6 oktober 2007

Tochtje langs kastelen in Twente

Categorie: Historische Kring Ommen, Kastelen & Havezates.    7.819 keer gelezen.

Met vier busjes maakten 36 HKO-leden zaterdag 6 oktober 2007 een uitstapje en kwamen langs 11 kastelen en havezaten in Twente.

foto: Harry Woertink
HKO-leden op stap langs kastelen in Twente (Het Weldam)

Vanuit een mistig Ommen ging de tocht via Den Ham, Vroomshoop, Westerhaar en Kloosterhaar naar Tubbergen. Verder via Fleringen, Weerselo, Ootmarsum naar Denekamp. Van hieruit via Oldenzaal, Hengelo naar Delden en Diepenheim. De terugweg ging via Markelo, Rijssen, Nijverdal en Hellendoorn. Onderstaand in volgorde de bezienswaardigheden die aangedaan werden en een foto-impressie van de volgens allen geslaagde dag.

De Eeshof (Tubbergen)
De Eeshof in Tubbergen dateert uit 1719 en is tegenwoordig in gebruik als verzorgingstehuis. In 1582 werd de oude havezate verwoest. Het gebouw was eertijds omgeven door grachten, zoals nog gedeeltelijk is te zien. Het benedengedeelte is nog ten dele 18e eeuws. Het is vooral bekend als geboortehuis van Mgr. Dr. Herman Schaepman, priester/staatsman die er in 1844 het levenslicht zag. Van deze burgemeesterszoon staat een groot standbeeld even buiten het dorp op het hoogste punt van Tubbergen aan de Almeloseweg. Negen geslachten Eschede hebben op deze havezate gewoond. Boven de deur een gevelsteen uit 1780 met de wapens van Johan O.B.van Eschede en zijn vrouw Amalia J. von Nordeck.

Kroezeboom op de Fleringer es
Eén der oudste en bekendste bomen van ons land is de Kroezeboom op de Fleringer Es, iets ten zuiden van Tubbergen. Kroezeboom (soms ook als kroeseboom geschreven) betekent kruisboom: een boom die een grens of kruispunt aangeeft. Op meerdere plaatsen in Nederland werd deze naam gebruikt voor eiken. Dergelijke bomen konden verschillende functies hebben: als rechtsplaats, heilige plaats of grensmarkering. Op de gemeenschappelijke essen in oostelijk Nederland werden vaak stenen of bomen gebruikt als markeringspunt van waaruit de akkers verdeeld konden worden. Op de es van de Marke bij Fleringen zal de Kroezeboom met dat doel zijn aangeplant, waarschijnlijk tussen 1500 en 1600. De leeftijd van de Kroezeboom, een Zomereik, wordt vaak geschat op meer dan 500 jaar. Naast de boom staat een klein kapelletje, ontworpen door de vroegere promotor van de landelijke bouwkunst in Oost-Nederland, de Almeloër Jan Jans. Doordat de eik gescheurd is, zijn trekstangen aangebracht om te voorkomen dat dit symbool van de Twentse identiteit uiteen zou vallen en zou afsterven.

Herinckhave (Fleringen)
Na een brand in 1959 is de oude havezate Herinckhave tussen Tubbergen en Fleringen geworden wat het nu is: een stoer huis geflankeerd door twee bouwhuizen met er omheen een gracht met een watermolen. De verbouwing heeft geduurd van 1973 tot 1978. Het landgoed in zijn tegenwoordige vorm en omvang ontstond in de 18de en 19de eeuw. Twee lanen geven toegang tot het landgoed. De Herinckhave heeft een eigen huiskapel, ondergebracht in het oostelijk bouwhuis. Het andere bouwhuis wordt gebruikt voor het boerenbedrijf waartoe ook twee pachtboeren behoren. De havezate is ooit bewoond door de in 1910 overleden jonkheer Mr L.E.F.J. van Bönninghausen. Hij was burgemeester van Tubbergen en lid van provinciale staten van Overijssel. De lichtblauw/wit gestreepte blinden zijn de wapenkleuren van Herinckhave. Op het landgoed staan voorts enkele voormalige boerderijen, Het landgoed is voor het grootste gedeelte eigendom van Herinckhave BV, een zgn. Natuurschoonwet BV, die als voornaamste doelstelling heeft de instandhouding van het landgoed met inachtneming van de Natuurschoonwet. De havezate is in erfpacht uitgegeven aan de Overijsselse Kastelen Stichting, die het weer verhuurd aan particuliere bewoners. Momenteel wordt de Garvenschuur verbouwd tot woning in het kader van de Rood voor Rood regeling. Onlangs is door Waterschap Regge en Dinkel een deel van de plas op het landgoed ingericht als retentiegebied. Dit om bij regenval het overtollige hemelwater enige tijd vast te houden waardoor lager gelegen gebieden minder overlast ondervinden.

Stift Weerselo
Het Stift is een beschermd dorpsgezicht aan de rand van Weerselo niet ver waar elke zaterdagochtend een grote boerenmarkt wordt gehouden. Ooit was dit het centrum van Weerselo met gemeentehuis, school en kerk. Er is in de loop der eeuwen veel veranderd op Het Stift. Zo is de oorspronkelijke gracht gedempt, is de kerk verbouwd en is de Stiftsschuur van een oude boerenstal omgebouwd tot een restaurant. Rond 1150 stichtte Hugo van Buren daar een geloofsgemeenschap. Deze ontwikkelde zich tot een hoogadellijk stift van ongetrouwde juffers, die woonden in huizen rond het oude kerkje. Het kerkje is voor een deel bewaard gebleven, maar de stifthuizen zijn afgebroken; echter in 1975 herbouwd naar een 18de eeuwse prent.

Singraven (Denekamp)
De watermolen en de havezate op landgoed Singraven bij Denekamp vormen een onlosmakelijke twee-eenheid. De molen behoort tot een van de meest door toeristen bezocht plekjes van Twente. De naam Singraven is al duizenden jaren oud. Het woord ‘sin’ werd al tijdens de vroege middeleeuwen bijna niet meer gebruikt. ‘sin’ staat in de betekenis van groot en krachtig. Op 28 maart 1381 werd het Singraven voor het eerst vermeld door een zekere Wigbold de Kale die een vordering eist van het Singraven. Het werd vermeld in een protocol der zittingen van het leengerecht van de Utrechtse bisschop Floris van Wevelinghoven Singraven was toen der tijd eigendom van de bisschop van Utrecht, die het als leengoed aan anderen in gebruik gaf. Het landgoed is dan in leen van de adel familie Awick. Singraven werd ooit bewoond door de graven van Bentheim, die veel geld verdienden aan de winning van zandsteen. Het landgoed is sinds 1956 eigendom van de Stichting Edwina van Heek

De watermolen van Singraven tussen de meanders van de Dinkel kent als oudste datering 1448 voorzien van drie door waterkracht aangedreven imposante raderen met elk een doorsnee van 5,5 meter. Herhaaldelijk werd de molen verwoest en herbouwd. Gedenkstenen in de kademuur herinneren hieraan. Lange tijd had de molen een monopoliepositie (op malen) in de omgeving. Hierdoor was de molen het meest waardevolle bezit van Singraven. De kunstschilders Jacob van Ruisdael en Meindert Hobbema vereeuwigden de molen in hun werk. Na de komst van elektriciteit behield de molen zijn waarde als curiositeit en toeristische trekker. Buiten liggen de houtstammen ongeveer twee jaar in het Dinkelwater. Door deze conserveringswijze krijgen de gezaagde planken en balken de kwaliteit van tropisch hardhout. Ze worden gebruikt voor alle timmerwerk op het landgoed.

Kasteel Twickel (Delden)
Op 27 mei 1347 kocht Herman van Twickelo Engelbertszoon “dat hus to Eysinc, dat gelegen is in den kerspele to Delden, in dat groten burschap bi den dorpe” van Barend van Hulsger. Sindsdien is dit goed, dat later de naam Twickel ging dragen, door vererving of huwelijk van geslacht op geslacht overgegaan. Tot 1953 waren kasteel en landgoed familiebezit. De laatste eigenaresse, barones Van Heeckeren van Wassenaer, bracht het landgoed onder in de Stichting Twickel. Voor het kasteel bepaalde zij dat het particulier bewoond moest blijven. De huidige bewoner van het kasteel is haar achterneef Christian zu Castell Rüdenhausen met zijn gezin.

Twickel heeft een geschiedenis van ruim 650 jaar. Het huidige kasteel is minder oud dan het landgoed. Het oudste deel stamt voor zover bekend uit de 16e eeuw. In de eeuwen erna werd het kasteel steeds verbouwd en uitgebreid. Voor het kasteel ligt een dubbele gracht. Tussen de twee grachten is een groot voorplein met twee bouwhuizen. Het park en de tuinen van Twickel zijn toegankelijk. Het park is aangelegd in een landschappelijke stijl, maar er zijn sporen van oudere tuinstijlen te herkennen: lanen en haagbeuken uit de Barok en verhogingen in het terrein van een eind 19e eeuwse romantische aanleg.

Direct naast het kasteel ligt een tuin in Franse stijl. Deze tuin is echter pas in het begin van deze eeuw aangelegd. Centraal in de tuin ligt een oranjerie uit de eerste helft van de vorige eeuw. De oranjerie wordt nog steeds gebruikt: een half jaar – tot de komst van de IJsheiligen overwinteren de niet-vorstbestendige planten hier. Een aardig detail: de oudste oranjeboompjes uit de plantenverzameling van Twickel zijn al meer dan 300 jaar. Deze boompjes zijn afkomstig van het landgoed Oranjewoud, het vroegere bezit van de Oranjes. Het park gaat geleidelijk over in de akkers en weilanden, de bossen en heidevelden van het uitgestrekte landgoed. Twickel strekt zich uit over meer dan 4000 hectare. Een Twickelboerderij, in totaal zijn er ongeveer 150, is onmiddellijk te herkennen aan de zwart-witte luiken. Twickel bezit twee, nog compleet ingerichte en functionerende molens. De Noordmolen, een watermolen voor het persen van lijnzaad, en de Houtzaagmolen.

Het Wegdam (tussen Goor en Diepenheim)
Het 18de-eeuwse landhuis Het Wegdam is in classicistische stijl opgetrokken en maakt deel uit van het landgoed Het Weldam.
De geschiedenis van de voormalige havezate gaat weliswaar terug tot 1450, maar kreeg in 1758 zijn huidige aanzien. Boven de ingang bevindt zich een steen met het alliantiewapen van de Van Coeverden-Raesfelt familie, de opdrachtgevers van de nieuwbouw. Het bouwhuis is ouder dan de havezate en dateert uit 1723 en werd in 1850 verbouwd tot koetshuis annex boerderij.

Het Weldam bij Diepenheim
Rond 1390 was al sprake van Het Weldam. Zijn huidige aanblik kreeg het kasteel in de 17de eeuw. Dit landgoed heeft als bijzonderheid de tuin in Franse landschapsstijl. Door een uitgekiende aanleg en zorgvuldig onderhoud bezit Het Weldam één van de best bewaarde kasteeltuinen van Nederland. De aanleg begon meer dan een eeuw geleden door de toenmalige bewoners, de familie Bentinck naar een ontwerp van een Franse tuin- en landschapsarchitect met berceau, Franse tuin van buxus, een rosarium en een doolhof van thuja’s met in het midden een uitkijktoren. In 1644-’45 kreeg het huis een schilddak en werd voorzien van twee smalle vooruitspringende zijvleugels met fraai gedecoreerde, achtkantige zandstenen schoorstenen. Ook de wat meer naar achteren liggende middenpartij van de voorgevel werd in Bentheimer zandsteen uitgevoerd met opvallende Ionische zuilen. In 1897 en 1899 werden twee hoektoren naar een ontwerp van de Engelse architect Samuel Weatherley aan de achterzijde gebouwd (bijgenaamd de he- en she-tower) om de vroegere havezate een kasteelachtig aanzien te geven. Dezelfde architect ontwierp ook de St. Mary’s Chapel, een neogotisch kerkje in Engelse stijl en de rentmeesterwoning in de vorm van een Engelse cottage. De zwart-gele luiken op het landgoed vormen het bewijs dat ze deel uitmaken van het 1675 ha grote landbouw.

Het Nijenhuis (Diepenheim)
Het 17de-eeuwse Huis Nijenhuis maakt deel uit van de krans van zes kastelen rond Diepenheim. In 1457 wordt de havezate voor het eerst genoemd; het wordt dan bewoond door een riddermatige familie. In 1587 is het kasteel afgebroken. Het huidige kasteel is grotendeels vernieuwd in 1800. Prachtige bouwhuizen sluiten het voorplein in en geven het huis een waardig aanzien. Vroeger was de bezitting aan alle zijden door brede grachten omsloten. Tot het kasteel behoren ook de Nijenhuizerbossen, het donkere bos, de Molenbeek, de Prinsendijk en de Beukenlaan. De vier hoektorens die het gebouw flankeren en het een kasteelachtig aanzien geven zijn van 1858 respectievelijk 1914. Het kasteel Nijenhuis wordt bewoond door mevrouw de douairière Graaf Schimmelpenninck. In de Franse tijd werd het huis bewoond door de laatste raadspensionaris van de Republiek, Rutger Jan Schimmelpenninck

Watermolen Den Haller
De watermolen dankt zijn naam aan de vroegere molenaar Jan Hallers die de molen in 1870 kocht. Later kwam de molen in bezit van Graaf Schimmelpenninck van kasteel Het Nijenhuis, die de molen van Hallers had gekocht. De graaf schonk de molen in 1912 aan de gemeente Diepenveen ter gelegenheid van zijn zilveren huwelijk. De op hoge stelten staande molenkast vormt met zijn brug, stuw en molenaarshuis een romantisch plekje. In het molenaarshuis is nu een horecagelegenheid gevestigd. De molenaar laat op gezette tijden de enorme maalstenen rondwentelen voor het maken van koren tot meel. Vroeger werd het maalloon in natura betaald. De molenaar ’n olden Baneman deed dan een forse schep uit de zak roggemeel en verklaarde dat hij zijn loon binnen had. Er werd echter nogal geklaagd over ‘de allemachtige scheppen’ van Baneman en toen de dominee tijdens een catechisatieles vroeg wie de Almachtige Schepper was, antwoordde een van de boerenzoons dan ook prompt: ‘Da’s Baneman van Den Haller’.

Huis Diepenheim
Huize Diepenheim is een van de oudste kastelen met een fraaie toegangspoort. Vlakbij staat de Hervormde Kerk met nog herenbanken, de vaste plaatsen voor de adellijke bewoners van het stadje. Buiten de kerk is het graf van Gerrit Graaf Schimmelpenninck, de zoon van de raadspensionaris die ook een tijdje Minister van Financiën was. De bisschop van Utrecht, Johan van Diest, was rond 1300 landsheer van Overijssel. Omdat de huidige provincie Utrecht veelal Het Sticht werd genoemd, noemde men Overijssel het Oversticht. Hij had veel geld geïnvesteerd om heel Twente aan zijn bezit te kunnen toevoegen en voor het laatste deel, de heerlijkheid Diepenheim, was hij bereid extra diep in de buidel te tasten. Dat zou hem en Twente later behoorlijk opbreken, want de bisschop moest zelfs geld lenen bij zijn vijand, de graaf van Gelre, die dat maar wat graag deed, omdat hij daarbij speciale voorwaarden kon bedingen. Tot 1346 ging Twente dan ook gebukt onder de heerschappij van Gelre.

De nieuwe bisschop, Johan van Arkel, wist de schulden aan de Gelderse graaf echter in te lossen, maar in de jaren daarna bleef het toch onrustig aan de grens tussen Twente en Gelre. Met behulp en de instemming van de Overijsselse steden werd er een kastelein aangesteld in kasteel Diepenheim. Nog lange jaren bleef de bisschop zich echter bemoeien met de dagelijkse gang van zaken op het kasteel Diepenheim en bleef het huis daarom een twistappel in plaatselijke geschillen. Een min of meer normale situatie rond Huize Diepenheim ontstond pas in 1637, toen Hendrik Bentinck de bezitter van het kasteel werd. Hij was drost van Salland. Met de aankoop van Diepenheim had hij voor elk van zijn drie zonen een eigen huis weten te verwerven en verkreeg hij daarmee evenzoveel vertegenwoordigers in de Ridderschap van Overijssel. Hendrik Bentinck was dus wat je noemt een invloedrijk man. De Bentincks bleven eigenaren van Huize Diepenheim tot 1814. Toen werd het huis openbaar geveild. Het ging in de jaren die volgden van hand tot hand, tot het kasteel in 1925 in het bezit kwam van de familie De Vos van Steenwijk, die het huis nu nog bezit. Het huidige huis werd gebouwd in 1648. De gevelsteen met de wapens van Berend Bentinck en Anna van Bloemendaal herinnert hier nog aan.

Huize Warmelo (Diepenheim)
Huize Warmelo is omgeven door een krans van oude hoge bomen. Het is onder andere bekend geworden vanwege het feit dat Prinses Armgard, de moeder van Prins Bernhard, er haar laatste levensjaren van 1952 tot haar overlijden in 1971 doorbracht. Ze was toen 87 jaar. Haar kleinkinderen, de prinsesjes van Oranje, verbleven graag op Warmelo, dat ze toen ‘Het warme Loo’ noemden en Paleis Het Loo waar destijds grootmoeder Wilhelmina woonde: ‘Het koude Loo’. De tuinen rondom Warmelo kan men bezoeken en hebben eveneens bijgedragen tot de bekendheid van Warmelo.

Westerflier (Diepenheim)
Op dit landgoed ontspringt de Regge, die uiteindelijk uitmond in de Vecht. De havezate dateert uit 1729. De eigenaar was rijk geworden van de houthandel. De ligging aan de Schipbeek (Deventer-Twente) was strategisch. Joan van der Sluys liet het statige landhuis in 1729 bouwen op de fundamenten van het huis Westerflier, dat al in het jaar 1046 in de archieven voorkomt. Opvallend aan het huis zijn de vier sierlijk gewelfde kapellen met op het dak een klein 20ste-eeuws torentje. Het Westerflier lag in de Hanzetijd aan de Hessenweg tussen Deventer en Munster. Er werd tol geheven ten bate van het landgoed. De heffing is vervallen sinds de aanleg van het Twentekanaal, maar het tolhek en het tariefbord zijn er nog. Zo moest voor een wagen op vier wielen 10 cent betaald worden en voor een kar op twee wielen 5 cent. Voor dieren bedroeg het weggeld 1,5 cent. Rijtuigen van het koningshuis, postwagens, militairen in uniform, ziekenvervoer en lijkwagens waren overigens vrijgesteld van tol. In 1854 kwam het huis in handen van de familie Schimmelpenninck, die het grondig liet verbouwen. Deze familie woonde al vanaf 1799 op het Nijenhuis en richtte op het landgoed ook een jachthuis in, nu in gebruik als café-restaurant ‘De Viersprong’.

De Oosterhof (Rijssen)
Deze havezate dankt zijn huidige aanblik voor een groot gedeelte aan een grondige verbouwing in de 18e eeuw. De geschiedenis van het huis gaat echter veel verder terug. De Oosterhof wordt reeds genoemd in een verkoopakte uit 1334. De familie Coenen is de laatste adellijke familie die de Oosterhof heeft bewoont tot 1937. In 1960 wordt de Oosterhof met omliggende grond verkocht aan de Gemeente Rijssen, waarna de inmiddels erg bouwvallig geworden havezate wordt gerestaureerd. Vervolgens doet het gebouw dienst als opleidingscentrum voor kraamverzorgsters. Als in 1987 de Oosterhof weer leeg komt te staan besluit het gemeentebestuur van Rijssen de exploitatie van het gebouw in handen te geven van de speciaal daarvoor opgerichte Stichting Havezate de Oosterhof. Nu zijn er het Rijssen museum en het brandweer museum gevestigd.

De Kroezeboom en het ‘Heilige huussie’:
De Kroezeboom en het 'Heilige huussie'

De mist trekt op bij Singraven:
De mist trekt op bij Singraven

Kasteel Twickel was het meest indrukwekkend:
Kasteel Twickel was het meest indrukwekkend

Busje komt zo:
Busje komt zo

Er moest veel gewandeld worden om iets moois te zien:
Er moest veel gewandeld worden om iets moois te zien

Aandachtige belangstelling voor Het Weldam:
Aandachtige belangstelling voor Het Weldam

Niet alleen water bij watermolen Den Haller maar ook eten:
Niet alleen water bij watermolen Den Haller maar ook eten

Warmelo bekend vanwege Prinses Armgard:
Warmelo bekend vanwege Prinses Armgard

Hoe staan de meubeltjes in zo’n groot huis?
Hoe staan de meubeltjes in zo'n groot huis?

De Oosterhof in Rijssen sluitte de rij van bezienswaardigheden:
De Oosterhof in Rijssen sluitte de rij van bezienswaardigheden

tekst en foto’s: Harry Woertink

Bron: HKO97.nl

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.