микрозаймы

5 augustus 2020

Erve Dunnewind van schipperslogement naar erve Vechtdal als toeristisch trekpleister

Categorie: Harry Woertink.    733 keer gelezen.

Varsen is sinds kort een nieuw toeristisch trekpleister rijker: Erve Vechtdal Koesafari. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden vorige maand met de zestig koeien naar Varsen. Simone, Rik Jansen en het personeel doen hier nu ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. De naam “Wind” vindt zijn betekenis in de laagte van het gebied, gelegen tussen water en duinen bij een rivierbocht. Tot aan het recht trekken van de slingerende bochten in de rivier voor 1900 lag de boerderij opgesloten tussen Vecht en Regge. De oude meander is er nog steeds. In beschrijvingen uit 1712 wordt de Dunnewind ook Strampe genoemd. Een Strampe is een soort hooivork, een stok uitlopend op twee uiteinden. De Dunnewind ligt dus precies tussen de vorken (rivieren) in. In de achttiende eeuw wordt de boerderij bewoond door een familie die in 1811 bij de naam aanneming de naam van de boerderij aanneemt: Dunnewind.

Schipperslogement
Omdat de Dunnewind zo dicht bij de rivieren Vecht en Regge is gelegen, was het een uitmuntende plaats voor schippers om aan te meren. Eigenlijk was de Regge maar 7 maanden in het jaar bevaarbaar, vooral in de droge maanden augustus en september was het nauwelijks te doen. Er waren zogenaamde schouders in de rivier die helemaal droog stonden, waar enkel hele kleine stroompjes over het zand liepen. Vooral de monding in de Vecht was helemaal dichtgeslibd. De schippers hadden met hun platbodems een manier gevonden om toch vooruit te komen. Met een heel stel legden ze dammen in de rivier en wachten dan dat er genoeg water achter de dam kwam, waarop de dam werd doorgestoken en de schippers op de golf het zandstuk over konden gaan. Tussen de monding van de Vecht en de Laarbrug was altijd zo’n plek waar de schippers vlootsgewijze gingen varen na het afdammen en doorsteken van de rivier. In de zomermaanden gingen de Almelose schippers niet verder als de Dunnewind en gebruikten deze plaats als overslag van hun waar op karren. Tijdens het afdammen konden de schippers overnachten in de schipperslogementen langs de Regge of in de boerderijen zoals de Dunnewind op de hilde – de zolder boven de veestal – Men kon er tegen betaling een warme hap kopen en zoveel borrels als men maar wilde. Een aardige bijverdienste voor zo’n ver weg gelegen keuterboerderij.

Timmerman
In 1840 is het Hendrik Jan Schutman die als pachter erve Dunnewind koopt en komt zo voor het eerst in “boerenhanden”. Als de twee zusters Sienemeue- en Stienemeije Schutman hun neef en wees Berend Timmerman grootbrengen op Erve Dunnewind komt uiteindelijk via vererving erve Dunnewind in het bezit van de Timmermannen. Berend trouwt met Geertje Baarslag. Maar helaas komt in 1918 op 33-jarige leeftijd Berend onder een hooiwagen en overleeft het niet. Hij laat na zijn vrouw Geertje en hun drie kinderen Christina Gezina, Gerrit en Willem Gerard. Geertje Baarslag hertrouwt in 1919 met Egbert Mooijers. Zoon Willem Gerard Timmerman neemt de boerderij over. Er ontstaat dan ook een boerencamping. Deze begon in de dertiger jaren van de vorige eeuw met enkel een oude treinwagon als accommodatie. In de bossen verschenen in de loop van de jaren kleine zomerhuisjes en op het weiland breidde de camping zich uit tot 100 vaste plekken. Het bracht brood op de plank naast de melkkoeien en mestvarkens.

Als Willem Gerard Timmerman en zijn vrouw Rutje Dankelman de boerderij in de zeventiger overdoen aan zoon Eddy Timmerman en met Diny Bolink trouwt gaat het jonge gezin wonen op de boerderij en komt er een nieuwe woning voor de ouders. Telkens bij hoog water van de Vecht moest de familie Timmerman met een bootje de melkbussen naar de weg brengen. Daar kwam verbetering in toen de bestaande toegangsweg naar de boerderij en camping werd verhoogd. Midden in een natuurgebied zijn geen uitbreidingsmogelijkheden die gewenst zijn als ook zoon Wim Timmerman in het bedrijf komt. Daarom wordt in 2002 de boerderij met grond verkocht aan Staatsbosbeheer. Die gaan voor het verder ontwikkelen van de natuur. De familie Timmerman verhuisde in 2005 naar een nieuwe boerderij in Balkbrug. Sindsdien heeft de boerderij leeg gestaan, met uitzondering van de laatste jaren toen het nog bewoond is geweest in het kader van antikraak.

Te koop
In 2018 biedt een makelaar erve Dunnewind in een advertentie als volgt te koop aan:
Een uniek object op een even unieke locatie aan de Overijsselse Vecht. Het gaat hier om voormalig agrarisch bedrijf met twee woningen op totaal ca. 6.60 Ha grond. Het onderhoud is matig. De huidige bestemming is “agrarisch” en de gemeente is voornemens om de bestemming te wijzigen naar “natuur- horeca en educatie”. Deze bestemming geeft bijzondere mogelijkheden voor het gebruik en exploitatie. Lariksmars 4 betreft de boerderij met schuren w.o. een voormalige loopstal, kapschuur en stenen schuur. De indeling van de woning is; woonkamer, keuken, badkamer met douche en ligbad, toilet, tweede woonkamer en slaapkamer. Verder enkele ruimten die naar eigen wensen zijn te bestemmen. Verwarming d.m.v. gaskachels. Lariksmars 5 betreft een vrijstaande woning met vrijstaande dubbele garage en hobbyruimte. De indeling van de woning is; hal, kamer, woonkeuken, bijkeuken, 3 slaapkamers beneden en badkamer met douche, toilet en bergzolder. De gebouwen zijn omringd door gronden van Staatsbosbeheer die dit als natuurgebied beheren. Het stadje Ommen is op redelijk korte afstand gelegen”.

Nieuwe bestemming
Vervolgens krijgt erve Dunnewind in het kader van ‘Voortvarend Varsen’ een nieuwe passende bestemming. Simone Koggel is koopster van de vervallen opstallen met de bedoeling op de gronden van Staatsbosbeheer met brandrode runderen te zorgen voor natuurbeheer, met inbegrip van een Koesafari, zoals ze dat ook in Arriën met groot succes deed. Het boerenbedrijf was leeg en verlaten en rijp voor de sloop. Er zaten geen vergunningen meer op, slechts een paar oude vervallen boerengebouwen én een telefooncel herinnerde aan de bedrijvigheid die hier ooit heeft plaatsgevonden. Toch zag Simone het gelijk voor zich. Volgens haar een toplocatie en een droomplek middenin de natuur, waar haar kudde Brandrode Vechtdal Runderen kunnen grazen en het landschap op een natuurlijke manier kunnen onderhouden. Ook een plek waar mensen zich welkom voelen. En waar landbouw, recreatie, natuur en ‘koelinair’ samenkomen. De oude boerderij, de schuren en de silo gingen plat.

Daar waar ooit de boerderij heeft gestaan bij de 150 jaar oude eikenboom is een nieuwe woning verrezen. Verder een horecagebouw met terras voor (fiets)passanten en ruimte voor vergaderingen en buffetten. Meest opvallend op het erf is The Roundhouse, een stal voor het dierenwelzijn van de koeien. Het is niet alleen een stal, maar ook een elf meter hoog uitzichtpunt. De oude eikenboom is een van de weinige objecten op het erf die de grote verbouwing heeft overleefd. Dat geldt ook voor de waterput op het erf. En de oude telefooncel waar vroeger kampeerders naar huis belden, die krijgt ergens nog een plek. Al eerder kwam het fietspad door de landerijen van de Dunnewind gereed. De gemeente Ommen heeft plannen voor de aanleg van een pontje over de Vecht dat aansluit op de Vilsterseweg. Meer informatie over Erve Vechtdal Koesafari op www.koesafari.nl.

Bron: Harry Woertink – 5 augustus 2020

2 Reacties »

• • •

2 reacties »