микрозаймы

21 maart 2020

Verzet vanuit de Wolfskuil – Jan Seigers was betrokken bij het redden geallieerde vliegers

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    882 keer gelezen.

Een van de mensen actief in het verzet was Jan Hendrik (Jan) Seigers (1919-1997). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Seigers op vele fronten actief in het verzet.

 Mei 1944 – Knokploeg Ommen in de Wolfskuil in Ommen met op de achterste rij van links naar rechts: 1.Albert Jan van den Poll; 2.Wicher Dam; 3. Amerikaanse radio-operator James Anslow; 4. Ton Bons; 5.Franse krijgsgevangene Albert Bavouzet; 6.Jan Seigers, leider van de Knokploeg Ommen; 7. op de voorgrond Jacoba Seigers-van der Kuinder; 8. verzetsman Jan Houtman.

Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Verzet WO2”.

Hij wist Joodse families onder te brengen en weet totaal 70 geallieerde vliegers te verbergen en verder te vervoeren. Ook voerde hij gewapend verzet tegen de onderdrukking van de Duitsers. In verzetskringen was Seigers ook bekend onder de naam ‘Jan van Ommen’. Als jonge twintiger trad Seigers al in het eerste oorlogsjaar toe tot het verzet. Hij verborg Joodse families, zette enkele overvallen op poten, de eerste samen met Ton Bons. Hij was vooral heel actief in opvang van geallieerde vliegers. Zeventig van hen redde hij van gevangenschap en leidde ze naar een ontsnapping.

Onderduikershol
Seigers werd geboren in het nabij Ommen gelegen dorp Lemele en woonde daar de eerste twee oorlogsjaren. In 1940 wordt Seigers opgenomen in de ondergrondse Orde Dienst. Als Joodse mensen moeten onderduiken wordt als eerste bij Seigers aangeklopt. Zijn werkterrein komt ook buiten Lemele te leggen in onder andere de verzetsgroep Veenendaal. In 1942 gaat Seigers wonen in het bosrijke en heuvelachtige gebied van Ommen ‘De Wolfskuil’. In een zandheuvel wordt een onderaards verblijf gemaakt, een onderduikershol. Voor buitenstaanders niet te ontdekken en afgezet met prikkeldraad. Bemanningen van Engelse- en Amerikaanse vliegtuigen die door Duitsers naar beneden zijn geschoten vinden bij Seigers onderdak. Ook ontvluchte Franse krijgsgevangenen vinder er een schuiloord. Veel succes is er bij het opvangen, verbergen en verder vervoeren van geallieerde piloten. Via de Enschedese verzetsman Johannes ter Horst zet Seigers totaal 70 piloten op de ontsnappingslijn Venlo, België, Frankrijk en Spanje naar Engeland. Het huis in de Wolfskuil, met zijn geheime schuilplaats, is een veilig onderduikershol geweest.

Knokploeg
Om een gewapend verzet te kunnen voeren wordt op 12 juni 1944 de Knokploeg Ommen opgericht. Seigers leidt de verzetsgroep, waar ook Jan Houtman deel van uitmaakt. De knokploeg is geen lang leven beschoren. Het is 29 juni 1944. In de omgeving wordt gezocht naar neergekomen vliegers om ze naar de schuilplaats in de Wolfskuil te brengen. Boven Nederland is het komen en gaan van vele geallieerde bommenwerpers. Een Amerikaanse bommenwerper is in nood. De bemanning heeft het vliegtuig in de lucht al verlaten en landden met hun parachutes in Junne. De verzetsmannen Jan Seigers, Wicher Dam en Ge Jansen worden getipt en gaan op zoek naar de neergekomen vliegers. In hun zoekactie komt het tot een schietincident, ze worden overmeesterd en gearresteerd. Alle drie worden overgebracht naar kamp Junne – een dependance van kamp Erika – waar ze mishandeld worden. Tijdens hun verhoor liggen ze vastgebonden op de grond. Tegen Seigers wordt gezegd: “Je gaat naar Vught, daar kun je je einde bekijken”. Er volgt dan een rit naar Arnhem, eerst naar het gebouw van de Sicherheitsdienst in Arnhem en dan naar gevangenis “De Koepel”.

Ontsnappen
In Ommen zit intussen mevrouw Seigers met de onderduikers te wachten op de terugkomt van Jan Seigers, Wicher Dam en Ge Jansen. Tevergeefs. Het wordt ze al snel duidelijk dat er iets gebeurd moet zijn. Daarom vlucht mevrouw Seigers samen met de onderduikers naar Lemelerveld. Tijdens zijn verblijf in “De Koepel” in Arnhem onderneemt Seigers diverse pogingen tot ontsnappen. Ook van de kant van het verzet worden pogingen ondernomen hem te bevrijden, maar zonder resultaat. Op 6 september 1944 wordt Seigers vanuit het ziekenbarak van Vught weggevoerd naar Duitsland en komt terecht in diverse Duitse kampen. De Russen zijn dan eind 1944 inmiddels in Duitsland. Gevangenen moeten zich daarom verplaatsen. Tien dagen lang lopend door een pak sneeuw met de wetenschap wie niet verder kan wordt doodgeschoten.

Jan Seigers terug
Tenslotte wordt Jan Seigers met andere overlevenden aan het eind van de oorlog bevrijd door de Russen. Na enkele weken komt hij aan in een noodziekenhuis in Winschoten. Vermagerd komt hij uiteindelijk weer terug in Ommen. Een periode met veel gevaren en zorgen laat hij achter zich, maar ook met voldoening als je anderen uit veel risico’s hebben kunnen redden. De krant Trouw van 25 mei 1945 schrijft er het volgende over: “OMMEN – Jan Seigers terug. Geheel onverwachts is Pinkstermaandag j.l. uit Duitschland teruggekomen de bekende, reeds lang doodgewaande ondergrondsche strijder Jan Seigers. Onvermoeid en onverschrokken heeft hij zijn illegale werk gedaan in dienst van volk en vaderland. Met inzet van zijn eigen leven heeft hij gearbeid voor onderduikers, bonkaarten, P.S.’s, Trouw, Engelsche piloten enz. Velen zullen met dankbaarheid gedenken wat „Jan uit Ommen” voor hen gedaan heeft. In Juni 1944 werd hij echter met nog enkele anderen op een nachtelijke tocht gegrepen en toen is voor hem een tijd aangebroken van onuitsprekelijk lijden en bovenmenschelijke martelingen. Na den strijd bij Arnhem is men zijn spoor kwijt geraakt en heeft men nooit meer iets van hem gehoord, zoodat algemeen werd aangenomen, dat hij doodgeschoten was. Ter dood veroordeeld, heeft hij ook meermalen den dood voor oogen gezien, maar steeds werd, door Gods genade, op het laatste moment zijn leven nog gespaard. Zijn leven heeft wel aan een zijden draadje gehangen, vooral tijdens de verschrikkingen der diverse Duitsche concentratiekampen, waarin hij gezeten heeft. Lichamelijk is hij dan ook erg zwakt, maar zijn geest heeft gelukkig weinig geleden. De blijdschap van zijn kranige vrouw, die hem in zijn werk steunde en het later in alle stilte voortzette, laat zich begrijpen”.

Jan Houtman
Jan Houtman uit Ommen wordt op 17 november 1944 bij Hoonhorst doodgeschoten door de beruchte SS’er Herbertus Bikker, de beul van Ommen, bewaker van het gevreesde kamp Erika. Wicher Dam belandt in kamp Sachsenhausen, haalt de bevrijding, maar sterft op 29 mei 1945 door tbc. De Amsterdamse verzetsman Ton Bons, is van medio 1943 tot juli 1944 actief in het Vechtdal. Daarna sluit hij zich aan bij de knokploeg van zijn vader Dirk in Amsterdam, waar de groep in maart 1945 wordt opgerold. Vader en zoon sterven op 11 april 1945, die dag wordt Ommen bevrijd.

Onderscheidingen
Na de oorlog kwam Seigers in dienst van de gemeente Ommen bij de afdeling openbare werken. Ook was hij jarenlang commandant van de vrijwillige brandweer. Seigers kreeg voor zijn verzetswerk tal van hoge onderscheidingen onder andere uit Engeland, Frankrijk en Amerika. Maar Seigers was er de man er niet naar om ze te dragen bij officiële gelegenheden. Binnen de verzetsmensen gold ook de regel geen onderscheidingen te dragen alsof ze helden waren. Daardoor lijken kleine mensen groot te worden, het is veel beter dat grote mensen klein worden, was het verhaal hier achter.

Bijzondere foto
In mei 1944 laat de Knokploeg Ommen zich kieken bij het onderduikershol. Amateurfotograaf Houtman bedient de zelfontspanner van de camera en legt zo zijn medestrijders vast, plus twee onderduikers: de gecrashte Amerikaanse piloot James Anslow en de ontsnapte Franse krijgsgevangene Albert Bavouzet. Een bijzondere foto. Het kwam wel vaker voor dat verzetsgroepen zich na de bevrijding op foto lieten zetten, maar het maken van foto’s in oorlogstijd met illegale strijders in bezet gebied met wapens, onderduikers en geallieerde piloten was zeldzaam. Begrijpelijk, want zulke foto’s hadden de Duitsers kunnen gebruiken om complete groepen op te pakken en konden ook familie en vrienden in gevaar brengen.

Bron: Harry Woertink – 21 maart 2020

1 Reactie »

• • •

1 reactie »