18 januari 2015

Het verhaal achter "De molen van Waaijman"

Categorie: Harry Woertink.    3.286 keer gelezen.

Met vijf draaiende korenmolens telt Ommen een rijk bezit. Niet iedereen weet dat binnen de gemeentegrenzen van Ommen nog een windmolen staat maar dan zonder wieken.

 Tegenwoordig is de sfeer van “De Olde Mölle” een echt landleven. Hoge bomen, een bloeiende rododendron, een prieeltje en een moestuintje. Het door hedra bedekte monumentje uit 1872 vormt het middelpunt, al staat het eigenlijk op de rand van het perceel van ruim twee hectare. Daarvan is een klein deel bedekt met sparren, anderhalve hectare is een eikenbos. In de molen is het vooral de huiskamer die anders is dan de gemiddelde doorzonkamer; hij is namelijk rond. Boven zijn nu drie piepkleine kamertjes en een toilet.

Foto: Harry Woertink

Op de grens van Beerze en Mariënberg (tussen de N36 en het Vechtkanaal) aan de Beerzerweg 37 staat “De Olde Mölle”, een tot woning omgebouwd wind-korenmolen. De molen is ook bekend als de molen van Mariënberg of de molen van Waaijman, genoemd naar de laatste molenaar. Als vervanging van de waterradmolen wordt omstreeks 1750 tweehonderd meter in westelijke richting op Ommer gebied een nieuwe molen gebouwd, een zogeheten standerdmolen. Deze houtenmolen, gebouwd op één staander, wordt vervolgens in 1872 vervangen door een nieuwe beltkorenmolen op een stenen voet met een rietgedekte bovenbouw en twee koppel maalstenen. Toen was de achtkante bovenkruier nog omringd door stuifzandgebied. Voor een goede windvang werd de molen gebouwd op een hoger gelegen zandduin. In 1930 werden de maalactiviteiten van de oude molen verplaatst naar de ‘Coöperatie’. Een nieuw en groot gebouw met maalderij pal tegenover het NS-station in Mariënberg met de naam: “Coöperatieve Aan- en Verkoop Vereniging Mariënberg”.

De molen van Mariënberg wordt onttakeld en in 1931 is de bovenbouw gesloopt. Deze onderdelen zijn gebruikt voor de korenmolen in Marle onder de rook van Wijhe. Op de weide naast de “Olde Mölle” heeft voetbalvereniging Mariënberg nog lange tijd gevoetbald. Voetbalvoorzitter G.W. Waaijman stelde de omgeving van de molen beschikbaar toen de voetbalclub moest wijken voor de nieuwe autoweg naar de Witte Paal. In 1968 kon v.v. Mariënberg verkassen naar de nieuwe sportvelden aan de Westerweg. Het verhaal gaat dat ooit een arme veenarbeider vanaf de Mariënbergse molen zijn gepelde gerst verloor door een gat in zijn knapzak. Toen hij thuis was moest hij terug naar de molen om de verloren graankorreltjes te zoeken. Zo is de naam van boerderij Pallegarste ontstaan en kreeg ook de weg en de camping waar de veenarbeider bivakkeerde de naam Pallegarste.

Van waterradmolen naar windmolen

  Links: Een van de oudste afbeeldingen van de molen in Beerze.
Rechts: 1931 – De Mariënberger molen in de gemeente Ommen zal ondanks vele pogingen om dat te verhinderen, worden afgebroken.

Afbeeldingen: Harry Woertink (l) en Ab Goutbeek (r)
Zie ook het album “Molen van Waaijman

Reint Snel is molenaar van de waterradmolen in Mariënberg. Deze molen is gebouwd door de kloosterlingen in 1482. Midden van de achttiende eeuw laat Snel een nieuwe windmolen bouwen, hoog op een bedwongen stuifduin om vooral veel wind op te vangen. Het betreft een zogenaamde standerdmolen. Zoon Marten Snel volgt vader Reint Snel op en vervolgens is het de zoon van Marten Snel – Wilhelmus – die het muldersvak mag uitoefenen op de molen van Mariënberg. Daarna is het Jan Snel die zijn vader Wilhelmus mag opvolgen. Molenaar Jan Snel trouwt met Grietje Haandrikman. Ze krijgen een dochter die ze de naam Johanna geven. Tevergeefs zien ze uit naar de geboorte van een zoon, die later zijn vader kan helpen en hem opvolgen als molenaar. Gelukkig krijgt Jan Snel een goede knecht, in de persoon van Egbert Waaijman uit Lutten. Die neemt zijn baas veel werk uit handen. Dat is wel nodig, want met het klimmen der jaren gaat de gezondheid van de molenaar achteruit. In 1872 overlijdt hij. Zijn vrouw Grietje, die haar man 26 jaar overleeft, leidt dan de molen met Egbert als onmisbare werkkracht. Hij wordt molenaar in 1885 wanneer hij trouwt met Johanna Snel.

Na de dood van vader Jan Snel besluit men in datzelfde jaar nog de oude steltmolen te vervangen door een achtkantige beltkorenmolen. Opdracht hiervoor krijgt de molenbouwer Bisschop uit Dalfsen. Door het huwelijk van Johanna Snel met Egbert Waaijman komt in 1885 een eind aan het molenaarsgeslacht Snel. Na ruim honderdvijftig jaar wordt het opgevolgd door een nieuwe molenaarsfamilie, de Waaijmans. Egbert en Johanna zetten het molenbedrijf voort. Hun zoon Jan Waaijman volgt zijn vader op en is molenaar in Mariënberg tot na de eerste wereldoorlog. Aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw staat alles op stapel wat de windmolens betreft. De veranderlijke, onberekenbare windkracht moet het afleggen tegen de constante drijfkracht van motoren. Er komt een landbouwcoöperatie in Mariënberg. Gerrit Willem Waaijman, de tweede zoon van Egbert en Johanna, wordt directeur.

Bron: Harry Woertink – 18 januari 2015

2 Reacties »

• • •

2 reacties »