микрозаймы

29 september 2016

Geschiedenis Joods Ommen (1)

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    1.706 keer gelezen.

In Ommen was ooit sprake van een kleine Joodse gemeenschap. Tot aan de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) leefden Joodse en niet-joodse Nederlanders prima met elkaar samen.

 Het monument op de gevel van het gemeentehuis met de namen van de oorlogsslachtoffers uit Ommen.
Foto: Hans Steen
Zie voor meer foto’s bij dit artikel.

De Duitse bezetter begon met het steeds meer buitensluiten van de Joodse bevolking. Joden werden gehaat en de Nazi’s vonden dat alle Joden van de aardbodem moesten verdwijnen. In Ommen heeft slechts een Joodse enkeling de Tweede Wereldoorlog overleefd. Mannen uit 9 verschillende Ommer Joodse gezinnen kregen in de zomer van 1942 een oproep dat ze zich moesten melden in het werkkamp “Witte Pael”, gelegen in de provincie Friesland. Het was een vooropgezet plan van de Duitsers. Wat begon als een vorm van werkverschaffing voor Joodse mannen was het begin van een grootscheepse deportatie. De meeste mannen gaven gehoor aan de oproep om erger te voorkomen. Alleen de zonen van het gezin De Haas doken onder.

Westerbork
Op de avond van 2 oktober 1942 kregen de mannen in Joodse werkkampen te horen dat ze naar kamp Westerbork zouden gaan. In het kader van ‘gezinshereniging’ werden de thuis achtergebleven familieleden uit hun huizen gehaald en ook naar Westerbork gebracht. Zo kwamen die dag 12.296 Joden in kamp Westerbork aan. De meesten van hen werden kort daarna op transport gesteld naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Op 3 oktober 1942 werden de eerste Joden uit Ommen naar kamp Westerbork gebracht. Onder deze Joden ook 96 mannen die in het Joods werkkamp Arriën in de Ommer buurtschap Arriën werden gedwongen tot ontginningswerkzaamheden. De Joodse gezinnen Bierman, Van der Hoek, De Lange, en De Levie ontkwamen evenmin aan het noodlot zich te melden. Via kamp Westerbork kwamen ze in de vernietigingskampen van de Nazi’s. Geen van hen keerde terug. Opnieuw volgde een oproep voor de nog overgebleven Joden in Ommen. Zij moesten zich voor 10 april 1943 melden in kamp Vught. De families Van Gelder en De Haas waren inmiddels ondergedoken. Op 9 april 1943 liepen rabbi Cohen en zijn vrouw, alsmede het gezin Vomberg naar het NS-station. Ook negen Joodse leerlingen van de Quakerschool in Eerde waren daar. Met de trein reisden zij naar Vught en via doorgangskamp Westerbork werden ook zij in Polen gedeporteerd. De families Cohen en Vomberg werden op transport gesteld naar Sobibor en direct na aankomst vermoord. Ook de negen leerlingen van de Quakerschool Eerde keerden niet terug. Door verraad werd het onderduikadres van Benjamin en Johanna van Gelder in Hattem bij de bezetter bekend. Ze werden opgepakt en werden op 3 september 1944 op de laatste trein naar Auschwitz gezet. Drie dagen later werden zij direct na aankomst vermoord.

Herinneringen
De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de Joodse samenleving in Ommen. Er zijn geen tastbare herinneringen meer. Wel is er als blijvende herinnering aan Joods Ommen een gedenksteen met hun namen en een Davidster op de Joodse begraafplaats aan Den Lagen Oordt/hoek Dr. A.C. van Raaltestraat. Verder zijn op een achttal locaties in Ommen 27 steentjes, zogeheten Stolpersteine, gelegd. Op elk steentje een messing plaatje met daarop vermeld de namen, geboorteplaats en -datum en de plaats en datum van overlijden van de Ommer Joden. Het gaat om de locaties: Gasthuisstraat 19, Markt 4, Brugstraat 18, Brugstraat 19, Kerkplein 6, Kerkplein 7, Dr. A.C. van Raaltestraat 1 en Dr. A.C. van Raaltestraat 5. Tot slot worden de Joodse medeburgers en de Joodse leerlingen van de Quakerschool Eerde samen met de andere burgers van Ommen herdacht met hun namen op het oorlogsmonument van het gemeentehuis en de tekst: “Ter herinnering aan de inwoners van Ommen die door oorlogshandelingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen”. Bovendien worden in de tuin van kasteel Eerde de omgekomen leerlingen van de Quakerschool Eerde met een herdenkingsmonument in herinnering gebracht. De school was er ook voor Duits-Joodse vluchtelingenkinderen: zij woonden op de school en volgden daar de lessen. De Quakers wilden kinderen die voor het fascisme uit hun eigen land moesten vluchten onderwijs en een veilig onderdak geven in Nederland. Het pakte heel anders uit.

Om de geschiedenis van het werkkamp Arriën niet te vergeten wordt op 3 oktober 2016 op initiatief van de Stichting Herdenking Joods Ommen een informatiepaneel onthuld. Dat gebeurt aan de Brinkweg waar het voormalige Joodse werkkamp Arriën was gevestigd. De in 1940 als Rijkswerkkamp in gebruik genomen werkkamp werd in de vroege ochtend van 3 oktober 1942 ontruimd en zijn alle Joodse mannen gedeporteerd. De meeste mannen kwamen nooit terug.

Meer over de geschiedenis Joods Ommen in deel 2.

Bron: Harry Woertink met dank aan de Stichting Herdenking Joods Ommen – 27 september 2016

5 Reacties »

• • •

5 reacties »