1941

Lager en voortgezet onderwijs op een Overijselsch Kasteel

Categorie: Kastelen & Havezates.    3.173 keer gelezen.

Dwalen met onbekende bestemming door Overijsel behoort tot de aangenaamste bezigheden. Overal stellen de schoone wegen en paden van deze provincie den eenzamen wandelaar voor verrassingen van onbevroede pracht.

Dit is een school! – Vooraanzicht van het kasteel te Ommen, omgeven door een slotgracht en toegankelijk over een fraaie brug.

Schrijver dezes dwaalde zoo op een morgen bij een zware lucht door de bosschen van Ommen. Een locaaltje brengt er u op ongeveer drie kwartier rijden van Zwolle. Aan het einde van een oprijlaan ligt een groot kasteel, blijkens inlichtingen het eigendom van baron van Pallandt, die de voortreffelijke gedachte heeft gehad, dit groote landgoed, inclusief het kasteel, te verhuren aan een instelling, die daar in de eenzame rust een onderwijsinrichting voor lager en voortgezet onderwijs heeft georganiseerd.

Op school gaan in een kasteel….kan men zich voor de jeugd, die schoolbanken vaak met pijnbanken gelijkstelt, een romantischer sfeer denken dan een kasteel ! Een heusch kasteel met zware ophaalbruggen en diepe grachten, hooge transen en metersdikke wallen. In hun verbeelding zien ze er de middeleeuwsche ridders rondspoken, zwaar bewapend voor tournooien en steekspelen, of in overdadige weelde aan tafel. Lees meer »

1 Reactie »

1919

1919 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

Categorie: Archief Jan Lucas.    2.761 keer gelezen.

Ingekomen stukken Stad-Ommen 1919.

  • In het perceel Kerkplein A, nr. 372, kad. bekend Stad-Ommen, sectie B, nr. 2977, dat is opgetrokken van steen en met pannen is gedekt (dokken) wordt een electrisch bedrijf uitgeoefend voor verlichting. De gebezigde ketel is 25 m3.
    Verder wordt gebruikt een snelloopmachine met condensatie-inrichting, alsmede een dynamo met schakelbord.
  • B.A. Mulert is kantonrechter te Ommen.
  • In Ommen bestaat een vereniging “de Ommer Burgerwacht” welke excercities en schietoefeningen houdt. E.H. Timmerman is voorzitter.
    Op 6-10-1919 wordt aan de Ommer Burgerwacht verstrekt:

    • 2 invetstokken
    • 100 loopborstels
    • 3 liter wapenolie en 5 kg. geweervet.
  • Van 15-3-1918 – 15-5-1919 is Theodora Maria Geusen te Zeesse werkzaam op het distributiebedrijf te Stad-Ommen.
    Verder zijn G. Poel en F.J. Oldeman op het distributiekantoor werkzaam. G. Poel is direkteur.
  • In oktober 1918 heeft P.A. v.d. Beek, winkelier te Stad-Ommen een gebouw, staande achter de grote kerk aan de gemeente verkocht voor f. 2.250,– t.b.v. de inrichting van het Electrisch Bedrijf.
  • F. Fennema vraagt ing. 1-2-1919 ontslag als boekhouder van het G.E.B.
  • Op 17-2-1919 vragen b. en w. Stad Ommen aan g.s.-machtiging om de electriciteitswerken voor stroomlevering in de gemeente Ambt-Ommen in gebruik te nemen.
    Voor de inrichting van het gebouw voor de elextrische verlichting is nodig een bedrag van f. 7.750,—
    De instelling van het Electriciteitsbedrijf kost f. 86.000,–.
    a. Voor stoommachines, stoomketel, dynamo. schakelbord met leidingen, stoompomp, riemvoedingspomp, waterreservoir, oliereservuits, enz. is nodig f. 38.547,–
    b. Voor bovengrondse leidingen f. 17.099,51
    c. 253 huisaansluitingen met voedingsleidingen, lampen enz. f. 18-104,–
    d. Gereedschappen en werktuigen voor de inrichting van installatie werkplaats f. 270,–
    e. Openbare verlichtin- bestaande uit 31 straatlampen f. 1.760,–
  • Op 15-8-1919 gaan de raadsleden Paarhuis, Petter en Pijlman, vergezeld van gemeenteopzichter Schuurman op de fiets naar Rijssen om daar het gemeentelijk land- en tuinbouwbedrijf (i.v.m. slechte aansluiting der treinen).
  • De kap van het tolhuis te Witharen wordt vernieuwd.
  • Johannes Lameijer is deurwaarder bij het kantongerecht te Stad-Ommen.
  • De fa. Gebroeders de Haas te Ommen wordt ingeschreven als exporteur van vee.
  • A. Casemier is wijkverpleegster te Stad-Ommen en woont Stad Ommen, wijk A, nr. 164. Ingaande 1-11-1918 heeft zij ontslag gevraagd.
  • Mr. Pieter Jacobus Oud, lid Tweede Kamer der Staten-Generaal woont nu te ‘s-Gravenhage , Antonie Heinsiusstraat 87.
    Op 30-9-1918 heeft hij Ommen verlaten.
  • Bij het postkantoor te Ommen zijn in dienst:
    • A. Stolk, commies-titulair
    • A.C.P. v.d. Woude, klerk
    • D.J. Spekking, kantoorbediende
    • B.L. Stok en H. Prins als tijd. kantoorbediende
    • T. Oordt, brievengaarder
    • A. Jonink, Z. Kampman, H.J. Schuurman, B.J. Steen, W. Steen, J.H.
    • Truin, M.G.J. Truin, J.H. v.d. Vegte en J.H. Vosjan als bestellers.
    • H. Bosch, J.W. Steen, G.J. Koggel, G.J. Bonhaar, P. Hansma, E. Knol als postbodes en A.J. Schaapman als wnd. brievengaarder te Lemelerveld.
  • De direktie der Noord-oosterlocaalspoorwegmaatschappij is gevestigd te Zwolle, Badhuiswal nr. 41.
  • Mr. L.J.A. du Quesne van Bruchem, griffier van het Kantongerecht te Ommen.
  • E. Egberts is doodgraver.
  • Op de gewaarmerkte opgaaf, bedoeld in art. 9 der Kieswet, komen voor (toestand 1-2-1919):
    Hermannus Vosselman geb. te Epe op 31-8-1880 en Harm van Keulen, geb. te Zwollerkerspel op 6-2-1843.
  • In Ommen is opgericht de vereniging ter bevordering van de verkrijging van onroerend goed door landarbeiders “Arbeid Adelt”.
    Klaas Petter is voorzitter.
    J. van Geest is sekretaris.
    B. Jansen is penningmeester.
    Leden zijn: H. Marsman, H. Munneke, R. Egberts en J.H. Schuurman.
  • In 1918 worden aan de markt te Stad-Ommen aangevoerd:
    2823 runderen
    —- paarden
    726 schapen
    2329 magere varkens
    2294 biggen
    —- boter.
  • In 1918 worden aan de markt te Heerde aangevoerd:
    699 rundaren
    —- paarden
    35-schapen
    —- boter
    —- varkens.
  • In Ommen wordt een landbouwwintereursus gehouden.
  • Op 5-7-1919 biedt A.B.R. Grootenhuis dir. Coöp. Landbouwver, Ommen het volgende rapport aan de burgemeEiter van Stad- en Ambt-Ommen aan (zie bijlage I).
  • De Coöp. Landbouwver. Aan- en Verkoopvereniging “Ommen en Omstreken” te Stad-Ommen telt 390 leden. De organisatie strekt zich uit over de gemeenten: Stad- en Ambt-Ommen, Ambt-Hardenberg, Den Ham, Hellendoorn, Dalfsen en Avereest.
  • D. Bruijn is hoofd o.l.s. te Ommerschans
  • H. Klaassen is hoofd o.l.s. te Lemele
  • A. Gijmink is hoofd o.l.s. te Beerze
  • W. van der Meer is hoofd o.l.s. te Beerzerveld
  • L. Reinders is hoofd o.l.s. te Nieuwebrug
  • A. Koldeweij is hoofd o.l.s. te Stegeren
  • M. Japenga is hoofd o.l.s. te Varsenerveld
  • H.M. v.d. Werff is hoofd o.l.s. te Arriërveld
  • G. van der Kooij is hoofd o.l.s. te Dalmsholte.
  • In Ommen is opgericht een gemengde zangvereniging met 75 leden. Directeur der vereniging is de heer Reinders, hoofd der school te Nieuwebrug.
  • P. van der Meulen is ontslag verleend als vroedvrouw.
  • Op 10-11-1919 verklaart Gerrit Jan Lubbers, gemeente-veldwachter van Stad-Ommen, dat in de gemeente Stad-Ommen geen vrachtautomobielen en aanhangwagens aanwezig zijn.
  • Joh. Holterman en 33 anderen en A. Schuttert en 8 anderen hebben in 1918 verzocht hun gronden onder te brengen in een waterschap “Het Ommerveld”. Op 8-4-1919 wordt door g.s. een voorlopige commissie gevormd bestaande uit d. Oostenbrink te Avereest, H.J. Grootens te AmbtA Ommen en de burgemeester van Stad-Ommen teneinde in overleg met de h.i.d. prov. waterstaat een reglement te ontwerpen en verder voor te bereiden hetgeen tot oprichting van het waterschap wordt gevorderd.
  • Antonie Gerrit Bloem is notaris ter standplaats Ommen.
  • De gemeente heeft 4 arbeiderswoningen gebouwd aan de Hardenbergerweg.
  • In 1918 wordt 3000 kg. boter ter markt aangevoerd.

Bron: uit het archief van Jan Lucas – Map10-006 t/m 009

Reageren »

1919

1919 – Rapport noodzaak Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen

Categorie: Archief Jan Lucas.    2.255 keer gelezen.

Bijlage I, RAPPORT.

Om de volgende reden is een Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen noodig, zoo niet noodzakelijk.
De landbouw in het algemeen in oogenschouw genomen mag zich in deze streken als vooruitgaande beschouwen.
De Overijsselsche Zandboer, waartoe het meerendeel der hier woonachiige landbouwers behooren, moet evenwel een zwaren strijd om zijn bestaan voeren, voor het meerendeel te wijten aan zijn onkunde in landbouwaangelegenheden en het ondoelmatig bewerken van den grond.
Zeer vele vooraanstaande landbouw specialiteiten voorspellen een slechten tijd voor den landbouw, zoodat de bestaansstrijd nog moeilijker voor de hier woonachtige landbouwers zou worden.
Een van de voornaamste middelen om dezen strijd te vergemakkelijken is het meer profijt trekken van zijn gronden, door toepassing van wisselbouw en het op doelmatige wijze aanwenden der meststoffen, terwijl ook van het vee meer getrokken kan worden als dit op doelmatige wijze wordt verzorgd, gevoederd en opgekweekt.
Verder dient nauwlettend te worden nagegaan de productiviteit der bemesting en voedering, n1. dat er wordt gezorgd niet over den grens te komen met bemesten en voederen, daar dan de laatste zak kunstmest of de laatste kilo lijnkoek meer kost, dan er van terug wordt gekregen. Lees meer »

Reageren »

16 juni 1911

Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg

Categorie: Archief Jan Lucas / Peter Vosselman†.    2.489 keer gelezen.

Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg (grootendeels ontleend aan de jaarverslagen 1899/1909).

a. Voorbereidingsperiode 1888/1898.

1888. 5 Mei.
Schrijven van den heer J. Willink te Winterswijk aan den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, aankondigende het voornemen om concessie te vragen voor den aanleg van een locaalspoorweg van Zwolle naar Groningen, met zijtak van Ommen naar Neede, en verzoekende hem voor die concessie de voorkeur te verleenen.

1888. December.
Formeele concessie-aanvraag met toezending van de vereischte bescheiden. In deze concessie-aanvraag was de richting van den spoorweg als volgt aangegeven:
Hoofdlijn: Zwolle, Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Coe-vorden, Dalen, Emmen, Borger, Gasselte, Gieten, Wilder-vank, Veendam, Muntendam, Zuidbroek, Slochteren, Groningen.
Zijtak: Ommen, Hellendoorn, Mjverdal, Kijssen, Goor, Neede.

1889. 5 Februari.
Beschikking van den Minister van Waterstaat, H. en N., waarbij den aanvrager de voorwaarden werden medegedeeld, waaronder voor den aanleg van zoodanigen Spoorweg voorloopige concessie werd verleend.

1890. 6 Februari. Lees meer »

Reageren »

5 juli 1909

Het 100-jarig bestaan van de Dedemsvaart

Categorie: Jubilea.    2.210 keer gelezen.

Op 9 Juli a.s. zal men het 100-jarig bestaan van de Dedemsvaart herdenken, of ten minste den 100sten verjaardag van het oogenblik, dat de eerste spade in den grond werd gestoken.

Dat was toen, naar Aarde en haar Volken mededeelt, een groote triomf voor mr. Willem Jan baron van Dedem, naar wien het kanaal zijn naam draagt, en die eigenlijk zijn gansche leven en zijn fortuin aan de verwezenlijking heeft gewijd van het grootsche plan, door zijn schoonvader, Gerrit Willem van Marle, ontworpen en op touw gezet.

Van Marie had groote bezittingen in de Avereester venen, waar de woeste, ongerepte veengronden zich uren ver ook buiten zijn eigendom uitstrekten en waar de uiterst armoedige streek tot welvaart en ontwikkeling zou kunnen komen, als men de schatten van den bodem maar zou kunnen ontginnen. Maar daartoe was het volstrekt noodig, dat er een afvoerkanaal kwam, waarlangs men de turf kon verschepen, een kanaal, dat in verbinding stond met een bevaarbaar water. Van Marie nu hield zich in de tweede helft der 18e eeuw ernstig met dat vraagstuk bezig. Hem zweefde als ideaal voor een vaarwater, dat ten Oosten van Hasselt de uitgestrekte venen in zou gaan en tot aan de Vecht zou worden voortgezet.

In 1791 had hij een plan gereed, maar het vond geen genade bij de autoriteiten in de provinciale hoofdstad, die voor den transitohandel van hun stad nadeel vreesden van het geprojecteerde kanaal en die, inziende wat er goeds was in het idee, om aldus een groot deel van Overijssel uit zijn isolement op te heffen, met een ander ontwerp kwamen, dat van Zwolle uit met een groote bocht naar Hardenberg liep. Kampen en Deventer steunden zusterlijk dit veel kostbaarder plan. In 1799 stierf van Marie zonder dat men iets verder was gekomen. Lees meer »

1 Reactie »

1891

1891 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Categorie: Archief Jan Lucas.    717 keer gelezen.

Stad-Ommen
Op 13-6-1891 wordt het jachtrecht verpacht resp. aan W. Hamilton of Silvertonhill voor f 35,- en R.Th. Baron van Pallandt van eerde voor f 46,- voor de periode 1891-1897.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-221 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Reageren »

19 maart 1874

1874 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

Categorie: Historiekamer Hardenberg.    2.185 keer gelezen.

  • 29-09-1871Gedeputeerde Staten.
    Betaling uit den post onvoorziene uitgaven. Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden: 1. een besluit van den Raad dezer gemeente tot betaling uit hoofstuk IV in uitgaaf der begrooting van 1871 eener som van f. 73,70 aan de gemeente Stad Ommen en eene som van f. 281,26 aan de gemeente Avereest wegens voorgeschotene verpleegkosten in de jaren 1868, 1869 en 1870. 2. een besluit als voren, om te betalen aan de gemeente-ontvanger J.A. Nijzink alhier de som van f. 9,90½ wegens in 1870 betaalde zegelgelden ten behoeve der gemeente.
  • 23-10-1874Het bestuur over den kunstweg van Hardenberg naar Ommen, te Ommen
    Ik heb de eer ter Uwer kennis te brengen dat tot gecommitteerden voor de weg van Hardenberg naar Ommen door de raad dezer gemeente zijn aangewezen de heren J. van Barneveld en J.B. Bolks.
  • 20-10-1874Officier van Justitie te Deventer
    Ik heb de eer U hiernevens te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A. Scheper te Ommen, tegen Klaas Sterken te Diffelen, ter zake van overtreding der wet op de jacht en visserij.
  • 25-08-1874Commissaris des Konings
    Naar aanleiding van Uw missive d.d. 20e dezer, nr. 260, hebben wij de eer te berichten dat de commissie van de Kunstweg Ommen-Hardenberg, over de verhoogde bijdrage ad f. 80,- voor deze gemeente, over het jaar 1874 op 1 october a.s. kan beschikken, en dat er bij het opmaken der begroting voor het jaar 1875 op zal gerekend worden, zulks ook over dat jaar zal kunnen geschieden.
  • 19-07-1874Gedeputeerde Staten
    Wijziging van jaarmarkten te Stad Ommen
  • 23-06-1874Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter Engbert Rutger van Faassen, tegen Gerrit Jan Overweg, schaapherder te Diffelen, wegens het doen lopen van een kudde schapen op de berm van de kunstweg van Ommen naar Hardenberg.
  • 19-03-1874Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel
    U verschoning verzoekende voor het verzuim in de beantwoording van Uw missive d.d. 3e maart jl. nr. 11/365, heb ik de eer hierbij in te zenden het bewijs bij verandering van werkelijke woonplaats, indertijd door Frederik Bladder ingediend. Het zal U opvallen dat daarin de geboorteplaats van gezegde Bladder in het bewijs wordt vermeld, als zullende zijn Ommen hetgeen een bepaalde vergissing is. Daar Bladder reeds als kind met zijn ouders in Nederland is aangekomen kan hij niet zeggen of verzekeren dat zijn vader de verklaring bedoeld in art. 8 sub nr. 2 B.W. heeft afgelegd, hij zelf heeft zulks niet gedaan, althans niet in deze gemeente. Ik voeg hierbij een op mijne ambtseed opgemaakt proces-verbaal, constaterende de echtheid van het bewijs van verandering van woonplaats en tevens dat het betrekking heeft op Fredrik Bladder, als de persoon in kwestie.

Reageren »

1871

1871 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

Categorie: Historiekamer Hardenberg.    2.310 keer gelezen.

  • 13-07-1871Kolonel Militie Commissaris in Overijssel.
    In voldoening aan Uw missive d.d. 10 dezer nr. 126, heb ik de eer hierbij in te zenden een certificaat van onvermogen van Bernardus Zeeman, die geheel buiten staat is de kosten van verpleging en voeding in het Huis van Bewaring te Ommen aan hem verstrekt, te kunnen voldoen.
  • 26-06-1871Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongeregt te Ommen.
    Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door den onbezoldigde Rijksveldwachter E.R. van Faassen alhier, tegen Hendrik Jan Lammerink, landbouwer wonende te Stegeren, gemeente Ambt Ommen, wegens het laten loopen en weiden van een kudde schapen op in de oogst staand gras in de bermen der kunstweg van Ommen naar Hardenberg.
  • 20-06-1871Kolonel militie commissaris van Overijssel te Zwolle.
    Nationale militie. De order tot provoost arrest, mij geworden bij Uwe missive d.d. 13 juni jl., nr. 105, is van mijnentwege aan den vader van den betrokkenen milicien Bernardus Zeeman uitgereikt, maar heb ik tot dus verre niet vernomen of hij zich in arrest heeft begeven. Eenige dagen voor de te Ommen gehoudene inspectie vervoegde zich gemelde Zeeman ter secretarie, alwaar hij verzocht om een certificaat van goed gedrag, willende hij vrijwillig dienst nemen bij het Nederlandsch Indische leger. Dat certificaat konde ik niet afgeven daar Zeeman ten vorigen jare, door de Regtbank te Assen wegens diefstal tot gevangenisstraf is veroordeeld. Niettegenstaande Zeeman niet voorzien was van een bewijs van goed gedrag, begaf hij zich toch naar Zwolle en ontving ik dien ten gevolge een schrijven van den heer kapitein commandant van het garnizoen aldaar, waarbij mij op nieuw het gezegde bewijs werd gevraagd. In antwoord op dat schrijven melde ik den heer kapitein commandant voornoemd, de redenen die mij noopten het bewijs van goed gedrag niet uit te reiken en heb ik verder van die zaak noch van Bernardus zeeman niets vernomen. Het is mij onbekend waar Zeeman zich thans ophoudt. Hij is een zwerver en naar hij zegt heeft hij geene zijner kleederen of equipementsstukken in zijn bezit. Hij geeft voor dat hem die zijn ontstolen. De eer hebbende dit een en ander aan U te melden neem ik de vrijheid te verzoeken dat ik worden ingelicht hoe te handelen, zoo Zeeman zich hier weder mogt vertooonen.
  • 09-05-1871Officier van Justitie te Deventer.
    Door deze heb ik de eer U mede te deelen dat de persoon gesignaleerd in het Algemeen Politieblad onder nr. 428, genaamd Lambertus Tormijn op heden op mijn last is gearresteerd en door mij naar Ommen is opgezonden.
  • 15-02-1871Brigadier Majoor des Rijksveldwacht te Ommen.
    Tussen zondag en maandag nacht is de hond van Bolks weggelopen of gestolen uit een gesloten tuin te Zwolle toebehorende aan mr. S.J. van Royen aldaar. Die hond heeft een jaar gejaagd met den heer Van Pallant te Eerde en presumeer ik dat de hond weder naar Eerde is gelopen. Zekere jager Buddink te Ommen heeft ook met de hond gejaagd en kent hem. De hond is wit en bruin, langharig, goed behangen, heeft een lederen halsband om enz. Hebt de goedheid in Uwe buurt te informeren of daar ook een hond is komen aanlopen, en in dat geval hem door gezegde Buddink te doen herkennen. Natuurlijk worden de kosten van voeding enz. vergoed.

Reageren »

18 augustus 1858

1858 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (2)

Categorie: Archief.    1.121 keer gelezen.

Op 18 augustus 1858 des namiddags om 1 uur wordt ten huize van Jan Willem Maurik overgegaan tot openbare verpachting voor 6 op een volgende jaren van de erven:
1. “het Oosten“, bewoond door de Wed. J. Schuttert;
2. het erve thans bewoond door Jan Vrielink;
3. het erve het Strubben, bewoond door Hendrik Hendriks;
4. en het erve Kampherbeek, bewoond door Willem Paashuis.
1). Het erve het Oosten bestaat uit het huis bewoond door de wed. J. Schuttert en verdere getuinmesten als een schuurtje en een hooiberg, uit daarbij gelegen bouwland groot ± 3 bunder 90 roeden en grasgrond 50 roeden;
2). Het erve Vrielink bestaat uit het huis bewoond door Jan Vrielink en getuinmesten als schapenschot en hooiberg, uit daarbij gelegen bouwland groot ± 2 bunders, 30 roeden en 30 ellen en grasgrond groot 65 roeden;
3). Het erve het Strubben bestaande uit het huis bewoond door Hendrik Hendriks, uit doorbij gelegen bouwland groot ± 2 bunders, grasgrond groot 15 roeden en 20 ellen en uit ongecultiveerde grond groot 1 bunder, 68 roeden en 70 ellen;
4). Het erve het Kampherbeek bestaande uit het huis bewoond door Willem Paarhuis, uit daarbij gelegen bouwland groot ± 1 bunder en 52 roeden, uit grasgrond groot 24 roeden en uit ongecultiveerde grond groot 86 roeden en 40 ellen.

Het erve het Oosten wordt gehuurd door Derk Schuttert, landbouwer te Stad-Ommen voor f126,- (Berend Schutte, horlogemaker te Stad-Ommen, treedt op als borg)
Het erve Vrielink wordt gehuurd door Willem van Lenthe, boerwerker te Varsen, voor f144,-
Het erve het Strubben wordt gehuurd door Jasper Hoes, landbouwer te Oudleusen, voor f102.-
Het erve het Kampherbeek wordt gehuurd door Jan Hendrik Paashuis voor f51,-

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-210+211 # Vertaling: Lenka Barteczkova

2 Reacties »

19 augustus 1842

Tolboomen op de aan te leggen weg van ijzererts, steenpuim en grind tussen Ommen en den Hardenbergh

Categorie: 1800-1900.    1.353 keer gelezen.

K.B. van 19 augustus 1842

Goedkeuring wordt verleend tot het vestigen van twee tolboomen op de aan te leggen weg van ijzererts, steenpuim en grind tussen Ommen en den Hardenbergh. De eerste bij de brug over de zgn Hoogengraven op een afstand van ongeveer 4167 ellen van de straat te Ommen en de tweede tussen de herberg de Wolf en het dorp Heemse, op een afstand van ongeveer 6037 ellen van de eerste en ongeveer 4800 ellen van de stad Hardenbergh.

In 1842 (februari) worden de door het stadsbestuur van Ommen opgestelde voorwaarden inzake de verpachting van de tol over de brug over de Vecht, daar goedgekeurd door Gedeputeerde Staten.

Enkele voorwaarden zijn:

  1. De verpachting geschiedt voor 3 achtereenvolgende jaren, ingaande 1 mei 1842 (s’ middags) en eindigend op de middag van de 1e mei 1845.
  2. De pachter moet de overeengekomen pachtsom in 4 gelijke termijnen betalen op de laatste dag der maanden juli, oktober, januari en april.
  3. De pachter moet jaarlijks alle landslasten op het bruggehuis liggend, betalen aan de ontvanger.
  4. De pachter moet de brug en het bruggehoofd regelmatig elke 14 dagen en bovendien iedere dag volgend op een marktdag goed schoon vegen of doen vegen. Ook moet hij er voor zorgen dat de knippen of grendels behoorlijk op de wip geschoven zijn. Gebreken aan de wip, brug of bruggenhuis dient hij dadelijk doorgeven aan het plaatselijk bestuur. Als het brugdek glad is, moet hij zand strooien, om het uitglijden en vallen van paarden te voorkomen. Wanneer hij deze voorwaarden niet nakomt kan hem dit een boete van drie gulden opleveren, terwijl eventuele schade ontstaan door dit verzuim, door de pachter moet worden vergoed.
  5. Aan de pacht is de vrije bewoning van het bruggehuis verbonden.

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-287 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Reageren »