25 december 2012

Was mottekasteel Het Laer de voorloper van Huize het Laar?

Categorie: Archeologie, Willem Bemboom.    2.516 keer gelezen.

Was de voorloper van Huize het Laar een ronde ringburcht uit de 12e eeuw, hoog gelegen op een motteheuvel met een fraaie lagergelegen voorburcht?

 Foto: Archeologische Monumentenwacht Nederland
Een mooi voorbeeld van een motteburcht. Een ronde ringburcht, gebouwd in de 12e eeuw. De ringburcht is hoog gelegen op een motteheuvel met een fraaie lagergelegen voorburcht.

Kasteelbergen, ook wel mottes genoemd, zijn regelmatig gevormde, min of meer ronde heuvels. Meestal zijn ze volledig met de hand opgeworpen. Ze hadden oorspronkelijk een steil talud en een vlakke bovenkant. De diameter en hoogte van kasteelbergen variëren nogal. Rond de motte lag meestal een gracht. Daaruit was de grond voor de heuvel gewonnen. Soms is deze omgrachting nog duidelijk aanwezig en waar men de gracht gedempt heeft, is vaak nog een laagte waarneembaar. Op de vlakke heuveltop stond een houten of stenen versterking, dikwijls een toren. Bij de motte hoorde vaak een lager gelegen voorburcht. Deze is meestal geëgaliseerd. Soms geeft het bestaande slotenpatroon nog een aanwijzing over de plek waar de verdwenen voorburcht heeft gestaan. Mottekastelen hadden uitsluitend een defensieve functie. Ze dienden niet als woon- of verblijfplaats. Als er vijandelijke troepen in de buurt waren, trok men zich op de verhoging terug. Vandaar was de vijand gemakkelijker te bestrijden. Mottekastelen waren van de elfde tot in de dertiende eeuw bijzonder populair in grote delen van Europa. Het ontstaan van de mottekastelen hangt samen met de ontwikkeling van feodale vorstendommen en de opkomst van vooraanstaande lieden, die streden om territorium en macht. In Nederland is vooral het kustgebied rijk geweest aan kleinere mottekastelen, maar ook in het Brabantse rivierengebied kwamen ze voor. In deze gebieden ontbrak in de twaalfde tot veertiende eeuw een sterk centraal gezag. Daardoor konden lokale krijgsheren eigen machtsgebieden creëren. Het mottekasteel diende hierbij ook als statussymbool. De meeste kleinere mottekastelen zijn inmiddels verdwenen. In veel gevallen is alleen (een restant van) de heuvel over. Enkele grotere mottekastelen, zoals de Burcht van Leiden of de motte van Kessel langs de Maas, zijn nog gedeeltelijk intact.

Waarom houden we kasteelbergen in stand?
Kasteelbergen geven een historische dimensie aan het landschap. Ze maken het verleden zichtbaar en tastbaar. In combinatie met goede voorlichting kunnen deze cultuurhistorische objecten rekenen op veel maatschappelijke waardering. Het beheer van kasteelbergen is in de eerste plaats gericht op een duurzaam behoud van de wetenschappelijke informatie en de archeologische waarde. Vorm en uiterlijke kenmerken worden zo veel mogelijk behouden. De belevingswaarde van het landschap wordt hiermee vergroot, vooral als een kasteelberg wordt ontsloten voor het publiek.

Wat houdt het beheer in?
Bij het beheer van kasteelbergen gaat het er in de eerste plaats om dat (verdere) aantasting van het mottelichaam wordt voorkomen. Kleine beschadigingen, door bijvoorbeeld houtopslag, molshopen en konijnenholen, worden zo veel mogelijk voorkomen en hersteld. Bij restauratie en inrichting worden ook grotere beschadigingen hersteld. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de motte zelf. Ook de – meestal gedempte – omgrachting en het terrein waar de voorburcht lag, kunnen bij het herstelwerk worden betrokken. Dit werk vindt altijd plaats onder toezicht van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort.

Verwijderen van houtige opslag
Houtige opslag kan het best met de hand worden uitgetrokken. Lukt dit niet direct, steek dan de struiken of jonge boompjes aan een kant los. Trap na het weghalen de losgemaakte grond weer vast en herstel zo nodig de zode of humuslaag. Twee- of driejarige opslag moet zo laag mogelijk worden afgezet en daarna afgedekt met een plag. De plant sterft dan af. De groei van bramen kan geremd worden door uitsteken in combinatie met periodiek maaien. Stobben van afgezaagde bomen moeten altijd blijven staan; dit om schade aan het bodemarchief te voorkomen.

Maaien
Het ideale beheer van motteheuvels bestaat uit het periodiek maaien van de vegetatie – met licht materieel – en direct aansluitend het afvoeren van het losse materiaal. Op deze wijze wordt de bodem verschraald, waardoor de ecologische waarde van het monument toeneemt. Een bijkomend voordeel is dat op termijn met minder maaien kan worden volstaan.

Begrazing
Omdat de mottes (van oorsprong) steile tot zeer steile taluds bezitten, zijn ze erg gevoelig voor erosie. Daarom is begrazing in principe ongewenst. Vooral koeien en paarden kunnen aanzienlijke erosieschade veroorzaken. Lagere mottes kan men extensief laten begrazen door kleinvee. Begrazing door schapen heeft als voordeel dat de bovenste bodemlaag goed wordt verdicht.

Opschonen van grachten
Het periodiek verwijderen van humus, opslag en braam uit droge grachten is toegestaan, mits dit werk met beleid wordt uitgevoerd. Het laatste betekent vooral dat de vaste bodem niet wordt geroerd. Voor het opschonen van een natte gracht moet de beheerder eerst contact opnemen met de ROB in Amersfoort. De gracht mag niet zonder meer tot op haar oorspronkelijke diepte worden uitgegraven. In de vulling van modder- en sliblagen kunnen zich namelijk nog waardevolle archeologische resten bevinden.

Waar moet u op letten?
Voor het reguliere onderhoud zoals het verwijderen van opslag, het maaien en het herstellen van kleine dierlijke ingravingen is geen vergunning in het kader van de Monumentenwet nodig. Voor het herstel van grote aantastingen, zoals kuilen, is een dergelijke vergunning wel vereist. De vergunning moet worden aangevraagd bij de gemeente waarin het monument ligt. Ook voor het kappen van bomen moet bij de gemeente een kapvergunning worden aangevraagd. Doe dit tijdig, maar overleg altijd eerst met de eigenaar of beheerder. Verder is het belangrijk na te gaan of ter plaatse beschermde dieren of planten voorkomen. Neem hiervoor contact op met de beheerder of informeer bij de plaatselijke IVN-afdeling. Wanneer beschermde soorten aanwezig zijn, kan het nodig zijn (het tijdstip van) de werkzaamheden aan te passen. Houd ook rekening met het broedseizoen van vogels. Begrazing van lage mottes vormt meestal geen probleem als er tenminste een stevig vegetatiedek aanwezig is. Zo lang dat er nog niet is, moet het monument worden uitgerasterd. Wanneer er toch schade optreedt, wordt aanbevolen om in overleg met de eigenaar een afrastering aan te brengen. Bij elke kasteelberg zijn de omstandigheden anders. Bij het beheer moet rekening worden gehouden met grondgebruik, bereikbaarheid, steilte van de taluds en ecologische waarden. Daarom wordt aanbevolen dat eigenaar en/of beheerder voor elke motte een op maat gesneden beheerplan ontwikkelen.

Bron: Archeologische Monumentenwacht Nederland, informatieblad archeologisch landschapsbeheer “Kasteelbergen of Mottes” – 25 december 2012

2 Reacties »

• • •

2 reacties »