20 januari 2016

Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink, Scouting / Padvinderij.    1.982 keer gelezen.

Ommen staat in 1950 op z’n kop met 7000 padvinders uit binnen- en buitenland tijdens het 10-daagse Jeugdkamp, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nederlandse Padvinders Vereniging.

 1958 – Wolfskuil – Oubaas Pomes (links) was een levenlang bij de padvinderij betrokken.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel, het album “Wolfskuil – Kampeerterrein Padvinderij” en het album “Nationaal Kamp”.

Koningin Juliana brengt een bezoek aan Ommen en een dag later is het prins Bernhard die de padvinderskampen in Ommen aandoet. De padvindersactiviteiten zijn over Ommen verspreid. De kuil van De Wolfskuil doet dienst als plek voor kampvuren en opvoeringen.

De Blokhut
Bert Zonneveld was in 1950 met zijn ouders en zus Corrie tijdelijk bewoner van De Blokhut. “Ik herinner me het jaar 1950 heel goed. Er waren heel wat tenten in de Wolfskuil vol met padvinders, ook veel uit het buitenland. Een Franse groep vroeg mijn vader of ik met hun wilde gaan zwemmen en waar zou dat kunnen? Nou, in die tijd was de Regge niet erg schoon en er was geen zwembad. We vertelden hun dus van “het strandje” bij het “Bleekie”, naast de Vechtbrug waar we dikwijls gingen voetballen na school. Ik kon niet zwemmen en zat op een ogenblik in erge nood in te diep water. Alhoewel ik toen niet Frans kon spreken liet ik die padvinders wel weten dat ik aan het verdrinken was. Ineens waren er hulp biedende handen die mij in veiligheid brachten. Ook kan ik me nog herinneren dat we ineens een paar kippen hadden verloren. De dichts bijstaande tentbewoners hadden namelijk een kuiltje gegraven, toen een doek er over met wat takjes en wat broodkruimels. Arme kippen! Ook werden wij uitgenodigd om naar uitvoeringen in het amfitheater bij te wonen, dat we graag deden”.

Wolfskuilbewoners
Gedurende de tijd dat de Zonneveld’s in Ommen woonden was er genoeg te beleven volgens Bert Zonneveld. “Mijn zus Corrie en ik speelden dikwijls in en rondom het amfitheater met vrienden die ook in de Wolfskuil woonden tussen 1946 en 1953. Frans de Vries, de van der Klippies, Hilda de Otter, de kinderen van Siegman, Henk Meyer, Jopie Struikman en anderen. Omdat het zo’n heerlijke plek was om te spelen brachten wij ook klasgenoten van de Sint Bernardusschool waar ik op zat en van de openbare school op het Vrijthof waar mijn zus naar toe ging. Wat hebben wij daar als kinderen genoten van de natuur en de vrijheid die we hadden. Ik ken dat mulle zand van de Wolfskuil nog heel goed. Moest er elke dag doorheen met de fiets naar school en tot zus Corrie haar eigen fiets had, zat zij op de bagagedrager van mijn fiets. Ik had spieren op spieren in mijn arme benen”.

WO 2
De komst van de familie Zonneveld van Den Haag naar Ommen had alles te maken met de Tweede Wereldoorlog: “Omdat mijn ouders in de ondergrondse zaten in Den Haag en mijn vader die buschauffeur was bij de HTM (Haagse Tram Maatschappij) had geweigerd voor de Duitsers te gaan werken, moest mijn moeder “eten gaan halen”. Ze heeft in de Hongerwinter zes keer gefietst/gelopen met een bakfiets van Den Haag naar Ommen en dan terug. Naar Ommen met de nodige kleren, lakens, enz. voor het ruilen met boeren voor veelal aardappelen maar ook  spek, boter en eieren die onder die aardappelen werden verborgen. Mijn moeder kreeg ontzettend veel steun in het ruilen van Gait en Dien Martens. Zoveel zelfs dat de Martens ons Zonneveldjes uitnodigden om bij hun op de Dante de oorlog “uit te wachten”, dus de 7de trip naar Ommen gingen wij (vader Nol, zus Corrie (5) en ik (7)) met hun mee. Wij verbleven een paar maanden bij hun en toen hebben wij een huis gehuurd in de Varsenerstraat net naast de pomp die er toen stond. Mijn ouders waren gewoon gek geworden op Ommen en in 1946 werd besloten om ons huis in Den Haag te ruilen met een familie die tijdelijk in de Blokhut woonden. Het schijnt dat ze verwant waren aan de familie De Otter die toen onze buren werden van 1946-1953. Wij woonden daar als God In Frankrijk. Wij betaalden de jonkheer 120 gulden per jaar huur! Mijn vader was buschauffeur bij de Salland maar ook reisleider voor hun buitenlandse reizen. Mijn moeder had een pension in de Blokhut gedurende de zomermaanden voor veelal Hagenaars en Rotterdammers. Jammer genoeg kreeg mijn vader ineens heimwee naar Den Haag en in juli van 1953 verhuisden we dus. In 1956 zijn we naar Canada geëmigreerd. Wij hebben Ommen nooit kunnen en willen vergeten”.

Repelaer
Aan jonkheer Repelaer heeft Zonneveld goede herinneringen:“Toen ik met mijn (Canadese) vrouw Jeannine in 1971 naar Nederland op vakantie ging, werden wij hartelijk ontvangen door jonkheer Repelear met een lekkere maaltijd en een rondreis in zijn auto om ons te laten zien waar zijn neven woonden. Voor zijn toenmalig nieuw huis stond de welbekende totempaal die vroeger voor “onze” Blokhut had gestaan”. Karel van der Klip woonde in de Wolfskuil in het houten huisje met de naam de Dennenkamp weet nog: “De padvinders kwamen uit Den Haag en omstreken en jonkheer Repelaar was hun commissaris want hij had een paarse pluim op zijn hoed. De jonkheer had een eigen lijfarts die tevens fungeerde als de dokter van de groep. De EHBO-tent stond achter ons huis”.

Pomes
Naast de Repelaerhoeve staat een woning dat ten onrechte doet vermoeden dat het bij het padvindersgebeuren hoort. Deze woning is in 1950 gebouwd in opdracht van Oubaas Pomes. Repelaer en Pomes kennen elkaar uit padvinderskringen. Pomes, die de kost verdiende als publicist voor technische vakbladen, huurde eerder aan de Zeesserweg woonruimte. Tot het moment dat hij een stukje bos in de Wolfskuil naast de Sint Jorishoeve kon kopen voor het bouwen van een mooi onderkomen met uitzicht op de Lemelerberg. Volgens Karel van der Klip stond er in de oorlog op de plek van de huidige woning een hondenkennel met herdershonden van de Sicherheitsdienst (SD). Getooid met een sikje was Pomes een opvallend persoon bij de padvinderij in Ommen. Pomes was leider van een Ommer troep padvinders, die in 1957 hun onderkomen de Blokhut in rook zagen opgaan. Toen in dat zelfde jaar de Sint Jorishoeve werd uitgebreid was aan Pomes de eer om de eerste steen te leggen. Een gedenksteen herinnert hier nog aan.

Padvinders
Doelstelling van jonkheer Repelaer is altijd geweest om minvermogende en onvermogende padvinders een vakantie te bieden. Vastgesteld kan worden dat het familiekapitaal van deze jonkheer de loop der jaren goed is besteed. Na het overlijden van jonkheer Repelaer in 1975 zet het bestuur van de Hopman Repelaerstichting de idealen van de jonkheer voort; zij het dat de padvinderij als specifieke doelgroep wordt losgelaten en algemener wordt. De oorspronkelijke Sint Jorishoeve krijgt de naam Repelaerhoeve. Het vakantiehuis met de naam de Mowglihut (Mowgli is een personage in een jungleboek) wordt gemoderniseerd. Er wordt een nieuwe receptie gebouwd en de beheerder huisvest zich in een afzonderlijk woning. Onlangs kon wederom een nieuwe groepsaccommodatie op het terrein in gebruik genomen worden met de toepasselijke naam Sint Jorishoeve. Het vizier van de stichting is gericht op de hele Nederlandse samenleving. Boekingen voor het vakantiecentrum De Wolfskuil, gelegen op een perfecte locatie lopen voortreffelijk, terwijl de reacties van de bezoekers heel positief zijn.

Dit is de laatste serie van 3 over de geschiedenis van de Wolfskuil in Ommen.

Bron: Harry Woertink – 20 januari 2016

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.