12 augustus 2021

Willem Lampe neemt afscheid van NS

Categorie: Bekende personen, Harry Woertink.    467 keer gelezen.

OMMEN – Stukjes schrijven voor het Ommer Nieuws blijft hij nog doen, maar de NS is van hem af. Willem Lampe (62) ook bekend als Lampie heeft donderdag 12 augustus 2021 afscheid genomen bij de Nederlandse Spoorwegen.

 Willem Lampe neemt na 40 jaar afscheid van de NS
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Willem Lampe -> afscheid van NS

40 jaar
Veertig dienstjaren bij de Nederlandse Spoorwegen was voor Lampe lang genoeg. Na zijn laatste werkdag in Zwolle wachtte collega’s, sportvrienden en familie hem op bij het NS-station in zijn woonplaats Ommen. Dat bleef bij velen niet ongemerkt. Behalve spandoeken, toeters en vlaggen op het perron werd zijn afscheid ook in de trein door de conducteur aangekondigd. Bovendien stond hem op het station in Ommen een extra verrassing te wachten. Het oude wissel- en seinblok, waarop Lampe in 1981 is begonnen was voor hem klaargezet op het perron. Het museale ding belandde in 1987 in het streekmuseum toen de lijn Zwolle-Emmen geëlektrificeerd werd. Nieuwbouw van het streekmuseum staat het wisselblok in de weg. Daarom ontfermde molenaar Anton Wolters zich erover. Wolters was graag bereid om het blok voor het feestelijke afscheid van Lampe naar het NS-station te brengen. Lampe was beduusd door het grote gezelschap dat hem onthaalde.

Museum
Als oud sein- en loketmedewerker mocht Lampe nog even aan het sein- en wisselblok zitten. “Hoe was het ook alweer?” vroeg Lampe zich af. Na de vernieuwing van de spoorverbinding werd Lampe van Ommen naar Zwolle overgeplaatst en reisde daarom dagelijks met de trein. Om vrij te blijven van avond- en nachtwerk koos hij er voor om zich verdienstelijk te maken bij de afdeling logistiek, die verantwoordelijk is voor het rangeren van de treinen. De in Steenwijk geboren Willem Lampe ook bekend als “Lampie of “Klukluk” is in Ommen een bekend iemand dat hij vooral te danken heeft als columnist voor de weekkrant het Ommer Nieuws waarin hij schrijft over alle dingen van de dag, maar ook kritische noten niet achterwege laat. Ook voor de krant en de voetbal verzorgt Lampe sportberichten. Verder heeft hij als passie de hengelsport. Lees meer »

Reageren »

10 augustus 2021

2e toertocht voor uitsluitend Union bromfietsen

Categorie: Ni’jluusn van vrogger.    215 keer gelezen.

Op zaterdag 28 augustus 2021 organiseert het Palthehof Museum haar 2e toertocht voor uitsluitend Union bromfietsen.

 De 1e Union toertocht in 2019.
Foto: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger

20 jaar geleden, in 2001, is het faillissement uitgesproken van de toenmalige fietsenfabriek in Nieuwleusen. Deze fabriceerde ook bromfietsen met de vooruit strevende modellen zoals de Boomerang en Polaris, maar ook de Roulette met automaat. Van dit laatste model zijn er veel gefabriceerd voor de PTT postbezorging in Nederland.

De toertocht gaat door het mooie Vechtdal, waaronder de stuw bij Junne en de Lemelerberg. De tocht is ongeveer 65 km lang en onderweg is er tijd en gelegenheid om op te steken. Er wordt gestart vanaf het Museum, adres Westeinde 3 te Nieuwleusen om 11.00 uur. Het museum zelf is open vanaf 10.00 uur. Er is parkeergelegenheid op het plein bij de kerk.

Na de tocht is er ook gelegenheid om het museum te bezichtigen. We hebben hier de eerste in 1952 door de Union geproduceerd bromfiets staan die was uitgevoerd met een GMF (Gelderse motoren fabriek) Boy motorblokje. Aanmelden voor de toertocht kan via mail adres g.lubbers13@kpnplanet.nl of 0529 482458. Deelname aan deze tocht is geheel op eigen risico, de vereniging erkent geen enkele aansprakelijkheid.

Bron: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger – 10 augustus 2021

Reageren »

9 augustus 2021

Telefoonverkeer in Ommen en Vilsteren geautomatiseerd

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    373 keer gelezen.

Aan de repeterende woorden die de telefonisten telkens maakten van “U wordt gebeld door…” om een telefoongesprek door te verbinden kwam in Ommen en Vilsteren op 2 juli 1956 definitief een eind.

 Vervangend stationhoudster mejuffrouw Koggel van de ‘Boerenpost’ te Vilsteren. Boerenposten waren telefooncentrales die de aanvragen voor interlokaal verkeer uit de zeer kleine plattelandsgemeenten behandelden, vandaar de naam. De tarievenlijst hing binnen handbereik.
Foto: OudOmmen

Vanaf toen werd het telefoonverkeer voor het eerst geautomatiseerd. De bellers konden zelf de verbindingen tot stand brengen. Eerder kon dat alleen via tussenkomst van de telefoniste op het telefooncentrale van het postkantoor Zij bracht vervolgens de gewenste verbinding tot stand. Het netnummer van de automatische telefooncentrale werd 05291 en de abonneenummers veranderde van twee naar drie cijfers. Vilsteren had een zogeheten “Boerenpost” met een centrale die een capaciteit had van twintig aansluitingen. De gesprekken via de centrale kwamen tot stand door een verbindingssnoer aan te brengen tussen de uitgangen van twee abonneelijnen.

350 abonnees
Op die maandagmiddag precies één uur werden de ongeveer 350 telefoonabonnees in Ommen en Vilsteren op het automatische net aangesloten. Aan het Bergpad werd hiervoor een telefooncentrale gebouwd. De ingebruikname werd door de PTT feestelijk gevierd in hotel Stegeman, waarbij onder meer tegenwoordig waren burgemeester mr. C. P. van Reeuwijk, wethouder G. J. Seinen, secretaris E. J. Stoeten, gemeentearchitect S. Reinsma, de heren G. Bosscher en B. Terra voor de middenstandsvereniging, de heren B. H. G. Lubbers en J. Vosjan namens de abonnees en hoofden van diensten uit het telefoonbedrijf.

De directeur van het telefoondistrict Zwolle, ir. E. W. Ott, zei zich te kunnen voorstellen dat men in Ommen op de automatisering heeft zitten wachten. De P.T.T. kon echter niet anders door materiaal schaarste en andere factoren. De kosten van aansluiting bedroegen f 600.000; dit is ruim f 1700 per abonnee. In 1955 bedroegen de uitgaande interlokale gesprekken in Ommen 115.000. In 1956 verwacht men een aantal van 150.000. Het aantal lokale gesprekken bedroeg in 1955 175.000. Gedurende de zomermaanden wordt ongeveer 20 procent meer getelefoneerd dan in de andere maanden, zo was berekend.

Eerst denken dan doen
De telefoondistrictsdirecteur verzocht, over de hoofden van de aanwezigen heen, de abonnees om toch vooral eerst te denken en dan pas te doen. Laat men eerst rustig de eerste bladzijden met aanwijzingen in de telefoongids lezen en laat men minder fouten maken. Weet ook waarover men wil spreken en zeg het zakelijk en kort. Het aantal door de telefonisten in 1955 afgewikkelde interlokale en internationale gesprekken bedroeg ongeveer 289.000 dit is gemiddeld per werkdag 1100. Dit betekent dat, met de lokale gesprekken erbij gerekend, de telefonisten per dag elk 350 gesprekken tot stand brachten.

Burgemeester Van Reeuwijk wenste in zijn toespraak de PTT veel geluk met het werk en bracht een woord van hulde aan de telefonistes, onder leiding van mejuffrouw B. van Elburg, en in Vilsteren de dames Niemeyer en Koggel, die met onuitputtelijk geduld al die jaren de telefooncentrale hebben bediend. Wij zullen nu de aangename stemmen der dames moeten missen, maar ook de mensen die halsstarrig verkeerd bellen. Lees meer »

Reageren »

7 augustus 2021

Ommer tijdschrift De Darde Klokke op weg naar jubileum: 200ste nummer

Categorie: Boeken & Tijdschriften, De Darde Klokke, Harry Woertink.    296 keer gelezen.

OMMEN – Het historisch tijdschrift De Darde Klokke werkt op dit moment aan het tweehonderdste nummer. De uitgevers van het Ommer kwartaalblad zijn trots op deze mijlpaal. Het jubileumnummer 200 rolt eind deze maand van de pers en vervolgens ook in de brievenbus van de abonnees.

 Met spanning wordt het pulsen, waarmee de firma Dijks en Steen is begonnen, naar de “darde klokke” gevolgd.
Foto: OudOmmen
Zie ook de albums “De Darde Klokke” en “Tijdschrift De Darde Klokke

Nieuwe start
In 1971 is een nieuwe start gemaakt met de uitgave van De Darde Klokke. Vanaf toen is ook een begin gemaakt met de nummering van de bladen. Het eerste exemplaar van dit tijdschrift verscheen al in 1954, maar hield in 1962 op te bestaan. Dieks Makkinga (1919-1995) was het die in 1971 op eigen houtje het initiatief nam om De Darde Klokke weer nieuw even in te blazen. En met succes, tot aan vandaag de dag zorgt het tijdschrift om de drie maanden voor de verslaglegging van de geschiedenis van Ommen en omstreken, gezien vanuit de ogen en oren van diverse Ommer en Ommenaren. “We prijzen ons gelukkig met een groot abonneebestand dat ons tijdschrift weten te waarderen”, aldus Albert van der Vegt, penningmeester van de stichting De Darde Klokke. “Daarnaast kunnen we telkens een beroep doen op onze trouwe adverteerders. Dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat De Darde Klokke voor de kostprijs aangeboden kan worden.

Historie
Hoe komt men aan de naam De Darde Klokke? De historie van Ommen vertelt ons dat er ooit drie koperen luidklokken hebben gehangen in het klokkenhuis van de (Hervormde) kerk in de Brugstraat. In het Rampjaar 1672 is een van deze klokken gestolen door soldaten uit het Münsterland onder leiding van de bisschop van Münster. Het is ze echter niet gelukt de zware luidklok mee te nemen. De soldaten kwamen niet verder dan de haven. Het verhaal vertelt verder dat de zware koperen klok over boord is geslagen, in het water terecht kwam – van wat nu Burggraven wordt genoemd – en op de bodem ligt van een vroegere rivierarm van de Vecht. Vanaf het ontstaan van dit Ommer historisch tijdschrift wordt de ‘derde klok’ weer symbolisch geluid met de naam “De Darde Klokke”, de naam dus van dit tijdschrift geschreven in het Ommer dialect. Lees meer »

Reageren »

3 augustus 2021

Reis naar de oorsprong van de Vecht (2)

Categorie: Harry Woertink.    340 keer gelezen.

De Gemienschop van Oll Ommer maakte op 19 mei 1954 een reisje naar de bronnen van de Vecht in Duitsland. Onder de deelnemers ook Herman Wigbels voor het Ommer Nieuwsblad. Dit is deel 2 van zijn verslag voor het Ommer Nieuwsblad.

 Het prachtige middeleeuwse altaar-drieluik in de kerk van Schöppingen, verhalend alle episoden van het lijden van Christus. Dit schoonste werk van de onbekende schilder leeft voort in de geschiedenis als de Schöppinger Meister en van wiens hand alleen nog in Keulen een werk te vinden is, want het grote stuk in Berlijn is bij de laatste oorlog verbrand.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “1954 – Reis naar de oorsprong van de Vecht

Schöppingen
In ons eerste artikel vertelden wij van de reis naar Schöppingen en de aanbieding van een foto aan de Duitse gastheren. In Schöppingen vertelde Pfarrer Krasbutter op interessante wijze in platduuts iets van de geschiedenis van de kerk en de plaats zelf. Onder Lodewijk de Vrome in 838 was Schöppingen als een plaatsje en iets van die oude tijden waait nog steeds door de kruinen der bomen en spreekt nog uit de stenen der kerk. Van een heidense offerplaats maakte Sankt Brictius er een Christengemeente van. Uit de offersteen groeide een houten kerk, later herbouwd in Romaanse stijl. Veranderingen en uitbreidingen schonken de kerk daarbij nog een vroeg- en laatgotisch uiterlijk. In de kerk, waar zich allen verzamelden, verhaalde de Pfarrer bijzonderheden over de geschiedenis van het interieur en zijn stem werd gloedvol toen hij kon vertellen over het prachtige middeleeuwse altaar-drieluik dat de dag tevoren teruggekomen was van een 30.000 guldens eisende restauratie. Het prijkte reeds weer boven het altaar in al zijn mystieke middeleeuwse schoonheid, verhalend alle episoden van het lijden van Christus. Vol bewondering bekeken allen dit schoonste werk van de onbekende schilder, die voortleeft in de geschiedenis als de Schöppinger Meister en van wiens hand alleen nog in Keulen een werk te vinden is, want het grote stuk in Berlijn is bij de laatste oorlog verbrand.

Na nog een laatste blik geworpen te hebben op de kleine Vecht waarin de vrouwen hun was zaten te spoelen en welk stroompje nooit bevriest, hoe wonderlijk het ook moge klinken, werd verder gereden naar Eggenrode. Behalve de Pfarrer gingen de Schöppinger autoriteiten mee om het contact met Scholten Berend tot stand te brengen. Van een wonderlijke schoonheid was hier het landschap. Puur de lucht, zacht de kleuren, fris en vredig, zorgeloos mooi de landerijen. Vanaf de Schöppingerberg, 157 meter, had men een prachtig panorama aan alle zijden. Als een groene lappendeken in vele tinten vertoonde zich het opschietende zaaisel tegen de heuvelflanken, overal doorbroken met het tere wit van de bloeiende bongerds en doorsneden met het wit van de fruitbomen die hier allerwegen langs de straten geplant zijn. Lees meer »

Reageren »

31 juli 2021

Reis naar de oorsprong van de Vecht (1)

Categorie: Harry Woertink.    511 keer gelezen.

De Gemienschop van Oll Ommer maakte op 19 mei 1954 een reisje naar de bronnen van de Vecht in Duitsland. In Schöppingen vloeit het water van de Vecht onder het altaar van de oude Romaanse kerk. De mensen zagen het water hier uit de muur stromen.

 1954. De eerste brug over de Vecht in Duitsland: een houten stellage met een vloertje van misschien 1 meter breed. Veel meer dan een slootje is de mooie Vecht van Ommen hier nog niet.
Foto: OudOmmen
Zie archiefnummer WB0004 voor vergroting met namen van personen.

De geboorteplaats van de mooie Vecht genoot grote belangstelling bij de bezoekers. Onder hen ook Herman Wigbels die voor het Ommer Nieuwsblad verslag deed van de tocht. Dit is deel 1 van zijn verslag voor het Ommer Nieuwsblad.

Ontdekking
Tussen half 9 op de morgen van de 19e mei (1954) en half 9 ’s avonds van dezelfde dag ligt de “ontdekking” van de bronnen der Vecht door 130 Ommer, die met groeiende belangstelling kennis maakten met de dorpjes en stadjes, de natuur en de mensen van het idyllische Westfaalse land, waar doorheen een kleine en bescheiden Vecht voort kronkelt naar het niet minder schone Sallandse land, waar de volle trotse schoonheid van de rivier een stempel op het landschap en op de mensen heeft gedrukt.

In Schöppingen en Eggerode moge men platduuts spreken en hier Ommers; daar moge de streek doordrenkt zijn met katholieke vroomheid en hier met een evenwel sprekende Protestantse zin en geest; één ding hebben de bewoners van deze plaatsen gemeen: hun liefde voor het volkseigene, voor de streek, voor de Vecht vooral. Dezelfde warme begeestering voor deze lieftallige Vechtstroom was te beluisteren in de woorden van de voorzitter van Oll Ommer, de heer Hurink, en in de woorden van Amtdirektor Kröger, Pfarrer Krasbutter en de ongekroonde burgemeester Scholten Berend van Eggerode.

Band gegroeid
In die 12 uren gevuld met een wederzijdse spontane hartelijkheid, gevuld met prachtige vergezichten in het Westfaalse land, met bezoeken van de schoonste burchten van het Munsterland en korte verblijven in de ring van stadjes en dorpjes, in die korte tijd is er ineens een band gegroeid die mogelijk voert tot een ander en nauwer contact tussen de streek waar de Vecht begint en de streek waar haar grootste schoonheid bereikt wordt. Dat vooral is de geestelijke winst van deze dag, zo vol van de mooiste indrukken.

Vol verwachting klopt ons hart. In dat zinnetje ligt opgesloten hetgeen 130 deelnemers aan de tocht naar de oorsprong van de Vecht gevoelden, toe zij woensdagmorgen in alle vroegte door het Sallandse en Twentse landschap reden. Door de majesteitgelijke schoonheid van de meimorgen zoefden 3 bussen (1 van Lambers touringcarbedrijf en 2 van Meinderink Beerzerveld) en de 2 luxe auto’s (in een ervan burgemeester Van Reeuwijk) voort naar de Duitse grens. In Hellendoorn werd Johanna van Buren, de dialectdichteres en in Wierden de Westfaalse bard Hulsbekke aan boord genomen. Lees meer »

2 Reacties »

24 juli 2021

Veel bezoekers en unieke fietsen voor Historisch Rijwielmuseum Ommen

Categorie: Harry Woertink, Musea.    493 keer gelezen.

OMMEN – De vakantiedrukte in Ommen zorgt ook voor veel drukte in het Historisch Rijwielmuseum in Ommen. Direct na elke openstelling is het komen en gaan van belangstellenden die graag een kijkje willen nemen in het museum aan de Brugstraat waar eerder de Hema was gevestigd.

V.l.n.r.: Arie Broekmaat, Johan Overweg en Maarten Waarlé bij de hoge bi uit 1885 waar het museum erg blij mee is.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “2021 – Fietsmuseum Ommen

Zo werd deze week op zo maar een zomerse dag maar liefst 159 bezoekers geteld. “Het museum is een schot in de roos. Het is elke dag raak. We zitten in bijna twee maanden aan bijna tweeduizend bezoekers”, zegt Arie Broekmaat van het museum. “De bezoekers vinden het allemaal heel interessant. Vaak ook komt een mooi gesprek op gang met de mensen over de fietsen van vroeger”.

Nieuwe aanwinsten
De interesse voor het museum is ook de aandacht van verzamelaars van oude fietsen niet ontgaan. Opnieuw kon het museum aan de Brugstraat “nieuwe” aanwinsten in ontvangst nemen van mensen die hun historische fietsen graag aan een breed publiek laten zien. Zo kreeg het museum zaterdag een hoge bi, een fiets met een heel groot voorwiel en een heel klein achterwiel uit 1885. Verder een replica van houten loopfiets (Draisine, Duitslands) uit 1817 en een handbike uit Antwerpen, die met de hand te bedienen is en als invalidenbakfiets dienst heeft gedaan

Oudste fiets van het museum
De hoge bi is afkomstig van Maarten Waarlé uit Waalre, verzamelaar en kenner van historische fietsen die zijn vélocipède persoonlijk in Ommen kwam afleveren. Het is ook de oudste fiets die in het museum te zien is. Het museum is dan ook heel blij met deze fiets. De houten fiets is een exact nagebouwd exemplaar van de in 1817 door Karl Freiherr von Drais in Duitsland uitgevonden loopfiets. Hoewel loopfietsen al langer bestonden, was de draisine de eerste met een stuurmechanisme. De houten fiets is gemaakt door een groepje enthousiastelingen uit Den Ham die daar ook bij het jaarlijkse Historisch Schouwspel zijn betrokken. De handbike komt uit Antwerpen en is gerestaureerd door Arie Broekmaat, de techneut van het museum. De activiteiten van het fietsmuseum zijn ondergebracht in de stichting Historisch Rijwielmuseum Ommen. Meer dan 120 historische fietsen staan er uitgestald. Bijzonder is ook de collectie van verzamelaar Johan Overweg uit Ommen. In het museum zijn looproutes aangebracht en moet de anderhalve meter in acht genomen worden.

De openingstijden van het Historisch Rijwielmuseum Ommen zijn: dinsdag van 11 uur tot 17 uur; woensdag tot en met vrijdag van 13 uur tot 17 uur; zaterdag van 11 uur tot 17 uur. Website: www.fietsmuseumommen.nl

Bron: Harry Woertink – 24 juli 2021

Reageren »

19 juli 2021

Krijgt gevelsteen met het alliantiewapen Friesendorp-Walraven weer een eigen plek?

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink.    502 keer gelezen.

Keert de zandstenen gevelsteen van Friesendorp-Walraven weer terug zodat een stukje geschiedenis voor de komende generaties bewaard blijft?

Met deze vraag zitten niet alleen enkele Ommenaren onder aanvoering van molenaar Anton Wolters, maar ook nazaten van de familie Friesendorp. Zij hebben zich daarom tot het gemeentebestuur van Ommen gewend. Hun wens is om de bijna drie eeuwenoude gevelsteen met de alliantiewapens van Friesendorp en Walraven terug te plaatsen in de buurt waar het ooit heeft gestaan. Gedacht wordt aan de plek van de oude HEMA-locatie.

Afbeelding van “een oud huis te Ommen”, vóór de restauratie in 1938, in het jaarverslag 1939 van Het Oversticht.
Zie ook het album “Gevelsteen met alliantiewapen Friesendorp-Walraven

Wijken voor aanleg weg
Het door de familie Friesendorp gebouwd pand in de Brugstraat in Ommen moest in 1969 wijken voor de aanleg van een autoweg over de Markt en de aanleg van een nieuwe brug over de Vecht. Gelukkig zijn bij de sloop de gevelstenen bewaard gebleven. Met financiële steun van de provincie is toen de gevelsteen verworden tot een rustieke zitbank op het terrein van het Streekmuseum. Daarmee bleef een stuk cultuurhistorisch erfgoed bewaard. Echter, de gevelsteen ligt nu in opslag omdat er door de nieuwbouw van het museum geen plek meer is voor deze tastbare herinnering aan vervlogen tijden en mensen. De Friesendorp ’s hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Ommen. Maar liefst vier van hen waren burgemeester van Ommen. Daarom is het goed dat de gedachte aan de Friesendorp’s met het behoud van de gevelsteen levendig wordt gehouden.

Friesendorp
Het pand aan de Brugstaat (vroeger nummers 3 en 4) is in 1694 gebouwd door Hendrik Friesendorp die in 1680 schepen was en in 1694 burgemeester. Na zijn overlijden kwam het in het bezit van zijn zoon Gerrit en later door vererving werd kleinzoon Egbert Friesendorp (1718-1784) eigenaar. Laatstgenoemde was commies ter recherche der konvooien en licenten, later koopman, importeur van wol, schepen en burgemeester van Ommen (1748-1784). Toen Egbert trouwde met Anna Lucretia Walraven werd de alliantie van het echtpaar vereeuwigd met het plaatsen van een wapen in de gevel van hun huis. Het ging om drie Bentheimer zandstenen: de grote met het alliantiewapen en twee kleinere hoekstenen. Ze zijn als grove blokken over de Vecht aangevoerd en wellicht gemaakt op de bouwplek door een Duits rondtrekkende steenhouwer.

Weer zichtbaar
In 1898 werd het pand gekocht door bakker Gerhard Stevens voor een winkel-woonhuis. De oorspronkelijk oude gevel was reeds door vroegere verbouwing geschonden. Maar gelukkig vond in 1939 een restauratie plaats met behoud van de topgevel toen bakker Gerrit Jan Stevens het pand had overgenomen van zijn vader. Bij de verbouwing liet de gemeente zich bijstaan door de schoonheidscommissie van “Het Oversticht”. De grote zandstenen gevelstukken werden toen voor het eerst weer zichtbaar. Het bleek dat ze behoorlijk waren aantast door de tand des tijds.

Lees meer »

2 Reacties »

15 juli 2021

De burgemeesters van Ommen

Categorie: Bekende personen, Harry Woertink.    377 keer gelezen.

Tot vóór 1811 werd Ommen bestuurd door ‘burgemeesteren’ en ‘gemeentslieden’. De burgemeesteren bestond uit vier schepenen en vier raden. Het aantal gemeentslieden was acht.

 Foto uit 2013 van 6 oud burgemeesters, met van links naar rechts: Ter Avest, Elfers, Knoppers, Ahne, Kobes en Kok (periode 1974 – 2015).
Zie ook de albums “Burgemeesters” en “Familiewapens Ommer burgemeesters”.

De gemeentslieden bezaten hun ambt levenslang, zoals ook de secretaris. Jaarlijks werden de burgemeesteren verkozen. Tijdens de Franse republiek (1795 – 1813) werd een nieuwe bestuursorganisatie ingevoerd. Door Keizer Napoleon werd in 1811 voor de stad en kerspel Ommen aangesteld Johannes Amama Chevallerau. Naast hem waren er twee wethouders. Deze bestuursvorm bleef bestaan tot 1818. Toen werd de maire Ommen gesplitst in de gemeenten Avereest, Stad-Ommen en Ambt-Ommen met aanstelling van ieder een eigen burgemeester. Vanaf 1848 was er één burgemeester voor zowel Stad- als Ambt-Ommen. Op 23 mei 1923 werden Stad-Ommen en Ambt Ommen samengevoegd tot de gemeente Ommen.

De burgemeesters op rij
Stad- en Ambt-Ommen:
1811 – 1818: Johannes Amama Chevallerau.

In 1818 werd de gemeente Ommen gesplitst in de gemeenten Avereest, Stad-Ommen en Ambt-Ommen.
Stad-Ommen:
1818 – 1829: mr. Willem Arnold van Laer;
1829 – 1843: Hendrik Jansen Smit;
1844 – 1845: Jhr. Albert Sandberg;
1845 – 1848: mr. Gijsbert Lucas Geerlig Baron van Fridagh.

Ambt-Ommen: 1818 – 1832:
Johannes Amama Chevallerau;
1833 – 1838: mr. J.H.Dikkers;
1838 – 1848: Jhr. Albert Sandberg. Lees meer »

Reageren »

14 juli 2021

Canon van de Ommer: Cornelis Edzard Warmold Nering Bögel (15)

Categorie: Canon van de Ommer, Oude gebruiken & tradities.    280 keer gelezen.

In deze canon aandacht voor Cornelis Edzard Warmold Nering Bögel (1887-1964). De heer Nering Bögel werd in 1916 benoemd tot burgemeester van zowel Stad-Ommen als Ambt-Ommen.

 Cornelis Edzard Warmold Nering Bögel in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “15. Cornelis Edzard Warmold Nering Bögel”, de verzamelplek voor alles over Cornelis Edzard Warmold Nering Bögel.

Op 1 mei 1923 werden de gemeenten Stad- en Ambt-Ommen tot één gemeente verenigd en werd de heer Nering Bögel benoemd tot burgemeester van de gemeente Ommen en vervulde deze functie tot 1952. Nering Bögel was dus in Ommen maar liefst 36 jaar burgemeester. Als eerbetoon is een straat naar hem vernoemd evenals een fraaie zitbank op landgoed Het Laar. Op 12 april 1917 trouwde de nieuwbakken burgemeester met Henriette Catherina Barones van Zuylen van Nyevelt. Tijdens leven van het echtpaar hebben zij gewoond in de als “Houtvesterswoning” omschreven witte villa aan de Stationsweg 14 in Ommen. Deze villa is omstreeks 1915 in opdracht van baron van Pallandt gebouwd als woning voor de houtvester van het Landgoed Eerde en Het Laar.

Natuurliefhebber
Burgemeester Cornelis Nering Bögel was een unieke man maar ook een echte aristocraat die weinig tegenspraak duldde. Toch heeft hij veel voor Ommen betekend. Als groot natuurliefhebber heeft Nering Bögel immer op de bres gestaan voor het behoud van natuur. Dankzij hem kwam de gemeente Ommen in het bezit van het landgoed Het Laar, waardoor dit voor slopershanden werd bewaard en een prachtig stuk natuurschoon werd behouden. Op zijn initiatief besloot de gemeenteraad tot aankoop van een groot complex heidegrond in Stegeren en Varsen, samen 160 hectare, bestemd voor werkverruiming, welke gronden vervolgens werden bebost. Onder zijn leiding werd het gemeente bezit het Ommerbos, groot 80 hectare belangrijk verbeterd. Groot voorstander was Nering Bögel van de bevordering van het esthetisch schoon van gebouwen en heeft na vele jaren van voorbereiding gedaan weten te krijgen dat de raad een uitbreidingsplan vaststelde voor de gehele gemeente. Tijdens zijn ambtsperiode verkreeg de gemeente van wijlen F. E. Baron Mulert bij testamentaire beschikking de eigendom van het landhuis “Piet Hein”, met kapitaal, dat toen als rusthuis werd geëxploiteerd.

Als burgemeester zorgde hij ook voor een eigen opwekkingsbedrijf voor elektrische stroom, naderhand omgezet in een distributiebedrijf en aangesloten bij de N.V. IJsselcentrale, verbouw en nieuwbouw van zeven openbare scholen, aanleg van harde wegen door de buurtschappen Dalmsholte en Vinkenbuurt, aanleg van de rondweg Julianastraat en bouw van een nieuwe Vechtbrug, verbouw van het gemeentehuis, verbouw perceel Kruisstraat voor kantoor van de gemeenteontvanger en het GEB en lokaliteit voor de vaktekenschool, bouw van een eierhal (tevens gymnastieklokaal), aanleg van rijwielpaden en verbetering van zandwegen. Voorts werden straten in de kom gemoderniseerd en verdwenen de zogeheten kinderhoofdjes in de straten, terwijl nagenoeg de gehele kom van een riolering werd voorzien. Verder zorgde hij voor de modernisering van de brandweer. Ook gedurende de oorlogsjaren bleef Nering Bögel in functie, jaren die voor de burgemeester niet gemakkelijk waren. Naast zijn burgemeesterschap heeft hij nog in velerlei opzichten de gemeenschap kunnen dienen. Als consul van de ANWB heeft hij de belangen der wandel- en ruitersport steeds behartigd. Verder was de burgemeester erelid van de Gemienschop van Oll Ommer.

Ridder
In 1952 nam Cornelis Nering Bögel na een bijna 36-jarige ambtsperiode op feestelijke wijze afscheid als burgemeester van de gemeente Ommen. In de toneelzaal van De Zon had zich iedereen verzameld die op enige wijze bij het werk van de gemeente betrokken waren. Een volkomen verrassing was de komst van de Commissaris der Koningin die Nering Bögel kon meedelen dat de scheidende burgemeester was benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau en hem deze onderscheiding persoonlijk op de borst spelde. Leden van de Ommer verenigingen namen met een indrukwekkend défilé afscheid van Nering Bögel. Na zijn pensionering was Nering Bogel was de eerste voorzitter van de in 1952 opgerichte Stichting Oudheidkamer Ommen. Lees meer »

Reageren »