1 februari 2018

De Nieuwe Vaart tussen Ommen en Balkbrug die er nooit kwam

Categorie: Algemeen, Harry Woertink.    1.121 keer gelezen.

Met de aanleg van een “Nieuwe vaart” tussen de Vaart bij Sluis V in Balkbrug en de Vecht bij Ommen wilde het gemeentebestuur van Stad-Ommen het tij keren tegen een economische terug gang.

 Als oud inwoner van Witharen weet Jan van der Bent waar de Nieuwe vaart heeft gelegen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Het Veurtie (Nieuwe vaart)”.

Het aantal schepen dat in Ommen over de Vecht komt loopt terug als gevolg van de aanleg in 1810 van de Dedemsvaart tussen Hasselt en de Vecht bij Ane in Gramsbergen. Deze nieuwe waterweg zorgde voor een kortere route tussen Coevorden en Zwolle. De beoogde Nieuwe vaart voor scheepvaart naar de Dedemsvaart bij Balkbrug zou op grond van de gemeente Stad-Ommen moeten komen met een uitmonding in de Vecht in Ommen ter hoogte van de Voormars. Maar het kwam er maar niet van. Oorzaak hiervan was dat geld en vergunningen ontbraken. Wel is ooit een begin gemaakt met de aanleg, maar de gravers bleven steken in de zandbulten van Witharen.

Protest
De eerste hoop dat de aanleg van een Nieuwe vaart verwezenlijkt kon worden deed zich voor in 1819 toen de Ommerschans op grondgebied van Stad-Ommen in beeld kwam voor de vestiging van een bedelaarskolonie van de in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid. Oprichter Johannes van den Bosch had plannen om op de verlaten Ommerschans een gesticht te bouwen voor luilevende armen. Die konden de woeste gebied ontginnen tot vruchtbare gronden. Niet alleen om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien maar ook om arbeidsvreugde bij te brengen en een beroep als boer te leren. De Ommer burgemeester protesteert eerst nog tegen deze plannen. Maar dan wordt overeengekomen dat de Maatschappij het kanaal de Nieuwe vaart zal graven. Voorwaarde is wel dat Johannes van den Bosch per direct aan de slag kan met de inrichting van de bedelaarskolonie.

Begin
In 1819 wordt een begin gemaakt met de aanleg van de bedelaarskolonie. Het gebied wordt ontgonnen en er worden tal van boerenhoeven gebouwd. Het woeste werkgebied wordt in de eerste jaren ontsloten met brede (water)wijken, gegraven door bedelaarshanden. Ze zijn bestemd voor vervoer over water van de gestoken turf en de schuiten vervoeren compost, stalmest en andere landbouwmaterialen naar en van de in cultuur gebrachte landbouwgronden waar rogge, haver, gerst, aardappelen, paardenbonen en boekweit werden verbouwd. Ook boden de aangelegde wijken een goede afvoer van gras, hooi, stro en stoppelgewassen. Met de gemeente Stad-Ommen werd overeengekomen dat het nieuwe kanaal in 1827 klaar moest zijn. Er is wel een begin gemaakt met de aanleg van de Nieuwe vaart in het koloniegebied. Met het graven van de eerste 150 meter vanaf de Dedemsvaart wordt nog even gewacht. Erg veel snelheid zat er daarna echter niet meer in.

Geld op
In een rechte lijn wordt richting de Woeste (Ommerveld) nog wel gegraven en ook tot in Witharen. Maar daar stokt de grote zandverplaatsing. Niet omdat men geen kans zag door de hogere zandrillen heen te breken, maar gewoon omdat er geen geld meer beschikbaar is om de kosten te betalen om het karwei af te maken. Uiteindelijk komen partijen met elkaar overeen dat de gemeente Stad-Ommen een bedrag krijgt uitgekeerd waarmee de gemeente Stad-Ommen een weg kan aanleggen van Ommen over de Ommerschans naar Balkbrug. Deze weg komt in 1857 gereed. Een scheepvaartverbinding tussen de Vecht en de Dedemsvaart via Witharen is hiermee van de baan. Later wordt nog wel het noordelijk gedeelte van de Nieuwe vaart in verbinding gebracht met de Dedemsvaart en over de verlengde vaart een houten draaibrug aangelegd om een deel van de kolonie toegankelijk te maken voor de scheepvaart. Maar daar blijft het verder bij.

Ommerkanaal
Dan ruim 25 jaar later in 1865/1866 gaat het weer over het aanleggen van een kanaal. Het betreft dan een tracé die veel oostelijker is gelegen. Er wordt een kanaal gegraven als zijkanaal van de Dedemsvaart te beginnen op grondgebied van de gemeente Avereest. Door de grote waterafvoer uit de ontgonnen veengebieden blijkt dat de afwatering van de Dedemsvaart voor problemen zorgt. Daarom is behoefte aan een afwateringskanaal naar de Vecht en die komt er ook. Het nieuwe kanaal krijgt de naam “Ommerkanaal” en wordt gegraven tussen het 3e en 4e Blok door, dwars door het Arriërveld en vervolgt tussen de latere buurtschappen Emsland en Ommerbos-Rotbrink richting Ommen met als eindpunt een haven nabij de Hardenbergerweg. Het kanaal krijgt geen verbinding met de Vecht zelf, behalve dat een stroomduiker voor afvoer van teveel water naar de Vecht zorgt en daarmee het water in het kanaal op peil houdt. Ondanks herhaaldelijk aandringen vanuit Ommen om het Ommerkanaal breder en dieper te maken en van een schutsluis te voorzien, worden telkens deze eisen niet door het provinciebestuur ingewilligd. Daardoor is slechts een beperkte scheepvaart mogelijk op het Ommerkanaal. Honderd jaar na de aanleg wordt het gedeelte tussen de Hardenbergerweg en het afwateringskanaal tot aan de Rotbrink weer dichtgegooid. Vooraf was al een nieuw kanaal naar de Vecht in Varsen gegraven. Gelijk ook wordt het Ommerkanaal gesloten voor scheepvaart.

Het Veurtie
Toen in 1890 een einde kwam aan de bedelaarskolonie Ommerschans en de gebouwen en koloniegronden waren verkocht is het uitgegraven gedeelte van de Nieuwe vaart gedempt. Aan de kant van Balkbrug kwam parallel aan de vaart de (doodlopende) Tweede Schansweg en in Witharen werd langs het water een weg aangelegd met de naam “Stenenbrug”. Ten zuiden van de Stenenbrug richting Olde Venneweg zijn in het landschap richting Witharenweg de contouren van de vaart nog steeds goed waarneembaar. Het laatste stuk van de graverij wordt in de volksmond “Het Veurtie” genoemd. Hier is de vaart breder, maar verderop voor de helft gedempt.

Bron: Harry Woertink – 1 februari 2018

1 Reactie »

• • •

1 reactie »