микрозаймы

4 oktober 2020

Ommen en omstreken (1)

Categorie: Boeken & Tijdschriften.    596 keer gelezen.

“Ommen en omstreken” luidt de titel van een in 1925 door de VVV uitgegeven gids met “Schoone plekjes van Ommen’s omgeving”.

 De Brugstraat op dinsdag bij marktdag. De boeren bezochten de markt toen nog veelal per kleedwagen.
Foto: OudOmmen

De uitgave was bedoeld om de vele vreemdelingen opgewekt hun vakantietijd in Ommen door te laten brengen. “Wie er komt om verstrooiende vermaken te vinden, hij zal stellig worden teleurgesteld, maar wie in een rustige omgeving, in een ongerepte natuur, zuiver genot zoekt, het zal hem hier in ruime mate te beurt vallen” aldus de inleiding in de gids.

Ommen per spoor
Ommen, vroeger zeer afgelegen, is tegenwoordig per spoor te bereiken, vanuit Zwolle, Coevorden en Deventer, terwijl het plan, om het in verbinding te stellen met Hoogeveen, spoedig werkelijkheid zal worden. We stappen uit aan het station van de NOLS. Van Ommen heeft men dan zoo goed als niets gezien, daar het station ongeveer tien minuten gaans ten Zuiden der stad ligt. Den Stationsweg gaande zien we spoedig het bevallige torentje van de Hervormde kerk boven het geboomte oprijzen en, na de eerste huizen, de Voorbrug, te zijn gepasseerd, staan we voor de Vecht, waarover een ophaalbrug ligt. Hoewel de rivier voor het vervoer van reizigers en goederen bijna niets meer beteekent, geeft zij aan het landschap een niet geringe bekoorlijkheid, en volgen overal langs hare oevers vruchtbare wei- en bouwlanden.

De stad
Aan de overzijde der brug betreden we de eigenlijke stad. Als zoodanig bestaat Ommen sedert 1248, toen Bisschop Otto III haar met stadsrechten begiftigde. Van de grachten en wallen, die de vesting vroeger omringden, is niets meer te zien; alleen in namen als „de Burggraven” leeft de herinnering onder de bewoners voort. Het eerste gebouw links is het tegenwoordige Stadhuis, een eenvoudig gebouw met een aardig koepeltje. Het dateert van 1828 en vervangt het oude, dat meer in het centrum gelegen was, doch geen voldoende ruimte bood. Voorbij het Stadhuis zien we een plein, waarop Dinsdags markt wordt gehouden. Het verschaft voldoende ruimte; vroeger was het nog grooter, daar toen de huizen tusschen de Markt en de Vecht nog niet bestonden. Het groote gebouw, dat het plein aan de Westzijde afsluit, is het Kantongerecht, rechts daarvan staat het Postkantoor.

Nog verder de Brugstraat in komen we bij de Hervormde kerk. De gevel van het laatste huis rechts bevat een fraaie steen met opschrift, naar men zegt een uiting van concurrentie. De kerk is een eenvoudig gebouw, opgetrokken in Gothischen stijl. Aan den voorkant is een uitbouwsel, waarin de groote en kleine klok zijn opgehangen. Ommen bevat verder een Katholieke en een Gereformeerde kerk, benevens een Synagoge. Het Noordelijk gedeelte van het oude kerkhof wordt tegenwoordig als boter- en eierenmarkt gebruikt. Verderop maakt de straat twee scherpe bochten. Bij de laatste zien we het Vrijthof, waaraan de openbare school ligt. Hier begint de Bouwstraat, waarop verschillende straatjes uitkomen, alles samengevat het Bouwende geheeten. Het plaatsje levert overigens weinig bezienswaardigheden op, maar het is ook niet daarom, dat jaarlijks tal van vreemdelingen er een bezoek komen brengen, zij zoeken en vinden er een schoone natuur”.

Noordkant van de Vecht
Het VVV-boekje gaat dan verder met het beschrijven van de zuidkant van de Vecht. Wij vervolgen echter eerst de noordkant: “We hebben tot dusver onze wandelingen alleen aan de Zuidzijde van de Vecht uitgestrekt en hier is de omgeving van Ommen ook het mooist. Dit neemt niet weg, dat ook aan de Noordzijde aardige plekjes zijn. Hier loopen een drietal wegen in verschillende richtingen. Naar het Noordoosten gaat een weg door Arriën, voorbij de school van Hoogengraven en de herberg „de Hongerige Wolf” naar Hardenberg. „De Hongerige Wolf” dankt zijn naam volgens de overlevering aan het feit, dat op deze plaats de freule van Collendoorn werd aangevallen dooreen Wolf, waartegen de jonker van Eerde haar met succes verdedigde.

Ommerschans
Recht naar het Noorden gaat de van ouds bekende weg naar de Noordelijke provinciën. Deze werden beschermd tegen aanvallen uit het Zuiden door de Ommerschans, die in 1628 werd opgeworpen. In het begin van de negentiende eeuw behoorde Ommerschans tot de koloniën van weldadigheid. Nog later werd zij een straf- of bedelaarskolonie. Thans is zij als zoodanig ook niet meer in gebruik. Een breede gracht, die de hooge stammen langs haar oevers weerspiegelt en eenige gebouwen, verscholen in lommerrijk geboomte, herinneren nog aan haar vroegere beteekenis. Het is een stukje natuurschoon temidden van een eentonige dorre vlakte. Toch komt hier langzamerhand meer leven en beweging, wat de vele nieuwe boerderijen bewijzen, die overal in ’t veld verspreid liggen. Een weinig Noordelijker ligt het opvoedingsgesticht „Veldzicht” in de gemeente Avereest. Talrijke nieuwe en groote gebouwen zijn hier in den laatsten tijd verrezen. In sommige wordt het boerenbedrijf uitgeoefend, andere zijn ingericht tot smederij, boekbinderij, enz. Terzijde van den weg liggen de woningen van den directeur en van de vele ambtenaars en beambten. Het een en ander zet aan deze streek een levendigheid bij, die men hier niet zou verwachten.

Ommen heeft ook een waterweg naar de Dedemsvaart. Kalm ligt het kanaal tusschen zijn oevers, die overal dicht begroeid zijn met waterplanten. De zooeven genoemde weg naar het Noorden nadert het kanaal bij de „de Rotbrink”, eenige boerderijen aan weerszijden, verbonden door een draaibrug Aan de overzijde hiervan voeren twee wegen naar het Ommerbosch, één langs het kanaal en een ander (ook een rijwielpad) door de weilanden. Dit bosch is niet als wandelbosch bedoeld, doch de stad trekt er jaarlijks inkomsten van.

Hessenweg
Naar het Westen loopt een weg over den dijk van de Vecht. Dit is thans nog een breede zandweg, doch zal spoedig veranderd zijn in een harde weg. Reeds in ’t begin wordt ons oog getroffen door eenige kolossale linden, die den weg als met een boog overspannen. Spoedig verandert hij van richting, deze wordt meer Noordelijker, voorbij de boerderijen van Varsen, beschaduwd door hooge populieren en eiken, komt hij weldra uit op een weg, die inde richting 0.-W. loopt. Een vreemdeling ziet aan dit breede pad weinig bijzonders, alleen toont het juist door zijn breedte en de lage ligging, dat het in de Middeleeuwen reeds als heirweg diende, ’t Is de Oude Hessenweg, een deel van den weg van Holland over Zwolle naar Duitschland. Talrijke herbergen (o.a. het Zwarte Paard, tegenwoordig alleen nog een boerderij) waar zware lindeboomen schaduw boden, verschaften den reizigers gelegenheid de reis te onderbreken. Hij liep recht naar het Oosten tot hij ongeveer bij „de Hongerige Wolf” op den tegenwoordigen weg naar Hardenweg uitkwam. Later verloor de Hessenweg zijn beteekenis, de reizigers gingen vanaf Dalfsen zuidwaarts van de Vecht naar Ommen. Langen tijd lag er de weg eenzaam en verlaten, totdat hij nu in eer wordt hersteld. Hij zal namelijk een deel worden van den nieuwen weg van Ommen door Varsen en Nieuwleusen naar Dalfsen en verder naar Zwolle. We mogen verwachten dat Ommen, door het verbeteren van de wegen, hetgeen men in den laatsten tijd krachtig ter hand neemt, een goede toekomst tegemoet gaat.

Tot zover de gids “Ommen en omstreken” uit 1925. Binnenkort in deel 2 een vervolg.

Bron: Harry Woertink – 4 oktober 2020

3 Reacties »

• • •

3 reacties »