4 maart 2018

Ommen. Lang geleden (3)

Categorie: Harry Woertink.    625 keer gelezen.

Op het platteland was de onderlinge hulp groot: het “Noaberschap”. Bij een bruiloft kwamen de noabers in actie.

 Een voorbeeld van een saksische boerderij in Beerze.
Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Reeds voor de trouwdag is men begonnen met het houden van visites. De vrouwen komen de uitzet van de bruid bewonderen, tevens wordt maar vast een aanvang genomen met het uitspreken van gelukwensen en goede raadgevingen, onder het genot van een kopje koffie en een glaasje. Op de huwelijksdag belasten de buurtbewoners zich met de zorg voor de trouwkoets. De bruid wordt van huis gehaald, er wordt flink gegeten en gedronken, en dan begeeft de stoet zich naar het gemeentehuis en de Kerk. Na de inzegening wordt weer het een en ander gebruikt in een cafeetje langs de weg en dan rijdt men terug naar de buurtschap.
Nog een belangrijker dag in het leven der buurtbewoners is die van een begrafenis. Ook nu worden allen weer ingeschakeld voor hulp. Als de man overleden is, wordt direct door de naaste buren het bericht verspreid in de buurtschap en medegedeeld aan de familieleden van de overledene, die elders wonen, terwijl een ander er voor zorgt, dat het bericht in de stad aan belanghebbenden wordt verteld. Dikwijls werd tijdens deze dagen het werk op de boerderij gedaan door de buren, zodat dus de gezinsleden zich hierover geen zorgen behoefden te maken.

Nog op de dag van sterven wordt het lijk ontkleed en dan komt het linnengoed, dat reeds vanaf de trouwdag ongebruikt in de kast gelegen heeft, te voorschijn om als doodsgewaad te dienen. De kist is door de buurtbewoners van zwaar eikenhout gemaakt. Enkele dagen later vindt de begrafenis plaats. Op deze dag worden stoelen en tafels aangesjouwd uit de hele buurt. De naaste familie met de predikant komen in ’t voorhuis te zitten en de verre bloedverwanten met de buren in het achterhuis. De buurvrouwen hebben samen gezorgd voor brood, koffie, suiker, boter, kopjes en messen. Zij zijn druk in de weer om de gasten goed te verzorgen. In de keuken zien we alleen witte en blauwe kopjes, maar op de deel zijn er van allerlei kleuren. Natuurlijk wordt er over de dode niet anders dan veel goeds verteld. In de kamer wordt fluisterend gesproken, daar staat het lijk opgebaard. Heel anders is dat in het achterhuis, waar zelfs gelachen wordt. Is de maaltijd beëindigd, dan spant de naaste buur zijn paard voor de boerenwagen en wacht achter het huis. Op de deel wordt de kist nog een keer geopend en met een laatste blik wordt van de dode afscheid genomen.

Baanderdeur
De noabers dragen de kist door de baanderdeur naar buiten en plaatsen hem op de wagen. Door dezelfde deur is de nu gestorvene vroeger in de bruidswagen binnen komen rijden. Langzaam zet de stoet zich in beweging op weg naar de dodenakker. De mannen lopen achter de baar, terwijl de vrouwen in de kleedwagens hebben plaatsgenomen. De buren treden op als dragers. De naaste familie gaat mee terug naar het sterfhuis, waar ze weer eten. Zijn ook deze vertrokken, dan wordt alles netjes opgeruimd en wat er over gebleven is wordt verdeeld onder de buren. Hiermee zijn de noabers aan het eind van hun hulp genaderd. Ieder keert terug naar zijn bezigheden, maar in het sterfhuis blijft de ledige plaats. Zo zijn er nog tal van tradities en gebruiken op het platteland. Het bijgeloof komt nog tot uiting in een aantal gebruiken op het platteland. Is er een dode in huis, dan worden de luiken gesloten om de geesten geen kans te geven het huis te betreden. Ook is men nog van mening, dat een baby, die met gesloten handjes slaapt, later gierig wordt, terwijl een slapende baby met geopende handjes juist gul en behulpzaam zal worden. Vele oudjes op de boerenhoeven kunnen nog sterke verhalen vertellen over geesten en heksen, maar het merendeel der heidense gebruiken verdwijnt met de voortgaande ontsluiting van de buurtschap.

Saksische boerderijen
Ontstaan vanuit de Marke zijn naderhand talrijke boerderijen gesticht in het „veld”. Na de markeverdeling rond 1850 werd steeds meer woeste grond tot cultuurgrond gemaakt en nam het getal der boerderijen buiten de oude vestigingen toe. Het gangbare boerderijentype in de gemeente Ommen was het oude Saksische typ of het Halle-type waarvan het karakteristieke is het aanvankelijk ongedeeld zijn van de binnenruimte. Veestallen, werk- en woonruimte warren in een geheel verenigd. Huis en stallen concentreren zich om de deel. De tasruimten voor hooi en graan bevonden zich zowel boven de deel en de stallen als boven de woonkamer. De ruimte boven de woonkamer wordt zolder genoemd, die boven de stallen „hilde”, een naar het midden flauw hellend plankier. Op een deel van de hilde huisvestte men vroeger de kippen. De grootte van de boerderijen varieerde met de oppervlakte grond, die bij de boerderij hoort. Ter weerszijden van de woonkamer vindt men in oude boerderijen een aantal bedsteden. In verscheidene boerderijen echter zijn ze weggebroken en in plaats daarvan worden nu slaapkamers aangetroffen ofwel een zogeheten „zomervertrek”, een tweede woonkamer, zodat het mogelijk is geworden een kamer altijd netjes te houden. De overheersende positie van de deel stamt van vroeger jaren, toen in het gemengd bedrijf de akkerbouw nog zo sterk op de voorgrond stond en zeer veel tas- en dorsruimte nodig was. In de nieuwere boerderijen, die dateren van na de verschuiving in het bedrijf op de zandgronden is de deelruimte beperkter en beslaan de stallen een grotere oppervlakte. Karakteristiek is dat de baanderdeuren, die toegang geven tot de deel, enigszins inspringen. Op deze wijze ontstaat een schuilplaats, een „onderschoer” (schoer is onweer). Meer over “Ommen. Lang geleden” in deel 4.

Bron: Harry Woertink – 4 maart 2018

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.