10 januari 2021

Kasteel Eerde als roofriddernest schrik van de hele streek

Categorie: Harry Woertink, Kastelen & Havezates.    261 keer gelezen.

Kasteel Eerde maakte ééns deel uit van de vele roofriddernesten van Overijssel en was de schrik van de hele streek. Zo wordt de geschiedenis van kasteel Eerde omschreven.

 Eén van de wandversieringen op kasteel Eerde, met het kasteel op de achtergrond.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Kasteel Eerde”.

De vroegste historische bronnen die over het landgoed Eerde of Irthe verhalen, zijn die uit de 13e eeuw. Daarin wordt gesproken van een vrije, „heilige hoeve” van de abdij van Essen. Zo’n vrije hoeve, ook wel opperhof of stamhof genaamd, was een zelfstandig en onafhankelijk landgoed, dat bij de oorspronkelijke vestiging van de Saksers in dit gewest opkwam en zijn ontstaan dankte aan een van de edelen uit die volksstam. De opperhof werd omringd door de hoeven, die bewoners hofhorig waren aan de hofheer. Eerde maakte dus aanvankelijk van de stamhof van een edelen Saxer uit, die het gebied voerde over de „op de gemeene erven of hoeven gevestigde hofhoorigen”. Toen het Christendom hier allengs doordrong, stelde de hofheer zijn vrije hoeve op vrome wijze onder de bescherming van het geestelijk gesticht van Essen, die daarvoor in ruil heel wat verplichtingen oplegde.

Evert’s hoeve
Bij de naam “Hoeve” heeft men een andere vermoeden dan dat hier sprake van is. In de 14e eeuw was deze hoeve zó sterk gemaakt door zijn eigenaar Evert van Essen, dat er van gesproken wordt als van een kasteel van steen en van hout, waarop de eigenaar „allen wilden verbeyden, die tot hem komen mogten”. Deze Evert van Essen doopte zijn sterkte Kasteel Eerde en ging weldra over tot het „aan zich trekken” van vele bosschen en van de landlieden van Salland, die aan den bisschop van Utrecht toebehoorden. En hij deed zoveel “onbescheid” in Salland, beide aan steden en landlieden, dat grote klachten aan de bisschop kwamen. Deze sloot daarop een overeenkomst met de steden Zwolle en Deventer, riep de hulp in van de heren van Egmond en IJsselstein en Jonkheer van Arkel en trok met vele ridders en knechten over de IJssel om Evert’s hoeve te belegeren. Men gebruikte hierbij een grote blijde (katapult), die tegelijk 1300 pond stenen wierp en voorts steenbussen en alles waarmee men maar werpen en schieten kon. Doch het houten huis kon niet worden vernietigd, zelfs niet beschadigd, want de stenen stieten daar weder af, alsof zij ballen waren geweest, wijl de stijlen en balken zo dik waren als molenstanders en dicht bij elkaar stonden. Maar zij wierpen het steenwerk geheel in stukken. Na 25 dagen belegeren, ziende dat geen ontzet komen zou, moesten de bewoners het kasteel wel overgeven. Dit geschiedde en de bisschop wilde het kasteel omver halen, maar het houtwerk was zó sterk, dat het niet te slopen was. Toen stak men er de brand in en het brandde een maand lang. Lees meer »

Reageren »

10 januari 2021

Ommen in brandpunt belangstelling dankzij baron van Pallandt van Eerde

Categorie: Harry Woertink, Kastelen & Havezates.    294 keer gelezen.

Ommen stond in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw volop in de belangstelling.

 In een kamp aan de voet van de Besthmenerberg werden bijeenkomsten gehouden van de Theosofische Vereniging “De Orde van de Ster in het Oosten”. Foto van de wereldleraar.
Foto: OudOmmen

Die plotselinge bekendheid van toen is te danken aan het landgoed Eerde of beter gezegd aan Philip Dirk baron van Pallandt van Eerde (1889-1979), de jonge erfgenaam van dit prachtige goed die de “Orde van de ster in het Oosten” naar Ommen haalde. Een geschiedschrijver hierover in 1926: “Dit vriendelijke doch vrij onbeteekende stadje, gelegen aan den rechteroever van het riviertje de Vecht, tusschen Zwolle en onze oostelijke grens, is plotseling bij een groot aantal landgenooten in het brandpunt der belangstelling komen te staan. Het kan wonderlijk lopen. Overigens is het plaatsje niet gehéél zonder betekenis; het heeft namelijk een belangwekkende geschiedenis. Sommige schrijvers van de middeleeuwen sprekend, plaatsen het gradueel na Zwolle, Deventer en Kampen. Gesticht door de domheeren van Utrecht, welke voor legerdoeleinden een zogeheten Veerstal aan de Vecht lieten zetten, waarna niet minder dan een Bisschopshof en een kerk volgden — deze laatste in de 12e eeuw— heeft het plaatsje Ommen of Ummen, in de 13e eeuw tot stad verheven, door bisschop Otto III, eeuwen lang als het ware in de knel gezeten tusschen de voortdurend twistende partijen der Utrechtsche bisschoppen eenerzijds en anderzijds de vele oproerige vazallen van dezen streek en elders, de heeren van Eerde (van Essen) van Rechteren, Coevorden, Voorst, Gelder enz. Het werd afwisselend geplunderd, gebrandmerkt en tot 3 maal toe op de kerk na tot den grond afgebrand en moest aldus zijn stadsprivilegiën wel heel duur betalen.

Later waren het de Spanjaarden, die het de handen vol werk gaven en in 1665 was Ommen het middelpunt van de krijgsverrichtingen van den bisschop van Munster tegen de Ver. Nederlanden, terwijl het voorts nog lang daarna van de onrust in het land ruim zijn deel kreeg.” De schrijver vervolgt: “Uit dit veel bewogen verleden heeft het stadje uiterlijk althans weinig overgehouden. Uit de ligging, dicht aan het riviertje, uit de kromme straten en stegen, en de met zeer oude bomen begroeide singels of wallen, proeft men nog iets middeleeuws, iets van verdedigbaarheid. Doch behalve het raadhuis, uit de 18e eeuw daterend, de reeds genoemde kerk en „Hof”, het oude domein van den bisschop, thans een boerenerf, en de z.g. Ommerschans, is er verder niets dat uiterlijk het gewone dorpse karakter aan het plaatsje ontneemt.

Orde van de ster in het Oosten
De aanleiding van de bekendheid voor Ommen: “Wanneer we de feiten nader bezien heeft Ommen die plotselinge bekendheid van thans eigenlijk te danken aan het landgoed Eerde, beter gezegd aan Baron van Pallandt, de jonge erfgenaam van dit prachtige goed of nóg beter gezegd aan de Orde van de ster in het Oosten, welker leden, zooals thans bekend mag worden veronderstelt, de komst verwachten van een nieuwen wereldleeraar. Lees meer »

Reageren »

10 januari 2021

OVC’21 viert 100 jaar bestaan als oudste Ommer sportvereniging (1)

Categorie: Harry Woertink, Jubilea.    344 keer gelezen.

Voetbalvereniging OVC’21 viert dit jaar haar 100 jaar bestaan. Deze serie gaat over de historie van Ommens oudste sportvereniging.

 Het Kampioenselftal ‘Ommen’ seizoen 1940-1941.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s (en namen) het album “OVC (Ommer Voetbalclub ’21)”.

Opgericht op 19 april 1921 begon de Ommer Voetbal Club (OVC) met 26 leden. Als beschermheer van de club werd Baron Philip Dirk baron van Pallandt van Eerde aangezocht. Het eerste veld voor de Ommer voetballers werd gevonden aan de Zeesserweg op De Stekkenkamp. Een jaar later werd er gevoetbald aan de Zwolseweg tussen Meijerink en Ada’s Hoeve en in 1923 verhuisde OVC naar de Paardeweide op landgoed Het Laar. In 1929 kreeg OVC de beschikking over een veld gelegen schuin tegenover Huize Het Laar, waar tegenwoordig de Kinderboerderij onderdak vindt. OVC voetbalde hier tot 1976. Toen werd de overstap gemaakt naar een nieuw sportpark met de naam De Rotbrink aan de Balkerweg. Vervolgens werd in 2008 verhuisd naar het huidige sportpark Westbroek. Bijna elk lustrum haalde de voetbalvereniging wel de krant. We beginnen met een (komisch) artikel uit de krant van 1956 wanneer OVC het 35 jaar bestaan viert:

Zevenklappers om midvoor af te schrikken
Op donderdag 19 april 1956 is het precies 35 jaar geleden, dat in de muziektent op de Markt enige jongelui bijeenkwamen te weten H.C.H. Lokin, Joh. Fikkert, G. Veurink, W. Gort en anderen welke overgingen tot oprichting van de voetbalvereniging OVC, waarvan de officiële naam later Ommen werd. Van de oprichters is alleen de heer H. C. H. Lokin nog actief, die al die jaren het secretariaat verzorgde. Met 26 leden werd gestart. Een stuk land aan de Zeesserweg, gehuurd van Jacob van der Boon, werd als voetbalveld ingericht. Twee jaar later stelde baron Van Pallandt gratis een terrein beschikbaar aan de Zwolseweg. De eerste officiële wedstrijden werden gespeeld tegen padvinderscombinaties uit Groningen en Bloemendaal. Later kwam Hardenberg met de scherpschutter Vinke en Balkbrug met de bekende Hoeben op bezoek. Dikke nederlagen waren het resultaat. Desondanks groeide het ledental en moest naar een ander terrein worden omgezien. Lees meer »

Reageren »

22 december 2020

Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (3)

Categorie: Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    417 keer gelezen.

Het Historisch Museum in Ommen wordt vernieuwd. Eerder bekend als “Oudheidkamer” en “Streekmuseum” opent het Historisch Museum in het voorjaar van 2021. In de aanloop naar de ingebruikname een reeks artikelen over de historie.

Gedeputeerde J. Thomas betreedt als eerste samen met burgemeester C.P. van Reeuwijk het nieuwe Tolhuis onderdeel van de Oudheidkamer. Midden met hoed een blije Oudheidkamer-secretaris Gerrit Steen.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2020/2021 – Uitbreiding Streekmuseum”.

De Stichting Oudheidkamer ging officieel van start in 1952 in het oude postkantoor aan de Kruisstraat. In 1963 kon de Oudheidkamer voor het eerst een eigen onderkomen openen in de zaagloods van de koren- en houtzaagmolen aan Den Oord. In 1969 werd de expositieruimte uitgebreid met een voormalig Tolhuis, die eerder aan de Hammerweg had gestaan. Een mooie uitbreiding van de expositieruimte was er ook in 1988. Vanaf dat moment ging de “Oudheidkamer” verder onder de naam “Streekmuseum”.

Uitbreiding expositieruimte
Toen de Oudheidkamer in 1963 de deur van het museum voor het eerst opende was er direct ook de wens voor uitbreiding van expositieruimte. Naast de molen zou een bouwwerk moeten komen in de vorm van een gesloopt oud Saksisch boerderijtje afkomstig buiten de gemeente Ommen en aan de Oudheidkamer aangeboden. Het bestuur van de Oudheidkamer had het plan een “Saksisch centrum” rondom de molen te creëren. Het werd echter geen boerderijtje, maar een oud tolhuis uit de buurtschap Besthmen. Begin zestiger jaren van de vorige eeuw werd de Hammerweg onder Besthmen verbreed. Het daar staande tolhuis stond in de weg en moest verdwijnen samen met de fraaie kastanjebomen eromheen. De typische bouw van het huis met ramen voor uitzicht naar beide zijden van de weg, deed de provinciale waterstaat besluiten te trachten het tolhuisje te behouden. De afbraak in 1963 werd aangeboden aan de gemeente Ommen. Door de dienst gemeentewerken werd vóór de afbraak alles in tekening gebracht. Vervolgens werd het tolhuis steen voor steen afgebroken en overgebracht naar het terrein van de Oudheidkamer.

Lees meer »

Reageren »

19 december 2020

Krentenwegge met boter voor de Gemienschop van Oll Ommer

Categorie: Gemienschop van 0ll Ommer, Harry Woertink.    320 keer gelezen.

De leden van de historische vereniging “Gemienschop van Oll Ommer” zijn deze week door het bestuur op een hele originele wijze verrast met een eindejaarsattentie.

 Krentewegge met boter voor de Gemienschop van Oll Ommer.
Foto: Harry Woertink

Voor alle 330 leden werd een krentewegge aan huis bezorgd compleet met roomboter en een wenskaart met een gedicht in de streektaal. In het gedicht wordt het waarom van het krentenbrood duidelijk gemaakt: het afgelopen jaar geen verenigingsactiviteiten zoals de optocht met broodzwaantjes op stok of het eiertikken op Paasmaandag. Het bestuur geeft aan de leden niet vergeten te zijn. Ook wordt vooruitgelopen op het nieuwe jaar waarbij de hoop wordt uitgesproken dat de “anderhalve meter” weer voorbij mag zijn. Daarnaast wordt een kwikslag gemaakt naar 2021 wanneer de Gemienschop van Oll Ommer haar 70-jarig bestaan hoopt te vieren. “Dan drinken we er samen één op!”, aldus het bestuur.

Gedicht in de streektaal van de Gemienschop van Oll Ommer

Beste Oll Ommer,
Deur corona kats op ’n biester,
narigheid en völle gezeur.
Van zwaantie op ‘stökkie tot eiertikk’n,
Alles stuund stille, niks gunk d’r deur. Lees meer »

Reageren »

12 december 2020

Fietsmuseum Ommen gesloten in afwachting nieuwe expositieruimte

Categorie: Harry Woertink, Musea.    217 keer gelezen.

OMMEN – Het fietsmuseum aan de Brugstraat in Ommen is sinds deze week gesloten. Het pand krijgt een nieuwe bestemming en moest deze maand worden verlaten.

 Vrijwilligers van het Fietsmuseum bezig met het overbrengen van de fietsen naar een tijdelijke opslag.
Foto: Harry Woertink

De meer dan 100 historische fietsen zijn in tijdelijke opslag gegaan, in de hoop spoedig weer een nieuwe expositieruimte te vinden. Als het aan het Fietsmuseum ligt wordt er snel vervangende ruimte gevonden want de belangstelling voor oude fietsen is groot.

Appartementen
“We hebben drie jaar gebruik kunnen maken van dit pand, maar de winkel is verkocht in afwachting van de bouw van appartementen. Daarom moeten we er uit”, zegt Anton Wolters, één van de initiatiefnemers van het fietsmuseum. “Dat was ook de afspraak met de familie Hurink van wie we het winkelpand mochten gebruiken”. Sinds de zomer van 2017 was in het winkelpand dat eerder leegstond, in het winkelcentrum van Ommen, een grote collectie fietsen te bezichtigen, van historisch tot bak-, werk- en toerfietsen. Ook fietsverzamelobjecten waren er tentoongesteld evenals een collectie historische kleding. Zaterdag is door een leger van vrijwilligers het pand leeggehaald. De fietsen gaan in tijdelijke opslag.

Museum mag niet verloren gaan
Als het aan het bestuur van het fietsmuseum ligt gaat het museum niet verloren. “We hebben afgelopen zomer 8.000 bezoekers geteld. Veel was door de corona gesloten, maar bij ons kon men wel terecht, uiteraard met inachtneming van de coronaregels. Wat zou het mooi zijn om volgend jaar zomer weer ergens te kunnen openen. Ik heb er alle vertrouwen in.”, aldus Anton Wolters. Secretaris Dineke Broekmaat: “Toen ik deze week enkele betrokkenen vertelde dat we gingen sluiten, vloeiden er tranen van verdriet. Dat kan niet. Ik heb erbij verteld dat het hopelijk voor kort is”. Wolters: “Er staan pandjes genoeg leeg. Zou mooi zijn dat iemand ruimte aanbiedt, zodat de fietsen niet te lang in opslag hoeven, maar weer getoond kunnen worden”.

Bron: Harry Woertink – 12 december 2020

Reageren »

9 december 2020

Canon van de Ommer: Dieks Makkinga (8)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    834 keer gelezen.

De geboren en getogen Ommer Hendrikus (Dieks) Makkinga (4-11-1919 – 24-1-1995) was oprichter en grote inspirator van het historisch tijdschrift “De Darde Klokke”.

 Dieks Makkinga in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “08. Dieks Makkinga”, de verzamelplek voor alles over Dieks Makkinga.

Het werk dat Dieks met zoveel inzet en liefde deed voor de “Darde Klokke” is nog steeds een aansporing voor de huidige makers van het blad.

Plat Proat
Dieks had een grote liefde voor de eigen streektaal. Als dialectschrijver was hij zeker geen onbekende. In het “Nieuws uit Ommen” vulde hij sinds 1984 wekelijkse zijn rubriek “Platproat” waar hij de dingen van de dag aan de vork stak, maar ook onrecht of misstanden niet uit de weg ging. Het doen of laten in het gemeentehuis was vaak voor hem een geliefd onderwerp. Dieks had de gave om zijn gedachten op een mooie wijze in zijn eigen streektaal op papier te zetten. Van zijn hand verschenen vele gedichten en streekverhalen in het dialect. Een groot ideaal dat hij koesterde was, dat ook zij, die het dialect niet beheersten, het konden lezen of spreken. Dieks was iemand die met grote toewijding en met een opmerkelijk goed humeur, de dingen deed. Ook was hij iemand die de gave en ook de wil had om aan te pakken en door te zetten. Dieks is jarenlang schoen- en zadelmaker geweest. Hij had een eigen werkplaats aan de Gasthuisstraat waar hij ook met zijn gezin woonde. In zijn jonge jaren ambieerde hij een baan bij de buitendienst van gemeentewerken hetgeen hij tot zijn pensionering heeft vol gehouden. In zijn leven heeft Dieks Makkinga heel wat meegemaakt, mooie maar ook trieste gebeurtenissen.

Betrokken
Makkinga voelde zich zeer betrokken bij het wel en wee van de gemeente en de regio en trad regelmatig op als actievoerder als hij meende dat het historisch besef te veel naar de achtergrond verdween. Voor regionale kranten en omroep was hij ook een vaak gevraagde gast. In 1955 was Dieks Makkinga oprichter van het comité “Ien Nedersaksen” met als doel een verenigd Saksenland én om de Drentse vrijheidsstrijd bij Ane te herdenken. Hij wist steeds meer historici en andere belangstellenden te interesseren voor de Slag bij Ane. Vooral omdat de veldslag van grote historische betekenis is en ook in navolging van de Friezen die elk jaar stil staan om de Slag bij Warns (1345). Dieks was van mening dat ook in Ane een monument moest komen. Er werden financiële acties opgezet, waarbij de schooljeugd uit Ommen in 1957 de eerste aanstoot gaf met een inzamelactie die 350 guldens opbracht.

Slag bij Ane
In 1961 werd onder leiding van de schoenmaker uit Ommen de eerste herdenking gehouden in het dorpshuis van Gramsbergen. Ook alle jaren daarna kwamen op de laatste zaterdag in juli belangstellenden bijeen voor de herdenking van de Slag bij Ane. Echter, een monument was er nog steeds niet. Makkinga gaf niet op maar zette door. Zo wist hij een stukje grond aan te kopen in Ane waar het monument zou moeten komen. In 1966 werden hier de eerste zwerfkeien geplaatst als aanzet voor een herinneringsmonument. Op 29 juli 1967 was het zover dat een eenvoudig uit grote en kleinere stenen bestaand herinneringsmonument kon worden onthuld. Op een van de gedenkstenen is de volgende tekst gebeiteld: “Slag bij Ane, 28 juli 1227. Deze dag was het treffen tussen de bisschop van Utrecht Otto van Lippe met diens leger en de Drenten onder leiding van Rudolf van Coevorden.”, gevolgd door de namen van de initiatiefnemers van het monument: H. Makkinga, F.J. Schuurman, ds. H. van Lunzen en A. Regeling. Lees meer »

Reageren »

3 december 2020

Historisch Museum Ommen nadert voltooiing

Categorie: CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    396 keer gelezen.

OMMEN – De bouw van het nieuwe Historisch Museum Ommen is in volle gang.

 De laatste hand wordt gelegd aan het Historisch Museum in Ommen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2020/2021 – Uitbreiding Streekmuseum”.

De buitenkant is af en momenteel wordt binnen gewerkt zoals het plaatsen van de wanden, aanleg elektra en verwarming. Zoals het er nu naar uit ziet zal de bouw eind januari 2021 gereed zijn. Vervolgens is het de beurt aan de verfkwast en als laatste wordt de vloer gelegd. In het voorjaar krijgt het voorterrein een opknapbeurt.

Het Streekmuseum en de historische vereniging CCO zitten straks onder één dak bij molen Den Oord. In het nieuwe cultuur historisch centrum wordt tevens een toeristisch informatie punt (TIP) gevestigd. Het bestuur van het CCO is druk bezig om een nieuwe website samen te stellen. Drie kernpunten komen naar voren: het Historisch Museum, het TIP en de historische archieven van het CCO. De homepage van de website staat het stadswapen van Ommen met de heilige Sint Brigida gestoken in een modern jasje.

Acties
Om het financieel gat in de begroting van het nieuwe onderkomen te dichten organiseert het bestuur van het CCO de komende tijd een aantal acties. De eerste actie is de verkoop van stapelstoelen voor de filmzaal. Na de jaarwisseling komt een nieuw fotoboek te koop met foto’s vanaf de jaren 50 naast die van de huidige situatie, zodat te zien is hoe Ommen in de loop der jaren is veranderd en soms ook bijna niet.

Bron: Harry Woertink – 3 december 2020

Reageren »

1 december 2020

Ommer strijkje, Vecht en Regge en wethouder Petter onderwerpen in nieuwste De Darde Klokke

Categorie: De Darde Klokke, Harry Woertink.    697 keer gelezen.

OMMEN – In het jongste nummer van het Ommer historisch tijdschrift “De Darde Klokke” (nummer 197) wordt een bijna vergeten deel van de Ommer historie belicht.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (197).

Het gaat om het “Ommer strijkje”. In het begin van de twintigste eeuw schieten kleine orkestjes als paddenstoelen uit de grond. Het repertoire van deze orkestjes bestaat grotendeels uit populaire, lichtklassieke werken. Ommen blijft niet achter, want in 1924 wordt het Ommer Strijkje opgericht. Als later ook muzikanten met een blaasinstrument toetreden wordt het Ommer Strijkje omgedoopt in “Ommer Symphonie”. Ze zijn regelmatig te zien en te horen voor de liefhebbers. Bij het feest ter gelegenheid van het veertigjarig ambtsjubileum van dokter C.J. Warnsinck op 1 november 1930 ontbreken ze evenmin. In de feestelijk ingerichte zaal van Hotel De Zon gaan de voetjes van de vloer. Het Ommer Strijkje en de Ommer Symphonie waren zo’n tien jaar lang erg populair en voor de ontwikkeling van de muziekcultuur in Ommen een aanwinst.

Vecht en Regge
In de jongste uitgave van de Darde Klokke verder aandacht voor Vecht en Regge. Ommen is gezegend met deze twee rivieren die zich als zilveren linten een weg banen door het landschap. Ze boden gelegenheid om met zompen, schepen met een platte bodem vanwege de geringe diepte van de Vecht en de Regge, goederen over het water te vervoeren. Zwolle was daarbij een belangrijke doorvoorhaven door het stapelrecht uit 1438, die bepaalde dat alle goederen uit Duitsland die via de Vecht werden vervoerd in Zwolle op de markt moesten worden gebracht.

Wethouder Petter
Ook in de Darde Klokke een verhaal over Klaas Petter uit de Ommer buurtschap Emsland. Hij was boer, raadslid en 23 jaar wethouder. Klaas Petter (1870-1946) was een van de eerste bewoners van de weg in het Emsland, die sinds 1 juli 1959 ‘Wethouder Petterweg’ wordt genoemd. In 1917 werd Petter raadslid voor de Anti-Revolutionaire Partij (AR of ARP) in Stad-Ommen. In 1919 wordt Petter naast raadslid voor het eerst gekozen tot wethouder naast wethouder Gerrit Paarhuis (1861-1956), die deze functie al sinds 1899 bekleedde in Stad-Ommen. De heren kregen een ‘jaarwedde’ van tweehonderd gulden. Als in 1923 Stad- en Ambt-Ommen samengevoegd worden tot een gemeente Ommen werd Klaas Petter opnieuw gekozen tot wethouder. In de nieuwste uitgave ook een lijst met namen van de Ommer Indiëgangers die tussen 1945 tot 1949 naar ‘Indië’ – het huidige Indonesië – zijn gestuurd om daar ‘orde en vrede’ te brengen. Abonnees van de kwartaaluitgave van De Darde Klokke krijgen het tijdschrift thuis toegestuurd. Losse nummers van De Darde Klokke zijn te koop bij Read Shop aan de Kruisstraat 3 in Ommen.

Bron: Harry Woertink – 1 december 2020

Reageren »

29 november 2020

Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (2)

Categorie: CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    861 keer gelezen.

Het Historisch Museum in Ommen wordt vernieuwd. Eerder bekend als “Oudheidkamer” en “Streekmuseum” opent het Historisch Museum in het voorjaar van 2021. In de aanloop naar de ingebruikname een reeks artikelen over de historie.

 Interieur van de Oudheidkamer.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2020/2021 – Uitbreiding Streekmuseum”.

In 1952 kan de juist opgerichte stichting Oudheidkamer Ommen de bovenzaal van het oude postkantoor aan de Kruisstraat in gebruik nemen voor het houden van een eerste (foto)expositie. Al spoedig gloort er licht aan de horizon voor een vaste expositieruimte. Het stichtingsbestuur heeft samen met de gemeente de pijlen gericht op molen Den Oord. Deze zeskantige stellingmolen met het bouwjaar 1824 had oorspronkelijke de functie van zaagmolen. Naast de molen lag daarom een kolk waarin de bomen werden “gewaterd” vóór ze gezaagd werden tot planken.

De molen kon in 1955 door de gemeente Ommen worden aangekocht van Hendrik- en Gerridina Oldeman. De molen was weliswaar zwaar afgetakeld, maar als de gemeente de molen koopt en restaureert is niet alleen de molen gered maar komt er ook een mooie tentoonstellingsruimte beschikbaar. De gemeenteraad wordt dan ook een plan voor herstel en restauratie voorgelegd met tevens de bedoeling om de oude zaagloods in oude luister te herstellen en deze vervolgens in te richten als oudheidkamer.

Natuurhistorisch museum
Als de tijd verstrijkt gaan er ook stemmen op tot oprichting van een Natuurhistorisch museum. De Gemienschop van Oll Ommer neemt het initiatief om een commissie in het leven te roepen om de mogelijkheden te onderzoeken. In de commissie nemen zitting de heren W.Veldsink, H. Stolmeijer, H. Wigbels en Fr. Van Elburg. Al snel vinden de historici en de natuurliefhebbers elkaar en gaan zich gezamenlijk inzetten voor een expositieruimte met oude voorwerpen en zeldzame opgezette dieren uit de streek. Als in 1962 de natuurliefhebbers een gebouwtje aan de Koesteeg krijgen aangeboden van Baron van Pallandt van Eerde starten zij daar een “Natuur-historisch diorama” met opgezette vogels en dieren, een stenenverzameling en een collectie vlinders.

Subsidies
Intussen worden door het bestuur van de Oudheidkamer subsidies aangeboord bij de provincie voor de aankoop van onder anderen een arrensleetje, een spinnenwiel, letterdoeken, een kabinet en een rol oud linnen. Ook aanvragen voor vitrines en ander expositiemateriaal voor de nieuwe tentoonstellingsruimte worden gehonoreerd. Ommenaren worden opgeroepen bijzondere voorwerpen af te staan. Zo wordt een oude weversspoel ingebracht, een aanschuiver van weefgetouw en een oude ellemaat. Oudheidkamer-secretaris Gerrit Steen is er druk mee. Lees meer »

Reageren »