29 november 2020

Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (2)

Categorie: CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    496 keer gelezen.

Het Historisch Museum in Ommen wordt vernieuwd. Eerder bekend als “Oudheidkamer” en “Streekmuseum” opent het Historisch Museum in het voorjaar van 2021. In de aanloop naar de ingebruikname een reeks artikelen over de historie.

 Interieur van de Oudheidkamer.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2020/2021 – Uitbreiding Streekmuseum”.

In 1952 kan de juist opgerichte stichting Oudheidkamer Ommen de bovenzaal van het oude postkantoor aan de Kruisstraat in gebruik nemen voor het houden van een eerste (foto)expositie. Al spoedig gloort er licht aan de horizon voor een vaste expositieruimte. Het stichtingsbestuur heeft samen met de gemeente de pijlen gericht op molen Den Oord. Deze zeskantige stellingmolen met het bouwjaar 1824 had oorspronkelijke de functie van zaagmolen. Naast de molen lag daarom een kolk waarin de bomen werden “gewaterd” vóór ze gezaagd werden tot planken.

De molen kon in 1955 door de gemeente Ommen worden aangekocht van Hendrik- en Gerridina Oldeman. De molen was weliswaar zwaar afgetakeld, maar als de gemeente de molen koopt en restaureert is niet alleen de molen gered maar komt er ook een mooie tentoonstellingsruimte beschikbaar. De gemeenteraad wordt dan ook een plan voor herstel en restauratie voorgelegd met tevens de bedoeling om de oude zaagloods in oude luister te herstellen en deze vervolgens in te richten als oudheidkamer.

Natuurhistorisch museum
Als de tijd verstrijkt gaan er ook stemmen op tot oprichting van een Natuurhistorisch museum. De Gemienschop van Oll Ommer neemt het initiatief om een commissie in het leven te roepen om de mogelijkheden te onderzoeken. In de commissie nemen zitting de heren W.Veldsink, H. Stolmeijer, H. Wigbels en Fr. Van Elburg. Al snel vinden de historici en de natuurliefhebbers elkaar en gaan zich gezamenlijk inzetten voor een expositieruimte met oude voorwerpen en zeldzame opgezette dieren uit de streek. Als in 1962 de natuurliefhebbers een gebouwtje aan de Koesteeg krijgen aangeboden van Baron van Pallandt van Eerde starten zij daar een “Natuur-historisch diorama” met opgezette vogels en dieren, een stenenverzameling en een collectie vlinders.

Subsidies
Intussen worden door het bestuur van de Oudheidkamer subsidies aangeboord bij de provincie voor de aankoop van onder anderen een arrensleetje, een spinnenwiel, letterdoeken, een kabinet en een rol oud linnen. Ook aanvragen voor vitrines en ander expositiemateriaal voor de nieuwe tentoonstellingsruimte worden gehonoreerd. Ommenaren worden opgeroepen bijzondere voorwerpen af te staan. Zo wordt een oude weversspoel ingebracht, een aanschuiver van weefgetouw en een oude ellemaat. Oudheidkamer-secretaris Gerrit Steen is er druk mee.

Saksisch Centrum
Door bemiddeling van de architect Jans te Almelo krijgt de gemeente de beschikking over een oud Saksisch boerderijtje. Dit boerderijtje is zodanig afgebroken, dat het gemakkelijk weer in de oorspronkelijke staat kan worden opgebouwd. Het plan is om het boerderijtje weer op te bouwen in de onmiddellijke nabijheid van de molen. Er gaan stemmen op om er een Saksisch Centrum van te maken.

Wachten op de proef gesteld
Echter, het wachten op een eigen tentoonstellingsruimte voor de oudheidkamer wordt lange tijd op de proef gesteld. De restauratie van de molen is geen probleem, echter, er is sprake van een Rijksmonument en is het wachten op goedkeuring van het Rijk voor de (ver)bouw van de zaagloods onder de molen. Ondanks de opgevoerde druk duurt het nog lange tijd voordat er Rijksgoedkeuring komt voor de bouw van de zaagloods. Inmiddels heeft de gemeente dan al wel opdracht verstrekt voor de restauratie van de molen. Rietdekker Kleinjan uit Den Ham voorziet de geheel vernieuwde molen van riet. Als de restauratiewerkzaamheden voor molen klaar zijn komt de Rijksgoedkeuring voor het bouwen van de zaagloods binnenrollen.

Zaagloods
De zaagloods wordt op traditionele en in bijpassende stijl opgetrokken aan de hand van architect Jan Jans uit Almelo. De ingang van de oudheidkamer komt pal onder de molen. Via een trapje naar beneden komen de bezoekers dan in de zaagloods waar eerder het zaagsel werd opgevangen toen de molen nog als houtzaagmolen werd gebruikt. Uit de ruimte zelf zijn bijna alle sporen van het vroegere zaagwerk verdwenen of kwamen verscholen te liggen achter de betimmering. Om de molen te kunnen bedienen wordt boven de zaagloods een stelling gebouwd. Als de bouw klaar is krijgt het bestuur van de Stichting Oudheidkamer de gelegenheid de zaagloods in te richten tot expositieruimte. De Amsterdamse binnenhuisarchitect P. Crouwel wordt in de arm genomen om de zaagloods om te vormen in een aantrekkelijke oudheidkamer. Er komt plek voor een vroegere stijlkamer, streekgebonden kleding en vitrines met gesteenten, botten en plaatselijke curiosa.

Vlag uit
In augustus 1963 is het zover dat de vlag uitgestoken kan worden ter gelegenheid van de officiële opening van de Oudheidkamer Ommen. Het bestuur van de Oudheidkamer is trots op het resultaat en deelt dit samen met het gemeentebestuur en anderen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming met een feestelijke bijeenkomst. Het opbouwen van het boerderijtje dat invulling moet gaan geven aan het beoogde “Saksisch Centrum” moet dan nog wachten tot 1969. Daarover meer in het volgende deel.

Zie ook het eerste deel van deze serie “Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (1)“.

Bron: Harry Woertink – 29 november 2020 | Overname van dit artikel is alleen toegestaan met vermelding van bron: OudOmmen.nl – Harry Woertink”.

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image