6 maart 2014

Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 1

Categorie: Harry Woertink.    4.723 keer gelezen.

Camping Laarbrug en bungalowparken Uniek en Reggewold, onder de rook van Vilsteren, zijn drie verschillende vakantieparken. Ze zijn alle drie ooit ontstaan vanuit één initiatief van Ommenaar Albert Vos (1907-1991).

  Op de weg Ommen-Vilsteren moest vroeger tol betaald worden.
Links: De oude brug over de Regge met het tolhuisje.
Rechts: Hetzelfde tolhuisje anno 2014. De brug is een tiental meters naar het noorden verplaatst.
Foto’s: links OudOmmen, rechts Harry Woertink

In 1954 had Vos zijn kisten en vatenfabriek Hellethal-Vos aan de Hardenbergerweg in Ommen van de hand gedaan aan het concern Phoenix in Halfwerk. De toen gefortuneerde zakenman stortte zich vervolgens in de onroerend goed handel. Als speculant verkocht en kocht Vos tal van huizen. Vanaf 1939 tot 1970 zat A. Vos namens de Christelijke Historische Unie (CHU) in de gemeenteraad van Ommen en was ook nog een korte periode plaatsvervangend wethouder: van 28 augustus 1946 tot 16 augustus 1948 en van 22 oktober 1962 tot 3 juli 1963. In de gemeenteraad zat ook Esper de Conne, rentmeester van landgoed Vilsteren. In de zestiger jaren wilde het landgoed af van de meest oostelijk gelegen punt, Laarbrug genaamd, waar als laatste het Ambonesenkamp had gestaan. De Conne en Vos kenden elkaar goed en daarom kreeg Vos het aanbod om de ongeveer twintig hectare grond van het landgoed aan te kopen. Voorwaarde was wel dat Vos er iets moois van zou maken. Tegelijk bracht De Conne collega Vos op de hoogte van de verkoopplannen van het aan de overkant van de spoorlijn liggende grond van baron van Voorst tot Voorst, ook ongeveer twintig hectare groot.

Voor het noordelijk deel wist De Conne namens landgoed Vilsteren een erfpachtconstructie af te spreken. De ondergrond bleef daardoor van het landgoed en jaarlijks moet dan voor de (toekomstige) opstallen een erfpacht betaald worden aan het landgoed. Baron van Voorst, die weinig verstand had van grondtransacties, wilde niet dat De Conne met zijn verkoopactiviteiten bemoeide. Van Voorst tot Voorst dacht ook aan een dergelijke lucratieve erfpachtconstructie, maar vergat dit tijdens de onderhandelingen bij Vos op tafel te leggen. Met beide verkopende partijen kwam Vos snel tot een akkoord. De baron wenste op het laatste moment nog het jachtrecht voor te behouden, maar daar wilde Vos niets van weten. Verkocht is verkocht. Een volgende bedachte slimmigheid van de baron om de verkoop ongedaan te kunnen maken was het eisen dat de overeengekomen koopsom binnen twee dagen op zijn rekening zou moeten staan. Dat bleek echter voor koper Vos geen enkel probleem te zijn. Saillant detail is dat later diezelfde baron in de plaatselijke krant zijn gal spuide over het wangedrag van toeristen die zijn naastgelegen grondgebied betraden.

Reggewold
Het project aan de Oude Hammerweg, gelegen aan de zuidkant van de spoorlijn Ommen-Zwolle kreeg de naam bungalowpark Reggewold. Vos gaf in 1969 architectenbureau Meijerink uit Zwolle opdracht een plan te maken voor de bouw van 100 zomerhuisjes à 50.000 gulden. Tijdens de realisatie kon Vos nog van enkele financiële meevallers profiteren. Als eerste had het provinciebestuur nagelaten dat een deel van de grond die bestemd zou moeten worden voor de aanleg van een parkeerplaats langs de provinciale weg aan te kopen. Voordat de provincie zich echter eigenaar kon noemen moest ze eerst met geld op tafel komen. Een andere meevaller voor Vos was een bedrag van 58.000 gulden, die de Nederlandse Gasunie uitkeerde onder voorwaarde dat Vos zijn bezwaar introk tegen de aanleg van een compressorstation in Vilsteren. Vos was hiervoor in de pen geklommen omdat hij vreesde dat bij de komst van een dergelijke station overlast zou ontstaan op het aan te leggen bungalowpark. Voor de bedrijvigheid op Reggewold had Vos samen met zijn schoonzoon, Jo Ruitenberg de Hanexon N.V. opgericht en een andere schoonzoon, Jan van Ittersum, zorgde als makelaar voor de verkoop van de zomerhuisjes. Gunstige bijkomstigheid hier was dus dat de kopers van de zomerhuisjes ook eigenaar werden van de grond.

Laarbrug
De exploitatie van Laarbrug werd door Vos ondergebracht in Laarbrug N.V. Voor de aankoop van het terrein dienden zich echter al spoedig gegadigden aan. Nadat Utrechtenaren Henk en Lien Langezaal de geneugten van het campingleven hadden ontdekt, was het hun droom om zelf een camping te runnen. Na een zoektocht, kwamen zij terecht bij Albert Vos in Ommen. Op 10 oktober 1969 werd het echtpaar Henk en Lina Langezaal officieel eigenaar. Erfpachter van de grond en eigenaar van de barakken aan de Vilsterseweg 1, waarop een bestemming lag voor tachtig bungalows en een camping. De eerste jaren was de familie Langezaal druk met de bouw en de verkoop van de zomerhuisjes op het park dat toen nog de naam “Het Unieke Laarbos” droeg, maar later verbasterde de naam tot bungalowpark Uniek. Voor de bouw van de bungalows werd de hulp ingeroepen van ondernemers uit de regio, zoals aannemersbedrijf OCB, loodgieter Anton Hulsman en elektricien Henk Tijhuis. Toen alle huisjes op een gegeven moment verkocht waren, richtte de familie zich volledig op de camping. Dat kon, want de camping was weliswaar door Vos verhuurd, echter de toenmalige huurder van de camping kon de pacht niet opbrengen waardoor het kampeerterrein in 1971 voor de familie Langezaal in beeld kwam. Het terrein en de oorspronkelijke barakken bleken enorm verwaarloosd, dus kregen ze er naast het bouwen van de bungalows nog een taak bij. Ruim tien jaar terug ging de camping over op dochter Marja Bakker-Langezaal, die samen nu met haar man Cees Bakker de camping bestiert.

Uniek
Grenzend aan het kampeerterrein Laarbrug ligt het bungalowpark Uniek. De beide complexen hanteren bij de ingang dezelfde huisstijl, en lijken zo nadrukkelijk bij elkaar te horen. Het betreffen echter wel twee verschillende eenheden. In de begin jaren werd het bungalowpark nog aangeduid met “Het Unieke Laarbos”, later “Uniek”. Tot eind 1969 was het terrein aan de Vilsterseweg nog een aaneengesloten bosgebied, overwegend bestaande uit grove dennen en zomereiken. Het gebied maakt onderdeel uit van de bezittingen van het in totaal 965 hectare grote particuliere landgoed Vilsteren. Er zijn op het terrein 73 woningen en een interne infrastructuur aanwezig. De woningen, met bijbehorende tuin zijn geen eigendom van het landgoed, maar zijn via een erfpachtconstructie verkocht aan 73 individuele gebruikers. Eerder werd de ondergrond van het park als één geheel gepacht van het landgoed door de bewonersvereniging “Uniom”. Al weer z’n twintig jaar terug kon elke eigenaar van een bungalow afzonderlijk een erfpachtovereenkomst aangaan met het landgoed. De camping kent een vergelijkbare eigendomssituatie als het bungalowpark. Aan de noordzijde van het park heeft het landgoed een ruime bosstrook aan zichzelf gehouden. Mede hierdoor is vanaf de Vilsterseweg bij het park het landgoedkarakter betrekkelijk goed bewaard gebleven. In de zomerperiode, als het blad aan de bomen zit zijn de gebouwen vanaf deze weg nauwelijks zichtbaar. De toegang tot het park wordt gedeeld met de camping Laarbrug.

Landgoed Vilsteren
De gronden van de bungalowparken Uniek en Reggewold en ook die van camping Laarbrug waren ooit eigendom van Michaël Helmich (1753-1835), gehuwd met de erfdochter van Vilsteren, Johanna van Grootvelt. Deze gronden waren onderdeel van landgoed Vilsteren. Na het overlijden van Michaël kwam het bezit van landgoed Vilsteren in handen van zoon Petrus F. Helmich (1790-1860). Vervolgens werd Henricus A. Helmich (1825-1884) eigenaar als opvolger van zijn vader. Henricus A. Helmich overleed kinderloos en zijn zuster Johanna M. Cremers-Helmich erfde vervolgens landgoed Vilsteren. Zij liet het beheer van het landgoed over aan haar echtgenoot Wilhelmus Cremers (1818-1906), president van de Rechtbank en lid van de Eerste en Tweede Kamer. Na overlijden in 1906 van Wilhelmus Cremers werd het landgoed eigendom van de zoon en jurist Gellius Cremer (1855-1949).

Het beheer op het landgoed Vilsteren stond tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna stil. Het landgoed was heel arm. Op het kasteel werd heel sober geleefd. Niets anders dan water en roggebrood. De boekhouder werd er soms op uitgestuurd om wat pacht te vragen. Toen Gellius Cremer reeds bejaard was liet hij alle zaken over aan zijn neef Henricus Cremers. Onder leiding van deze werd het landgoed aanzienlijk verbeterd. Hij stierf echter reeds in 1948. Gellius Cremers stierf een jaar later. Volgens de wens van Gellius Cremers werd het landgoed verdeeld onder de nakomelingen van zijn broer Petrus Cremers en diens vrouw Isabella van Nispen tot Sevenaer, die het oorspronkelijke landgoed verkregen, zoals het reeds onder Michaël Helmich vorm had gekregen. De later aangekochte goederen vielen toe aan de overige erfgenamen, de kinderen van zijn zuster Anna Cremers, die gehuwd was met Jan Joseph Godfried baron van Voorst tot Voorst. Daaronder ook het gedeelte van zuidkant van de spoorlijn. Begin 1900 werd een deel van het landgoed gesplitst door de aanleg van de spoorlijn Zwolle-Ommen, die in 1903 werd geopend.

Rentmeester
Nog tijdens het leven van Gellius Cremers werd Esper de Conne, een aangetrouwde verwant, aangesteld als rentmeester. Deze wist op een uitgekiende manier het landgoed te beheren, waardoor het rendabel bleef. Rentmeester de Conne sloeg een grote slag met het instellen van erfpachten. Een deel van het Vilsterse Veld trok in de zestiger jaren aandacht van de Nederlandse Gasunie voor de vestiging van een compressorstation. De eigenaren van het landgoed gaven toestemming voor de bouw van een dergelijk station, maar wilden de grond niet verkopen. De Gasunie ging er pacht voor betalen, een zogenaamde erfpachtcanon, die gekoppeld werd aan het loonindexcijfer. De Conne wist een hoge pacht te bedingen. Dit was echter niet de enige grote erfpacht die de rentmeester afsloot. Toen het toerisme in de jaren vijftig in Salland een hoge vlucht nam, had het Landgoed een groot bosgebied in de aanbieding voor kapitaalkrachtige investeerders met plannen. Die werd gevonden. Evenals bij de bouw van het compressorstation sloot de Conne bij deze transactie een erfpachtovereenkomst af. Dankzij deze erfpachten kon er weer winst gemaakt worden op Landgoed Vilsteren. De eigenaren van de nalatenschap van Gellius Cremers besloten – nu dankzij de inspanningen van rentmeester de Conne het landgoed winstgevend werd – om belastingtechnische redenen een naamloze vennootschap op te richten. Dit gebeurde in 1964. Naar aanleiding van de wet op de ondernemingen werd in 1973 de naamloze vennootschap omgezet in een besloten vennootschap.

Tol
Om vanuit Ommen via het Laar(bos) in Vilsteren te komen moet de rivier de Regge over gestoken worden. Dat kon tot in de vijftiger jaren via een ophaalbruggetje waar bovendien tot 1942 tolgeld betaald moest worden. Een slagboom over de weg dwarsboomde een vrije doorgang. Deze (Laar)brug lag exact in het verlengde van het tolhuisje. Het tolhuisje aan de kant van Vilsteren staat er nog steeds. Begin jaren vijftig kwam er een nieuwe vaste brug over de Regge. Eind zestiger jaren werd een viaduct gebouwd met de kruising van de provinciale weg Hoogeveen-Raalte. Daardoor kwam ook de slinger bij het nieuwe viaduct “Vilsteren” in de Vilsterseweg. Voordien moest de (drukke) N348 overgestoken worden. Na dodelijke ongelukken werd pas de noodzaak ingezien van een ongelijkvloerse kruising.

Laarbrug van kamp tot camping
Voordat jaarlijks honderden toeristen op camping Laarbrug hun vakantie doorbrachten, bleek Laarbrug een minder rooskleurig oord te zijn. Kort voor de oorlog (WO 2) was Laarbrug een Rijkswerkkamp met houten barakken. In de oorlog boden deze barakken onderdak aan de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) en na de oorlog heeft het kamp korte tijd gediend als interneringskamp voor NSB’ers en SS’ers. Ook is het terrein nog een tijdje gebruikt door het leger als militaire school voor lichamelijke oefening. Vanaf 1951 tot en met 1966 heeft het barakkenkamp gefunctioneerd als woonoord voor Zuid-Molukkers. Daarna is een deel van de barakken gesloopt en verkocht terwijl ook een deel bleef staan voor gebruik door de camping die er later is gekomen. Meer over de geschiedenis van kamp Laarbrug binnenkort in deel 2.

  Links: Viaduct Vilsteren zorgt voor een slinger in de Vilstersweg maar ook voor veilig passeren van de N348.
Rechts: De huidige toegangsweg naar camping Laarbrug.

  Links: Barakken op Laarbrug deels zijn verkocht en voor andere doeleinden in gebruik, zoals deze die onlangs is opgespoord in de regio.
Rechts: Een silhouet van een voormalig barak die nu op camping Laarbrug onderdak biedt.


Zie ook “Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 2

Bron: Harry Woertink – 6 maart 2014

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.