7 februari 2016

Molen De Lelie viert 170 jaar bestaan – Cultureel erfgoed van ondergang gered

Categorie: Harry Woertink, Molens.    1.443 keer gelezen.

OMMEN – Molen De Lelie aan het Molenpad 7 in Ommen viert dit jaar (2016) haar 170-jarig bestaan. Het is dankzij Hendrik Oldeman, een telg uit een oud Ommer molenaarsfamilie, dat deze windmolen is gered van de ondergang.

 Een moment van de officiële overdracht van het gedenkbord voor molen De Lelie op 14 april 1984. V.l.n.r.: Bakker Ten Brinke, Lex Hollak, Dieks Makkinga, Jennie Weelink-Woertink, Gerrit Jan Jaspers (wethouder), Wiechert Stegeman, Gerrit van der Kolk, Tiene Pepping-Smit, Carel Knoppers (burgemeester), Martend Makkinga, molenaar Anton Wolters, Gerard Oldeman, Margchien Oldeman-Schoemaker, Jennie de Lange-Steen, Bats Makkinga, Jo Kampman-Warmelink en Jan Keizer.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en album “Molen de Lelie”.

Ruim 45 jaar geleden was er grote belangstelling vanuit Amerika om molen De Lelie aan te kopen en in Holland-Michigan weer op te bouwen. De molen was toen weliswaar in sterk verval geraakt zonder wieken, maar het binnenwerk was nog wel aanwezig. Als eigenaar van de molen heeft Hendrik Oldeman de molen voor de toekomst weten te behouden door De Lelie aan de gemeente te verkopen. Wel onder strikte voorwaarde dat de gemeente verplicht werd om de molen te restaureren en weer draai- en maalvaardig te maken. Dat Oldeman vijfduizend gulden op de koop moest laten vallen had hij er graag voor over. Zo kon voor Ommen cultureel erfgoed behouden blijven.

Lange geschiedenis
De Lelie heeft een lange geschiedenis achter de rug. In 1846 werd de molen door een zekere Jan Mansier gebouwd. Hij is een zoon van de toenmalige herbergier van Het Zwarte Paard in Ommen. Het zat de molenaar niet mee in zijn leven. Op 20 juni 1849 trouwde hij met een dochter van de plaatselijke geneesheer, te weten met Johanna Geertruida Lindenhovius. Als zij kort na dit huwelijk overlijdt hertrouwd Jan Mansier op 3 november 1852 met Alberta Christina van Raalte, weduwe van geneesheer Hendrik Jan van Dijk uit Amsterdam. Zijn tweede vrouw is een zuster van predikant Ds. Albertus Christiaan van Raalte, die in 1846 naar Amerika emigreerde en daar de staat Michigan heeft gesticht. Helaas bleek de molen geen winstgevende investering. De zaken gingen slecht en in 1859 moest Mansier op één dag twee hypotheken op zijn molen nemen. De hele familie sprong bij met giften en leningen om de zaak in stand te houden, maar het mocht niet baten. Op 26 mei 1869 werd “De Lelie” gerechtelijk verkocht aan Hendrik Oldeman. Deze betaalde er 1740 gulden voor. Na aftrek van alle schulden en onkosten bleef er voor Jan Mansier en zijn vrouw slechts 518,79 gulden over en gaan dan in Lemele wonen. Een eeuw lang bleef de molen in bezit van de familie Oldeman. Na Hendrik Oldeman zijn het achtereenvolgens Peter Oldeman Hzn, Hendrik Oldeman Pzn, Hendrikus Oldeman en Gerard Oldeman die de graankorrels tot meel vermaalden op De Lelie. Overigens was in 1946 al sprake van verval. De molen was buiten gebruik en stond met één roede. Daarna ging de toestand snel achteruit. Rond 1970 was De Lelie niet meer dan een onttakeld wrak zonder roeden en stelling. De houten buitenroede hoefde ook niet meer te worden gestreken: het bovenste eind was ooit afgebroken en later is het onderste deel zelf uit de askop naar beneden gezakt.

Verkoop
Na een boedelverdeling verwerft Hendrik Oldeman in 1968 molen De Lelie, als kleinzoon van de oorspronkelijke molenaar. Broer en laatste molenaar van De Lelie Gerard Oldeman kreeg toen het bezit van de molenaarswoning aan de Dr. A.C. van Raaltestraat (inmiddels afgebroken). Vervolgens verkoopt Hendrik Oldeman de molen aan de gemeente Ommen. In eerste instantie had hij De Lelie, die inmiddels al aardig verlept was, voor afbraak te koop aangeboden. Eén van de wethouders kon dat echter niet verdragen en deed in het college van B en W een voorstel om de molen door de gemeente te laten kopen. Hendrik Oldeman was met deze redding van zijn erfdeel dolblij en liet er zelfs een bod van tienduizend gulden voor schieten. De gemeente kocht de molen van hem voor vijf duizend gulden onder de voorwaarde dus dat De Lelie binnen vijf jaar gerestaureerd èn weer als korenmolen in gebruik zou zijn. In 1976 was het dan eindelijk zo ver dat de molen weer kon draaien. De eerste jaren als lesmolen voor Het Gilde van Vrijwillige Molenaars.

Beroepsmolenaar
De eerste beroepsmolenaar die op De Lelie zijn brood zou verdienen werd gevonden eind 1981 in de persoon van Henk Bökkers uit Heino. Dat was echter van korte duur. In 1982 werd Lex Hollak namens de gemeente als molenaar aangesteld, tot dat in 1983 Anton Wolters zich als ambachtelijk korenmolenaar voor De Lelie aandiende. Al eerder werd Anton het vak van molenaar bijgebracht door Lex Hollak en was Anton bijna dagelijks bij de Lelie te vinden. Het is nog steeds Anton Wolters die dagelijks verschillende soorten meel maalt voor bakkers, reformen en particulieren. Onder de molen is een winkel gevestigd waar meel- en biologische producten worden verkocht. In de nacht van maandag 22 oktober op dinsdag 23 oktober 2007 werd de naast de molen gelegen molenschuur getroffen door een verwoestende brand. Dankzij kordaat optreden van de brandweer bleef de molen gelukkig gespaard. Molenaar Anton Wolters ging niet bij de pakken neerzitten en mede dankzij een actie van vanuit de bevolking stond er een jaar later een nieuwe schuur “Polevers” genaamd.

Feest
Ter gelegenheid van het 170-jarig bestaan van De Lelie houden Anton en Rita Wolters van 21 tot en met 25 juni een feestweek. De molen wordt dan extra onder de aandacht van het publiek gebracht.

Technisch
De Lelie is een houten achtkantige stelling molen. Gedekt met riet en een onderbouw van stenen. De wiekenvormen hebben een fok en een Oudhollands systeem. De molen heeft twee koppel lavastenen, twee regulateurs, twee mengketels, twee silo’s, een buil en een kammenluiwerk. Binnenroede: Systeem Fauël, fabr. Buurma, nummer 0027, 1972. Buitenroede: Oud Hollands, fabr. Buurma, nummer 0028, 1972. Bovenas: Gietijzer, 4.60 m. fabr. Wed. A. Sterkman & Zn, nummer 0237, 1863. Vlucht: 21.20 m. Als versiering heeft de molen een aardige baard, wit geverfd, rood afgebiesd, met de opschriften De Lelie en 1846 en 1973. In het rietdek is het jaartal 1846 aangebracht. Gevelsteen met opschrift: Gebouwd door J. Mansier 1846.

Spanjer Dieks
Op een plank aan de balk in De Lelie stond ooit een gedicht van dichter Spanjer Dieks. De tekst is gekomen op een gedenkbord die op 14 april 1984 in de molen werd geplaatst en geschonken is door de “Gemienschap van Oll Ommer”. De tekst is als volgt:

DE LELIE
Als de Heer de wind laat waaien
Over berg en akker zweeft
Dan kan deze molen malen
Het graan dat God het mensdom geeft

Spanjer Dieks.


Gebouwd door Jan Mansier in 1846.
Aangekocht door Hendrik Oldeman in 1869.
Door de gemeente Ommen aangekocht van
diens kleinzoon Hendrik Oldeman in 1970 en
daarna gerestaureerd.
Met deze molen werd gemalen door
Hendrik Oldeman, Peter Oldeman H. Zn, Hendrik
Oldeman P.Zn, Hendrikus Oldeman, Gerard
Oldeman, H.E.A. Bokkers, Lex Hollak en
Anton Wolters.


Bron: Harry Woertink – 7 februari 2016

1 Reactie »

• • •

1 reactie »