3 november 2017

Doopvont RK Kerk Ommen eeuwenoud religieus erfgoed

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    329 keer gelezen.

“Pastoor J. Bosch, 1826” staat er gebeiteld in het doopvont dat zich bevindt in de Rooms Katholieke kerk van Ommen. Het is de naam van Joannes Bosch (1794-1842). Het doopvont zelf dateert van ruim zevenhonderd jaar geleden. Het heeft eerst gestaan in een kerk in Schokland en eeuwen daarvoor in een kerk van een in de Zuiderzee verdronken dorp.

Geboren in Raalte, begon Johannes Bosch zijn opleiding in 1812 in ‘s-Heerenberg en werd acht jaar later in Munster gewijd. Hij was pastoor op Schokland. Eerst van 1821 tot 1833 om vervolgens ‘tot zijn verbetering’ geplaatst te worden in het kruisheren-klooster in St. Agatha. Op Schokland werd Bosch in 1838 voor de tweede maal pastoor en stierf er op 14 mei 1842.

 “Pastoor J. Bosch, 1826” staat er gebeiteld in het doopvont dat zich bevindt in de Rooms Katholieke kerk van Ommen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “R.K. kerk

Oud voor nieuw
Het achthoekige doopvont is gemaakt van Bentheimer zandsteen en afkomstig uit de RK kerk op Schokland die in 1859 hield op te bestaan. In 1860 is het Schokker kerkje gesloopt en zijn de materialen die hergebruikt konden worden overgebracht naar Ommen, waaronder het doopvont die gemaakt kan zijn in de twaalfde- of dertiende eeuw. Met de bakstenen uit Schokland werd in Ommen de kerk weer heropgebouwd zij het met enkele kleine veranderingen. Het weer nieuw opgebouwde Schokker kerkje goed voor 140 zitplaatsen werd ingewijd op 15 september 1861, toen ook een parochiebestuur in Ommen werd geïnstalleerd. Vanwege de groeiende Ommer parochie werd de ‘Schokker kerk’ in Ommen in 1938 vervangen voor een nieuwe kerk, de huidige kerk. In juni 1939 werd de kerk gewijd door de aartsbisschop van Utrecht. De kerk werd toegewijd aan de Heilige Brigitta. Deze uit Ierland afkomstige heilige is ook de patrones van de gemeente Ommen. Haar beeltenis staat naast de preekstoel.

Schokland
Het leven op Schokland was niet gemakkelijk. Eeuwenlang leverden de Schokkers een moeizame strijd tegen het water. Het was in de strenge winter van 1840-1841 dat pastoor Bosch in een noodbrief aan de regering schreef dat een grote schare van zijn geloofsgenoten op het punt stond om van honger en ellende om te komen. Al eerder was vastgesteld dat Schokland een ramp stond te wachten als geen maatregelen werden genomen. “Drassig land, meer voor eenden en ganzen dan voor mensen bewoonbaar”, zo luidde de conclusie. De Zuiderzee kende geen genade voor het eiland Schokland. Ondanks dijken en palen moest het eiland steeds meer prijs geven aan de golven van de zee.

Ontruiming
In 1859 vond de overheid het genoeg: het eiland werd ontruimd. Als een van de laatsten verliet pastoor H.F.J. ter Schouw het eiland Schokker. Op 1 augustus 1859 celebreerde hij nog een mis in de parochiekerk sloot daarna het gebouw en vertrok naar de vaste wal. Op 20 oktober 1859 ondertekende de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. J. Zwijsen het besluit waarmee de parochie van de Heilige Michael ophield te bestaan. Hij schonk de kerk met inventaris aan de nieuwe parochie in Ommen. Zodoende kreeg Ommen enkele waardevolle voorwerpen in bezit: behalve het genoemde doopvont zes koperen kandelaars, twee kroonluchters uit de 16e eeuw en een kelk uit 1700. Verder nog een ciborie, een monstrans, een zilveren schaal, ampullen en een hostiedoosje. De kerk werd afgebroken en de bouwmaterialen werden samen met het meubilair naar Ommen overgebracht. De resterende schamele bezittingen van de voormalige Schokker kerk werden voor twee/derde toegewezen aan de parochie van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart te Kampen en voor een/derde aan de Nicolaasparochie te Vollenhove.

Doopvont uit Zuiderzee gevist
De ontruiming van Schokland heeft pastoor Bosch niet zelf mee kunnen maken. Als blijvende herinnering is zijn naam gegrift in het doopvont en de datum waarop de pastoor het doopvont heeft aangekocht. Het doopvont is echter veel ouder dan 1826. Het heeft ooit toebehoort aan een eerder in de Zuiderzee vergane kerk. De geschiedenis leert dat op een lijst van de kapellen behalve Urk en Emmeloord ook de naam Nagele voor komt. Men meent deze naam terug te vinden in de jaren 966 en 1118. Hier heeft een kerk gestaan, bij de schippers bekend als Urker kerkhof met als plaatsaanduiding: ‘tusschen Urk en Schokland, op ½ van den afstand van Urk verwijderd’. Een plek ook die door de vissers werd vermeden omdat de netten er vastraken. Deze plaats noemden zij ‘Nagel’, en een oude overlevering voegde er aan toe dat de zeebodem hier een oude stad met stukken muur bedekt. Omstreeks 1772 is het een zekere Bruin Visser die op deze plaats een kandelaar weet op te vissen en later haalt visser Cock met een haringnet een doopvont uit de Zuiderzee. In 1922 kon de toen vijfennegentig jarige Jacob Visser, een oud Schokker uit Kampen nog met trots vertellen dat het zijn grootvader was, die indertijd de zo even genoemde kandelaar uit de zee ophaalde en wist ook dat op de Nagel, op dertien voet diepte nog blauwe zerkstenen liggen.

Curiositeit
Het doopvont is niet direct in de kerk op Schokland geplaatst maar was eerst als curiositeit op het eiland te bezichtigen. Door de grote watersnoodramp van 1825 werd ook de kerk verwoest die Lodewijk Napoleon had laten bouwen. Het stenen doopvont werd in 1826 aangekocht door pastoor Joannes Bosch om deze vervolgens te plaatsen in de met overheidssteun heropgebouwde kerk op Schokland.

Bron: Harry Woertink – 3 november 2017

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image

U kunt afbeeldingen aan de reactie toevoegen door hier te klikken.