31 januari 2020

Herdenken – “Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen en herhaal ze honderd malen. Alle malen zal ik wenen”

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    267 keer gelezen.

In Ommen en naaste omgeving zijn verschillende monumenten of andere herinneringsteken aanwezig die de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog levend houden.

 Joodse begraafplaats aan de Doctor A.C. van Raaltestraat in Ommen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen het album “Herdenkings monumenten WOII”.

1.
Aan de muur van het gemeentehuis bevindt zich een gebeeldhouwd herdenkingsmonument, ter herinnering aan de strijd voor de vrijheid tegen de onderdrukking in de oorlogsjaren 1940-1945. De maker van het monument is Titus Leeser. Sinds 11 april 2015 worden alle uit de gemeente Ommen omgekomen burgers herdacht met hun namen bij het bestaande oorlogsmonument. Hier staat de tekst: “Ter herinnering aan de inwoners van Ommen die door oorlogshandelingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen” Het gaat om 71 namen van omgekomen Ommenaren, inclusief de Joodse bevolking en de Joodse leerlingen van de Internationale Quakerschool Eerde. Ook zij die omgekomen zijn in het voormalig Nederlands Indië en Korea.

2.
Een koperen maquette op de muur van het gemeentehuis herinnert aan de bevrijding door de Canadezen in april 1945 en is aangeboden door Comité Welcome Veterans op 5 mei 2001.

3.
Als herinnering aan de Joodse gemeenschap zijn in Ommen op een achttal locaties in Ommen 27 zogeheten Stolpersteine gelegd. Het zijn geen steentjes waar je over struikelt: ze liggen niet hoger dan de omliggende stenen. Het zijn wel stenen om bij stil te staan. Op de steen een messing plaatje met daarop vermeld de namen, geboorteplaats en -datum en de plaats en datum van overlijden van de Ommer Joden. In heel Europa zijn dit soort stenen geplaatst door Gunter Demnig. De kunstenaar noemt ze Stolpersteine omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart, en je moet buigen om de tekst te kunnen lezen. Het gaat om de volgende acht locaties: Gasthuisstraat 19, Markt 4, Brugstraat 18, Brugstraat 19, Kerkplein 6, Kerkplein 7, Dr. A.C. van Raaltestraat 1 en Dr. A.C. van Raaltestraat 5.

4.
De Bevrijdingsdag van Ommen wordt levendig gehouden met een ‘Elf april plein’ in het centrum van de stad.

5.
Op het Elf april plein een gedenkplaat voor de medeburgers Herman van Aalderen en Johannes Makkinga, die beiden hun leven verloren bij de voorafgaande beschieting van de stad. Beiden werden 35 jaar.

6.
Op de hoek links van de ingang van het Tinnenfigurenmuseum een koperen plaat aan de muur op de plek waar op 11 april 1945 de Canadese Black Watch over de oude Vechtbrug kwam om Ommen te bevrijden. Om de Duitsers verder te verjagen worden op 10 april 1945 tussen Lemele en Archem de geweerlopen van het Canadese leger op Ommen gericht. De volgende dag trekt het Canadese leger op. Door de geringe schade aan de Vechtbrug kost het de Canadese patrouille weinig moeite om Ommen binnen te komen. Het verzet is niet meer dan twee Duitse soldaten op de fiets. De rest van het Duitse leger is dan al op de vlucht geslagen. Vervolgens trekt de hoofdmacht van het Canadese leger de “Black Watch” richting Ommen. Een bulldozer en tanks trokken mee op. De eerste om opgeblazen bomen op de Stationsweg op te ruimen en de tanks om zonodig vuursteun te geven. Het is nog vroeg in de morgen als op woensdag 11 april 1945 als eerste de stad Ommen veilig en vrij van de vijand wordt verklaard. De andere compagnieën trekken ook meteen de brug over en slaan links af om de linker flank van de opmars naar het noorden te dekken en nemen positie in de buurtschap Varsen. Na vijf jaar onderdrukking wordt door de Ommenaren voor het eerst weer de Nederlandse driekleur voor de dag gehaald en wapperen die onder andere op het gemeentehuis en bij andere gebouwen: Ommen is bevrijd!

7.
Een herinneringsplaat aan de muur van Stationsweg 17. Terwijl de bevrijding voor Ommen in zicht is sneuvelen twee Canadese soldaten. Op 6 april 1945 worden luitenant George Thomas Wilson en trooper Gerald Wilfred Soanes door een vijandelijke Panzerfaust dodelijk getroffen terwijl ze met hun Staghound – een gepantserde verkenningswagen – op de Stationsweg in Ommen polshoogte komen nemen. Hotel Paping brandde toen bijna tot de grond toe af.

8.
De Manitoba rotonde, ter hoogte van de Besthmenermolen. De bevrijding van Ommen door de Canadezen kwam uit zuidelijke richting. Op 6 april 1945 passeren al soldaten van het Canadese leger, de XII Manitoba Draagoons de grens van de gemeente bij Den Ham. Dit Canadese Cavalerie Verkennings Regiment, was in velen delen van het vasteland van Europa, ook in deze regio, zeer actief. De brug over de Regge in de buurtschap Nieuwebrug is opgeblazen en Ommen wordt bereikt via de brug over de Regge in Archem, die door de Duitsers vergeten is.

9.
Een herinneringsmonument op de Besthmenerberg ter nagedachtenis aan de slachtoffers van het gevangenkamp Erika waar tussen ’42 – ’45 talloze Nederlanders zijn vernederd, gemarteld en vermoord.
Kamp Erika bestond al vóór de Tweede Wereldoorlog, maar dan als Sterkamp van de theosofische beweging Orde van de Ster van het Oosten met Krishnamurti. In 1940 viel het kamp in Duitse handen en deed het eerst dienst als gevangenenkamp. Na de oorlog deed het kamp onder de naam kamp Erica (met een c) dienst als bewaringskamp voor gearresteerde Nederlanders. Op 31 december 1946 werd het kamp gesloten. Erika werd in 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. De gevangenen waren veelal zwarthandelaren en illegale slachters. De bewakers waren voornamelijk Amsterdamse werklozen, aangevuld met SS’ers die in Ommen een opleiding kregen tot kampbewaker. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan. Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en moord kostten veel levens. Het aantal mensen dat de dood vond in het kamp zelf wordt geschat op circa 80 en het aantal doden komt uit op bijna 100 als het gaat om gevangenen die via kamp Erika werden doorgestuurd naar kampen in Duitsland. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp – een Arbeitserziehungslager – voor landlopers en bedelaars, maar ook voor mensen die zich hadden onttrokken aan de arbeidsplicht in Duitsland. De bewakers traden nu iets minder hard op, hoewel er nog steeds werd geslagen en geschopt. In het najaar van 1944 werd Erika weer een strafkamp, deze keer bewaakt door de Ordnungspolizei, de SS en de Sicherheitsdienst. Tijdens de laatste acht maanden van de oorlog telde Erika hooguit vijfhonderd gevangenen.

10.
Steile Oever, gedenksteen met Franse tekst voor Frits Herbert Iordens. In de Tweede Wereldoorlog toen kasteel Eerde bewoond werd door de bezetter en in de omgeving de Joodse kinderen – die anders de school bevolkten – ondergebracht waren in de omliggende boerderijen, dreigde er gevaar met name door de bezetter verachte deel van de bevolking. Frits Herbert Iordens, een bankierszoon uit Arnhem, geboren op 21 juni 1919, kampeerde tijdens zijn jeugd veel op het landgoed Eerde en was bekend met de familie van Pallandt. Hij was rechtenstudent te Utrecht en hielp in 1942 bij het onderduiken van Joodse kinderen, toen hij op Eerde verbleef. Vanaf midden 1943 tot aan zijn dood redde en begeleidde hij de terugkeer van geallieerde vliegers. In Hasselt (België) werd hij op 2 maart 1944 op de vlucht door de Duitsers doodgeschoten. Hij was korte tijd voor dit fatale moment getrouwd met Anne Maclaine-Pont, een dochter van een kennis van Baron van Pallandt. Ook zij hielp vanaf 1942 met het onderduiken van joodse kinderen. Na de oorlog werd Iordens op verzoek van zijn vrouw en met toestemming van de betreffende autoriteiten, herbegraven onder Eerde, waar hij altijd zo graag verbleef. Op het graf staat, naast de personalia, de laatste twee regels van het sonnet: “Le dormeur du val” (de slaper in het dal). Deze twee regels luidde: “Il dort dans le soleil, la main sur sa poitrine, tranquille; il a deux trous rouges au côté droit”. Vrij vertaald: “Hij slaapt rustig in de zon, de hand op de borst; hij heeft rode gaten aan de rechterzijde”. Deze regels zijn van de Franse dichter Jean Nicolas Arthur Rimbaud (1854-1891).

11.
Aan de Meertjesweg in Eerde staat sinds 2015 op het voormalig kamp Eerde een gedenkmonument. Het monument bestaat uit de voet van een oude vlaggenmast die jarenlang midden in het kamp heeft gestaan. De vlaggenmast stond symbool voor de gedisciplineerde wereld op het kamp. Nu is het een blijvende herinnering aan woelige jaren. De tekst van de staander geeft veel weer: “De herinnering is het enige paradijs waaruit we niet verdreven kunnen worden”. In de bossen van Eerde bevond zich een NAD.-kamp (Nederlandse arbeidsdienst). “Ick dien eigen land en volk”. Met dit devies werden jonge mannen in de bezettingsjaren 1940-1945 verplicht een half jaar deel uit te maken van de Nederlandse Arbeidsdienst NAD. Aanvankelijk bestond de NAD uit vrijwilligers, maar op 1 april 1942 werd hij verplicht gesteld voor alle mannen van 18 tot 23 jaar. Veel jongeren kozen voor de Arbeidsdienst, niet alleen om daarmee de kans op uitzending naar Duitsland te ontlopen, maar vooral ook om een gevulde maag te hebben. Ook aan de Vilsterseweg was in de oorlogsjaren een dergelijk kamp (Kamp Laarbrug). Het monument is een initiatief van de nazaten van de oud Molukse bewoners. Van 1951 tot 1961 verbleven de KNIL-militairen op kamp Eerde. Het monument is te bereiken vanaf de Meertjesweg en voert met een trappetje over een heuvel. In 2012 werd op het voormalig kamp Laarbrug aan de Vilsterseweg ook door de Zuidoost Molukse bevolkingsgroep een monument onthuld als dankbaarheid voor de eigen ouders die alles in het werk stelden om te overleven. En ook voor de goede contacten met Ommen.

12.
Kasteeltuin Eerde. Monument voor de 14 leerlingen van de Quakerschool Eerde. Zij zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) omgekomen. Ze dachten een veilig onderkomen te vinden in kasteel Eerde aan de Hammerweg in de gemeente Ommen. Hun dromen werden echter wreed verstoord door de Duitse inval. Hun leven eindigde in de concentratiekampen. De internationale Quakerschool Eerde werd in de jaren dertig van de vorige eeuw opgericht. Al spoedig werd de school een opvangplek voor Duits-Joodse vluchtelingenkinderen: zij woonden op de school en volgden daar de lessen. De Quakers wilden kinderen die voor het fascisme uit hun eigen land moesten vluchten onderwijs en een veilig onderdak geven in Nederland. Het pakte heel anders uit.

13.
De Slag bij de Vosseboer.(Den Ham). Bij het naderen van de bevrijding werd hier felle strijd geleverd. Op 5 april 1945 achtervolgde een groep van 15 verzetsmensen een aantal Duitsers in de richting van Beerze. In een open veld werden Geert Oosterveen en Gerrit Willem Nijboer uit Beerzerveld alsmede H.J.Schipper bij een vuurgevecht dodelijk getroffen. Ook vielen er enkele zwaar gewonden onder de verzetsstrijders. Met behulp van een aantal Canadese gevechtswagens werd het pleit beslecht. De Duitsers kwamen er achter dat vanuit Stegeren over de Vecht met een bootje bij De Roos hier containers waren aangevoerd met onder andere wapens, springstoffen, pistolen, verbandmiddelen. Schietgaten in de muur van de boerderij houden de slag in herinnering. In het plantsoentje tussen de Oudeweg en de Nieuweweg in Mariënberg (buiten deze route) staat “Moeder en Kind” in brons gegoten. Het kind zoekt troost bij moeder en het symboliseert het diepe menselijk leed van de oorlog. De namen van de gevallenen zijn vereeuwigd op de stenen sokkel: H. de Lange, P.H. Wolfert, G.W. Nijboer, W. Oordt, G. Oosterveen, M. Grendelman, H.J. Schipper en K. Huibers. De uit Beerzerveld afkomstige Wolter Oord en Mannes Grendelman worden bij een massa-executie op 2 maart 1945 in Varsseveld gefusilleerd.

14.
Afwerpterrein Stegeren 1944-45. In dankbare herinnering aan de verzetsgroep Salland gedragen door de steun en zwijgzaamheid van de bevolking. Dichtbij kronkelt de Vecht door een naar het schijnt verlaten landschap. Verkeer hoort men er nauwelijks, natuur en landschap in vrijwel volmaakte harmonie. Eind 1944 was dat ook zo. Een plaats van rust waar de mensen in alle rust hun gang gingen. Nauwelijks gestoord door gebeurtenissen die de wereld schokte, maar dat was maar schijn. Op sommige avonden wanneer radio Oranje de mededeling had laten horen, gonsde deze plek van activiteit. Men zag niemand, men hoorde niemand, maar de mensen van de verzetsgroep wachten af. Seinposten werden bezet, klaar om lichtseinen door te geven zodra ze geronk van de vliegtuigmotoren hoorden. Om het terrein heen hielden de mannen de wacht om te voorkomen dat de Duitsers de droppingszone Evert in de gaten zouden krijgen. Evert ook de schuilnaam van de commandant van het verzet in Salland, die het eind van de oorlog zelf niet meer mee zou mogen maken. Vanaf 1944 kwamen hier de parachutes naar beneden met de containers waar in de wapens en materialen zaten noodzakelijk voor verzet van de streek. Op de paden door de bossen stonden de paarden en wagens klaar om de lading verder te vervoeren naar plaatsen in Twente en Salland, waar het nodig was. Soms moest er zwaar gewerkt worden. De zware containers moesten uit de grond gegraven worden. Uiteraard mochten geen sporen achter gelaten worden. Zo ging de vracht verborgen onder een andere lading of in melkbussen het land af om elders weer verborgen te worden. Op de meest onwaarschijnlijke plaatsen in de boerderijen, schuren in kerken, soms onder de preekstoel. Jaap Beekman had het contact met Londen. Hij organiseerde de droppings vanuit Beerzerveld. Hier is de natuur ook getuige geweest van een trieste gebeurtenis, toen een verzetsman die verdacht werd van contacten met de SD terecht of niet terecht werd geliquideerd.

15.
In Arriën aan de Brinkweg staat op de plek van het voormalige Joodse werkkamp Arriën een herdenkingspaneel. Kamp Arriën bestond uit een aantal woonbarakken en enkele bijgebouwen. In dit werkkamp woonden 96 Joodse mannen. Werkkamp Arriën werd gebouwd in de dertiger jaren van de vorige eeuw en bood werkverschaffing aan werklozen. Naast dit kamp waren er meer dan veertig werkverruimingskampen in Noord- en Oost-Nederland. Tijdens de Duitse bezetting werden de Joodse mannen die hier bivakkeerden gedwongen tot ontginningswerkzaamheden. Het laatste stukje van de Grensweg tot het Ommerkanaal hebben ze uitgespit en wordt daarom nog aangeduid als ‘jeu’d’nweggie’. In de vroege ochtend van 3 oktober 1942 marcheerden de Joodse mannen op bevel naar het station in Ommen. Daar stapten deze op de trein naar Kamp Westerbork. Kort daarna werden ze gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Slechts enkelen hebben het overleefd. Het werkkamp bleef leeg achter en werd daarna gebruikt voor evacuees en vanwege de woningnood na de oorlog voor Ommer gezinnen. In 1969 zijn de laatste gebouwen van kamp Arriën afgebroken.

16.
Algemene Begraafplaats Hardenbergerweg. Oorlogsgraven van vier gesneuvelde Engelse vliegers. Na een bombardement op de Duitse stad Emden worden ze op de terugweg aangevallen door Duitse nachtjagers. Hun vliegtuig stort neer op 20 juni 1942 boven Arriërveld bij de boerderij van M. Kroese. Van de acht mensen die in het vliegtuig zaten komen Arthur Buckley, Douglas A. Melville, Peter Nixey en Wilfred E. Pearson om het leven. Bij de graven een grafteken met de woorden: ‘There is a corner of a foreign field, that is forever England’ [fragment van het gedicht The Soldier van Rupert Brooke] [Vertaling: Er is een hoek van een veld in den vreemde, dat voor altijd Engeland is.]

17.
Joodse begraafplaats. Als herinnering aan de Joodse samenleving in Ommen een gedenksteen met hun namen en een Davidster op de Joodse begraafplaats aan Den Lagen Oordt/hoek Dr. A.C. van Raaltestraat. De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de Joodse samenleving in Ommen.

18.
Jan Houtmanstraat. Tot de KP (Knok Ploeg) van Ommen behoorde Jan Houtman. Hij hield zich onder andere bezig met het uitgeven van een ondergronds krantje. Als dit wordt ontdekt houdt Houtman zich vooral bezig met de hulp aan vliegeniers. Op 17 november 1944 werd de 27-jarige Houtman met een machinegeweer doodgeschoten door de SS’er Herbertus Bikker. Na de oorlog krijgt Jan Houtman postuum een dankbetuiging van generaal Eisenhower van Amerika, van luchtmaarschalk Tedder van Engeland en van de Franse president De Gaulle voor hulp aan geallieerde vliegers.

19.
Op de hoek Varsenerpoort/Middenstraat herinnert nu alleen nog een gedenkplaat dat hier van 1855 tot 1947 een synagoge heeft gehad. Na de oorlog is de synagoge verkocht en in 1951 afgebroken. De Joodse gemeente van Ommen werd in 1947 officieel bij die van Zwolle gevoegd.

Bron: Harry Woertink – 31 januari 2020

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.