микрозаймы

1 maart 2014

Gerrit Hendrik Woertink (1880-1956) – een eeuwenoude Ommer familienaam

Categorie: Harry Woertink.    13.775 keer gelezen.


Gasthuisstraat en haar bewoners begin 1900

De Gasthuisstraat was oorspronkelijk een straat met hoofdzakelijke boerenbehuizing. Iedereen zag in zijn eigen levensbehoefte met enkele dieren op stal en tuintje.

 Boerenbehuizing in de Gasthuisstraat (vroeger Achterstraat).
Op de achtergrond daar waar de deur openstaat is Gasthuisstraat 19.

Foto: Harry Woertink

We lopen de huizen van toen even langs. Vooropgesteld dat we niet compleet zijn met deze beschrijving. We beginnen vanuit Gasthuisstraat aan de linkerkant. Dan komen we bij het huis waar de straat zijn naam aan te danken heeft: het Oude Mannen en Vrouwenhuis van de Hervormd Kerk. Bij de start in 1901 ook genoemd ’t Armenhuis’. In 1947 werd de naam veranderd in ‘Rusthuis’. Aan de leiding stond ‘den Vader en Moeder’. Als eerste vader en moeder waren dat Tijssen met Derkje, daarna Veldkamp en de vrouw, toen vader en moeder van Pijkeren en daarna Achterberg. Verder vader en moeder Altena en als laatsten vader en moeder Groeneveld. Door de bouw van bejaardencentrum Oldenhaghen werd het rusthuis in 1958 overbodig. Oorspronkelijk stond hier een huis op naam van de familie de Blauw. Het huis was eind 1800 zo bouwvallig was dat de gemeente verzocht de bouwval op te ruimen.

 Bewoners van het Rusthuis aan de Gasthuisstraat met “Vader en Moeder” Tijssen en hulp Marietje Peters.
Het Rusthuis was er van 1901 tot 1958.

Foto: OudOmmen

Het huis ging uit van de Hervormde diaconie en was zo nodig een weeshuis. Een Jan Sluijer, Gait Schottert, Gait Peters en Leida Koers roepen nog herinneringen op. Ab Zandvoort was een van de laatste bewoners die naar Oldenhaghen verhuisde. Daarna begon Roel Bijl en Annie Runhart er een verfwinkel te beginnen weer later overgenomen door Aalpol. Naast het Mannenhuis bevond zich een huisje waar de lijkkoets stond van de Hervormde begrafenisvereniging. Bij een begrafenis werd hier de lijkkoets bespannen met paarden onder zwarte lakens. Dan had je schilder Jan Kramer en later Peter Kramer met Jennegie. Vervolgens de gebroeders Siero. Grads en Herman, beiden ongetrouwd. Grads breedsprakig en Harman stille. Aparte figuren, maar hartstikke beste lui. Grads was met één koe boer en doodgraver. Herman was schilder.

  links: Gasthuisstraat in 1941. Molen De Lelie op de achtergrond.
rechts: Van Keulen, Paarhuis en van Elburg.

Foto’s
links: OudOmmen
rechts: Harry Woertink

Waar nu Ten Hove zit woonde vroeger Tone Mensink, een oude vrijgezel. Na Toon heeft Weelink er nog gewoond. Noeverman heeft er gezeten en daar is zoon Henk Noeverman geboren. De familie Kikkert heeft het pand verbouwd tot winkel voor tassen en andere lerenartikelen en is er naast gaan wonen. Aangebouwd met een boerderijtje de familie Stegeman, die ook een vervoersbedrijf hadden. Dan kwam Van Keulen met daartussen nog een brandkolk. De brandkolk was vroeger voor de kinderen een klein speelplaatsje. Daar werd gevoetbald, geknikkerd en wat kinderen allemaal meer doen om pikzwart in huis te komen.

  links: Mevrouw Kampman in de winkelopening van Albino.
rechts: Gasthuisstraat. De bokpaal bij het Oude Mannenhuis heeft plaats gemaakt voor een lantaarnpaal. De baanderdeuren van de woning in het midden van het rijtje zijn vervangen door een deur en raam.

Foto’s
links: Harry Woertink
rechts: OudOmmen

Bij Van Keulen groeiden aan de ene kant Jacob, Egbert en Getjaan van Keulen op en er naast woonde wethouder Paarhuis. De straat in de eerste nieuwbouw van Ommen liep over zijn grond vandaar de naam Wethouder Paarhuisstraat kreeg. Weer iets verderop de familie van Elburg, beurtschipper. Zoon Jan van Elburg verving de oude woning voor een nieuw pand en had een brandstoffenhandel. Dan had je het meelpakhuis van Lute Wind. Daarna heeft Jan Pannekoek met zijn loodgietersbedrijf er nog gezeten en ook zijn zoon Bertus. Op de hoek woonde Salomon van de Hoek met zijn dochter Saartje en zijn zoon Joop. Aan de overkant woonde de familie Timmerman, die was ook timmerman met vrouw Diene en een heel koppeltje kinderen. In het oude gedeelte waar nu het oude gedeelte zit van Expert zat vroeger de Albino winkel, gedreven door familie Kampman. Zodoende mocht Gait Kampman later overstappen op de Spar, maar hij bleef net als zijn hele familie Gait van de Albino.

 Foto uit de zestiger jaren van de Gasthuisstraat. Links Kikkert, rechts woonde Spijker.
Foto: OudOmmen

Op de hoek Middenstraat/Gasthuisstraat stond het Huis van de Stad. Dominee van Raalte heeft daar ooit gevangen gezeten toen het als gevangenis dienst deed. Daarnaar werd het bewoond met als laatste bewoner de familie Scholten. Daarvoor Berend van de Vegte en Katrien van Elburg, die er een winkel hadden. Er naast woonde Arendsen en heeft ook Doezeman nog gewoond. Het huis is afgebroken voor de bouw van drukkerij van Eerten. Aan de overkant met de Middenstraat woonde D.J. Tusveld, die bij de post was. Hij verkocht het huis aan Takman die er een winkel bouwde en het aan AH verhuurde. De AH ging later naar de Brugstraat. Toen kwam Marten Valk met een fietsenzaak De Stormvogel.

In het volgende boerderijtje woonde Roelof Bosscher en kwam later Evert Horsman te wonen met Albertien zijn vrouw en dochter Tine, toen ze uit de Varsenerstraat moesten vertrekken voor de bouw van de eierhal. Ook woonde daar eerder nog de familie Makkinga die uit Arriën kwam. Tine Horsman trouwde met Jan Willen Kleinlugtenbeld en trok er bij in. In hun tijd is er een nieuwe woning opgekomen. Naast en aan dat huis zaten de Ekkelkamps, Gait en Dieke met Hendek als ongetrouwde broer. Na Ekkelkamp heeft Spiekertie er gewoond. Daarna heeft de gemeente het afgebroken nadat het was gekocht van Ekkelkamp. Dieks Makkinga heeft er vervolgens in de zeventiger een nieuwe woning gebouwd. De volgende woning was van Hendek van Ruulfie: Stegeman Antiek. Hendek Stegeman en zijn vrouw Diny. Hendek zijn grootvader kocht het van Makkinga, de kuiper. Dan het volgende huis, juist gelegen tegenover Gasthuisstraat 19 op nummer 20 heeft Albert Vos gewoond die daar een kuiperij had. Vos heeft in 1934 een nieuw huis laten bouwen door aannemer G.J. Martens, kostprijs 2200 guldens. De oude woning van Vos bleef staan met de Joodse familie Van Gelder als bewoner tot 1942. Vos verkocht de woning in 1956 voor 17000 guldens. Na Vos hebben daar eerst nog gewoond Cannoo en Hendrik Jan Rensink. De laatste bewoner was Boer. In het kleine huisje wat er nog steeds staat was het kantoor destijds van Vos, voordat hij met de kuiperij naar de Hardenbergerweg verhuisde.

 De drie diaconiehuisjes aan de Gasthuisstraat.
Foto: Harry Woertink

Vervolgens stonden er drie huisjes aan elkaar gebouwd van de Hervormde Diaconie. In de eerste woonde Peters met Gait en Johanna en dochter Martje die op het armenhuis diende. Dan had je Hendekien Kothuis met Gait Veldman. Hier werd Evert geboren en dochter Jaansie Wienen. Ook hebben Wim Spijkerman en Jenny Bakker en dochter Diny er gewoond en Getjaan Makkinga van de Evertsenstraat.

Verdere bewoners waren Meijerink Bats Kothuis en Jaans met zoon die later tegenover de Julianaschool is gaan wonen. Bats Kothuis had verschillende ambachten: kleermaker, poelier, omroeper, en meer maar ook orgeltrapper in de grote kerk en petroleumventer. Ook de familie Otterman heeft in die kleine ruimte gewoond maar waren er toch gelukkig. Otterman met Jennegien, hen hun drie jongens Jan, Berend Jan en Hendek. Jan had altijd gekheid en Berend Jan was stiller van nature. Jan stapte als soldaat door de straat stappen en veel later ook Berend Jan. Na de Ottermans kwam ‘oom’ Hendrik (Makkinga) bekend als ‘Schoapie’ er te wonen. Hendrik was tot 18 jaar scheper bij Broes Ap in Diffelen
We gaan even weer terug naar Gasthuisstraat 19 en werpen ons blik nu op de rechterkant van het huis. In 1832 stond Gerrit Portier als eigenaar te boek. Het huis dat uiteindelijk bleef staan kwam in handen van mevrouw Klomp-Krul. De Vries begon hier een Wiba-winkel. Die werd overgenomen door Kikkert uit Nieuwlande. Hij richtte zich op huishoudelijke artikelen en kocht het oude pand, waarin nog een stal zat en bouwde er een winkelpand met bovenwoning. “Gaithendek (Gerrit Hendrik) komt t’er maar weer uut.

 Zestiger jaren, kruising Gasthuisstraat Varsenerstraat. Links melkboer Habers, rechts Hengelaar levensmiddelen, daarachter Horsman en midden Beltie.
Foto: OudOmmen

Niesje en Neeltje zitten weer in ‘t prieeltje”, liet Margaretha hardop weten toen ze het hoofd om de deur stak richting veel kabaal, zo weet Neeltje Beniers-Kikkert (80) zich nog herinneren toen ze als 16-jarige op een zondagmiddag met haar zusje in het prieeltje zat. Onwetend hielden ze met banjo en de mandoline hun buren Gerrit Hendrik en Margaretha Woertink uit hun zondagmiddagslaapje. De winkel van Kikkert werd later overgenomen door schoonzoon Henk Beniers en Kikkert ging zelf verderop in de straat wonen. Dan volgde Johannes Makkinga. In 1913 kwam daar Albert Makkinga te wonen en als laatste diens zoon Hendrikus (Dieks) Makkinga (1919-1995). Deze laatste had er een werkplaats voor schoenen en leer. Na een brand heeft Dieks het verbouwd en woonde er zelf bijna 30 jaar daar en zag daar zijn kinderen geboren worden.

Waar eerst Gerrit Horsman woonde kwam in 1916 winkelier Gerrit Hengelaar. De zaak werd in 1957 overgenomen door zoon Frederik. Er was ook een maalhandel. Als je in de winkel kwam viel de grote koffiemolen op aan het eind van de toonbank en de bank waar je kon gaan zitten om je beurt af te wachten. Antie en Getjaan waren druk in de weer. Zij aan het wegen en Getjaan in het pakhuis ernaast. Voor klompen moest je in het pakhuis een trapje op waar alle maten naast elkaar opgesteld stonden.

 Hoek Bermerstraat/Varsenerstraat.
Foto: OudOmmen

Aan de overkanten dan zitten we op de hoek Bermerstraat/Varsenerstraat stond een heel oud huis waar Jan van Bram (van der Vegt) woonde met zijn zuster Aagie. In de zomer stak Aagie de straat over en ging bij Hengelaar onder de lindeboom takbak pruimen als een kerel. Als kwajongens haar pesten kon je verzekerd zijn van een straal tabaksnat. Van Jan van Bram is bekend dat toen hij hooi op zolder had en de pannen weer dicht dekten zei: “Loat now de poes maar pissen”.

 Woning van de familie Wolters aan de Bermerstraat, erachter J.Wassens groentenhandel.
Foto: OudOmmen

Naast Jan van Bram woonde de familie Wolters (Lefert van Polevers) met zoon Tönnis Wolters . De volgende was de familie Kampman. Zwier Kampman was gemeentebode. Dochter Dina Kampman had als laatste hier een textielwinkel. Van der Vegte uit de Bouwstraat had verderop er een opslag van kolen waar later Hendrik Seinen zijn huis heeft gebouwd. Verderop had je Schurinkbessie wonen.
We gaan weer terug naar de Varsenerstraat, waar Gait en Derkjan Horsman woonden begonnen eerder Harm en Diene Horsman een brandstoffenhandel. Ook sleepten ze er bij met paard en wagen. Net erachter woonde Hendek van Braans mientie en had daar een boerderij en petroleum venterij. Zij woonden aan het pad die achter het armenhuis langs liep. Daar had Gait van Jan van Bram een huis laten bouwen en heeft later Hendek Timmerman van de Markt nog gewoond met Kleziene van der Linde, daarna Upperman en nog weer later Mans Scholten. Ook Jan Mulder en daarna moeder Makkinga met zoon Martend die heeft de woning de naam Renshof gegeven. Later kwam Jan Lammerink er te wonen. Het is later aan de gemeente verkocht, afgebroken en een parkeerplaats voor aangelegd.

Aan de andere kant van het pad woonde Egbers ‘Blauwen Ep ‘ de koster van de grote Kerk met Sina en enige zoon Eppie. Aan de Varsener kant verhuurden ze nog een stuk van het huis aan onder andere tante Egberdine die voor iedereen waste en streek als bron van inkomsten. Daar tegenover had je het huis waar Hendrik Wittenberg woonde en werkte (thans Kruidvat). Dat huis werd “Beltie” genoemd en de bewoners dus ook. Je had een oude Beltie en een jonge Beltie. Jan Hendrik Jans ventte met kruidenierswaren en dat verkochten ze ook aan huis. In de Varsenerstraat woonden de gemeentearbeider Egbers, “Blauwen-Ep”. Verdere bewoners waren Martens “Reins-Get-Jaan”, Kelder, “Joessie”, net tegenover de oude apotheek woonde Kamphuis, “Liester”. Kampman “De Koolschipper” woonde twee huizen verderop. Die had ’n grote schuur vol schapen. Hij had land aan de Voormars en dat liep ’s winters wel ’s onder water. Toen ook. Kampman had daar veel kool op staan. Met de overstroming heeft hij de baanderdeuren uit de hengsels gelicht en daarmee is hij toen gaan varen om de kool te halen. Zo kreeg hij de bijnaam De Koolschipper. Op ’t eind van de Varsenerstraat stond een rijtje van drie huizen. Daar woonden “De Lieve Heerties”. Die boertjes hadden eerst op ’n Koeksebelt gewoond.

  Varsenerstraat (tegenwoordig Varsenerpoort) met rechts de Spanjers-Huizen en een van de stadspompen. Ook de kruidenierswinkel van Hengelaar is zichtbaar.

Foto’s: OudOmmen

 De synagoge, in de volksmond aangeduid met Jodenkerkje op de hoek Middenstraat Varsenerstraat juist op het moment dat een bruidspaar de kerk verlaat.

Foto: Harry Woertink

Daar waar de Eierhal heeft gestaan aan de Varsenerstraat woonde “Spanjer-Dieks” en “Spanjer-Jaansen” met ernaast de Jodenkerkje. Het was een complex van vier woningen die ook wel Spanjers-Huizen werd genoemd. Ook Jan Steen, de brievenbesteller heeft hier gewoond. Vroeger had je een eierhal op het Kerkplein. In 1940 werd er een nieuwe overdekte eierhal gebouwd, die in 1977 werd afgebroken voor nieuwbouw. Thans de winkel van Blokker. Daar tegenover was het huis van Klomp, getrouwd met “Piers-Jenne”. “Piers-Henderk” woonden er bij in. Op de hoek met nu de Varsenerpoort zaten twee broers Schutte. Henderk en Jaans. Die persten honing. Voor een cent kreeg je een flesje honingdrank.

Op de hoek Bermerstraat/Kerkstraat zat Splinter “Garrat van Rebecca”. Naast rijwielzaak Piet Lub woonde bakker Van Elburg “Geldom”. Achter het postkantoor woonden Arendsen. Hij was lantaarnopsteker, barbier en bierbottelaar van Almelo’s bier en concurrent van Siero (“Lange Luuks”) in de Brugstraat die Hengelo’s bier bottelde.

 Brugstraat. Lopen, fietsen of met de kleedwagen naar Ommen.

Foto: OudOmmen

 Er was ook wel eens wat te beleven. In de Brugstraat waar op 16 mei 1913 door een felle brand vijf panden in as zijn opgegaan. Hier de panden van Bernardus Johannes Grootenhuis, slijter, galanterieën en caféhouder. Ook het belendend perceel van slager Salomon de Haas ging in vlammen op. De brand was ontstaan op de zolderverdieping waar een broedmachine stond, die door een petroleumkachel verwarmd werd.

Foto: Harry Woertink

 De Vechtbrug in 1926. Op de achtergrond het gemeentehuis. Daarnaast garage Hurink.

Foto: Harry Woertink

 1925, plaatje uit de Brugstraat. Pand Van der Veen, in 1936 filiaal Albert Heijn. Boven de deur gevelsteentje met de Kat en de Uil dat nu hangt aan de muur van het klokkenhuis van de Herv. kerk in de Brugstraat. Zichtbaar is ook het zogeheten domineesdeurtje rechts tussen het pand van toen Oldeman richting de pastorie er achter.

Foto: Harry Woertink

 1946, hoogwater begin Brugstraat, rechts gemeentehuis. Gerrit Woertink springt over een aangelegde vlonder. Hij was toen werkzaam bij Kruidenier Van der Beek.

Foto: Harry Woertink

 1921, zicht op de synagoge vanuit de Brugstraat (hekwerk doet dienst als waslijn).

Foto: Harry Woertink

 Brugstraat. Met de knippiesmutse door Ommen.

Foto: Harry Woertink

  links: Brugstraat, v.r.n.l. vernieuwd pand Bosscher (schilder en drogist), Hurink (winkelier), Van der Boon (melkboer) Makkinga, later Stappenbnelt (bakkerij de Bakoven) en Grootenhuis (winkelier) en dan steegje De Poffert.
rechts: Sneeuw in de Brugstraat.

Foto’s: Harry Woertink

  links: Marktplein met postkantoor.
rechts: 1930, Kerkplein, de lapjesmarkt.

Foto’s
links: Harry Woertink
rechts: OudOmmen

Reisvereniging Gasthuisstraat
De bewoners van de Gasthuisstraat hadden een eigen reisvereniging met als doel jaarlijks een uitstapje te maken. Daarvoor was zelfs een reglement opgesteld. In 1935 werd Schiphol bezocht en het gezelschap daar op de foto gezet.

 Bewoners van de Gasthuisstraat in 1935: (vergroting: link)
Staande van links naar rechts: mevrouw De Vries, mevrouw Ekkelkamp, mevrouw van Pijkeren, mevrouw Hengelaar, de heer G.J. Hengelaar, mevrouw Kramer, de heer G. Ekkelkamp, mevrouw Vos, de heer G. Siero, mevrouw Valk, de heer Joh. Stegeman, mevrouw Stegeman, de heer G. van Keulen, mevrouw van Keulen, de heer Joh Arendsen, mevrouw Makkinga, de heer H. Timmerman, mevrouw Timmerman, de heer J. Kramer, mevrouw van Elburg, mevrouw Kampman, mevrouw Margaretha Woertink-Schutte en mevrouw Arendsen. Gehurkt van links naar rechts: de heer J. van Pijkeren, de heer K. de Vries, de heer M. Valk, de heer A. Vos, de heer Makkinga, de heer Gerrit Hendrik Woertink, de heer van Elburg en de heer H.Timmerman.

Foto: Harry Woertink

 Kadasterkaart 1832 van de Stad-Ommen (Klik hier voor vergroting -> ImageZOOM).

Het boerderijtje aan de Gasthuisstraat 19 staat in 1832 op naam van Mannes Martens en na het overlijden van hem op naam van zijn zoon Gerrit. Toen ook laatstgenoemde overleed kwam het op naam van Jennigje Martens-Grave. Waarschijnlijk dateert de bouw uit 1850.
940 huis en erf: Mannes Martens (Gasthuisstraat 19)
947, 942, 943: Gerrit Portier
944 en 946: Harm Horsman
939 en ongenummerd: Gerrit de Blauw (Rusthuis)
926 Diaconie Hervormde Kerk
927 Jurien Spanjer
925 Diaconie Hervormde Kerk
931 Johannes Makkinga
1029 Meijer de Haas

Afb.: Harry Woertink

   (Vergroting: link)

Foto’s van de reünie van de familie Woertink op 1 maart 2014 in en bij het Streekmuseum in Ommen.
Foto’s: OudOmmen


Harry Woertink – Ommen, 1 maart 2014
Bronnen:
De Darde Klokke
Historische Kring Ommen
OudOmmen.nl
Familiearchief G.H. Woertink


Pagina's: 1 2 3

4 Reacties »

• • •

4 reacties »