микрозаймы

22 januari 2016

Oude Mannen- en Vrouwenhuis in Ommen: ouderenzorg van vroeger

Categorie: Gebouwen.    1.983 keer gelezen.

Genieten van je oude dag. Dat kon vroeger in het Hervormd Oude Mannen- en Vrouwenhuis aan de Achterstraat in Ommen.

 Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis der Ned. Hervormde Kerk werd in 1941 deze foto gemaakt van het verzorgende personeel. Van links naar rechts: Hendrikje Kothuis, Bets Martens, Margje Martens, Alie Martens, Frederika Schuurman en Willemien Schuurman.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Kwam je er wonen dan moest je wel je eventuele bezittingen afstaan om iedereen even rijk te maken. Maar dan werd ook in alle opzichten voor je gezorgd. Bovendien kregen de oudjes nog een klein bedrag aan zakgeld, terwijl eveneens aan het pijpje tabak voor de mannelijke bewoners was gedacht.

Gasthuisstraat
De naam van de Achterstraat werd later door de aanwezigheid van het rusthuis gewijzigd in Gasthuisstraat. In 1901 werd het huis geopend op initiatief van de diaconie van de Hervormde Kerk, die dan staat onder leiding van ds. H.G. Ubbink. Hij hield zich vooral bezig met armenzorg. Het Oude Mannen- en Vrouwenhuis heeft dienst gedaan tot 1958. In het begin werd het ook wel “’t Armenhuis” genoemd. In 1947 wordt de naam gewijzigd in “‘Rusthuis”. Aan de leiding stond ‘den Vader en Moeder’. De eerste vader en moeder waren Tijssen met hulp Derkje, daarna vader en moeder Veldkamp, vervolgens vader en moeder Van Pijkeren opgevolgd door Achterberg. Toen vader en moeder Altena en als laatsten vader en moeder Groeneveld. Door de bouw van bejaardencentrum Oldenhaghen werd het rusthuis in 1958 overbodig.

Vader en moeder
Als armenhuis voor arme en oude lidmaten van de Hervormde kerk werd onder leiding van de vader en de moeder gestart met zeven personen: twee mannen en vijf vrouwen. De vader en moeder van het huis kregen een jaarlijkse vergoeding van 150 gulden en tevens vrije kost en inwoning, vuur en licht. Hun taken werden omschreven als volgt:

  • Eén van hen moest altijd in het huis aanwezig zijn.
  • Eén avond in de week mochten zij bezoek ontvangen.
  • Om de beurt dienden zij met de verpleegden naar de kerk te gaan.
  • De vader moest voor goede orde in het huis en aan tafel, voorbidden en een hoofdstuk uit de bijbel voorlezen.
  • De moeder had tot taak de voorraad in de kast, kelder en keuken aan te vullen en alles net en zindelijk te houden. Inkopen werden in overleg met diaken gedaan.
  • Van de verpleegden werd verwacht dat zij vader en moeder zouden gehoorzamen en het huis niet zonder hun medewerking en tostemming zouden verlaten.
  • Zij moesten gewillig alle bezigheden verrichten die hun werden opgedragen door de vader en moeder.
  • Voor het overige dienden de vader en de moeder de aanwijzingen van de diaken op te volgen.

De kerkenraad besliste over wie in het huis werden opgenomen; de diaconie was verantwoordelijk voor het beheer. Meestal verbleven er ongeveer tien personen. Achter het huis lag een uitgestrekte tuin waar de oudjes groenten voor eigen gebruik verbouwden en enkele geiten en schapen hielden. Wat niet zelf werd geconsumeerd werd verkocht. Samen met het arbeidersloon van enkele bewoners leverden de verbouwde groenten, schapenwol en de verkoop van twee geiten in 1912 ruim 50 gulden op. Een eerste, bescheiden teken van de moderne tijd kwam in 1930. De kerkenraad besloot toen een radiotoestel in het huis te plaatsen.

Jubileum
In 1941 wordt het 40-jarig jubileum van het Hervormd Oude Mannen- en Vrouwenhuis groots gevierd. Kort er voor vond het nog een verbouw plaats. Het huis biedt dan plaats aan 15 personen. Vader en moeder zijn de heer en mevrouw Van Pijkeren, die dan al acht jaar de scepter in het huis zwaaien. In de loop van de jaren is gebleken dat het tehuis in een behoefte voorzag. Bij de oudjes is in eerste instantie nog schroom om de drempel van het huis over te komen, maar wanneer de eerste stappen zijn gezet in het gastvrije huis wil men niet graag meer weg. Begrijpelijk ook, want de inwoners zijn van alle dagelijkse zorgen bevrijd en hebben zo een onbezorgde levensavond. De mannen werken onder leiding van vader Van Pijkeren in de grote moestuin, die achter het huis gelegen is en die zoveel groenten oplevert, dat er zelfs nog van verkocht kan worden. Twee flinke koeien zorgen er voor dat er geen melkgebrek ontstaat.

De bewoners zijn allemaal even rijk, aangezien zij bij hun intrede hun eventuele bezittingen aan de diaconie moeten afstaan. In alle opzichten wordt verder voor hen gezorgd. Bovendien krijgen ze nog een klein bedrag aan zakgeld, terwijl ook het pijpje tabak voor de mannelijke bewoners niet vergeten wordt. “Ofschoon men in het dagelijkse leven weinig van het tehuis bemerkt, stond het maandag in het middelpunt van de belangstelling. De gevel was met groen en vlaggen versierd. Ook binnen was het dit keer anders dan op gewone dagen. In de conversatiezaal werd aan keurige witte tafels, heerlijke koffie geschonken, waaraan de talrijke bezoekers, die van hun belangstelling blijk gaven zich tegoed deden. De inwoners zaten aan een aparte tafel en bekeken vol trots de geschenken, te weten een mooie lamp, klok en schilderij. Van de gelegenheid om het huis te bezichtigen werd een druk gebruik gemaakt. Des avonds was er een gezellig samenzijn met de kerkenraad. De Hervormde Zangvereniging bood de oudjes een concert aan. Bij dit jubileum kwam duidelijk naar voren, dat dit mooie werk van de diaconie veel sympathie geniet”, aldus een verslag in de krant over de jubileumviering in 1941.

Veranderingen
Na de oorlog ondergaan de opvattingen over de opvang van ouderen van dagen langzaam maar zeker verandering. Toen de heer en mevrouw Van Pijkeren in 1947 bij de kerkenraad aanklopten voor een salarisverhoging komt de klacht dat de “oudjes in het tehuis” teveel gebonden worden aan bepaalde werkzaamheden. Nadat de vader en moeder beloofd hadden op enkele punten veranderingen aan te brengen, werd hun salaris verhoogd.

Kort daarop kwam de veranderde houding tegenover de bewoners ook tot uiting in een nieuwe naam voor het huis: “Rusthuis voor ouden van dagen der Nederlandse Hervormde Gemeente”. Van de bewoners roepen Jan Sluijer, Gait Schottert, Gait Peters en Leida Koers nog herinneringen op. Ab Zandvoort was een van de laatste bewoners die naar Oldenhaghen verhuisde. Daarna begon Roel Bijl en Annie Runhart er een verf- en behangzaak, later overgenomen door Aalpol. Nog steeds zit er een verfwinkel met decoratiespulletjes. Nu onder de naam Deco Home.

Naast het Oude Mannenhuis bevond zich tot de zestiger jaren een schuurtje waarin de lijkkoets stond gestald van de Hervormde begrafenisvereniging. Bij een begrafenis werd hier de lijkkoets bespannen met paarden onder zwarte lakens.

Bron: Harry Woertink – 22 januari 2016

2 Reacties »

• • •

2 reacties »