11 oktober 2006

Kastelentocht 7 oktober 2006 was zeer geslaagd

Categorie: Hans Steen.    9.201 keer gelezen.

Zaterdag 7 oktober 2006 organiseerde de HKO een geslaagd tochtje langs kastelen, havezaten en landgoederen. Dit uitstapje speelde zich af binnen de provinciegrenzen. Feit is wel dat welk gedeelte ook bezocht wordt in Overijssel de kastelen en buitenplaatsen niet allemaal in een dag te bezoeken zijn.

aa5.jpg Foto: HKO – Hans Steen
Eén van de bezienswaardigheden tijdens het tochtje

Ook in Salland lukt dat niet. Daarom werd een selectie gemaakt in Dalfsen, Heino, Wijhe, Olst en Zwolle. Als reisleider trad op Harry Woertink, die ook de route had uitgestippeld en een beschrijving had gemaakt van alle bezienswaardigheden langs de route. Drieënvijftig havezaten werden er ooit geteld in Salland. Het predikaat ‘havezate’ werd alleen toegekend als de eigenaar lid was van de Overijsselse Ridderschap. Zulke havezaten werden bij voorkeur op de landschappelijke overgang van hoge naar lage gronden gebouwd en waren voorzien van een gracht.

Met vier personenbusjes, goed voor 35 personen werd de tocht gemaakt via binnenwegen. Van Vilsteren naar Dalfsen, Berkum, Ittersum en Windesheim. Via de dijken van de IJssel naar Olst. Vervolgens Wijhe, Heino en Laag Zuthem. Over de oude Twentseweg richting Wijthmen, Hoonhorst en via Dalfsen weer terug naar Ommen. Onderstaand in volgorde de kastelen en havezaten die in beeld kwamen. Bij een aantal werd een wandeling gemaakt. Als eerste bij De Haere in Olst. Bestuursleden van de IJsselinie waren zo vriendelijk ons een kijkje te gunnen in het noodhospitaal op het landgoed De Haere die tijdens de Koude Oorlog dienst moest doen. In Wijhe werd gestopt voor een lunchpauze. Daarna werd het museum bezocht in kasteel Nijenhuis. Op de Colkhof in Laag Zuthem was een wandeling en ook op De Horte. Als laatste werd de Aalhorst inclusief de prachtige boerderijen bezocht.

De bezienswaardigheden staan in volgorde van passering.

Vilsteren
Een katholiek dorp op een Sallands landgoed met een kerk, herberg, molen en Spijker: Huis Vilsteren. Het huidige Huis Vilsteren staat op de plaats van enkele voorgangers en werd in 1908 door architect Ed Cuypers gebouwd, dezelfde architect die ook de stations langs de spoorlijn Zwolle-Coevorden ontworpen heeft. Aan de overzijde van de straat staat een fraaie achtkantige bovenkruier uit 1858. Het kerkgebouw dateert van 1897.

Huis Hessum
Aan de weg Dalfsen-Vilsteren ligt het historische buitengoed Hessum. De naam is wellicht ontleend aan de gelijknamige buurtschap. De geschiedenis begint in 1765 wanneer Herman van Sonsbeeck een ‘spieker’ laat bouwen bij het erve Rouwenkamp. In 1829 is er echter sprake van ‘een gewezen buitenplaats’ ten teken dat het buitenhuisje is afgebroken. Een jaar later wordt het tegenwoordige landhuis Hessum gebouwd. In 1950 werd Hessum, dat op een omgracht terrein ligt, gerestaureerd waarbij het huis een veel statiger karakter kreeg. De bijgebouwen werden achter het huis gelegen en niet aan een voorplein zoals gebruikelijk was in Salland.

Kasteel Rechteren
Het imposante kasteel Rechteren bij Dalfsen is het enige bewaard gebleven middeleeuwse kasteel in Overijssel. Met zijn ronde middeleeuwse donjon en rijk versierde toegangspartij is het kasteel ook een van de mooiste waterburchten van Nederland. De bouw zou zijn gestart in 1320 aan de oevers van een bocht in de rivier de Vecht. Het heeft wel tot de 18e eeuw geduurd voordat het kasteel zijn huidige vorm had. Het kasteel heeft nog een rol gespeeld in de tachtigjarige oorlog. Het was een aantal jaren in Spaanse handen, maar het werd door prinsgezinde troepen veroverd. De hoge, ronde toren, de donjon, stamt uit de 14e eeuw. Het huis dateert uit de 16e eeuw. De huidige situatie echter is voor het grootste gedeelte uit de 18e eeuw. Ook hier weer veel water. Rechteren is gebouwd op een zandige verhoging. Het is mogelijk dat het water een oude lus is van de Vecht. Het kasteel bestaat nu uit een ingangspartij met twee vooruitspringende vleugels uit 1726, met tegen de linkervleugel de ronde donjon uit de 14e eeuw en het laat-middeleeuwse achtergedeelte met topgevels en een zadeldak. In 1953 is de ronde toren, die begon te hellen, geconsolideerd en ontdaan van een neo-gotische gekanteelde borstwering. Bij restauraties in het begin van deze eeuw zijn de resten van de rondlopende muur en van enkele waltorens tevoorschijn gekomen. In de 15e eeuw werd de ronde toren (donjon) aangevuld met een woonvleugel, die de huidige achtervleugel vormt. Omstreeks 1525 werden de wallen op het complex geslecht en nadat het slot in de 80-jarige oorlog een belangrijke rol had gespeeld, gaf prins Maurits opdracht alle verdedigingswerken te slopen. De muren werden afgebroken, maar de zware donjon bleef gespaard. Hiermee was de rol van vesting uitgespeeld. In de 18e eeuw breidden de bewoners het kasteel aanzienlijk uit. Tussen de woonvleugel en de toren werd een barokpaleisje opgetrokken. De hoofdingang werd waarschijnlijk toen verlegd naar de huidige voorzijde. Het kasteel wordt bewoond door douairière Gravin van Rechteren Limpurg.

De Leemcule
Het door grachten omgeven landhuis De Leemcule was ooit een havezate, maar viel als zodanig onder de slopershamer. Uit 1823 dateert het huidige landhuis toen burgemeester Frederik Christiaan baron Mulert opdracht gaf het bijbehorende linker bouwhuis te verbouwen tot buitenhuis. De bouw bestaat uit één bouwlaag met een brede voorgevel en een uitspringende ingangspartij.

De Ruitenborgh
Op de plek waar het landhuis De Ruitenborgh staat aan de gelijknamige weg heeft vroeger een havezate gestaan. In 1828 werd dit landhuis met de statige oprijlaan gebouwd in een neoclassicistische stijl. Tegen het buitenhuis aan is een boerderij gebouwd annex tolhuis. De eigenlijke havezate, die al in 1320 werd genoemd en waaraan De Ruitenborgh zijn naam ontleent, werd in 1821 gesloopt. In 1839 volgden de toegangspoorten en in 1915 werden de grachten gedempt.

Rond Zwolle
Rond Zwolle hebben tal van belangrijke kastelen en havezaten gestaan. In de 17de en 18de eeuw – maar ook daarna –werd door rijke Zwolse burgers een trits buitenhuizen gebouwd in de directe omgeving van de stad. Zo is daar onder andere Landwijk aan de Kuyerhuislaan in Berkum, het Buitenhuis Ittersum aan de Nieuwe Deventerweg in Ittersum (kantoor wegenbouwbedrijf) en Zandhove aan de Hollewandsweg in Hoog Zuthem, thans een verpleeghuis.

Windesheim
Het Huis Windesheim wordt vandaag de dag aangeduid met een ruïne, die nog over is van de vroeg 17de-eeuwse havezate. De ruïne omvat een brug en een stuk muurwerk van de kelder. Twee fraaie 18de-eeuwse bouwhuizen bleven behouden en de tuin werd hersteld. In 1944 werd het hoofdgebouw zwaar gebombardeerd door de geallieerden omdat men vermoedde dat de Duitsers er nog in zaten. De havezate Windesheim werd gebouwd ten westen van het klooster. Dit klooster zou uitgroeien tot het belangrijkste klooster van de Windesheimer Congregatie, dat tot aan de reformatie veel aanhang had in Noordwest-Europa. Geert Groote uit Deventer was de initiatiefnemer van de geestelijke stroming ‘De moderne devotie’ en op zijn sterfbed (1348) gaf hij de opdracht om kloosters te stichten die de beginselen van de Moderne Devoten aanhangen. In 1387 werd in Windesheim het eerste klooster ingewijd. De huidige Hervormde kerk, met daaraan vastgeplakt een boerderij met rieten dak, is het enige tastbare bewijs dat overgebleven is van het klooster. Het schijnt de voormalige kloosterbrouwerij te zijn geweest en is 1633 omgebouwd tot de huidige kerk. Het huis is vaak van eigenaar verwisseld en kwam begin 19e eeuw in handen van de familie De Vos van Steenwijk.

De Haere
De Haere ligt aan de weg tussen Deventer en Olst (de IJsseldijk). Het kasteel is in 1329 voor het eerst genoemd, maar niet zeker is dat daarmee het huidige huis werd bedoeld. Het goed behoorde in de 14e eeuw aan Vranken ter Haer, dienstman in de mark Hengevoorde. In 1443 werd De Haere – tot dan in bezit van de familie Van der Haer – verkocht aan de Deventer schepen Hendrik van Oldeneel. Zijn gelijknamige kleinzoon werd als edelman erkend en in 1549 opgenomen in de ridderschap van Overijssel. Tien jaar later liet hij het huis De Haere in een U-vorm bouwen. Vermoedelijk stond er daarvoor alleen een boerenhoeve. De havezate bleef in het bezit van de familie Van Oldeneel tot 1656. Door vererving kwam de adellijke familie Van Coeverden in bezit van De Haere. Zij bewoonde het huis tot 1750. Vanaf die tijd werden door de nieuwe eigenaar, Arnoldus van Suchtelen, een vermogende en invloedrijke wijnkoper uit Deventer, diverse ingrijpende veranderingen in en om het huis gerealiseerd. Een uitgebreid lanenstelsel en een park in Engelse landschapstijl zijn toen aangelegd, evenals de aanbouw van de toren en de bouw van een heuse ruïne. In 1962 werd het huis en landgoed verkocht aan de gemeente Deventer, die er nooit een bestemming aan heeft gegeven. In 1996 is, na verkoop aan Stichting IJssellandschap, De Haere gedurende een periode van 3 jaar, volledig gerestaureerd. Havezate De Haere is sinds 1999 in oude glorie hersteld en wordt weer bewoond door een oud adellijk geslacht (de familie Van Dedem).

Koude oorlog
Op het terrein van De Haere bevindt zich een verdedigingslinie die in NATO-verband de Russen tijdens de Koude Oorlog moest tegen houden. Men wilde grote delen ter weerszijden van de IJssel onder water zetten om de vijand te vertragen. Tot 1990 een zeer groot geheim. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw ontwikkelden Nederlandse ingenieurs een verdedigingingslinie tegen de gevreesde Russische invasie. Het doel van deze linie was te verhinderen dat de tanks van het Warschaupact het westen van Nederland zouden bereiken. Dit moest gebeuren met behulp van stromende inundaties. Als de Russen in 1958 waren gekomen, dan zou het water van de rivieren Rijn en Waal omgeleid worden richting IJsselmeer. Bij Nijmegen, Arnhem en Olst werden drijvende stuwen gebouwd om het water tegen te houden. In geval van een serieuze dreiging konden de stuwen in de rivierbedding worden afgezonken. De overlopen in de dijken konden worden geopend om het gebied achter de dijken te laten overstromen. Mocht dit gebeuren, dan was het noodzakelijk om de 400.000 inwoners van het gebied te evacueren. Ongelukkig genoeg waren de bewoners niet op een evacuatie voorbereid, want de ware bedoeling van de bouwwerken bij de rivier werd angstvallig geheim gehouden. Sherman en Ram tanks, achtergelaten door de geallieerde strijdkrachten, werden gebruikt voor het maken van tankkazematten. De tanks werden eerst ontdaan van bruikbare onderdelen, en daarna werden ze in 30 tot 60 cm dik beton gestort. Een commandobunker, een bunkerhospitaal en een LAACC (Light Anti Aircraft Control Centre) werden er gebouwd. Twee bunkers, nog in oorspronkelijke staat, zijn regelmatig open voor bezoekers. Het inlaatwerk in de IJsseldijk is dit jaar gelijk met de verbetering van het wegdek op de dijk gerestaureerd.

Groot Hoenlo ligt vlakbij Boskamp en Olst (aan de Diepenveenseweg).
De havezate Hoenlo werd voor het eerst vermeld in 1233. Het is een statig gebouw uit de 15e eeuw, met vleugels uit de 18e eeuw. De tegenwoordige gevel dateert van 1897, de toren van 1904. Eigenaar was de familie Des Tombes. Nu is dat de Vereniging van Eigenaren Groot Hoenlo. Het geheel is namelijk gesplitst in zes appartementen en de eigenaren van deze appartementen vormen gezamenlijk de Vereniging van Eigenaren van het kasteel. In het verleden heeft Harry Mulisch ook op het kasteel gewoond. Hij noemt het kasteel in zijn boek De ontdekking van de hemel. Dat boek is ook verfilmd, en wel op kasteel Het Nijenhuis te Heino. Het huis Klein Hoenlo staat schuin tegenover Groot Hoenlo en is ook wel bekend als het ‘weduwehuis’ van het kasteel.

De Gelder
Aan de rand van het dorp Wijhe ligt landgoed De Gelder. Het kasteel is in 1913 na een grote brand afgebroken. De koetshuizen zijn stille getuigen van lang vervlogen tijden. Deze zijn samen met twee stenen leeuwen en kanonnen bij de toegangspoort behouden gebleven. Een sierlijke brug verbindt de toegang over de slotgracht.

Kasteel Het Nijenhuis
Tussen Wijhe en Heino ligt het Nijenhuis (aan ’t Nijenhuis 10). Het huis is in 1382 voor het eerst genoemd. Het huidige huis stamt uit 1680. De vierkante toren werd in 1870 bijgebouwd en achthoekige toren aan de achterzijde dateert van de zelfde tijd. Bij een restauratie in 1958/1959 verdwenen de magere spits en overtollige dakvensters. De nog zichtbare geschiedenis van het Nijenhuis gaat terug tot ergens halverwege de 15de eeuw. Uit die tijd overgebleven is de huidige zuidwestelijke vleugel, gelegen in de rechter achterhoek. Na die tijd zijn er verschillende aanpassingen gedaan aan het kasteel. Robert van Ittersum en Eleonora Bentinck hebben omstreeks 1687 het Nijenhuis zijn huidige gedaante gegeven, door een nieuwe galerij te laten bouwen en de daken te veranderen. Ook de beide bouwhuizen en het hek stammen uit die tijd. Bewoners vanaf 1433: Evert van Wythem tot Nijenhuis. Diens dochter Maria huwt eind 15e eeuw Robert van Ittersum tot de Leemcule (later ook Heer van ’t Nijenhuis). Het Nijenhuis komt zo tot het jaar 1676 in handen van de Van Ittersums. In dat jaar huwt Robert van Ittersum tot Nijenhuis – de vijfde met die naam- (1645-1705) met Eleonora Bentinck (1644-1710). Helaas blijft het huwelijk kinderloos zodat na het overlijden van het echtpaar Van Ittersum-Bentinck het Nijenhuis over gaat in handen van de familie Bentinck. Hans Willem Bentinck (graaf van Portland en vriend van Koning-Stadhouder Willem III) wordt eigenaar. De Bentincks blijven tot halverwege de 18e eeuw de scepter zwaaien op ’t Nijenhuis, daarna erft de familie Van Dedem kasteel ’t Nijenhuis. Jkvr. Van Dedem huwt in 1791 Freiherr Von Knobelsdorff welke het beheer van het Nijenhuis op zich neemt. In 1888 trouwt een Barones van Knobelsdorff met Werner Karel Baron van Pallandt zodat ook deze naam in de geschiedenis van het kasteel voorkomt. De Van Pallandts verhuren ’t Nijenhuis regelmatig voor feesten en partijen en leegstand komt ook in die periode veelvuldig voor. Daarna treedt verval op en wordt ’t Nijenhuis op een openbare veiling door de beleggersmaatschappij Ankersmit gekocht. Zij verkopen het later door aan de Provincie Overijssel, de huidige eigenaar van het kasteel. Museum de Fundatie huurt ’t Nijenhuis momenteel van de provincie, welke het in heeft gericht als museum voor moderne kunst. De provincie gebruikt het huis zo nu en dan voor representatieve doeleinden. Het kasteel is ruim een jaar gesloten geweest voor een ingrijpende verbouwing, renovatie en herinrichting, maar 26 september 2004 weer heropend. In het vernieuwde kasteel zijn nu meer vertrekken ingericht met talloze topstukken uit de bijzondere kunstcollectie van Dirk Hannema (1895-1984). Nieuwe eikenhouten vloeren, jacquard geweven wandbespanningen in bijzondere kleuren en de geheel vernieuwde verlichting laten de schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken, keramiek, meubels en toegepaste kunst meer en beter dan ooit tot hun recht komen. Wie de oude inrichting heeft gekend, zal zijn ogen uitkijken. Alles oogt lichter, frisser en ruimer. In sommige kamers springt de schoonheid van meubelstukken die er al decennia lang staan nu ineens in het oog.

’t Rozendael
Aan de weg Heino-Lierderholthuis ligt verscholen onder hoge bomen het oude land- en buitenhuis ’t Rozendael. Zoals zo vaak in Overijssel is de oorsprong van deze historische buitenplaats een spijker: een 17de-eeuws voorraadschuur, waar de oogst en allerlei andere spullen werden opgeslagen, die met het boerenleven van doen hadden. Later werden deze spijkers (ook wel spiekers genoemd, afhankelijk van de streek waar ze stonden) verbouwd tot landhuizen, waar men aanvankelijk vooral in de zomermaanden verbleef. De bewoners sinds 1583: Heer van Rechteren,1651 (twee erven Rozendael): Heer van Vilsteren/ kolonel Bentinck van Schoonheeten, 1722: freule E.M. van Voorst, 1853: Hendrik Croockewit, 1858: Coster van Houten (dominee van Heino) na zijn dood werd een nicht van hem eigenaar van ’t Rozendael. Zij verkocht het landgoed en het huis in 1914 aan Mr F.A.R.A. baron van Ittersum (rechter te Utrecht). Na de dood van diens zoon, ir. F.A.R.A. baron van Ittersum in 1939, (kinderloos huwelijk met Jkvr. Sandberg; beide wapens staan bij de ingang van de buitenplaats) werd de ‘Stichting Baron van Ittersum Fonds’ eigenaar van de buitenplaats en het gelijknamige landgoed. De huidige bewoners zijn Baron en Barones van Ittersum (voorzitter Stichting Baron van Ittersum Fonds).

Huize Den Alerdinck
Dit huis heeft een statig 19de-eeuws uiterlijk, maar is reeds in 1648 erkend als havezate. Het bijbehorende landgoed is 40 ha. Groot In de jaren zeventig vond er een algehele restauratie van het huis plaats. Den Alerdinck maakte destijds deel uit van de bezittingen van Peter van Uterwijck, wiens zoon Jan Godfried als dijkgraaf van Salland het huis liet bouwen met alle allure van een historische buitenplaats in de 18de eeuw. Waarschijnlijk is de naam afkomstig van twee boerenerven: het Groot- en Klein Alerdinck. Deze erven worden reeds omstreeks 1500 genoemd. Rond 1800 is sprake geweest van een parkaanleg in Engelse landschapsstijl. Aan de voorkant is opvallend de lange berceau, naar elkaar groeiende bomen, die de dames moesten beschermen tegen de zon tijdens een zomerse wandeling in de tuin. Landgoed Den Alerdinck is in gebruik als conferentieoord.

De Colkhof
De Colkhof is een goed bewaard gebleven buitenhuis met dienstwoning, bouwhuis, koetshuis, eendenhuisje en een karakteristiek theekoepeltje. De Colkhof werd in de 18de eeuw gebouwd als kleine spijker en diende als buitenverblijf. Later, in 1848, kwam het geheel gepleisterd neoclassicistische landhuis er voor in de plek.

De Horte
Huis De Horte tussen Zwolle en Dalfsen is de meest westelijke van een hele rij van buitenplaatsen die vanaf de late middeleeuwen langs de Vecht zijn gebouwd. Het ligt aan de Emmertochtsloot, een beek die ooit een zijtak was van de Vecht. In de archieven duikt de naam voor het eerst op in 1391; het was toen een boerderij. De kern van het huidige huis dateert van ongeveer 1760. In de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg het grotendeels de vorm die het nu heeft. Bij het huis horen een hovenierswoning, een boerderij, een landbouwschuur en een voormalig biljarthuisje (het Witte Huis). Voor een buitenplaats is De Horte klein en sober, en daardoor in prachtige balans met zijn omgeving. Landschap Overijssel kocht het landgoed in 1973. Tegen het landgoed grenst aan de oostkant Mataram. Van deze havezate is alleen de toegangspoort nog zichtbaar

Huize Mataram
Vroeger stond hier havezate Dieze of Eze. Het huis is in 1905 gebouwd. Alleen de toegangspoort is vanaf de Poppenallee goed te zien. De naam Mataram dateert uit 1800, toen Van Rhijn bij een publieke verkoop de bezittingen verwierf. Hij kwam uit Oost-Indie, uit de plaats Matara. De buitenplaats is omgeven door een gracht waarlangs de Mataramweg loopt.

Landgoed Den Aalhorst
Het landhuis aan de Aalshorsterpad is helaas niet vanaf de openbare weg te zien. In 1644 bouwde Jacobus Vriesen daar een ruime ‘spieker, die hij Aalhorst noemde naar de boerderij in de omgeving. Kleinzoon Jacob liet de spieker afbreken, maar bouwde op dezelfde plaats in 1720 het huidige landhuis. Per slot van rekening was hij burgemeester van Zwolle en dat betekende een statig huis met een fraai tuincomplex. Op het Landgoed staan enkele prachtige boerderijen, waarvan sommige ook nog als zodanig in gebruik.

Huis Den Berg
Het huidige huis dateert uit 1703. Voor het huis ligt een fraai plein met een monumentale toegangspoort. Den Berg is een voormalige havezate, die door aankoop in 1703 door luitenant-kolonel Willem-Jan baron van Dedem in eigendom werd verkregen en sindsdien in zijn geslacht is gebleven. Hij liet het oude huis afbreken en herbouwde Den Berg in zijn huidige vorm. De naam Den Berg komt reeds in de 14e eeuw voor en is vermoedelijk ontleend aan de heuvelreeks die het goed van oost naar west doorsnijdt. Het huis werd in de 14e eeuw bewoond door het geslacht Van den Berghe. Uit de gelijkheid van de wapens Van den Berghe en Van Voerst leidt men af, dat het eerste geslacht uit een jongere zoon Van Voerst is gesproten. In de 16e eeuw was het goed in het bezit van de Van Haersoltes. In de 17de eeuw werd zij verkocht aan de familie Rengers, om vervolgens te vererven op de Van Coeverdens. In 1703 werd De Berg verkocht aan Willem Jan van Dedem, wiens familie het goed nog steeds in eigendom heeft. In de voorgevel en op de vazen op de poort zijn de alliantiewapens van de stichters (Van Dedem en Delen) in Bentheimer steen uitgehouwen. (Willem Jan baron van Dedem was getrouwd met Gerbregt van Delen). Het opschrift boven de ingang vermeldt het jaar 1703 als bouwjaar. Den Berg is sinds 10 december 1983 eigendom van de Van Dedem-Den Berg Stichting. De bovenverdieping is bewoond en de benedenverdieping wordt incidenteel gebruikt voor kleine recepties en/of diners.

Van het uitstapje heeft hoffotograaf Hans Steen een fotoreportage gemaakt. Enkele van zijn foto’s zijn te bezichtigen op deze site.

Bron: Historische Kring Ommen

Redactie OudOmmen: met het opheffen van de website “www.hko97.nl” zijn één of meer afbeeldingen in dit artikel verloren gegaan.

1 Reactie »

• • •

1 reactie »