21 maart 2014

Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 2

Categorie: Harry Woertink.    3.525 keer gelezen.

Kamp ‘Laarbrug’, genoemd naar de brug met dezelfde naam over rivier de Regge, gelegen tussen het Laarbos en Vilsteren, is in 1942 uit de grond gestampt als werkkamp om in de oorlogsjaren onderdak te bieden aan een afdeling van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD).

 In 1951 veranderde de naam kamp Laarbrug in woonoord Laarbrug om tot 1966 Zuid Molukkers ‘tijdelijk’ te huisvesten.
Foto: Harry Woertink

Van kamp tot camping
Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog was Laarbrug vijf maanden een interneringskamp. Daarna heeft het ruim een jaar dienst gedaan als sportschool voor militairen. In 1949 bood Laarbrug tijdelijke woonruimte aan dakloze gezinnen. In 1951 veranderde de naam kamp Laarbrug in woonoord Laarbrug om tot 1966 Zuid Molukkers ‘tijdelijk’ te huisvesten. Na hun vertrek kwam Laarbrug leeg te staan. De houten barakken werden verkocht aan Ommenaar A. Vos, die ook het opstalrecht verkreeg. De eigendom van de ondergrond bleef bij Landgoed Vilsteren. Op 23 juni 1969 werd een planologische bestemmingsplanwijziging doorgevoerd: van kamp tot camping. Het terrein met de opstallen werd toen als camping verhuurd, tot dat Henk Langezaal zich aandiende en op 10 oktober 1969 eigenaar werd van de opstallen om samen met zijn vrouw en kinderen camping Laarbrug te beginnen.

NAD-kamp
In 1930 had Nederland ongeveer 100.000 werklozen en in de jaren daarna vervijfvoudigde dit aantal. De Nederlandse regering startte met werkverschaffingsprojecten. Voor de oorlog kwamen er op diverse plaatsen, vooral het noordoosten van ons land, speciale werkkampen. Deze kampen werden opgericht om mannen zonder werk, die veelal uit het westen van het land kwamen toch aan werk te kunnen helpen. Deze kampen werden Rijkswerkkampen genoemd. Ook in Ommen was nuttig werk te doen. Er waren rondom Ommen genoeg heidevelden die ontgonnen moesten worden tot landbouwgronden. De gemeente Ommen maakte dankbaar gebruik van de door de overheid gesubsidieerde werkverschaffingsprojecten. Op de hoek van de Balkerweg/Emslandweg stond tussen 1938 en 1942 het Rijkwerkkamp Alteveer. Werklozen plantten hier nieuwe bossen aan en legden wegen aan. Gelijksoortige werkkampen kwamen er in Arriën, Eerde en Junne.

In 1942 werden de barakken van kamp Alteveer verplaatst naar een nieuw aan te leggen kamp Laarbrug. De Rijksgebouwendienst richtte toen een bosterrein in aan de Vilsterseweg, eigendom van Mr. Pathuis Cremers met als omschrijving: “Kampterrein Nederlandsche A.D.”, afgekort NAD. De barakken voor onderdak stonden in een ovale vorm om een middenterrein, die als exercitie-terrein werd gebruikt met in het midden een vlag in een vlaggenmast. Tijdens de bouw van het houten barakkenkamp is ook de toegangsweg aangelegd met de grote basaltkeien, afkomstig uit Italië. Deze basaltstenen, ooit eens geteld in een aantal van 60.000, vormen nog steeds de toegangsweg vanaf de openbare weg.

In het Arbeidsdienstplichtbesluit van 1 april 1942 was bepaald, dat wie in dienst was bij de overheid of bij het bijzonder onderwijs, een half jaar moest gaan dienen in de Arbeidsdienst zodra hij of zij 18 jaar werd. De opzet van de NAD-kampen was jongeren het ‘nationaal-socialistische gemeenschapsideaal’ te laten beleven. Er bestond overigens grote weerstand, vooral uit gereformeerde kring, tegen deze poging om de jeugd voor nazi-idealen te winnen. De oprichting van Nederlandse grootste onderduikorganisatie, de LO, kan gezien worden als verzet tegen de Nederlandse Arbeids Dienst. Bij graafwerkzaamheden op Laarbrug kwam een wit schoteltje naar boven waarop het logo van de NAD en CCB en de tekst: “Ick dien”.

De dagelijkse werkzaamheden vanuit het NAD-kamp waren de herbebossing en het ontginnen van woeste gronden. In groepsverband, gekleed in overall met op de schouder een schop, werd vanaf het kamp gemarcheerd naar de werkplek. Later werden de mannen ook ingezet voor het graven verdedigingswerken zoals loopgraven en tankwallen.

Interneringskamp
Na de Tweede Wereldoorlog deed kamp Laarbrug dienst als interneringskamp onder de naam: ‘Interneeringskamp Ommen De Laarbrug’. Het kamp ging uit van het toenmalige Ministerie van Oorlog. Op het kamp werd aan verdachten tijdelijk opvang verleend tot hun behandeling door de Rechtbank. Bij binnenkomst op het kamp werden de personen kaal geschoren. In de periode 8 juni 1945 tot 22 oktober 1945 kwamen 1604 personen ‘langs’. De reden van de internering had alles te maken met (verkeerde) handelingen van de personen gedurende de oorlogsperiode 1940-1945, waarbij onderscheid gemaakt werd tussen “zeer verdacht”, “onbetrouwbaar” en “verdacht”. Het kamp was afgezet met hekwerk met twee rijen prikkeldraad erboven. Er was een wachthuisje met een poortwachter. Het eerste grote gebouw aan de linkerhand bij binnenkomst van het terrein was het kantoor. Verderop rechts stond de paardenstal. Een grote vijver zorgde bij brand voor bluswater. De dienstwoning was net even buiten het kamp gelegen met een speciale uitgang via de achterzijde. Kampbeheerder was Jo Haar afkomstig uit Zwolle. De weg Ommen-Vilsteren die toen dicht langs de Piepenplas liep, was een weg vol met gaten. Tolgaarder Kelder veegde elke dag de weg en vulde de gaten met vuil.

Militaire sportschool
Nadat alle personen berecht waren kwam een einde aan het interneringskamp. Het prikkeldraad werd verwijderd en er vestigde zich op 1 november 1946 een militaire sportschool. De school omvatte 60 studenten, die in verschillende takken van de sport hun sporen reeds verdiend hadden. Bekende voetballers zoals Jan van Roesel en van Kil van DWS kregen hier hun opleiding. Ook Marten Brandsma en Germ Hofma van Heerenveen en de gebroeders Kolkman van Go Ahead (Eagles) uit Deventer waren als studenten aan de school voor militaire lichamelijke opvoeding in Ommen verbonden. De sportschool was echter van korte duur. Een gymzaal werd node gemist en het sportveld stond ’s winters onder water. In februari 1948 werd de school opgeheven.

Na het vertrek van de sportschool begon voormalig kampbeheerder Jo Haar met de verhuur van bootjes in de Vecht. Deze zeil- en roeiboten werden in de lege barakken van het kamp opgeknapt en gingen op zomerdag naar de Vecht ter hoogte van de Konijnenbeltsmolen aan de Zwolseweg. Hier had Haar de beschikking over een schuurtje. Verder was er een klein rondvaartbootje. Later heeft Rederij Peters het verhuren van bootjes overgenomen. Aannemersbedrijf Timmerman gevestigd aan de Markt in Ommen kreeg opdracht de barakken op Laarbrug geschikt te maken voor bewoning. In 1949 kwamen zes gezinnen uit kamp Arriën op Laarbrug wonen. Door brand van hun barak in Arriën waren ze dakloos geworden. De familie Jan en Johanna Willems was een van de zes gezinnen die van Arrien naar Laarbrug verhuisde. Na een vertimmering was op Laarbrug plek voor 40 gezinnen. Ook kon tijdelijk de woningnood geledigd worden aan het gezin Post-Beniers.

Tijdelijk verblijf in Nederland
Op dienstbevel van de Nederlandse regering vertrokken in 1951 Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen (in totaal circa 12.500 personen) met de boot voor een ‘tijdelijk verblijf’ naar het koude Nederland. Nederland was voor bijna iedereen een onbekend land. Tijdens de overtocht kregen ze te horen dat ze ontslagen waren van hun beroep als KNIL-militair. Met het ontslag verloren zij ook hun rechten als militair, soldij en pensioenen. Laarbrug en Eerde en andere locaties in Nederland, moesten tijdelijk onderdak bieden. Maar het verliep allemaal anders. Zij leefden lange tijd geïsoleerd van de buitenwereld. Ze hadden geen inkomsten, mochten geen arbeid verrichten. Na drie jaar voer de regering een verandering in Molukkers moesten ineens in hun eigen levensonderhoud voorzien.

Moluks woonoord Laarbrug
In de jaren 1951 tot 1966 verbleven ruim 500 repatrianten van het voormalige Nederlands-Indie in Ommen. Ze werden gehuisvest in de houten barakken op Laarbrug en Eerde. Als vroegere bewoners van de eilanden in de gordel van de smaragd dachten de Zuid Molukkers tijdelijk naar Nederland te kunnen. Maar de palmboom in de Molukken werd een slagboom in Nederland. Ze bivakkeerden onder zeer primitieve omstandigheden. Het onderhoud van de huisjes liet te wensen over en de hygiënische omstandigheden waren slecht. De naam kamp Laarbrug werd gewijzigd in woonoord Laarbrug.

   Bewoners van woonoord Laarbrug
Afb’n: Harry Woertink

In 1952 werd een barak van een kamp uit Hooghalen herbouwd op Laarbrug om als kantine te dienen. De kinderen gingen naar school in Ommen (Koningin Julianaschool) en Vilsteren (Sint Willibrordusschool). Het aantal bewoners schommelde telkens tussen de 250 en 350 personen met hoogtepunt op 1 juli 1963 toen 357 bewoners geteld worden. In 1953 was het aantal bewoners 231 (52 gezinnen met 210 gezinsleden en 21 alleenstaanden). Op Eerde waren dat er toen 120 (26 gezinnen met 117 gezinsleden en drie alleenstaanden). In 1958 lag het bewonersaantal op 297. Begin 1960 waren er op Laarbrug 317 bewoners en in 1962 kwam het bewonersaantal op totaal 350. De kleuters in het woonoord gingen eerst naar de Edith-school aan de Koesteeg. Later kon een kleuterschooltje in het kamp worden gebouwd; de jongste kinderen konden daar naar school en hoefden niet met de bus naar school in Ommen.

Na de lagere school werd technisch onderwijs gevolgd in onder anderen Vroomshoop. Ook waren er die de ULO in Ommen of de huishoudschool bezochten. In het voorjaar van 1953 gingen twaalf jongens uit kamp Laarbrug gekleed in militaire uniformen op de fiets naar Deventer. Ze brachten een bezoek aan Thomassen en Drijver. Ze werden ook gelijk aangenomen. Het waren de eerste Molukse werknemers voor de blikfabriek. In 1962 zouden er bij de blikfabriek 165 Molukkers werken. Met een bus van het bedrijf werden de werknemers opgehaald en weer teruggebracht. Vanaf 1954 werd er op het kamp jaarlijks een voetbalwedstrijd gehouden tussen Kei-Ambon en de Blikboys. Dit werd een jarenlange traditie. De wedstrijd begon telkens met het zingen van het Wilhelmus en na afloop van de sportieve strijd werd op het kamp gezamenlijk Indisch gegeten. De volwassenen vonden geleidelijk hun weg naar de arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld bij Hevea, een laarzenfabriek in Raalte.

De minister van Maatschappelijk werk dr. Marga Klompé bracht in 1958 een bezoek aan het woonoord. Zij werd ontvangen door de inspecteurs Ambonezenzorg, mr. E.J. van der Laan, de kampleider, de heer A. Hendriks, de kampoudsten en twee hoofdbestuursleden van de K.R.P.P.T.. Na ten huize van de heer Hendriks, de thee te hebben gebruikt bezocht de minister de juist gereedgekomen nieuwe barakken, zeven in getal, met totaal 32 woningen. Het geloof is voor de Molukse mensen een belangrijk onderdeel van het dagelijkse leven. In het kerkelijke leven van Ommen namen ze ook deel aan de oecumenische diensten die een paar keer in het jaar werden gehouden. In 1959 was er feest op Laarbrug toen de Zuid-Oost Molukse Protestantse Kerk officieel was aangenomen als zusterkerk van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk met als eerste predikant dominee David Talubun.

Molukse cultuur
Feesten als bruiloften werd door de Molukse gemeenschap groot en traditioneel gevierd. Voor de mensen van Ommen was dit een eerste kennismaking met de Molukse cultuur. De Ommer bevolking had doorgaans begrip voor de Molukkers die trouw aan koningin en vaderland waren geweest. Hun getinte huidskleur en afwijkende gewoonten riepen wel nieuwsgierigheid op. De Molukse vrouwen met hun mooie sarongs hadden veel bekijks op de dinsdagmarkt. De marktkoopman maakte kennis met nieuwe culturen, het afdingen wat op Indonesië heel gewoon is, zorgde voor veel hilariteit maar met een knipoog werden de waren op de markt verkocht. Het was ook even wennen als Ommenaren Molukkers zagen op de fiets richting Vilsteren met achterop onder de snelbinders levende kippen die ze in Ommen gekocht hadden. De boeren van Ommen kenden de Molukse bevolking goed; soms hielpen ze de boeren bij het oogsten van maïs en het rooien van aardappelen. Zelf kwamen ze ook bij de boeren voor kippen en eieren. De bossen en landgoederen van Ommen waren voor de Molukse jeugd een ware speelparadijs. Ze daagden elkaar uit om bramen, krenten, appels of maïs te plukken. De Molukse jeugd was voor Ommen een aanwinst in de sport, vooral het voetballen. Ze konden hard lopen, rennen, doelpunten werden veelvoudig gescoord. Bij het meer waar veel werd gezwommen, werd muziek gemaakt en gezongen.

Definitief
Bij gebrek aan perspectief voor een zelfstandig Molukse republiek bleek het tijdelijke verblijf in Nederland uiteindelijk definitief. In 1961 verhuisden de bewoners van Eerde naar de Molukse woonwijk in Rijssen; de mensen uit Laarbrug vertrokken in 1966 naar Zwolle en Rijssen. Laarbrug veranderde in een camping, die tot op de dag van vandaag nog bestaat. De basaltstenen toegangsweg, de voormalige beheerderswoning annex kraamkliniek, het toiletgebouw, het waslokaaltje en enkele woonbarakken herinneren nog aan de tijd dat op Laarbrug Molukkers uit het verre Indonesië gehuisvest waren. Oud-bewoners en hun nazaten komen nog geregeld een kijkje nemen op de lommerrijke locatie.

Monument
Als dankbaarheid voor de eigen ouders die alles in het werk stelden om te overleven, maar ook voor de goede contacten met Ommen werd op 29 september 2012 een herdenkingsmonument bij de ingang van camping Laarbrug onthult. Initiatiefnemers waren de kinderen van ouders van de Zuidoost Molukse bevolkingsgroep afkomstig van de eilanden Kei, Tanimbar en Kiasr (Dobo). Zij zijn op kamp Laarbrug geboren en/of opgegroeid. Het monument bestaat uit een oude meerpaal waar meer dan zestig jaar geleden de boten uit de Zuidoost Molukken afmeerden. Daarop een spiegel die de oceaan weergeeft en een nautische voorstelling in de vorm van een marmeren schelp. Het monument is onthuld door de ambassadeur van Indonesië, mevrouw Retno Marsudi. Zij deed dat samen met de burgemeester van Ommen, Marc-Jan Ahne. Ook was er toen een groots opgezet programma met herdenken, herinneringen ophalen en vooral ook feestvieren met het thema: ‘Maluka Tengarra bertemu Ommen’ of te wel ‘Zuidoost Molukken ontmoet Ommen’.

De tweede generatie Molukkers zijn in Ommen geboren en getogen. Zij waren de bruggenbouwers voor hun ouders naar de gemeenschap van Ommen. Als tolk en als spreekbuis, hebben zij kunnen bijdragen in de samenhang met elkaar. Hierdoor is er veel begrip en respect voor elkaar ontstaan. Onderling werden vriendschappen gesloten, langzaam maar zeker kwamen de Ommer jeugd naar het kamp en deelden vaak de muziek met elkaar. De padvinderij bracht een ander soort discipline bij de Molukse jeugd wat geheel nieuw voor hen was. Naast dat de taal een probleem was voor de Molukse ouderen, waren er ook moeilijke tijden in het kamp geweest. De mensen uit Ommen hebben kunnen helpen, maar niet alle leed weg kunnen nemen.

 Plattegrond Laarbrug
Thans nog bestaand:
10: toen woonbarak nu woonruimte, douches en toileteten
16: toen douches/kolenkelder/watervoorziening nu toiletten, watervoorziening, werkplaats, garage
18/22: kleuterschooltje en zandbak is later bijgebouwd naast het ziekenhuisje / kraamkliniek. De kerk is ook later bijgebouwd en ligt als je het kamp /camping binnenkomt rechts (op een bult) vanaf de kerk, naar beneden met een trap naar de barakken. Naast de beheerderswoning van Hendriks was er het ziekenhuisje / kraamkliniek. De beheerderswoning en het ziekenhuisje/kraamkliniek is nu de kantine van de camping.

Afb.: Marja Bakker-Langezaal


  Links: Luchtfoto van Laarbrug in 2013.
Rechts: In het kader van 60 jaar Molukkers in Zwolle bracht zaterdag 15 oktober 2011 een groep oud Molukkers uit Zwolle een bezoek aan Ommen. In de muziektent op de Markt werd een foto gemaakt waarbij ook oud schoolpersoneel en oud-leerlingen van de Julianaschool aanwezig waren. Linksachter meester Ab Jolinkj, midden juf Ruige.

Foto’s: Harry Woertink


  Links: Als dankbaarheid voor de eigen ouders die alles in het werk stelden om te overleven, maar ook voor de goede contacten met Ommen werd op 29 september 2012 een herdenkingsmonument bij de ingang van camping Laarbrug onthult.
Rechts: De bovenkant van het herdenkingsmonument: een spiegel die de oceaan weergeeft en een nautische voorstelling in de vorm van een marmeren schelp.

Foto’s: Harry Woertink





 Camping Laarbrug in 2014.

Foto’s: Harry Woertink

Zie ook “Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 1

Bron: Harry Woertink – 21 maart 2014

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.