28 februari 2017

Ommerschans behalve vesting, wapendepot en bedelaarsgesticht ook legerplaats

Categorie: Harry Woertink, Ommerschans.    563 keer gelezen.

Als in 1890 de Ommerschans als Bedelaarskolonie is verlaten en de meeste hoeves zijn verkocht ziet de Minister van Oorlog in de nagelaten graslanden een prima locatie om jonge veulens op te leiden als militair paard in het leger.

 Kamp bij Ommen.
Afb.: Fotoarchief Gemeente Ommen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Legeroefeningen” en een plattegrond van de ommerschans met “Stallen in de legerplaats bij Ommen”.

Het duurt dan ook niet lang of er komt op het stille Ommerschans een remonte-depot voor de africhting van de jonge paarden. Voor de huisvesting worden enkele van de nog aanwezig gebouwen vertimmerd tot kantines. Paardenstallen worden ingericht om 500 veulens voor militaire dienst in te rijden door een garnizoen van 200 man. De omliggende graslanden worden groot genoeg geacht om er militaire oefeningen te houden, voor met name soldaten uit de noordelijke militaire kazernes. In Milligen was al een remonte-depot, maar door een storm weggeblazen. Lang heeft het africhten van nieuwe paarden op de Ommerschans niet geduurd, want uiteindelijk is weer teruggekeerd naar Milligen waar de stormschade weer was hersteld.

Legerplaats
Het is 1893 als de Ommerschans in afwachting is van de komst van de militairen. Een openbare inschrijving aangekondigd in krantenadvertenties moeten zorgen voor de levering van verschillende benodigdheden voor de legerplaats.“De Kapitein-Intendant, belast met den verplegingsdienst in de Legerplaats bij Ommen, zal op Vrijdag 28 dezer, des middags ten 12 uur, ten bureele van den Intendant der 2e Divisie Infanterie te Arnhem, Prins Hendrikstraat 36, onder nadere goedkeuring van den Minister van Oorlog, in het openbaar aanbesteden de levering van: a. fourage; b. ligstroo; c. vleesch en vet; d. spek; e. kapucijners, zout, koffie, peper en azijn; f. brandhout; g. groenten en aardappelen; ten behoeve van de troepen en paarden, die van 30 Augustus tot 12 September a s. aan de oefeningen in gemelde legerplaats zullen deelnemen, alsmede voor die, welke in het vóór- en nakamp aanwezig zullen zijn.

In 1893 wordt in de Ommerschans ook voor het eerst een militair legerkamp gehouden. Tal van witte linnententen staan op de groene weides. De krant van 5 september 1893 doet uitgebreid verslag van de manoeuvres die er plaatsvinden. “De weleer zoo talrijk bevolkte Ommerschans, sedert drie jaren ontvolkt en verlaten, heeft in de laatste dagen een nieuwe bestemming en geheel nieuw aanzien verkregen. De oostwaarts van dat gesticht gelegen weilanden, ter gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 8 hectare zijn met wit linnen tenten bedekt en in een legerkamp herschapen. Vier bataljons van het eerste reg. inf. uit Leeuwarden, Groningen en Assen, tezamen ongeveer 1900 officieren, onderofficieren en manschappen sterk, onder bevel van den kolonel J. L. Mulder, zijn hier in die tenten gehuisvest tot het houden van oefeningen op uitgebreide schaal, waartoe de gelegenheid in hunne garnizoenen niet bestaat. Het kamp heeft een vroolijk aanzien; vooral wanneer de troepen niet zijn uitgerukt, heerscht overal bedrijvigheid, een prettige drukte. Terwijl de manschappen vóór de tenten hunne wapens en kleeding in orde brengen voor de namiddagoefeningen, zijn de in witte kielen gekleede koks druk in de weer om in de door infanterie en geniesoldaten vervaardigde veldkeukens het eten gereed te maken, dat, na een vermoeienden marsch, zich in het kamp goed doet smaken. De verlaten gebouwen, als pastorie, ziekenhuis, schoolgebouw, werkplaatsen enz. hebben hun doodsch en verlaten aanzien verloren en zijn thans in gebruik voor woning van den commandant, ambulance, cantines, magazijnen, wachthuizen, stallingen enz. Op de anders zoo stille wegen in en nabij de Schans wemelt het van militairen in allerlei uniform, van bezoekers, voertuigen, paarden en kooplieden. De anders zoo doodsche stilte heeft plaats gemaakt voor tromgeroffel, trompetgeschal, vroolijk gezang of wel voor de welluidende tonen van de stafmuziek van hot korps, onder directie van den bekwamen kapelmeester J. F. Stoetz te Leeuwarden. Was de eerste dag, de dag van aankomst, wegens de lange reis, eenigszins vermoeiend geweest, de tweede was aan feestelijkheden gewijd. De verjaardag der Koningin werd ook in het kamp met opgewektheid gevierd. Om 12 uur werd op de uitgestrekte heide ten noorden van de Balkbrug eene groote parade gehouden, waaraan door al de kampeerende troepen werd deelgenomen en door eenige duizende belangstellenden, in allerlei kleederdrachten, werd bijgewoond. Het militaire, en hier vreemde schouwspel, werd door fraai weder begunstigd. Des namiddags ontving het kamp een druk bezoek van tal van in de omstreken wonende personen, en werden de troepen onthaald. De muziekuitvoering voor het cantine gebouw der officieren, lokte eveneens vele belangstellenden. De dag werd besloten door een fraai vuurwerk. Vrijdag en Zaterdag werden op de terreinen, gelegen tusschen Ommerschans en Ommen, door de kampeerende bataljons oefeningen gehouden in het verspreide, het aanvallend en het verdedigend gevecht, zoomede in den veld- en voorpostendienst, welke oefeningen werden bijgewoond door den generaal-majoor A. Kool, commandant der 2e divisie infanterie te Arnhem. Zaterdag avond verspreidde zich in het kamp een treurig bericht, dat bij onderzoek helaas bleek waarheid te zijn. In de gemeente Avereest, aan de Dedemsvaart nabij de Balkbrug, op 20 minuten gaans van het kamp, hadden zich drie gevallen van cholera voorgedaan, waarvan twee met doodelijken afloop. In een gezin was een 4 jarig kind, zoomede een kostganger, een 40jarig metselaar, aan die ziekte overleden, en was nog een 12 jarige knaap daaraan lijdende. Een gevolg hiervan was, dat de toegang tot de Balkbrug aan de kampeerende troepen ten sterkste werd verboden en een muziekuitvoering te Avereest, waarvan men zich zooveel genoegen had voorgesteld, geen voortgang had. Dat verbod was voor allen een groote teleurstelling en bedierf veel van het genoegen van den Zondag, ofschoon veel werd vergoed door de talrijke bezoeken welke dien dag de kampbewoners uit de omliggende plaatsen mochten ontvangen. Indien de berichten waarheid bevatten, zal wegens gemelde choleragevallen op betrekkelijk korten afstand van de legerplaats, op advies van den chef van den militairen geneeskundigen dienst, het kamp binnen een paar dagen worden opgebroken en zullen de troepen naar hun garnizoensplaatsen terugkeeren. In ieder geval is het vrij zeker dat het eerste eskadron van het eerste reg. huzaren te Deventer, dat van 5 tot 12 Sept. a.s. aan de manoeuvres te Ommen zou deelnemen en te Avereest zou worden ingekwartierd, geen deel aan de oefeningen zal nemen. Hebben er tot nog toe slechts bataljons-oefeningen plaats gehad, morgen, Maandag, vangen de regiments-oefeningen aan, waarbij van elders komende cavalerie en artillerie aan het regiment zullen worden toegevoegd. De geest der troepen is uitstekend, er heerscht onder hen een opgeruimde, vroolijke geest”, aldus de krant, die verder melding maakt dat de Minister van Oorlog onverwachts een bezoek aan het legerkamp heeft gebracht.

Verder weet de krant op 11 september 1893 te melden: “Dat de legerverpleging in de laatste jaren belangrijk is vooruitgegaan, getuigt het kamp bij Ommen, waar, met onvolledige hulpmiddelen, een dorre woestenij binnen een betrekkelijk korten tijd in een gezellig en doelmatig ingericht kamp is herschapen. Voeding, ligging, verpleging van zieken enz. laten, de omstandigheden in aanmerking genomen, zoo goed als niets te wenschen over; het getal zieken is dan ook, ongeacht de groote afwisseling van weersgesteldheid, uiterst gering. De inkwartiering der cavalerie en artillerie in het anders zoo stille Ommen, heeft daar vrij wat levendigheid aangebracht; de schooljeugd bezoekt en bewondert de paarden, de kanonnen, de flinke ruiters, en is trouw bij de oefeningen aanwezig, zonder zich om school of regenbui te bekommeren. Voor de heden te houden manoeuvre werden de troepen verdeeld in twee partijen, waarbij werd ondersteld dat een oostelijke troepenmacht onze grenzen heeft overschreden en tot Hardenberg is voortgerukt, terwijl een westelijke troepenafdeeling Ommen en Ommerschans heeft bezet”.

Op 14 september 1893 is het nieuws in de krant: “In de Ommerschans, waar in de laatste dagen zooveel leven en beweging heerschten, is de vroegere stilte en eenzaamheid teruggekeerd. Alleen de ledigstaande tenten zijn nog aanwezig om, bij goed weder, door het achtergebleven personeel met den meesten spoed te worden afgebroken, teneinde weer een jaar te worden opgelegd en te gaan rusten in de rijks-magazijnen te Woerden. Naar het einde van het kamp werd zeer verlangd; de nachten werden kouder, de avonden langer, en het verbod om naar het naburige Avereest te mogen gaan was voor allen een groote teleurstelling. De laatste dagen kenmerkten zich door guur en regenachtig weder, en door twee manoeuvres in de nabijheid van Ommen, welke door een groot getal belangstellenden uit die plaats werden bijgewoond”.

Manoeuvres
Op het terrein komen in 1895 diverse barakken, secreten en een magazijn. Voor de paarden komen er stallingen. In de krant van 18 september 1895 krijgen de lezers opnieuw een militaire oefening opgediend: “Blijkens ingewonnen berichten heeft een van Meppel over Staphorst oprukkende vijand het voornemen langs de Leijen en den Haarweg een aanval te doen op de Balkbrug, die bezet is door een afdeling van de in de Ommerschans gelegerde Nederlandsche troepen. Om dit te beletten, kreeg de luitenant-kolonel Jonkheer Bowier last, met 3 bataljons infanterie, 1 batterij veldartillerie en een eskadron huzaren, van Ommerschans over de Balkbrug dien vijand tegemoet te gaan, hem aan te vallen en zoo mogelijk terug te werpen”. “Liefhebbers van schieten hadden hier alle gelegenheid hun hart op te halen. Na afloop der manoeuvre werden beide partij weder verzameld, de troepen in linie opgesteld en werd daarna voor den bevelhebber gedefileerd; de infanterie met den gewonen pas, de cavalerie en de artillerie in draf. Bij het defileeren hadden de duizenden toeschouwers uit Ommen, van de Dedemsvaart, uit Avereest, Hardenberg enz. plaats genomen tegenover de muziek op een hoogtenrij en hadden van daar een fraai, vergezicht. En hiermede eindigde weliswaar de manoeuvre, doch geenszins de vermoeienissen van den dag. De cavalerie en de artillerie betrokken hunne kwartieren in en om Ommen, doch de infanterie had nog een lange marsch, voor een deel over een lastigen zandweg, af te leggen om het kamp te bereiken. Bij het inrukken van het kamp echter van vermoeienis geen spoor; vroolijk en opgeruimd bleef steeds de stemming, en geregeld en „in den pas”, voorafgegaan door de muziek van het regiment, keerden de vier bataljons in de legerplaats terug. Voor heden, den dag van vertrek, was het signaal voor opstaan „de reveille” reeds des morgens om 4.30 uur. Groote drukte in dit vroege morgenuur in het geheele kamp: in orde brengen van wapens en kleeding, inleveren van dekens en andere kampementsgoederen, opladen van allerlei voertuigen, tromgeroffel, gezang, overal drukte, geraas, beweging, ziedaar waarmede de lang verwachte dag van vertrek aanving. Om 8 uur verlieten de laatste troepen het kamp; vroolijk juichten zij toen zij bij aankomst het kamp binnenrukten, maar nog hooger stegen heden morgen de juichtonen toen zij het kamp achter den rug hadden. De kampeerende troepen verspreidden zich naar de drie noordelijke provinciën; de Ommerschans, waar in de laatste weken zooveel drukte en levendig heerschte, keerde tot zijn doodsche stilte en verlatenheid terug.
De legeroefeningen krijgen jaarlijks een herhaling. Voor de krant aanleiding per dag over de gebeurtenissen te berichten.

Op 28 augustus 1896 is wederom een kampement opgezet door een grote legermacht op de door de kolonisten in cultuur gebrachte weidegronden. Dit keer gaat het om totaal 300 huzaren. Hun aanwezigheid trekt ook weer grote publieke belangstelling. Het is echter nog kinderspel vergeleken als een maand later heel Ommen is bezet met militairen. De hoeveel soldaten is zo groot dat menig inwoner van de stad Ommen een week lang acht à tien man ingekwartierd krijgt, terwijl bij vele boeren 12 tot 14 man worden gehuisvest. Het complete lijstje: 5 en 6 september 1896: van de cavalerie 24 officieren, 362 manschappen en 369 paarden; 7 en 8 september: van de infanterie 47 officieren, 1255 manschappen en 11 paarden; 8 september van de veldartillerie 10 officieren, 133 manschappen en 125 paarden en 9 en 10 september: van de infanterie 75 officieren, 1425 manschappen en 263 paarden. Behalve de troepen die ingekwartierd zijn bivakkeren 6 bataljons infanterie in tenten dicht bij de kom van Ommen, twee bivonaks worden opgeslagen ten zuiden en ten noorden van Lemele. De divisiestaf bestaande uit kolonel van Kesteren en enkele officieren zijn voor deze oefening ingekwartierd in hotel Jansen (De Zon) in Ommen. In 1900 komt er een einde aan de legerplaats bij Ommen. De Ommerschans met omgeving wordt door het departement van Oorlog overgedragen aan het Ministerie van Financiën.

Bron: Harry Woertink – 28 februari 2017

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.