1 januari 1975

Korte geschiedenis van het 18th Armoured Car Regiment of de XII MANITOBA DRAGOONS

Categorie: Archief Jan Lucas.    7.532 keer gelezen.

Het Regiment werd op 15 mei 1941 gemobiliseerd. Het werd in verband met de verradelijke inval op 7 december 1941 door de Japanners op Pearl Harbour, toen in Canada het zogenaamde Westkust-alarm afkwam, van het vaste land van Canada overgeplaatst naar Vancouver Island, gelegen voor de westkust van Canada, waar de trainingen werden voortgezet. Op 18 mei 1942 keerde het Regiment terug naar het vasteland, reisde per trein dwars door Canada en werd aan de oostkust van Canada gelegerd. Van hieruit vond op 19 augustus 1942 te Halifax de inscheping aan boord van de “Letitia” plaats en werd in convooi naar Europa gevaren, waar men op 31 augustus 1942 op de rede van Glasgow aankwam. In Engeland werden de trainingen voortgezet en werd het Regiment volledig georganiseerd en uitgerust, ook met de toen zeer moderne pantserwielvoertuigen van het type Staghound T17E1, een General Motors product. Men was er volledig klaar voor de grote taak! Het Regiment werd bezocht door de Engelse koning, King George VI, maar ook door Generaal Dwight D. Eisenhower, “the General of the Army” (vijf sterren-generaal), en Generaal (later Veldmaarschalk) Bernard L. Montgomery, de commandant van de 21 th British Army Group onder welke Legergroep onder meer het llnd Canadian Corps ressorteerde en waartoe het Regiment behoorde. In de nacht van 7 op 8 juli 1944 werden het Regimentshoofdkwartier en het B-squadron te Portsmouth op de Amerikaanse LCT ( = Landing Craft Tanks) Nr. 168 ingescheept en de rest van het Regiment te Gosport op 8 juli 1944 op de LCT Nrs 169, 170 en 171, waarna men op 8 juli 1944, men onder meer 72 Staghounds, op Juno-beach, bij het Normandische havenplaats Courseulles-sur-Mer, landde en werd opgewacht door een ambulance die Trooper Archibald C. Doan met zijn op zee geconstateerde blindedarmontsteking naar een veldhospitaal bracht en daar geopereerd werd.

Ofschoon het Regiment een Cavalerie Verkennings Regiment was, volledig daarvoor opgeleid en uitgerust, kreeg het de eerste maand een infanterietaak. Het door de Geallieerden veroverde gebied omvatte namelijk nog niet die oppervlakte dat een “long range reconnaissence”-regiment, dat het Regiment toch in feite was, zich kon ontplooien. Bij Caen werd de infanterietaak vervuld, waarna het als Cavalerie Verkenningsregiment zijn steentje – ja zelfs wel een kei! – bijdroeg aan de slag bij Falaise, waar de vijand méér manschappen verloor dan bij de slag om Stalingrad. Slechts drie dagen na het einde van deze slag bereikte het Regiment als eerste van de Geallieerden de rivier de Seine bij Elbeuf, iets ten oosten van Rouen. Na de Seine te zijn overgestoken vond de grote Cavalerie opmars plaats, in grote lijnen via Aumale, Abbeville, Hesdin en St Omer, dat op 6 september 1944 werd bereikt. Hier in St Omer kreeg het A-squadron de byzondere opdracht om in eens door te stoten naar de historische stad Brugge in België en deze bij verrassing en zonder verwoestingen te nemen; de rest van het Regiment kreeg de byzondere opdracht in een keer door te stoten naar de havenstad Oostende en deze, zonder dat de haveninstallaties door de vijand zouden worden verwoest, te nemen. Tot dusver werd namelijk alles voor de Geallieerde legers nog aangevoerd via de invasiehavens in Normandië, dat een te lange aanvoerweg was geworden. De opdrachten waren succesvol!

De Vlaamse westkust werd genomen en de verkennings-operaties van het Regiment werden vervolgd op Zuid-Beveland en in westelijk Noord-Brabant, met plaatsen als Bergen op Zoom en Roosendaal, maar ook Moerdijk en Willemsstad. Tijdens de winter 1944-1945 bewaakte het Regiment het frontgebied langs de grote rivieren. Op 8 februari 1945 sneuvelden bij Wamel drie man van de 19th troop van Lt G. T. Wilson. Op 2 maart 1945 werden operaties uitgevoerd in het Duitse Reichswald, het Hochwald en het Balbergwald; in de omgeving van het Duitse plaatsje Veen ontmoetten drie Geallieerde legers elkaar, namelijk de 1st Canadian Army, waartoe het Regiment werd gerekend, de 2nd British Army en 9th U.S.Army. Het Regiment kreeg bij het grote Rijnoffensief een belangrijke taak, overschreed de Rijn op 31 maart 1945 – dat was zaterdag voor Pasen 1945 – en concentreerde zich te Bienen, iets voor de Nederlandse grens. Van hieruit werden operaties uitgevoerd in de Achterhoek. Op donderdag 5 april 1945 werd het Twente-kanaal bij Delden overschreden en werd opgerukt naar Almelo, het D-squadron volgde een dag later. Het A-squadron kreeg het gebied ten oosten van het kanaal Almelo-Coevorden als operatiegebied, het B-squadron het Duitse gebied daar ten oosten van, het C-squadron het gebied zuidelijk van de zogenaamde “28 easting” (lopende nagenoeg gelijk aan het kanaal Vroomshoop-Lemelerveld) en het D-squadron het gebied noordelijk van het operatiegebied van het C-squadron. Het A-squadron rukte in noordelijke richting op, ontdekte drie intact zijnde bruggen over laatstgemeld kanaal o.a. bij Vroomshoop.

Het D-squadron maakte vrijdag 6 april 1945 gebruik van de brug te Vroomshoop, bevrijdde in de loop van de voormiddag Den Ham en verkende de bossen onder Eerde, leverde menigmaal slag met de vijand onder Besthmen waarbij een Staghound verloren ging en zette zijn operaties voort richting de Vechtbrug. Ter hoogte van de voormalige Bakkerij Hengelaar op de Stationsweg te Ommen werd nog een Staghound, links van voren, door een vijandelijke Pantzerfaust getroffen, hierbij werden Lt G. T. Wilson en zijn radio-operator Tpr G. W. Soanes van de lead car van de 19th troop dodelijk getroffen en de schutter Trp D. D. Montgomery gewond, alsmede de beide overige bemanningsleden Tpr John E. Harkins, de bestuurder, en Tpr H. B. Loker, de boegschutter tevens tweede bestuurder, krijgsgevangen gemaakt, nadat de vijand hen onder zwaar vuur van handvuurwapenen had genomen. De volgende dagen werd de Vechtbrug geobserveerd door de Manitoba Dra-goons. Zondag 8 april had men als het ware Ommen reeds omsingeld, er vond ’s morgens een treffen plaats door de 5th troop met de vijand tussen Dalfsen en de buurtschap Welsum. Op maandag 9 april 1945 trachtte de 1st troop van het A-squadron van Balkbrug uit Ommen te bereiken, op de Balkerweg vond een vuurgevecht met de vijand plaats, evenals op dinsdag 10 april 1945, waar de vijand zijn fanatisme toonde, waarbij 5 vijanden werden gedood, 1 gewond en 20 krijgsgevangenen werden gemaakt.

Gezien de rapporten en andere betrouwbare bronnen, meen ik te mogen beweren, dat de mannen van de XII MANITOBA DRAGOONS het grootste aandeel in de bevrijding van Ommen leverden.

Herman Stegeman HFzn.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – 29 maart 2007

8 Reacties »

• • •

8 reacties »