3 oktober 2007

Gekke plekken in Overijssel – 33 curieuze plaatsen op één overzichtskaart

Categorie: Informatiebronnen.    12.598 keer gelezen.

De Hellehond van de Lutte, de man zonder hoofd in IJhorst, de offersteen van maangodin Tanfana in Oldenzaal. Hoe boeiend de provincie Overijssel is, wordt aangetoond in “Gekke Plekken in Overijssel”.

ommerschans1.jpg foto: Henk Boudewijns
Kerkhof voormalige bedelaarskolonie Ommerschans

Kunst & Cultuur Overijssel (KCO) geeft deze unieke kaart uit, die de lezer meeneemt op een fascinerende zwerftocht langs 33 onbekende plaatsen en curieuze bezienswaardigheden, die de aandacht meer dan waard zijn. Burchten, bomen, labyrinten en kerkhoven, overal schuilt een verhaal achter dat te lezen is op de kaart. Baron Bentinck tot Buckhorst, commandeur van de ridderlijke Duitse Orde, ontvangt op donderdag 18 oktober het eerste exemplaar. Dat gebeurt om 13.30 uur in het Openluchtmuseum in Ootmarsum. De kaart wordt na de presentatie verkocht bij de VVV’s in Overijssel en kost 2,50 euro.

Overijssel is rijk aan talloze monumenten zoals landhuizen, kerken, musea en waardevolle landschappen. Het belang van dit erfgoed wordt vaak via publicaties en evenementen onder de aandacht gebracht. Tot nu toe hebben hierbij vooral grotere monumenten als kerken, molens en kastelen centraal gestaan. Overijssel is echter ook rijk aan vele kleine monumenten zoals bijzondere grafstenen, gevelstenen, straatmeubilair of interessante landschapselementen. Hoewel deze monumentjes soms een uniek karakter dragen, zijn zij zelfs bij de eigen bevolking weinig bekend.

De kaart “Gekke plekken in Overijssel” vraagt aandacht voor juist deze minder bekende monumenten met een interessante achtergrond. De 33 attracties zijn per regio gerangschikt, terwijl drie overzichtskaarten en tientallen foto’s de verhalen de kaart compleet maken. Na de presentatie van de kaart op 18 oktober kunnen belangstellenden voor 5 euro een rit maken langs een aantal “gekke” plekken in Noord Oost Twente. Dat gebeurt in een oude Parijse stadsbus. Voor de presentatie en de busrit kan men zich opgeven bij Kunst en Cultuur Overijssel (KCO) via 038-4225030 of aborst@kco.nl.

De ‘gekke plekken’ in Overijssel zijn:

    Kop van Overijssel

  1. Het hoogwaterkanon bij Blankenham
  2. De plaats Nederland in Nederland
  3. De burcht van Kuinre: voormalig roversnest
  4. De Toutenburg bij Vollenhove: het schreeuwende varken
  5. Grafmonument familie Bording in Vollenhove
  6. Bedevaartplaats Heilige Stede in Hasselt
  7. Man zonder hoofd op het kerkhof in IJhorst
  8. De Bisschopsschans tussen Staphorst en Rouveen
  9. De eerste kunstnier ter wereld in het Stadsziekenhuis van Kampen
  10. Het Kleinste Museum staat in Kampen
  11. De schandkooi te Kampen
    Salland

  1. De Lourdesgrot te Luttenberg
  2. Het oudste moslimgraf bij Zwolle
  3. Kerkhof voormalige bedelaarskolonie Ommerschans
  4. De slaper in het dal
  5. Het moordkruis van Boxbergen bij Olst
  6. Valsemunterketel in Historisch Museum De Waag in Deventer
  7. De bulderende jager op kasteel Rechteren
  8. Het amfitheater van Krishnamurti op landgoed Eerde bij Ommen
  9. Het kloostergraf bij Sibculo
  10. De kluizenaarshut bij Vilsteren
  11. Het Jodenbergje
    Twente

  1. De Hellehond bij De Lutte
  2. Tanfanakoepel op de Tankenberg bij Oldenzaal
  3. De cirkels van Jannink
  4. De Huneborg bij Ootmarsum
  5. Doolhof kasteel Weldam bij Markelo
  6. Meditatief labyrint te Overdinkel
  7. De Kroezeboom op de Fleringer Es
  8. Dwangstoel van Hutten Klaas in Oldenzaal
  9. De Backspieker in Breklenkamp
  10. De ingemetselde non van kasteel Singraven
  11. Spookhuis in Almelo

Kerkhof voormalige bedelaarskolonie Ommerschans

ommerschans1.jpg foto: Henk Boudewijns

De begraafplaats van de voormalige bedelaarskolonie aan de Schansweg in Ommerschans werd in 1821 in gebruik genomen. In 1820 was er door de Maatschappij van Weldadigheid, die verpauperde stedelingen probeerde een nieuw bestaan te geven, ook een ‘onvrije’ kolonie in het leven geroepen. Hier werden personen van ‘minder zedelijk en goed gedrag’ opgenomen; de zogenaamde ‘onvrije kolonisten’, bedelaars, vagebonden, mensen die niet in staat waren een zelfstandig bestaan te leiden, vondelingen en weeskinderen. Op een bepaald moment waren er meer dan 2000 bedelaars ondergebracht en zij moesten hard werken op de in totaal 21 ontginningsboerderijen in de omgeving. Nadat in 1821 de eerste bedelaars in de kolonie stierven, werd de begraafplaats op de oude verdedigingswal van de zuidelijke omgrachting van de schans ingericht. Het voorste gedeelte van de begraafplaats diende als laatste rustplaats voor overleden gestichtsbeambten. Een aantal van deze graven is bewaard gebleven.

Hier ligt ook Zientje Hoogenberg begraven. Zij was de 13 jaar oude dochter van een pachter van een van de hoeven die bij de kolonie hoorde. Op 15 oktober 1889 werd zij door een van de bedelaars aangerand en met een mes om het leven gebracht. In een ruim gedeelte daarachter werden de bedelaars begraven, in totaal 5448 mannen, vrouwen en kinderen. Gezien de hoge sterftegetallen was er sprake van grote, open graven, waarin tientallen bedelaars tegelijk begraven werden, zonder vermelding of grafsteen. Staatsbosbeheer heeft boompjes aangeplant die de graven nu aan het oog onttrekken. Achter deze graven is een aantal rijen witte houten kruisen te vinden. Deze zijn geplaatst op de graven van patiënten van het opvoedingsgesticht, dat rond 1892 gebouwd was; vanaf 1933 diende het gebouw als Rijksasiel voor psychopaten. Helemaal achter op het kerkhof, verscholen tussen het kreupelhout, ligt een grote grafsteen met daaronder de grafkelder van de familie Moll. Petrus Moll was fabrieksbaas op de Ommerschans. Het is een raadsel waarom de steen op deze plek ligt.


Het moordkruis van Boxbergen bij Olst

boxbergen1b.jpg foto: Henk Boudewijns

Midden in een weiland op het erve Voeldijk bij kasteel Boxbergen onder Olst staat een stenen kruis met versleten inschrift. Het kruis mag nooit verplaatst worden. Eenmaal heeft men dat geprobeerd, maar toen braken ’s nachts om twaalf uur de koeien uit de stal en was de boerderij vol hels lawaai. Het kruis herinnert aan een moord, die eeuwen geleden gepleegd moet zijn. De naam van het slachtoffer is nog te lezen: Johaluedens. Hij zou zijn gedood bij een broedertwist over een meisje.

Toen de jaloerse minnaar zijn broer had vermoord, spatte er bloed op de staldeur. Dat kon pas worden uitgewist nadat de vermoorde onder het kruis was begraven. Een heel andere lezing is, dat het kruis is opgericht voor een priester, die door een struikrover zou zijn vermoord. En dan is er nog het verhaal over Grote Pier, de woeste rover, die zijn ziel aan de duivel had verkocht. Zijn minnares begroef hem onder het kruis en zolang dit zijn gebeente dekt, moet de duivel van zijn ziel afblijven…


Doolhof kasteel Weldam bij Markelo

weldam.jpg foto: Henk Boudewijns

De tuin van de historische buitenplaats Weldam is 4 hectare groot en hierin bevindt zich het oudste haagdoolhof van Nederland. Kasteel Weldam werd in de jaren 1644 – 1645 verbouwd, waarbij het zestiende-eeuwse rechthoekig gebouw voorzien werd van een classicistische voorgevel. In 1879 werd het huis opnieuw ingericht en werden er aanvankelijk plannen gemaakt voor een tuin in landschappelijke stijl. In 1885 kreeg de Franse tuinarchitect Edouard André uit Parijs opdracht om binnen de grachten rond het kasteel een tuin met fraaie, geometrische vormen te ontwerpen. In de winter van 1885 – 1886 werd de tuin onder leiding van Andrés leerling Hugo Poortman aangelegd. Er werd veel gebruik gemaakt van buxus- en taxushagen, zogenaamde ‘parterres de broderie’, fraaie geometrische patronen, vormen en planten uit de zeventiende-eeuwse tuinen, zogenaamde berceaus. Deze stijl werd ook wel ‘neobarok’ genoemd. Voor het oorspronkelijke doolhof werden 1100 thujabomen gebruikt. Het ontwerp was ontleend aan het doolhof van Hampton Court Palace bij Londen. Maar het is geen exacte kopie. De oppervlakte van 42 bij 22 meter is rechthoekig. In het midden staat in het gras een houten uitkijktoren met een mooi uitzicht over de bijzondere tuin en het kasteel. Sinds de aanleg is het doolhof twee keer volledig vernieuwd. De eerste keer vlak na de Tweede Wereldoorlog. De tweede keer, in 1999, werd het doolhof opnieuw volledig ingeplant. De tuin met doolhof is voor het publiek toegankelijk.


De Backspieker in Breklenkamp

bakspieker2.jpg foto: Henk Boudewijns

Het dorp Breklenkamp in het noordoostelijk deel van Twente ligt ten westen van het Duitse Nordhorn. Het is een buurtschap die in stukken uit 933 al genoemd werd als ‘Brakkinghem’. Omdat er nooit een echte dorpskern ontstond, hoort de buurtschap, bestaande uit groepjes boerenhoeven, tot het type van de essenzwermdorpen. Op een van de boerenerven staat een bijzondere trekpleister, een backspieker. Backspiekers of in het Nederlands bakhuisjes, waren geen ongewoon verschijnsel in Overijssel. Toch mag het exemplaar aan de Jonkershoesweg in Breklenkamp uniek genoemd worden. Het dak van het bakhoes wordt doorboord door een dikke, ongeveer 300 jaar oude eik. De verklaring is evenmin alledaags. Het bakhuis, waarin uiteraard brood voor de boerderij werd gebakken, dateert volgens een inscriptie boven de deur uit 1738. Maar het oorspronkelijke huisje was kleiner dan het huidige. De boom stond tot omstreeks 1900 zelfs naast het minibakkerijtje. Tot de eigenaar het ging uitbreiden om een paar extra varkens te huisvesten. De keuze bestond uit omhakken of eromheen bouwen. De uitkomst daarvan is bekend. Of het een besluit was uit zorg voor de natuur of uit praktische overweging –omhakken zou te kostbaar zijn of te moeilijk – zal altijd een vraag blijven. En wat doet dat er ook toe. Feit is dat de eik er nog staat, met zijn voeten in een bakhuis.

Bron: Kunst en Cultuur Overijssel (KCO) – 3 oktober 2007

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image