6 februari 2018

Een kerkje aan het Molenpad in Ommen

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink.    1.432 keer gelezen.

Tussen 1903 en 1940 was er een kerkje aan het Molenpad 3 in Ommen van de Christelijke Gereformeerde kerk.

Pand Molenpad 3, plek van de vroegere kerk.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Molenpad 3 – Varkenskarkie

Het was maar een klein gebouwtje in de vorm van een lokaaltje. De kerk is in 1903 officieel in gebruik genomen met een kerkdienst door de predikanten Jansen uit Almelo en Schouten uit Kampen. De kerkelijke gemeente zelf heeft nooit een eigen predikant gehad. Na opheffing is aansluiting gezocht bij de Christelijke Gereformeerde kerk in Dedemsvaart en is het lokaaltje verbouwd tot woning.

Kerkgeschiedenis
In de 19e eeuw kwam er in de grote Nederlandse Gereformeerde kerk steeds meer invloed van stromingen die kritisch stonden tegenover de Bijbel. Ook de regering probeerde greep op de kerk te krijgen. Zo werd er een reglement opgelegd aan de kerk, die de afspraken die de kerken in 1618 hadden gemaakt, moest vervangen. Dit was het begin van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze ontwikkelingen riepen veel protest op. Dit leidde ertoe dat een aantal kerken zich in 1834 afscheidde van de Nederlands Hervormde Kerk. Deze beweging begon in het Groningse Ulrum, onder leiding van de predikant Hendrik de Cock. Zij bestond uit allerlei groepjes kerken. Twee daarvan waren de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerk onder het kruis. Deze twee groepen verenigden zich in 1869 en noemden zich voortaan Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland.

Gereformeerd
In 1886 kwam de zogenaamde Doleantie, een afscheidingsbeweging uit de Nederlandse Hervormde Kerk, waarbij ruim 180.000 ‘dolerenden’ (‘klagenden’) de Nederlandse Hervormde Kerk verlieten. Dit gebeurde onder leiding van de theoloog, politicus en journalist Abraham Kuyper (1837-1920). Zijn actie liep uit op een tweede kerkelijke afscheiding. Veel Christelijk Gereformeerde kerken gingen mee. Deze kerken heetten vanaf toen de Gereformeerde Kerken in Nederland. De huidige Gereformeerde kerk in Ommen.

Christelijk Gereformeerd
Een klein deel van de Christelijke Gereformeerde kerken wilde echter niet mee met de beweging van Kuyper en bleef zelfstandig. Zij zagen hun bezwaren niet beantwoord en daarom zetten zij de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland voort. Toen de kerk in 1869 met de zogeheten Kruisgemeenten werd verenigd ging in Ommen ook een groepering verder als Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. Er werd eerst elders of bij de leden thuis gekerkt. Tot 1903. Op een stukje grond, gekocht van de gemeente Ommen, kon de Christelijke Gereformeerde kerk in Ommen een eigen kerkje bouwen.

Varkenskerkje
De Christelijke Gereformeerde kerk kreeg later nog een kleine uitbreiding van enkele leden van de Gereformeerde kerk aan de Bouwstraat. Die konden zich niet vinden, na schijnt, de bemoeienis van hun kerkenraad omtrent de verkoop van een varken. Daarom maakten ze de overstap naar het kerkje aan het Molenpad. Het kerkje kreeg toen in de volksmond gekscherend de naam van “Varkenskarkie” (Varkenskerkje). In de loop van de tijd minderde het aantal kerkleden om het eigen kerkgebouw te kunnen onderhouden. Daarom is in 1940 de overstap gemaakt naar de Christelijke Gereformeerde kerk in Dedemsvaart, de tegenwoordige Immanuelkerk. Het gebouwtje aan het Molenpad in Ommen werd verkocht en vanaf 1946 in gebruik genomen als woonhuis met als bewoner Hendrik Jan Buitenhuis en in 1948 Gerrit Derk Beverdam. In 1951 woonde er Gerrit Pots. Ook de familie Van Lenthe heeft er jaren gewoond. De laatste verbouwingen zijn verricht door de huidige eigenaren, de familie Plaggenmersch.

Ds. A.C. van Raalte
Zoals hierboven beschreven was de negentiende eeuw in de Nederlandse kerkgeschiedenis een roerige periode. Op 14 oktober 1834 vond in Ulrum de Afscheiding van het Hervormde kerkgenootschap plaats onder leiding van ds. Hendrik de Cock (1801-1842), hervormd predikant aldaar. Hij en zijn kerkelijke gemeente tekenden de Acte van Afscheiding of Wederkeer, waarin ze verklaarden met de Hervormde kerk te breken, ‘totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’. In aansluiting hierop werd onder leiding van ds. A. C. van Raalte in 1835 in Ommen een afgescheiden gemeente gesticht. Dit ging met grote moeilijkheden gepaard, zodat militair ingrijpen noodzakelijk werd en een speciaal detachement infanterie in Ommen werd gelegerd om de politie te assisteren, bij het ontbinden en voorkomen van de verboden godsdienstoefeningen. Op 19 november 1836 werd ds. Van Raalte zelfs gevangen genomen maar spoedig weer vrijgelaten. De Christelijk Afgescheiden Gemeente kon in Ommen reeds in 1840 een eigen kerkgebouw in gebruik nemen aan de Bouwstraat. In 1841 verkreeg de kerk een koninklijke goedkeuring voor de godsdienstvrijheid.

Koninklijke Goedkeuring toelating godsdienstvrijheid Gereformeerde kerk Ommen
“28 april 1841.
Wij Willem II, bij de gratie Gods, koning der Nederlanden, Prins van Oranje Nassau, Groot Hertog van Luxemburg enz. enz.
Op het rapport van onzen minister van Staat, belast met de generale directie voor de zaken der Hervormde Kerk enz. van den 15 april 1841 nr. 11 omtrent een adres van A.C. van Raalte c.s. inwoners van Ommen Stad en Ambt, verzoekende toelating tot het inrigten eener christelijk afgescheidene gemeente.
Gezien het rapport van onze minister van justitie van den 22 dezer nr. 4.
De raad van State gehoord/advies van den 27 dezer nr. 6.
Gezien het Koninklijk besluit van den 5 juli 1836, nr. 75, litt a, tweede lid, gelezen ons nader besluit van den 9 januari 1841 nr. 23.
In aanmerking nemende dat er geene redenen bestaan om hunne toelating te verhinderen, als hebbende zij een door hen individueel getekend adres ingediend, overeenkomstig de bepalingen der grondwet op het inleveren van verzoekschriften terwijl zij:
a. het reglement op het Kerkbestuur om de inrigting der Christelijke afgescheidene gemeente te Utrecht als het hunne aannemen;
b. aanwijzing hebben gedaan van het locaal tot uitoefening der Eredienst, ten aanzien waarvan is gebleken dat het wat de ligging aangaat, daartoe geschikt is en dat uit het verlangde gebruik geen hinder voor andere Godsdienstige gezindheden, stoornis der publieke orde en veiligheid te duchten is;
c. de verklaring hebben afgelegd, dat zij in de kosten van hunne Eredienst mitsgaders in de verzorging van hunne behoeftigen, buiten bezwaar van het Rijk zullen voorzien en
d. gelijke verklaring hebben gedaan, dat zij nimmer eenige aanspraak zullen maken op de bezittingen en inkomsten en regten van het Hervormde Kerkgenootschap of van eenige andere godsdienstige gezindheid en aan de Wetten van de Staat zullen gehoorzamen.
Hebben besloten en besluiten
art. 1.
De verzochte toelating wordt aan de adressanten verleend en mitsdien vergund het bestaan binnen de Stad Ommen van eene Christelijke afgescheidene gemeente, bestuurd volgens de bepalingen van het reglement der Christelijke afgescheidene gemeente te Utrecht.
art. 2.
Deze gemeente zal hare openbare Eeredienst uitoefenen in het gebouw staande en gelegen aan de Bouwstraat te Ommen.
art. 3.
De gemeente van afgescheidene christenen voornoemd is onderworpen aan alle wettelijke bepalingen en gouvernementsverordeningen welke met betrekking tot alle andere kerkgenootschappen of kerkelijke gemeenten in dit rijk in het algemeen thans bestaan of in het vervolg mogten worden ingesteld.
Onze ministar van Staat voornoemd is belast met de uitvoering van dit besluit waarvoor afschriften zullen worden gezonden aan onze minister van justitie en aan de Raad van State, tot informatie.
Gegeven te ‘s-Gravenhage den 28 april 1841.
get. Willem.
De minister van Staat belast met de
generale directie voor zaken der
Hervormde kerk enz.
(get.) H. van Zuijlen van Nijevelt
Voor overeenkomstig afschrift
de secretaris-adviseur bij het
departement voor de zaken der
Hervormde Kerk enz.
get. Janssen”

Bron: Harry Woertink – 6 februari 2018

1 Reactie »

• • •

1 reactie »