6 oktober 2021

Langs Overijsselse Vecht nog onbedorven natuurschoon

Categorie: Harry Woertink.    160 keer gelezen.

1955. Iedere dinsdagmorgen verandert het rustige stadje Ommen aan de Overijsselse Vecht, dat reeds in 1248 zijn stadsrechten ontving, in een drukke gezellige markt, waar boeren tot ver uit de omgeving heentrekken om de noodzakelijke inkopen te doen.

 De stoomtrein passeert de overweg bij de Wolfskuil / Het Laar, begin jaren 50.
Foto: OudOmmen

Het is dan goed toeven op de kleine pleintjes rond de oude kerk, tenminste wanneer men niet blind is voor de schilderachtige tafereeltjes, waarvan men hier kosteloos kan genieten. Op de veemarkt bieden de boeren om het hardst om in het bezit te komen van een stevige koe of een mooi rosé biggetje, die luid loeiend of schreeuwend hun lot aan de paal of in de grote veewagen afwachten. Af en toe wordt de aantrekkelijkheid van deze wekelijkse markt nog verhoogd door een paardenkeuring aan de oever van de door het stadje stromende Vecht. Eenmaal per jaar is het groot feest, nl. op de tweede dinsdag in juli, wanneer de alom bekende “Ommerbissing”, de drukke jaarmarkt, wordt gehouden.

Gewaardeerd vakantieoord
Aan gasten heeft Ommen ’s zomers geen gebrek, terwijl het ook bij vele kampeerders een gewaardeerd oord is. Padvinders treft men hier bij honderden aan, kamperend op hun prachtige terreinen langs Vecht en Regge. De schoonheid van deze Vecht schijnt echter bij de vakantiegangers volslagen onbekend te zijn. In grote groepen trekken ze naar de bossen ten zuiden van Ommen, maar slechts een enkeling komt op het idee eens langs de Vecht in de richting Dalfsen een wandeling te maken. Vrijwel nergens kan men zo goed kennis maken met het prachtige Overijsselse landschap, dat de wandelaar gedurende de ongeveer drie uur lange wandeling geheel onder z’n bekoring brengt door z’n afwisseling van weilanden, bossen en riviergezichten. Even bulten Ommen komen we door het gemeentelijk landgoed “Het Laar” met z’n oude bomen, waterpartijen en het uit 1200 daterende kasteel “Het Laar”, dat in 1745 tot jachtslot werd verbouwd.

Een wandeling
Een wandeling langs de uitgestrekte en afwisselende padvinderskampeerterreinen wandelt men dan via de asfaltweg, die jammer genoeg op het ogenblik tot grotere verkeersweg wordt omgebouwd, in de richting Vilsteren, in de omgeving waarvan de prachtige bosterreinen van Giethmen en de Hongerige Wolf al een ideale wandelgelegenheid op zichzelf vormen. Willen we echter onze Vechtwandeling vervolgen, dan gaan we even voorbij de brug over de Regge, rechtsaf en zoeken onze weg door de talrijke kleine weggetjes, die daar tussen de verharde weg en de rivier naar Vilsteren leiden. We trekken ons hier niet al te veel aan van de bordjes „verboden toegang”, die niet zo kwaad zijn bedoeld, maar genieten van de steeds weer terugkerende prachtige gezichten op de rivier en van het zware beukenbos bij Hermitage, in welk bos we een indruk krijgen, hoe mooi onze oorspronkelijke loofbossen toch zijn. Vlakbij vinden we een heuvel, vanwaar we een uniek uitzicht over de Vecht hebben. Langs een afgedamde Vechtarm komen we dan bij het schilderachtige Vilsteren om tenslotte door de bossen, bouw- en weilanden van het landgoed Rechteren Dalfsen te bereiken, dat met z’n aantrekkelijk silhouet daar opeens midden in het open land ligt.

Kasteel
Vlak voor Dalfsen passeren we nog het in de 13e eeuw als roofslot gebouwde kasteel Rechteren van Graaf van Rechteren Limpurg. Vele malen is er in de historie nog ver- en bijgebouwd aan dit op een eiland in de dode Vechtarm gebouwde slot, waarvan de toren vervaarlijk overhelt. Op bepaalde dagen is het kasteel met z’n kunstverzameling te bezichtigen, echter alleen op een introductie, die voor Hagenaars o.a. is te verkrijgen bij de directeur van het gemeentemuseum of bij monumentenzorg. Even ten zuiden van het station Dalfsen aan de weg naar Heino, vinden we te midden van een prachtig geboomte het huis Den Berg, dat in de 18e eeuw werd gebouwd als vervanging van een vier eeuwen eerder verwoest kasteel.

Prachtige landgoederen en wandelterreinen zijn hier voorts Den Aalhorst, Den Berg en Hessum, waar we nog uren in de dennenbossen en tussen de wei- en bouwlanden kunnen rondzwerven. Voor de meeste landgoederen moet men in het bezit zijn van een wandelkaart, waarover men o.a. ter plaatse, maar ook bij de A.N.W.B., inlichtingen kan krijgen. Gelukkig heeft de voortschrijdende ontwikkeling op dit stukje schoonheid nog geen ongunstige invloed gehad, hoewel in de onmiddellijke nabijheid de natuur groot geweld wordt aangedaan door de aanleg van een tweede autoweg over de Lemelerberg en de verharding van de oude Raalterweg, een karrespoor met daarnaast een fietspad, dat zich door het fraaie landschap slingert met z’n heideveldjes, dennen en jeneverbesbossen. Bovendien ondervindt het landschap bij de Archemerberg grote schade van een hier opgerichte enorme radarmast. Rondom Ommen noden Eerde, het Ommerbos, de boswachterij Ommen, Archem en de nabijgelegen berg tot urenlange wandelingen door de bossen, langs stuifzanden, vennen en de Regge. Op het landgoed Eerde kunnen we in de maanden april en mei onder de bekoring komen van de bloeiende krentenbomen. Maar ook in oostelijke richting is een wandeling naar Mariënberg langs Zeesse, Junne, Beerze en het Beerzer Zand via de smalle weg alleszins aan te bevelen. De snelle dieseltreinen op het traject Zwolle-Coevorden, die vorig jaar het bij het landschap behorende museumtreintje met z’n puffende locomotief, hebben vervangen, brengen u In enkele minuten weer van Dalfsen of Mariënberg naar Ommen terug.

Bovenstaand artikel is afkomstig uit een krant van 1955 waar onder de noemer “Vakantie zonder paspoort” (vakantie)gebieden van Nederland worden beschreven.

Bron: Harry Woertink – 6 oktober 2021

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image