19 maart 2014

Sporen van vroege bewoning in Ommen – Tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven (vroege bronstijd ca. 2000 – 1800 voor Chr.)

Categorie: Archeologie.    3.869 keer gelezen.

Op diverse plaatsen in Ommen zijn sporen van vroege bewoning gevonden. De aanwezigheid van prehistorische bewoners is in Stegeren nog in het landschap zichtbaar in de vorm van tientallen grafheuvels.

 Op de voorgrond het Tumuliveld “Calsum” in Hoogegraven.
Foto: Willem Bemboom

Deze grafheuvels dateren uit de late steentijd tot en met de ijzertijd. Ook zijn hier enkele grafcomplexen uit de Romeinse tijd gevonden. Het grootste terrein met minimaal 36 heuvels uit de ijzertijd staat in de volksmond bekend als Calsum, wat “dodenheem” betekent. Opmerkelijk genoeg zijn de oudste grafheuvels het grootst. Aanvankelijk werden de doden onder deze heuvels begraven (inhumaties). Later werden ze gecremeerd en in urnen bijgezet in grafvelden met veel kleinere heuveltjes en greppeltjes rondom, de zogenaamde urnenvelden. Het beeld is een beetje vertekend door plaggendekken. De grafheuvelgroep (tumuliveld) ligt op een van de vele zandlopervormige dekzandruggen langs het dal ven de Overijsselse Vecht (Stegerenseveld/Junner Koeland).

De heuvels behoren voor het grootste gedeelte tot de zgn. brandheuvels, welke dateren uit de late bronstijd. Zij bezitten geen kringgreppel; mobiele vondsten (artefacten) zijn praktisch niet aangetroffen. Het grafveld bestaat overwegend uit lage grafheuvels opgebouwd uit plaggen, die brandstapel- en crematieresten overdekken. In Duitsland komen ze ook voor de zgn. Scheiterhaufenhügel (brandstapelresten, in de vorm van grote hoeveelheden houtskool op het oude maaiveld). Hiertussen bevinden zich crematieresten. De grafheuvels vallen onder de Niederreinische Grabhügelkultur (late bronstijd/vroege ijzertijd).

De eerste grafheuvel in het Stegerenseveld is in 1929 opgegraven door F.C. Bursch van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) te Leiden (de eerste opgraving in Salland). Een jaar later onderzocht Prof. Dr. Van Giffen van het Biologisch-Archeologisch Instituut (BAI) te Groningen op nog geen kilometer afstand van de onderzoekslocatie van Bursch de grote grafheuvelgroep in het Stegerenseveld/ Junner Koeland. De gegevens van zijn opgraving zijn niet gepubliceerd. De plek wordt Hoogengraven – Calsum genoemd. Van Giffen had een contactpersoon in Ommen en dat was W. Veldsink, hoofd van de Christelijke landbouwschool. Veldsink was naast leraar een verwoed amateurarcheoloog.

De loop van de Vecht kan in hoofdlijnen in drie segmenten worden verdeeld, de bron ligt in de omgeving van Darfeld in Nordrhein Westfalen (de bovenloop). Boven Nordhorn vloeit de Vecht samen met de Dinkel en komt dan bij Gramsbergen ons land binnen (dit is de middenloop, die gekenmerkt wordt door een zeer sterke meandering). Het gebied stroomafwaarts van Dalfsen behoort tot de Vechtdelta met een waaiervormig patroon opgebouwd uit oude geulen en langgerekte zandruggen. Het dal wordt aan beide zijden begrensd door hoge dekzandruggen. Ten noorden van de Vecht zien we tijdens het atlanticum (van ca. 6000 v. Chr. tot 3000 v. Chr.) een hoogveengebied ontstaan. Ten zuiden van de Vecht zien we in die tijd meer zandverstuivingen en natte heidegebieden, venen en stuwwallen ontstaan.

 Het Tumuliveld in Hoogegraven is op de kaart rood gearceerd aangegeven. Met meer dan 40 inhumaties en crematies behoort het grafveld van Hoogengraven duidelijk tot de grotere exemplaren.
Afb.: Willem Bemboom

Het Tumuliveld (grafheuvelveld) in het Junner Koeland staat op de archeologische monumentenkaart vermeld als een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het terrein is eigendom van Staatsbosbeheer; er mag vrij gewandeld worden. In het Streekmuseum van Ommen is een antieke glasplaat uit 1930 aanwezig met daarop een foto van een grafheuvelopgraving. Bron: Van Giffen langs de Overijsselse Vecht. Onderzoek naar een vergeten tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven door R. van Beek, 2012.

Bron: Willem Bemboom (archeoloog) – 19 maart 2014

2 Reacties »

• • •

2 reacties »