20 april 2021

Familie Mulder eeuw lang bewoner de Arendshorst in Varsen

Categorie: Harry Woertink, Kastelen & Havezates.    892 keer gelezen.

De ooit bekende havezate de Arendshorst is niet meer. Op de plek van de in 1836 afgebroken havezate in Varsen kwam een nieuwe boerderij met de naam Boschkamp, eigendom van de heer van Vilsteren, Petrus Franciscus Helmich. Die zag zijn eigendommen in Vilsteren en Varsen gescheiden door de rivier de Vecht.

Schaatsen op de binnengracht van havezate Arendshorst in 1978 met op de achtergrond de oude boerderij.
Foto: Wim Mulder
Zie ook het album “Arendhorsterweg 2 (Havezate Arendshorst)”.

Mulder
De boerderij Boschkamp is ongeveer een eeuw lang bewoond geweest door de familie Mulder. Deze familie kwam uit Wijthmen, onder de rook van Zwolle en bewoonden in Varsen eerst de boerderij de Hogenkamp. Jans Mulder kocht de Hogenkamp van de weduwe Mollink. Jans Mulder was weduwnaar van Willemina Zwaaftink. Uit dat huwelijk is Willem Mulder geboren. Jans Mulder is weer hertrouwd met Johanna Maria Tielbeke, weduwe van Hermanus Mollink. Jans Mulder is er dus bij in getrouwd op de Hogenkamp. Uit dat huwelijk zijn weer 6 kinderen geboren, waarvan 3 levenloos. Na het overlijden van Jans werd de boerderij overgenomen door de dochter Berendina (Diene) Mulder, die trouwde met Mans Kodden. Nog steeds is de Hogenkamp eigendom van de familie Kodden. Nadat Willem Mulder zijn jonge jaren gewoond heeft op de Hogenkamp samen met zijn zussen Johanna (Anna), Maria (Marie) en Diene, maakte Willem in 1916 de overstap naar de Boschkamp. Willem trouwde op 3 november 1916 met Maria Theodora Meulman en kon de boerderij Boschkamp met de bijbehorende gronden pachten van de heer van Vilsteren. Willem Mulder was in de buurt beter bekend met de bijnaam “Hogenkamps-Willem”.

De naam Boschkamp in relatie met de naam Arendshorst
Zowel in de aankondiging van de openbare verkoop in 1857 en 1878 is er sprake van erve Boschkamp, voormalige havezate Arendshorst. Dat had te maken dat ten tijde van de volkstelling de familie Boschkamp er woonde. Nadien kom je deze naam niet meer tegen. Ook op de kaarten en de topografische kaarten is de naam Arendshorst zo gebleven, echter tot 1980. Nadien is de naam op de topografische kaarten verplaatst naar de kampeerboerderij en de camping. Mulders zijn in de volksmond dan ook geboren op de havezate Arendshorst (compleet met een binnen gracht en een buiten gracht). Na de oorlog is het gebruik van “De Belten” gewijzigd in camping Arendshorst en werd de boerderij Hogenkamp, kampeerboerderij Arendshorst.

Boerderij- en veldnamen
Boerderijen hadden vroeger namen maar ook de landerijen werden aangeduid met veldnamen. Voor de Arendshorst waren dat onder andere Kalverland, Doevenweide, Russenmaegie, Land voor thuus, Tippie, Koeland, Middenstuk, Land onder de bomen en Schoapenweide. De akkers zijn jarenlang bewerkt door Hogenkamps-Willem, Diene van Hogenkamps-Willem en hun tien kinderen. De weilanden in de directe omgeving hadden namen als Land van Moyers, Land van Runhart en het Land van Levert. In het Land van Runhart en in het Land van Levert zaten kolken en hoge koppen. Door de jaren heen zijn deze weilanden en ook andere landen geëgaliseerd. Ook de binnengracht van de Arendshorst. Daarbij kwamen oude fundaties naar boven. In 1976 heeft Jans van Hogenkamps-Willem (Johannes Maria Mulder) de boerderij en het daarbij behorend erf van de voormalige havezate kunnen kopen van de verpachter. Jaren er na heeft hij ook de overige gronden behorend bij de boerderij kunnen kopen. Nu zijn deze gronden, behoudens de boerderij en het daarbij behorend erf, teruggegeven aan de natuur en is in het beheer in handen van Staatsbosbeheer. De oude boerderij is op 15 maart 2016 verkocht aan Frank Zonneveld en Nadine Nauta. Zij hebben de oude boerderij afgebroken voor nieuwbouw en de historische buitengracht weer zichtbaar gemaakt.

Verhaal van Wim Mulder
Door het overlijden van Maria Theodora Meulman hertrouwde Willem Mulder op 7 mei 1919 met Berendina Antonia Niens. Totaal zijn tien kinderen geboren in het gezin Mulder, waaronder Wilhelmus Franciscus Maria Mulder (Wim, geboren 2 februari 1940). Zijn beleving uit de jonge jaren:
Toen ik zes jaar was, moest ik naar school in Vilsteren. Dat betekende elke dag, lopend door de weilanden, met de boot over de Vecht en door het kluizenaarsbos naar de school in Vilsteren. Wanneer de school om drie uur uitging, liep je weer naar de Vecht en ging je boven aan de belt staan zwaaien met de zakdoek, tot je gezien werd. Dan werd je weer met de boot opgehaald. Wanneer de onderwijzer ziek was en je kreeg vrijaf, kon je aan de Vecht uren zwaaien, maar niemand zag je dan. Mijn ouders hebben toen de afspraak gemaakt met meester De Wit, is de meester ziek dan werd ik ingedeeld in een andere klas en had ik geen vrij. Ik mocht geen misdienaar worden en niet bij het jeugdkoor in Vilsteren. Dat was veel te lastig met het ophalen en wegbrengen met de boot over de Vecht. Na schooltijd moesten we ook regelmatig naar de bakker om roggebrood mee te nemen, een 10 ponder, best wel zwaar. Je kreeg dan van thuis een bonnetje mee, die je inleverde bij de bakker en dan betaalde je alleen het bak- en maalloon. Waren de bonnetjes op, dan moest mijn vader weer rogge brengen naar de molen in Vilsteren, daar werd het gemalen. Bij de bakker werd er roggebrood van gebakken en kregen wij weer een nieuw stel bonnetjes.

Klompen
Normaal liep je altijd op klompen. Zondags gingen we naar de kerk en gingen de schoenen in de tas mee. In Vilsteren (Siegerssteeg tegenover waar Hendriks woonde) werden de schoenen aangedaan en de klompen in de tas achter een dikke beukenboom geplaatst. Zo kwam je met keurig gepoetste schoenen de kerk binnen. Na de kerk deden we de schoenen in de tas en de klompen weer aan. In de winter vroor de Vecht regelmatig dicht. Wanneer de eerste ijsschotsen kwamen, moest je lopend over de stuw naar Vilsteren, een uur lopen heen en een uur terug. Weer of geen weer, sneeuw of geen sneeuw, je ging. Was de Vecht helemaal dicht gevroren, dan werd een route over de Vecht uitgezet. Mijn vader ging met een balk en een bijl de Vecht op om te kijken hoe dik het ijs was. Was de route veilig bevonden, dan mochten we lopend over het ijs naar school. De boot was eigendom van buurman Jutten, maar werd gemeenschappelijk gebruikt. De boot werd ook één keer per jaar, via de Stouwesloot, uit het water gehaald om hem van binnen en buiten te behandelen met koolteer. Het was dan altijd oppassen dat je nadien geen teer in je zondagskleren kreeg. Onze boot was eerder door hoog water weggedreven en nooit weer teruggevonden. De brandstofhandelaar uit Ommen, Jan van de Zwarties, als kind noemden we hem ook wel Jan van Ommen, (de werkelijke naam was van Elburg) had een vrachtboot. Als mijn vader turf bestelde, werd het via de vrachtboot geleverd en op de kant van de Vecht gegooid. We moesten de turf dan met paard en wagen van de Vecht ophalen. Aan het eind van de tweede wereldoorlog hebben ze de vrachtboten voor de Duitsers verstopt, tegenover het Vilstersebos. In de wintermaanden stonden de weilanden regelmatig onder water. Bij mijn weten had het toen ook een functie, het slib wat er achter bleef, was een soort van bemesting. Het water heeft toen wel eens tot aan de boerderij (Arendshorst) gestaan, zodat je niet meer met droge voeten om de boerderij kon lopen. Om boodschappen te doen, was je dan de boot nodig, omdat de toegangsweg naar de boerderij onder water stond. Enige jaren geleden gebeurde dit weer, toen was het wereldnieuws, met een grote foto in De Telegraaf.

Vissen in de Vecht
We hadden regelmatig vissers uit Twente die kwamen peuren en ze overnachten in de hooiberg. (Peuren of poeren is vissen met een tros pieren aan een touw geregen.) Mijn moeder kookte dan weleens eieren voor hen, als ontbijt. Ongevraagd leenden ze ‘s nacht ook wel de boot en gingen dan in de Vilstersebossen strikken zetten. Het kwam dan ook wel eens voor dat, wanneer we zondags naar de kerk wilden, de boot nog aan de overkant van de Vecht lag. Ook is er een verhaal dat de boswachter van Vilsteren, in de volksmond “Gratsie” genoemd, de vissers uit Twente had betrapt met het stropen. De vissers gingen er vandoor en sprongen in de boot. Gratsie sprong ook maar naast de boot en de vissers zijn naar de overkant geroeid, met Gratsie hangend aan de buitenkant van de boot. Hij kon niet zwemmen. Mijn broer en de buurjongens zijn ook gepakt door Gratsie met het vangen van hazen. Met hoog water roeiden ze naar de hoge landkoppen, daar zaten de hazen. We hadden een fox hondje dat harder kon zwemmen dan de hazen. Het was dus een kwestie van de hazen het water in te jagen. De hond bracht ze weer terug of je ging ze met de boot halen. In het voorjaar kreeg je soms lucifers mee. De sloten moesten dan schoongebrand worden. Een broedende eend had daar wel eens problemen mee. Ook was dat de tijd om eieren te zoeken. In één weiland lagen altijd meerdere nesten en als je bij de kievit het ei verwisselde voor een pootaardappel, dan legde ze gewoon door tot het aantal van vier. De predators, zoals vossen en kraaien, werden zowel door de boeren als de jagers in toom gehouden. Nu zijn er praktisch geen grondbroeders meer, ondanks dat een heel groot gedeelte van het Vechtdal in beheer is van de natuurbescherming
”.

Meer informatie over de verdwenen havezate De Arendshorst: De Arendshorst een verdwenen historische havezate onder Ommen.

Bron: Harry Woertink en Wim Mulder – 20 april 2021

1 Reactie »

• • •

1 reactie »