17 januari 2016

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink, Scouting / Padvinderij.    1.931 keer gelezen.

Als jonkheer Repelaer via familieverbanden zich op Ommen richt, komt hij uit in de Wolfskuil. Baron van Pallandt verkoopt hem 28 hectare bosterrein. Hier wordt in 1940 onder auspiciën van Het Leger des Heils een kinderhuis geopend.

 Voor het Nationaal Padvinderskamp in augustus 1950 wordt in de (Wolfs-)kuil een amfitheater gemaakt met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Na een fatale brand in 1947 werd op de plek van het kinderhuis een nieuw kampeerhuis gebouwd met de naam Sint Jorishoeve. Vanaf de zestiger jaren gaat Repelaar de Wolfskuil ook beschikbaar stellen aan andere groepen dan de padvinderij. Aan het kampeerhuis wordt dan nog een kleiner logeerhuis toegevoegd: de Mowglihut.

Filantroop
Behalve zijn inspanningen voor de padvinderij had Repelaer ook oog voor andere noden in de samenleving. Een filantroop waar anderen ook wel eens misbruik van maakten. Eigengereid maar ook een sociaal zeer bewogen man, zo kenmerkt de jonker zich. Door zijn hoed, witte handschoenen en rood jasje was Repelaer een opvallende verschijning en met zijn grote Amerikaanse auto, waarmee hij eerst zelf reed en later door een chauffeur liet rondrijden, ook een bezienswaardigheid. Ocker Repelaer werd geboren op 16 januari 1888 in Den Haag. Zijn vader was mr. dr. Ocker Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf en zijn moeder Cecile Marie barones van Lynden. Ocker groeide op met een zusje en twee broers in Den Haag. Hier bewoonde het gezin een statig pand aan de Lange Voorhout 16. De vader van Ocker was jarenlang lid van de gemeenteraad en wethouder. De familie Repelaer was vermogend. In 1925 richtte Repelaer in Den Haag een padvindersgroep op onder de naam W.I.K. (Willen is Kunnen). Hiervoor kocht hij in 1934 in Wassenaar het landgoed Herco aan de Eikenlaan. Daar kwamen drie padvindershuizen en een woning. Met financiële steun van de jonkheer wordt dit gebouw in 1952 geschikt gemaakt als polikliniek voor de behandeling van spastische jongeren.

Wolfskuil
Wie terug gaat in de geschiedenis over het ontstaan van de naam Wolfskuil komt niet verder dan legendes. De Wolfskuil is nog steeds een uit wit zand bestaande verhoging op de rand van het bos en de overloop van de rivier de Regge. Ooit zou hier een wolf gesignaleerd zijn en het lot van iemand in het ongewisse hebben laten geraken. Op de verhoging staat De Blokhut. Na een brand in 1957 is het nieuw opgebouwd echter zonder de oorspronkelijk rietendakbedekking. Voor en na de oorlog was de Blokhut een onderkomen voor de padvinderij. Gedurende de periode 1946 tot 1953 werd De Blokhut bewoond door de uit Den Haag afkomstige Nol en Til Zonneveld met hun kinderen Bert en Corrie. Zij raakten in de hongerwinter van 1944 in Ommen verzeild bij de familie Gait Martens. Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nationale Padvinders Vereniging (NPV) wordt in augustus 1950 in Ommen het Nationaal Padvinderskamp gehouden. Zo’n 7000 padvinders komen tien dagen naar Ommen en worden ondergebracht in verspreide kampen. Ook De Wolfskuil doet mee. In de kuil komt een amfitheater met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten. Hier worden hier de godsdienstoefeningen en opvoeringen gehouden voor de duizenden padvinders. Het openluchttheater wordt voor meerdere doeleinden gebruikt zoals muziekoptredens en Pinkstermeetings. In de vijftiger jaren is er zelfs een motorrace.

Padvinder Greg Ottes herinnert zich nog het jaarlijkse jeugdkamp in Ommen. “Tijdens mijn jeugd zat ik bij de padvinderij. De van der Velde groep 43 uit Den Haag. We gingen met busjes naar Ommen om daar weekend kamp te houden. Altijd spannend. Ik kan mij nog herinneren dat we in een blokhut en hoeve sliepen. Dat huis was van iemand die er aangrenzend aan woonde. In de voortuin stond een zonnewijzer. Boven sliepen we op een zolder. Tochten door de bossen met kompas en hutten bouwen”. In de dertiger jaren stoot baron van Pallandt meer bezit af in de Wolfskuil. Het bosgebied is in trek bij westerlingen die de randstad wil ontvluchten om in de zomermaanden in de Ommer Wolfskuilbossen te recreëren. Zo worden voor de oorlog zo’n tiental houten zomerhuisjes in de Wolfskuil gebouwd. Boer Blikman uit Besthmen koopt dan de gronden die het dichtst bij de Regge liggen. Ze worden in cultuur gebracht en een van zijn zoons bouwde in 1949 aan de rand van de Wolfskuil er een boerderijtje.

Verboden gebied
De gemeente Ommen is op zoek naar ruimte voor bouwmogelijkheden. Jonkheer Repelaer verkoopt zo’n 9 hectare van het bosgebied voor een zacht prijsje aan de gemeente. Daarop zijn prachtige villa’s gebouwd. Deze nieuwe buren vormen echter een ware plaaggeest voor de jonkheer. De Ommer bevolking schrikt zich een hoedje als ze in 1970 een advertentie lezen die de jonker in de plaatselijke kranten heeft gezet en waarin hij meedeelt dat het landgoed De Wolfskuil voor het publiek afgesloten wordt. “De mensen hebben het er zelf naar gemaakt. Ze smijten maar raak met allerlei afval.”, laat de dan 82-jarige jonkheer in augustus 1970 optekenen door de verslaggever van De Telegraaf, die een kijkje komt nemen in het verboden gebied. De jonker legt aan de krant uit dat hij lang heeft nagedacht voordat hij deze ingrijpende beslissing nam. “De mensen gooien hun vuil gewoon maar in mijn bossen. Onlangs nog was ik zelf bezig die rommel op te ruimen; toen kwam de man die het spul daar neer gegooid had, me achterna en noemde me notabene een dief, van zijn huisvuil”. Tijdens het leven van jonkheer Repelaer gaf de gemeenteraad van Ommen zijn naam aan een prachtige laan die door de Wolfskuil loopt. “Zelfs deze straatnaambordjes worden nog kapotgeslagen”, aldus de boze jonkheer. De verslaggever rijdt met de jonker mee in zijn reusachtige Chrysler. Al snel komt een berg vuil in zicht. In de bosjes liggen eierrekken, lege blikken, eierschalen, een plastic emmer en overal dwarrelt papier rond. “Nu ziet u waarom ik mijn bossen afgesloten heb. De mensen gedragen zich soms net als beesten. We leven in een krankzinnige wereld. Dominees vliegen elkaar aan, de jeugd is werkschuw geworden, Dolle Mina’s willen geen vrouw meer zijn, de padvinders hebben een speciale biertent op hun terrein. Als de Koningin in de neus peutert, verschijnen er grote foto’s in de kranten. Ik verbaas me nergens meer over!” laat Repelaer weten.

Opengesteld gebied
De plaagstootjes van de jonker behoren inmiddels tot verleden tijd. Landgoed De Wolfskuil is tegenwoordig een opengesteld bosgebied.

In deel 3 meer over de Wolfskuil.

Bron: Harry Woertink – 17 januari 2016

3 Reacties »

• • •

3 reacties »