6 maart 2018

Ekkelenkamp Ommen viert 80-jarig bestaan

Categorie: Harry Woertink.    788 keer gelezen.

OMMEN – Restaurant en IJssalon Ekkelenkamp in Ommen bestaat 80 jaar. Dit jubileum wordt deze maand gevierd.

 Ekkelenkamp Ommen in 1957 (links) met op de gevel: ‘Lunchroom – IJs – Banket’.
Foto: OudOmmen

Bijna iedereen heeft wel eens een softijsje geproefd van deze bekende zaak aan de Stationsweg 1 in Ommen. Bij zomerweer staan de ijsliefhebbers in de rij bij een van de ijskiosken aan de zuidkant van de Vechtbrug. Inmiddels is restaurant Ekkelenkamp in handen van de derde generatie Ekkelenkamp.

Restaurant Ekkelenkamp werd in 1938 opgericht door B. Ekkelenkamp. Begonnen werd als bakkersbedrijf met brood en banket. Midden jaren vijftig van de vorige eeuw is Ekkelenkamp gestopt met broodbakken. Vanaf toen is men zich meer gaan richten op patisserie en met een ijssalon gestart. De zaak was toen ook bekend als banketbakkerij en lunchroom B. Ekkelenkamp. In 1960 kwam de eerste softijsmachine in de zaak. Het softijs van IJssalon Ekkelenkamp staat nog steeds goed bekend in de wijde omgeving.

In 1976 nam de tweede generatie W. Ekkelenkamp het bedrijf over. Daaruit is de uitbreiding van de Lunchroom & Petit restaurant ontstaan. Van oudsher wordt het gebak in eigen patisserie gemaakt. Sinds jaar en dag is er nog steeds een groot assortiment, voor bij de koffie of om mee te nemen. In januari 2011 is de zaak totaal verbouwd en is de derde generatie aangetreden om dit geweldige familie bedrijf voort te zetten. Ook is daarbij de naam veranderd in “Ekkelenkamp Lunch-Diner-Patisserie”. Een sfeervolle koffiezaak en eetgelegenheid met een gemoedelijke sfeer.

Bron: Harry Woertink – 6 maart 2018

Reageren »

4 maart 2018

Ommen. Lang geleden (3)

Categorie: Harry Woertink.    567 keer gelezen.

Op het platteland was de onderlinge hulp groot: het “Noaberschap”. Bij een bruiloft kwamen de noabers in actie.

 Een voorbeeld van een saksische boerderij in Beerze.
Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Reeds voor de trouwdag is men begonnen met het houden van visites. De vrouwen komen de uitzet van de bruid bewonderen, tevens wordt maar vast een aanvang genomen met het uitspreken van gelukwensen en goede raadgevingen, onder het genot van een kopje koffie en een glaasje. Op de huwelijksdag belasten de buurtbewoners zich met de zorg voor de trouwkoets. De bruid wordt van huis gehaald, er wordt flink gegeten en gedronken, en dan begeeft de stoet zich naar het gemeentehuis en de Kerk. Na de inzegening wordt weer het een en ander gebruikt in een cafeetje langs de weg en dan rijdt men terug naar de buurtschap.
Nog een belangrijker dag in het leven der buurtbewoners is die van een begrafenis. Ook nu worden allen weer ingeschakeld voor hulp. Als de man overleden is, wordt direct door de naaste buren het bericht verspreid in de buurtschap en medegedeeld aan de familieleden van de overledene, die elders wonen, terwijl een ander er voor zorgt, dat het bericht in de stad aan belanghebbenden wordt verteld. Dikwijls werd tijdens deze dagen het werk op de boerderij gedaan door de buren, zodat dus de gezinsleden zich hierover geen zorgen behoefden te maken.

Nog op de dag van sterven wordt het lijk ontkleed en dan komt het linnengoed, dat reeds vanaf de trouwdag ongebruikt in de kast gelegen heeft, te voorschijn om als doodsgewaad te dienen. De kist is door de buurtbewoners van zwaar eikenhout gemaakt. Enkele dagen later vindt de begrafenis plaats. Op deze dag worden stoelen en tafels aangesjouwd uit de hele buurt. De naaste familie met de predikant komen in ’t voorhuis te zitten en de verre bloedverwanten met de buren in het achterhuis. De buurvrouwen hebben samen gezorgd voor brood, koffie, suiker, boter, kopjes en messen. Zij zijn druk in de weer om de gasten goed te verzorgen. In de keuken zien we alleen witte en blauwe kopjes, maar op de deel zijn er van allerlei kleuren. Natuurlijk wordt er over de dode niet anders dan veel goeds verteld. In de kamer wordt fluisterend gesproken, daar staat het lijk opgebaard. Heel anders is dat in het achterhuis, waar zelfs gelachen wordt. Is de maaltijd beëindigd, dan spant de naaste buur zijn paard voor de boerenwagen en wacht achter het huis. Op de deel wordt de kist nog een keer geopend en met een laatste blik wordt van de dode afscheid genomen. Lees meer »

Reageren »

27 februari 2018

Streekmuseum Ommen opent nieuw seizoen

Categorie: Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    449 keer gelezen.

OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen is vanaf 1 maart weer open. Na een korte winterstop start het museum een nieuw (toeristen)seizoen.

 Veel belangstelling voor de thema-expositie over de buurtschappen Varsen en Witharen in het Ommer Streekmuseum.
Foto: CCO
Zie voor meer foto’s het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum”.

Het publiek is er welkom tot eind april middags en vanaf 1 mei de hele dag. Gedurende de maand maart is ook de thema expositie te bezichtigen over de Ommer buurtschappen Varsen en Witharen. De collectie van bijzonder materiaal over de historie van beide buurtschappen was al eerder voor de buurtbewoners zelf in het museum tentoongesteld.

Goed seizoen
De afgelopen maanden is de wintersluiting aangegrepen voor onderhoud, schoonmaak en het toevoegen van enkele nieuwe voorwerpen. Zo is het museum in het bezit gekomen van een unieke antieke koets, die in het tolhuis staat opgesteld. Terugkijkend op het afgelopen seizoen constateert museumbeheerder Harold Dokter een toename van het aantal bezoekers vergeleken met het jaar daarvoor. “We zijn best tevreden over het aantal bezoekers in 2017. Ook zien we dat scholen het museum graag komen bezoeken en grote gezelschappen hebben een bezoek aan ons museum op het programma staan”, aldus Dokter.

Een groep van 30 vrijwilligers runt het museum en leiden graag bezoekers rond in het museum met exposities over streekklederdrachten, huistafereeltjes uit vervlogen tijden en een oud schoolklasje. Een brandspuit uit eind 1800 en een oud uurwerk uit de oudste kerk van Ommen zijn zo maar enkele voorwerpen die er tentoongesteld zijn. De nog werkende windmolen is van binnen te bezichtigen en in het tolhuis zijn enkele werkplaatsen ingericht met historische ambachten. Lees meer »

1 Reactie »

26 februari 2018

Ommen. Lang geleden (2)

Categorie: Harry Woertink.    298 keer gelezen.

De gemeente Ommen is ontstaan uit de nederzetting van die naam aan de Vecht. Daar waar het bisschoppelijk veer gelegen was en ook een aantal oude Marke-nederzettingen langs Vecht en Regge.

 Fragment uit het archief van de Gemeente Ommen met informatie over (de inwoners van) Ommen in 1815.

Stad en Ambt hoorden economisch-geografisch bijeen. Zeer duidelijk blijkt dat uit de telling die in 1795 werd gehouden. De stad werd volgens deze telling toen grotendeels bewoond door winkeliers, ambachtslieden en andere personen buiten de landbouw staande. Zo vond men er behalve de schout, de notaris en enige andere notabelen 10 kleermakers, 8 timmerlieden, 6 kooplieden in paarden en vee, 5 bakkers, 5 kasteleins, 4 schoenmakers, 2 kooplieden in huiden, 5 metselaars, 2 molenaars, 1 barbier, 1 koopman in garen en band, 2 kooplieden in koffie en thee e.d., 2 smeden, 3 wevers, 7 spinners en spinsters, 5 slagers, 2 klompenmakers, 2 kooplieden in laken en wol, 1 koopman in granen, 1 kuiper, 1 grutter, 1 naaister, 1 horlogemaker en nog enige andere handelaren en winkeliers. Een rijk gevarieerde middenstand dus.

Agrarisch
Op 31 December 1930 telde de gemeente Ommen 8176 inwoners terwijl de oppervlakte cultuurgrond 7851 hectare bedroeg. Wanneer men als criterium voor een agrarische gemeente aanneemt, dat wanneer 40% of meer van de beroepsbevolking tot de agrariërs behoort sprake is van agrarisch, dan kan voor Ommen met 65,8 % van de totale beroepsbevolking in de landbouw niet anders gesteld worden dan dat Ommen toen een agrarische gemeente was. In 1930 bestond de helft van alle winkels, 51 van de 101, uit kruidenierswinkels en bakkerijen, waarvan 19 kruidenierswinkels – tevens bakkerijen. Daar in vergelijking met andere agrarische gemeenten Ommen weinig winkels heeft, zijn de omzetten niet laag. De drie grootste bakkers verbakten ongeveer 15-20 baaltjes per week, dat wil zeggen zoveel als beschouwd kan worden een goede norm te zijn voor een renderend bedrijf. De andere bakkerijen blijven onder deze norm: 12 baaltjes is dan al een behoorlijke omzet. Daar echter de meeste bakkerijen tevens kruidenierswinkel waren kon een niet onaanzienlijk hogere geldomzet bereikt worden dan uit de broodbakkerij alleen.

In dit verband kan er op gewezen worden, dat de levensmiddelenwinkels in Stad-Ommen niet onbelangrijke voordelen hadden van het vreemdelingenverkeer. Het Padvinderskamp, dat gedurende 3 maanden in Ommen werd gehouden nam grote hoeveelheden kruidenierswaren en brood af. Het Sterkamp, dat een tiental dagen duurde, had ook massale leveranties nodig. In een korte periode werden dan zeer goede zaken gedaan. Ook had Ommen al vroeg een filiaal van Albert Heyn. Lees meer »

Reageren »

22 februari 2018

Vroegere kerk diende als onderdak voor de NSB

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink.    466 keer gelezen.

Er is meer bekend over het gebruik van het kerkgebouw aan het Molenpad nadat het niet meer als kerk dienst deed.

 De vroegere Christelijk Gereformeerde kerk in Ommen.
Foto: Cultuurhistorisch Centrum Ommen

Zoals vermeld in het artikel “Een kerkje aan het Molenpad in Ommen” was het van korte duur dat hier kerkdiensten werden gehouden van de Christelijk Gereformeerde kerk. In de oorlogsjaren (1940-1945) is het pand gekocht door de plaatselijke groepsleider van de NSB (Nationaal Socialistische Beweging). Zo kon het gebouw eind maart 1942 in gebruik genomen worden als groepshuis van de NSB.

Daarbij ging het om de Weerbaarheidsafdeling (WA), de NSB-vrouwen (NSVO) en de Jeugdstorm. “Opdat de kameraadschapsband onderling steeds meer zou worden versterkt en men steeds meer geschikt zal worden om de nationaal-socialistische beginselen in leer en leven uit te dragen”, schreef de krant van toen over de opening, die ook wist te melden dat de inventaris en verbouwing 400 guldens hebben gekost.

De officiële ingebruikneming vond feestelijk plaats met toespraken van plaatselijke leiders, die stelden blij te zijn met het nieuwe groepshuis, vooral ook omdat bij plaatselijke lokaalverhuurders veel “laster en tegenwerking” werd ondervonden bij het huren van lokaliteiten. Na een muzikaal en vocaal intermezzo en koffie met gevulde koek werd een eenpansmaaltijd genuttigd, die bestond uit heerlijke erwtensoep. Voor het nodige „er in” hadden enkele agrariërs gezorgd.

Bron: Harry Woertink – 22 februari 2018

Reageren »

20 februari 2018

‘Speelgoed Schatten’ – Een nieuwe expositie van het Nationaal Tinnen Figuren Museum

Categorie: Musea.    321 keer gelezen.

Van 10 maart t/m 29 oktober 2018 organiseert het Nationaal Tinnen Figuren Museum, Markt 1 in Ommen, een speciale tentoonstelling rondom volplastische loden speelgoedfiguren.

 Openingstijden in 2018: Van zaterdag 10 maart t/m zondag 25 maart in de weekenden. Daarna, vanaf zaterdag 31 maart, dagelijks (behalve ’s maandags). Dinsdag t/m zaterdag van 11:00 – 17:00 uur en zondag van 13:00 – 17:00 uur.

Afbeelding: Nationaal Tinnen Figuren Museum
Zie voor meer afbeeldingen het album “Nationaal Tinnen Figuren Museum”.

Vanaf 1870 kwamen deze nieuwe, mooiere en grotere speelgoedfiguren op de markt. Een lust voor het oog en met thema’s die toen ieders verbeelding te boven gingen; de geïdealiseerde sprookjesachtige beelden van de geschiedenis, van de koloniale wereld en natuurlijk ook van soldaten. Een serie van deze figuren kostte met gemak enkele maandlonen van een arbeider. Er zijn verhalen bekend van kinderen die elke kerst een doos loden speelgoedfiguren kregen, maar die er nooit mee mochten spelen. Hun figuren stonden opgesteld in een soort thuismuseum. Dergelijke schatten kunnen nu op veilingen fenomenale bedragen opbrengen.

De Franse firma C.B.G. Mignot, de Duitse speelgoedfabriek Georg Heyde & Co en het Engelse Britains waren de belangrijkste producenten. Zij zonden hun figuren de hele wereld over. De werkplaatsen van Heyde zijn tijdens de bombardementen van Dresden in 1945 geheel vernield. Hen lukte het niet om na de oorlog weer opnieuw te beginnen. C.B.G. Mignot en Britains dreigden aan het eind van de 19de eeuw ook ten onder te gaan. Maar verzamelaars namen die bedrijven over en produceren nu nog steeds in de geest van de stichters van die bedrijven. Deze tentoonstelling is mogelijk gemaakt door een grote bruikleen van verzamelaar Jan Veenendaal, aangevuld met eigen collectiestukken van het museum. Lees meer »

Reageren »

20 februari 2018

Olympische ringen bij museumboerderij Herman Herbert in Oud-Bergentheim

Categorie: Hardenberg, Harry Woertink, Musea.    223 keer gelezen.

OUD-BERGENTHEIM – “We hebben hier elke dag Olympische Spelen”, glundert Herman Herbert, wijzend op de 5 ringen in zijn museumboerderij “Ik heb het nog nooit ergens anders gezien”.

 Vijf ringen van strohakselaars symboliseren in het museum van Herman Herbert de Olympische Spelen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Oud Bergentheim – Museumboerderij Herbert

Herbert (65) verzameld als hobby alles was los en vast zit en exposeert deze spullen in en om zijn boerderij aan de Mollinksweg 5 in de buurtschap Oud-Bergentheim, gelegen tussen Mariënberg en Hardenberg. Vijf oude strohakselaars in een van de schuren van zijn museum vormen de vijf ringen van de Olympische Spelen waar ze een vast onderdeel zijn van de internationale sportmanifestatie. Oude schaatsen en ski’s in het museum completeren de gedachten van de Winterspelen in Zuid-Korea.

Niet ver
De mensen hoeven niet ver weg te gaan. We zitten om de hoek met ons museum. Met voor iedereen wat”, aldus Herbert. Als het mooi weer is staan de deuren van zijn museum open voor bezoekers. Wie eenmaal binnen is raakt niet uitgekeken op de allerhande spulletjes uit vroegere tijden. “Of er ook spulletjes te koop zijn?”. Herbert lacht en zegt hoofdschuddend: “Neen. In dit museum is niets te koop! Ik vind het veel te mooi om het aan iedereen te laten zien”. Het museum heeft zo’n 6.000 voorwerpen. Behalve twee tot de nok gevulde schuren met oude spullen, variërend van televisies en radio’s, typmachines, autopeds, bromfietsen, gereedschappen is ook het boerenerf gevuld met oude landbouwmachines.

De mensen die hier komen vinden het prachtig.” Herbert laat het gastenboek zien. “Indrukwekkend” tot “Niet te geloven wat een verzameling” zijn enkele inspirerende teksten van tevreden bezoekers. “Ik vind het mooi om markten af te gaan om te kijken of er wat voor mij bij is. Ook verkopingen mocht ik altijd graag bezoeken”, aldus Herbert die de bezoekers graag rondleidt in zijn museum. Rijk wordt de gepensioneerde portier van Wavin er niet van: bezoekers mogen een vrijwillige bijdrage deponeren in een bus en dat wordt weer besteed aan een goed doel.

Bron: Harry Woertink – 20 februari 2018

Reageren »

17 februari 2018

Ommen. Lang geleden (1)

Categorie: Harry Woertink.    316 keer gelezen.

Over Ommen, maar dan lang geleden. In meerdere edities geschiedenis over (oud) Ommen.

Op 1 maart 1811, toen Nederland onder Frans bestuur kwam (1795-1813) werden naar Frans voorbeeld de gemeenten gevormd. De indeling en de taak van de gemeenteraden werd bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 vastgelegd. De Préfet des Bouches de l’Yssel had op 28 maart 1811 een maire (burgemeester), een adjunct-maire en een conseil municipal (gemeenteraad) benoemd. Ook andere wijzigingen in de Franse Tijd zijn van blijvende betekenis geweest, zoals de invoering van de Burgerlijke Stand en de verplichting een vaste achternaam aan te nemen.

 Oudste zegel van de stad Ommen, hangende aan een akte van 1336.

Stad-Ommen en het Kerspel of Schoutambt Ommen werden in 1811 tot één gemeente verenigd. De stad telde destijds 734 inwoners en het ambt 2118 inwoners. De beide delen der nieuw gevormde eenheid verschilden ongetwijfeld van karakter. Volgens de toenmalige begrippen droeg de nederzetting Ommen inderdaad het stempel van een stad. Stadsrechten had zij al in 1248 verkregen van de bisschop Otto III, die daarmee ongetwijfeld ook beoogde de overtocht over de Vecht behoorlijk te beschermen. Oudtijds was de stad ook ommuurd. Ommen behoorde tot de kleine steden van Overijssel. Het stedelijk karakter van Ommen kwam ook tot uiting in de beroepsstructuur. Men vond er een keur van neringdoenden en handwerkslieden, terwijl het aantal waarvan het hoofdberoep landbouwer was, zeer gering kon worden genoemd. Het Ambt-Ommen daarentegen droeg een volledig agrarisch karakter. Men vond er boerderijen, een enkele herberg, geen winkels. Een timmerman of rietdekker was er in wijde omtrek de enige ambachtsman. Stad-Ommen was voor het Ambt het centrum, van waaruit het verzorgd werd. Waren er dus karakterverschillen tussen de beide delen van de gemeente Ommen, anderzijds was er ongetwijfeld samenhang. Het ambt was op de stad aangewezen, waar ambachtsman en winkelier woonden, terwijl de stad voor een goed deel leefde van de omgeving. Tot de Hervormde Gemeente in de stad behoorden ook de inwoners van het ambt. Er was een kerkhof. Men kon spreken van een symbiose van stad en land, die naderhand met de totstandkoming van velerlei voorzieningen nog sterk zou toenemen.

Van één naar twee
In 1818 werd evenwel de toestand van voorheen hersteld: er kwamen twee afzonderlijke gemeenten, echter vanaf 1843 met een en dezelfde burgemeester-secretaris. Een grenswijziging van geringe betekenis tussen Stad- en Ambt-Ommen vond plaats in 1866. Gebleken was namelijk dat de loop van de rivier de Vecht, waarvan het midden bij de grensbepaling tussen beide gemeenten destijds als grens was aangewezen, veranderd was. De Vecht verkeerde toen (evenals meer kleine rivieren) in slecht onderhouden toestand. Bepaald werd, dat ook nu weer het midden van de rivier als grensscheiding zou dienen. De grenswijziging bracht praktisch geen wijziging in de oppervlakte der beide gemeenten, terwijl ook het aantal inwoners er geen verandering door onderging.

Samenvoeging Ambt en Stad
Daar Stad- en Ambt-Ommen vanuit hetzelfde gemeentehuis werden bestuurd en de beide gemeenten dezelfde burgemeester hadden, hing de gedachte aan vereniging tot een gemeente altijd min of meer in de lucht. Het verschil in geaardheid der bevolking werd met de jaren minder sprekend. Nominaal was er onderscheid tussen stad en land, in werkelijkheid echter droeg de gemeente Stad Ommen een plattelandskarakter. Lees meer »

Reageren »

12 februari 2018

Menselijk lint op fundamenten grootste gebouw in de Ommerschans

Categorie: Harry Woertink, Ommerschans.    357 keer gelezen.

OMMERSCHANS -Een menselijk lint symboliseert op zaterdag 7 april van 14.00 tot 16.30 uur de fundamenten van het destijds grootste gebouw van Nederland.

 Een afbeelding van het destijds grootste gebouw van Nederland.
Afb.: Vereniging De Ommerschans
Zie voor meer afbeeldingen het album “Ommerschans”.

Dit gebouw was onderdeel van de Bedelaarskolonie de Ommerschans die in 1819 van de grond kwam van de in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid. Hier moesten luilevende armen woeste gebied ontginnen tot vruchtbare gronden. Niet alleen om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien maar ook om arbeidsvreugde bij te brengen en een beroep als boer te leren.

2018 jaar van de Ommerschans
Het is een belangrijk jaar voor de Ommerschans. Komende zomer wordt besloten of de Ommerschans de status van Unesco Werelderfgoed krijgt. Daarom worden diverse activiteiten georganiseerd. Voor het vormen van een menselijk lint vragen de organisatoren om uw hulp. Om de kracht van verbinding van het noaberschap te symboliseren en een gevoel van gezamenlijke historie te krijgen is het de bedoeling met de noabers een menselijk lint vormen op de fundamenten van het destijds grootste gebouw van Nederland waar zoveel van onze voorouders geleefd hebben. Niet alleen de leerlingen van scholen uit Balkbrug, Witharen en Vinkenbuurt worden gevraagd om samen met hun ouders en leerkrachten te komen, maar ook de plaatselijke belangen, boeren, Staatsbosbeheer, sportverenigingen, kerken, ondernemers, buren en de leden zijn welkom. Samen, symbolisch en in de gedachte van de Ommerschans. Als afsluiting worden praattafels gehouden waar jong en oud samen kunnen praten over wat er toen was, waarom en wat we er nu van kunnen leren. Lees meer »

Reageren »

10 februari 2018

Geen medailles voor Ommenaar op Olympische Spelen

Categorie: Bekende personen, Harry Woertink.    500 keer gelezen.

De verwachtingen waren hoog, maar tocht lukte het Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde niet om een gouden, zilveren of bronzen plak te pakken op de Olympische Spelen.

 R.Th. baron van Pallandt van Eerde deelnemer aan de Olympische Spelen in 1908 (Londen) op het onderdeel kleiduivenschieten.
Afb.: OudOmmen

We hebben het dan over 1908 toen deze telg uit de adellijke familie Van Pallandt wonende op Landgoed Eerde meedeed aan de Olympische Spelen in Londen. De 39-jarige Ommenaar kwam uit op het onderdeel kleiduivenschieten. De baron eindige als laatste. Ook het team waar Van Pallandt onderdeel van was, kon geen potten breken. Het eindigde als vierde en laatste, achter de twee teams van Groot Brittannië en het Canadese team.

Tijd en geld
Van Pallandt was bekend in de schietsport. Hij won een aantal belangrijke internationale wedstrijden. In 1908 kregen de sporters nog geen financiële steun. Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde (1868-1913) heeft zelf tijd en geld vrij moeten maken om de eer van Nederland in Londen hoog te kunnen houden. Aangekomen in Londen verwachtten de Nederlandse schutters en pers een uitstekend georganiseerd toernooi. Dit was Londen als hoofdstad van dé sportnatie aan zijn stand verplicht. Het tegendeel was waar. Het terrein en de reglementen waren ondermaats. Dit hadden ze in Nederland veel beter kunnen doen, aldus het Algemeen Handelsblad. Problemen waren er onder andere met het schietterrein. Daarop stonden bomen waardoor de kleiduiven waarop geschoten werd, niet goed te zien waren. Daarnaast straalde het terrein niet uit dat er een wereld-wedstrijd plaats zou gaan vinden. Er stonden enige tenten voor het organisatiecomité, voor de ammunitie, voor de deelnemers en voor ‘verversching’, maar er was geen publieke tribune. Het publiek liet zich ook niet in groten getale zien.

Vier dagen
De wedstrijd vond plaats onder toezicht van de Engelse Clay Bird Shooting Association. Deze vereniging zou banden hebben gehad met de Engelse nationale vereniging van vuurwapenmakers. Volgens De Telegraaf verklaarde dit waarom de wedstrijd, die in één dag afgewerkt had kunnen worden, vier dagen duurde. De deelnemers kregen namelijk de mogelijkheid om heel veel te oefenen. De schutters verschoten hierdoor veel patronen, wat de vuurwapenmakers goed uitkwam. De krant zag dat karrenvrachten ledige hulzen werden afgevoerd. Lees meer »

Reageren »

Pagina 3 van 23812345...102030...Laatste »