans.
    Bij K.B. van 5-8-1844, nr. 58 wordt een bedrag van f. 13.000,— beschikbaar gesteld voor de stichting van een nieuw en genoegzaam ruim kerkgebouw t.b.v. de protestantsche gemeente te Ommerschans. Het te stichten, kerkgebouw zal eigendom van het Rijk zijn, terwijl het onderhoud voor rekening komt van de permanente cie der Mij., terwijl het voor de bouw benodigde terrein beschikbaar moet worden gesteld door de Maatschappij van ¥eldadigheid. De permanente cie. moet eveneens van het werk een plan, bestek en tekening en begroting op laten Diaken, onder goedkeuring van de minister voor Zaken der Hervormde Eredienst enz.
  • 1846 [Map09-022, Ingekomen stukken 1846 Stad Ommen]
    Op 1-1-1846 waren 2070 personen in de kolonie Ommerschans aanwezig.
  • 1847 [Map09-027, Ingekomen stukken 1847 Stad Ommen]
    A. Hulst is adj.dir. te Ommerschans.
    Op 1 januari 1847 bevonden zich in de kolonie de Ommerschans aan geëmployeerden, landbouwers en kolonisten een aantal van 1457 personen. Op 31-12-1846 was dit aantal 2520.
  • 1848 [Map09-032, Ingekomen stukken 1848 Stad Ommen]
    Campagne is predikant aan de Ommerschans.
  • 1849 [Map09-037, Ingekomen stukken 1849 Stad Ommen]
    Onderdirekteur Postema is gepatenteerd als winkelier te Ommerschans.
  • 1849 of 1850 [Map09-039]
    De onbewoonde gebouwen te Ommerschans onder de gemeente Stad Ommen bestaan uit;
    1. Een spinzaal, waarbij annex een smederij op het binnenplein van het gesticht.
    2. Een gebouw dienende tot roomse kerk en school, staande aan de zuidzijde van het gesticht.
    3. Een gebouw waarin de broodbakkerij, molenplaats ten noorden van het gesticht.
    4. Drie kelders aan de buitenzijde om het hoofdgebouw.
    5. Een pakhuis voor de winkelhouder aan de buitenzijde om het hoofdgebouw.
    6. Een gebouw dienende tot een klompenmakerij ten Oosten van het hoofdgebouw.
    7. Een gebouw zijnde kerk voor de protestantse gemeente aan de noordzijde van het gesticht.
    8. Een gebouw dienende tot weefzaal staande aan de noordzijde van het gesticht.
    9. Vier schuren of loodsen dienende tot timmerwinkel, wagenmakerij en kuiperij, staande aan de noordwestzijde van het gesticht.
    Opgave van adjuntdirecteur.
  • 1850 [Map09-042+043, Ingekomen stukken 1850 Stad Ommen]
    W. Legebeke, r.k. pastoor te Ommerschans is onlangs vertrokken naar Nieuw-Schoonebeek, gem. Dalen (Drenthe).
  • 1851 [Map09-053+054+055, Ingekomen stukken 1851 Stad Ommen]
    Op 1-1-1850 verbleven 2497 personen in de kolonie de Ommerschans.
    In 1850 kwamen 928 personen van buiten de provincie Overijssel in de Ommerschans aan.
    In 1850 kwamen 385 personen uit de provincie Overijssel in de Ommerschans aan.
    In 1850 vertrokken 1236 personen naar andere provincies.
    Op 5-6-1851 verblijft de kolonist C.L. Nolkenboer in zaal 20 van de kolonie de Ommerschans.
    In 1851 is Dirk de Bruin zaalopziener te Ommerschans.
  • 1852 [Map09-063+065, Ingekomen stukken 1852 Stad Ommen]
    Ten zuidwesten van het gesticht te Ommerschans bevindt zich een bleekveld.
    De katoenen lakens, in de Ommerschans gebruikt, zijn 2 x 65 Nedl. duimen en 165 Nedl. duimen 3 banen breed en 2 Nedl. ellen lang.
    Wed. Scheffener is opperwasvrouw in de Ommerschans.
    In de nacht van 4 op 5 december 1852 worden 22 lakens en een voerlaken rok van de bleek gestolen in de Ommerschans.
  • 1853 [Map09-075+076+78, Ingekomen stukken 1853 Stad Ommen]
    Op 31-12-1852 bestaat de bevolking van de kolonie de Ommerschans uit 2144 personen. (1586 mannen en 558 vrouwen)
    In de maanden mei en juni 1853 bestaat er een gespannen toestand onder de verpleegden in de kolonie de Ommerschans. Ter voorkoming van ongeregeldheden of meer ernstige gevolgen wordt aldaar een detachement dragonders ter bescherming en bewaking geplaatst. Het detachement telt 10 man. 5 man wordt ondergebracht bij de logementhouder Ap en de andere 5 aan de Kleine Haar.
    De maatschappij van Weldadigheid heeft in 18.. een aanvang gemaakt met het graven van een kanaal vanaf de Ommerschans door het oude veen tot aan de Wittehaar, daarna zijn de werken gestaakt.
  • 1854 [Map09-095, Ingekomen stukken 1854 Stad Ommen]
    Op 31-12-1853 bevinden zich 1443 mannen en 498 vrouwen, samen 1941 bedelaarskolonisten in de Ommerschans.
  • 1854 [Map09-096, Raadsnotulen 1854 Stad Ommen]
    Op de bestaande zandweg, ter lengte van ± 11.000 ellen, van Ommen naar de kolonie Ommerschans wordt ten behoeve van de Stad-Ommen een tolregt geheven, dat jaarlijks f. 150,— opbrengt.
  • 1855 [Map09-097, Ingekomen stukken 1855 Stad Ommen]
    In de Ommerschans worden ook klompen gemaakt.
  • 1855 [Map09-107, Raadsnotulen 1855 Stad Ommen]
    In 1855 wordt een dading aangegaan met de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid in verband met het niet nakomen van het contract in november 1824 gesloten:
    1e. de gemeente zal een kunstweg aanleggen vanaf de Stad-Ommen over de Ommerschans tot de Dedemsvaart over de thans bestaande zandweg.
    2e. De Maatschappij van Weldadigheid zal in drie termijnen van elk f. 3.000,— bijdragen in deze kosten (jaren 1855 ’56 en ’57).
    3e. De ambtenaren en kolonisten der Ommerschans behoeven geen tol te betalen.
    Op 31-3-1855 wordt een verzoek gericht aan Zijne Majesteit de Koning om toestemming tot de aanleg van een kunstweg van Ommen over de Ommerschans naar de Dedemsvaart en tot plaatsingen van een tol op deze weg aan de Witte Haar, zijnde ongeveer 1¼ uur afstand van de Stad-Ommen
  • 1856 [Map09-123+124, Ingekomen stukken 1856 Stad Ommen]
    Op 27-9-1856 is de kunstweg vanaf de Stad-Ommen door en langs de kolonie Ommerschans tot aan de ophaalbrug nr. 7 over de Dedemsvaart voor 2/3 gereed.
    Op 31-12-1854 verblijven in de Ommerschans : 1496 mannen en 619 vrouwen, samen 2115.
  • 1857 [Map09-127, Raadsnotulen 1857 Stad Ommen]
    De gemeente weigert om de haar opgelegde kosten van onderstand over het tijdvak 1847 – 1-9-1854 zijnde f. 1.711,04 te voldoen ten behoeve van veroordeelden terzake van bedelarij en landloperij, omdat de gemeente ook wordt belast met de onderstand aan geemployeerden tot de kolonie Ommerschans en die na enige jaren zijn ontslagen en later in die kolonie als kolonist teregt zijn gekomen, waardoor de last voor Stad-Ommen buitensporig hoog is geworden.
  • 1857 [Map09-134, Ingekomen stukken 1857 Stad Ommen]
    Op 1-1-1857 verblijven in de Ommerschans: 1454 mannen en 753 vrouwen, samen 2207 personen (verpleegden).
    De klap of het dek van de klapbrug in de gemeente-grintweg voor het gesticht te Ommerschans is erg slecht en de duiker achter het gesticht is reeds gedeeltelijk ingestort.
    De klapbrug vóór en de vaste brug achter het gesticht van de Ommerschans in de publieke nieuwe grintweg is door de gemeente Ommen gelegd.
    Op 1 januari 1857 is de grintweg van Ommen-Dedemsvaart gereed. Alleen het gedeelte Ommerschans-Balkbrug moet nog worden begrind.
  • 1858 [Map09-148, Ingekomen stukken 1858 Stad Ommen]
    A. Campagne is predikant te Ommerschans.
  • 1859 [Map09-160, Ingekomen stukken 1859 Stad Ommen]
    In juli 1859 heeft majoor de Bruin de direktie over zaal nr. 14 in de Ommerschans.
    In juli 1859 heeft Hoevenaar Lodewijk op stal 14 melkkoeien, 2 vaarzen, 2 pinken, 2 kalveren, 1 os en 1 stier.
  • 1860 [Map09-169, Raadsnotulen 1860 Stad Ommen]
    – Vroeger is door de Maatschappij van Weldadigheid reeds een kanaal gegraven, maar niet voltooid – grenzend aan de Woeste slagen, in de nabijheid der Ommerschans.
  • 1861 [Map09-182, 1861]
    Het tractement voor de predikant te Ommerschans wordt ten laste van de begroting van uitgaven voor de rijksbedelaars-gestichten gebracht.
  • 1861 [Map09-186, Ingekomen stukken 1861 Stad Ommen]
    Bosma is adj. dir. kolonie Ommerschans.
  • 1862 [Map09-196+197, 1862]
    In 1830 telde de bevolking der Ommerschans en Willemsoord 2022 zielen (1046 m. en 976 vr.)
    Gesticht Ommerschans (kolonisten) in 1862 :
    – Avereest | 61 m. | 55 vr. | 116 totaal
    – Stad Ommen | 1331 m. | 453 vr. | 1784 totaal
    – Ambt Ommen | 17m. | 16 vr. | 33 totaal
    Door het gemeentebestuur van Stad Ommen wordt geklaagd over de nadelen, welke de gemeente ondervindt door het verplichte onderhoud van kinderen van zaalopzieners en andere beambten te Ommerschans, die elders tot armoede vervallen of in gasthuizen worden verpleegd, hetgeen voor de gemeente een drukkende last dreigt te worden.
    Het gemeentebestuur van Stad Ommen merkt op dat de toestand der politie te Ommerschans te wensen overlaat, daar het korps veldwachters aldoor uit kolonisten is samengesteld. Het gemeentebestuur zou er gaarne een brigade rijksveldwachters geplaatst zien.
  • 1862 [Map09-200, Ingekomen stukken 1862 Stad Ommen]
    F.J. Miller is postbode van het gesticht Ommerschans op Ommen. Hij gaat dagelijks van de Ommerschans naar Ommen en terug.
    Ommerschans ligt 24 mijlen van Zwolle of 4 32/100 uren gaans en 47 1/2 mijl van Deventer of 8 55/100 uren gaans.
    De Ommerschans ligt 8 1/2 mijl van Stad-Ommen of 1 53/100 uren gaans.
    C.J.P.L. Hulsebosch is onderdirekteur in de Ommerschans.
    Op maandag 28-4-1862 ± 2 uur ’s middags reist de Koning langs de vaart tot de Balkbrug, de Ommerschans, Ommen, naar Hankate tijdens zijn bezoek aan Overijssel.
  • 1863 [Map09-202+203, 1863]
    Bevolking: Op 31-12-1863 telt het gesticht Ommerschans:
    – Avereest: 24 mannen; 25 vrouwen, totaal 49
    – Stad Ommen: 1330 mannen; 424 vrouwen, totaal 1754
    – Ambt Ommen: 19 mannen; 18 vrouwen, totaal 37
    In voorgaande jaren werden onder deze aantallen ook begrepen de boeren die de hoeven der kolonie bewonen. Zij zijn thans niet meer als kolonisten aangemerkt.
    In de eerste dagen van maart openbaarde zich een wanordelijkheid in het bedelaarsgesticht Ommerschans. Het gedurig tezamen komen der kolonisten van beide geslachten had tot misbruiken geleid, die de Minister van Binnenlandse Zaken aanleiding gaf vooral de samenkomst der ongehuwden te verbieden en voor die van gehuwden en ouders en kinderen, tijd en plaats te bepalen. De bevolking wilde zich daaraan aanvankelijk niet onderwerpen en kwam tegen de politie in verzet, maar door tijdige versterking der macht met een detachement militairen uit Zwolle en de bemoeiingen van het openbaar ministerie van Deventer werd de orde spoedig hersteld. Enige belhamers werden in verzekerde bewaring genomen. Op verzoek der regering is nog tot 15 mei 1863 een gedeelte militairen in de kolonie gebleven. De politiemacht is er sindsdien aanmerkelijk verbeterd.
  • 1863 [Map09-205, Ingekomen stukken 1863 Stad Ommen]
    Op 2 maart 1863 vertrekt een detachement infanterie van Zwolle naar de Ommerschans om het feitelijke verzet dat te Ommerschans is uitgebroken te breken en de orde te herstellen. Het detachement (14 man) blijft in de Ommerschans tot 15 april 1863 maar zal wanneer het op 1 april rustig is met de helft worden verminderd. In afwachting tot maatregelen ter versterking van de rijksveldwacht verblijven de militairen nog in de Ommerschans tot 15 mei.
    Van 1 april t/m 14 mei verblijven 7 manschappen van het detachement 1e regiment Infanterie te Ommerschans.
    H.J. van Ledden Hulsebosch woont te Ommerschans (onder-direkteur), is gewezen sergeant.
  • 1864 [Map09-055, 1864]
    Bevolking: Op 31-12-1864 telt het gesticht Ommerschans (kolonisten):
    – Avereest 30 m.; 27 vr., 57 totaal
    – Stad-Ommen 1318 m.; 443 vr., 1761 totaal
    – Ambt-Ommen 16 m.; 13 vr., 29 totaal
  • 1865 [Map09-177, Ingekomen stukken 1865 Stad Ommen]
    In aug. 1843 heerst er pokken in enkele huisgezinnen, t.w. bij de wed. Verver, den Hoevenaar Dijkstra en de wijkmeester van der Woude in de Kolonie Ommerschans. Langzaam breidde de ziekte zich uit ook onder de bevolking van het Gesticht. Aan het eind van het jaar waren 96 personen behandeld door de geneesheer bij het Rijks-Gesticht, Hamer.
    In 1846 krijgen veel personen buikloop waaraan velen sterven, mede in verband met het slechte en onvoldoende voedsel als gevolg van gebrek en duurte der levensmiddelen.
    In 1847 breekt in de Kolonie typhus uit, wat een buitengewone sterfte onder de bevolking tot gevolg heeft.
    In 1859 en 1860 werden 236 personen door koortsaanvallen geteisterd; sterfgevallen aan deze ziekte waren hoogst zeldzaam. De meesten in de Kolonie de Ommerschans sterven evenwel aan borstziekten.
  • 1871 [Map09-229, Raadsnotulen 1871 Stad Ommen]
    28 juni:
    De Belg Jacques Delory, oud 65 jaar, wordt op transport gesteld van de Ommerschans naar België omdat het niet kan worden toegelaten tot de bedelaarskolonie. Deze man is niet in staat om te voet naar het spoor te worden gebracht. Hij is zeer slecht ter been en bovendien kan niemand hem verstaan (brief adj,-dir.Bosma van de Ommerschans). De reis vangt aan op 28 juni. Rijksveldwachter A.Adamse brengt het ‘s-morgens van Ommen naar Zwolle. Hier neemt H.C.van Beugen, rijksveldwachter hem over voor transport naar Rotterdam (29-6-1871) vandaar gaat het naar Dordrecht. Op 30 juni 1871 naar Moerdijk en op 3 juli komt hij te Eindhoven aan. Hier wordt hij ter beschikking van de Officier van Justitie gesteld voor overdracht aan de Belgische autoriteiten.
  • 1909 [Map09-243, Ingekomen stukken 1909 Ambt-Ommen]
    Eind 1871 (resp. op 8 en 22 november 1871) zijn de bouwhoeven nrs. 16 t/m 20, behorend bij het rijksgesticht Ommerschans, bij veiling verkocht.
    J. ten Kate is eigenaar van bouwhoeve nr. 18.

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image