микрозаймы

30 april 2015

De pianist en de kelner – Twee mannen, één verleden en één oorlog

Categorie: Boeken & Tijdschriften.    1.401 keer gelezen.

December 1977 – Het is zondagavond en zalencentrum De Galaxy wordt die avond bijzonder druk bezocht, want de befaamde pianist en zanger Jonathan Klein zal optreden voor een volledig uitverkochte zaal.

 Verhalenkoerier Miny Vroegindewey
Foto: Miny Vroegindewey

Gesproken wordt over het inlassen van extra voorstellingen, maar Jonathan Klein is al bijna een jaar volgeboekt. Jonathan Klein staat garant voor een volle zaal en hoge omzet en de eigenaar van De Galaxy is dan ook bijzonder met Jonathan ingenomen, die hij met veel moeite heeft weten te strikken voor een optreden in zijn zaak. Hij geeft zijn nieuw aangestelde kelner Kauffmann de opdracht mijnheer Klein de beste service te geven die maar mogelijk is. “Denk erom alleen het beste is goed genoeg voor mijnheer Klein”, zo instrueert hij de kelner, die zijn baas zwijgend aanhoort en blindelings gehoorzaamt. “Ja mijnheer, dat komt voor elkaar”, antwoordt hij met zachte stem.

Het is een koude avond, maar in de grote zaal van De Galaxy is het warm en behaaglijk. De alom befaamde en gerespecteerde pianist en zanger Jonathan Klein verzorgt een avondvullend programma, waarin hij vele nummers ten gehore brengt, waaronder die van Elvis Presley, die enkele maanden geleden zo plotseling overleden is. Zijn beeldschone chique geklede echtgenote Esther vergezelt hem en zit vooraan op de eerste rij op de speciaal voor haar gereserveerde plaats, zoals Jonathan heeft bedongen en hij kan het zich permitteren om eisen te stellen. Zijn slanke handen glijden soepel over de zwart/witte toetsen van de piano en zijn volle krachtige stem zingt over verloren liefdes en onvervulde verlangens. Het vrouwelijke publiek dweept met de knappe zwartharige Zigeuner met de flonkerende donkere ogen, maar Jonathan heeft slechts oog voor één vrouw: zijn kleine tengere vrouw Esther met de grote trieste reeënogen en haar lange zwarte haren, die hem al haar liefde en vier mooie kinderen schonk. Na een klein uur is het pauze en Jonathan voegt zich bij zijn vrouw, die hem toefluistert: “Je was weer geweldig lieveling. Iedereen houdt van je, maar niet zoals ik”, en zij kust hem teder op zijn wang.

Jonathan koestert zich in de onvoorwaardelijke liefde en toewijding van zijn Esther, die al tientallen jaren lief en leed met hem heeft gedeeld. In een oogwenk staat een lange slanke in smetteloos zwart/wit geklede kelner voor Jonathan en zijn echtgenote. “Wilt u nog iets drinken of iets eten mijnheer en mevrouw Klein? U zegt het maar en ik sta volledig tot uw beschikking mijnheer en mevrouw Klein.“ De stem van de kelner klinkt zacht en beschaafd, met een hele lichte Duitse tongval en zijn gezicht is vriendelijk en minzaam. Dan kijken de pianist en de kelner elkaar recht in de ogen en gruwelijke herinneringen komen in een bizarre caleidoscoop naar boven. Dezelfde stem, hetzelfde langwerpige gezicht met het hoge voorhoofd en licht golvende haar, maar dan bijna 35 jaar jonger.

Januari 1943 Auschwitz –Birkenau
Zowel buiten als binnen het kamp is het bitterkoud. Afgelopen nacht zijn er weer mensen bezweken van kou en uitputting. Een harde scherpe stem klinkt: “Du Schweinehund! Du bist dreck!” en dan volgt er de sinistere doffe klank van harde slagen en trappen. Een oude broze Zigeuner ligt gewond en weerloos op de grond, zijn donkere ogen gericht op een jonge man: zijn oudste zoon Jonathan Klein. “Pas goed op jezelf mijn zoon. Ik houd van je en God zegene je”, fluistert hij en dan sluit de oude Zigeuner voorgoed zijn ogen, eindelijk bevrijd van honger, pijn en vernederingen. De jongeman worstelt zich los aan de greep van twee medegevangenen, die hem in bedwang houden en rent naar de oude man: zijn vader. De fysieke pijn van slagen en trappen vallen in het niet bij de innerlijke pijn en de tomeloze woede, die hij op dat moment ervaart en hem nooit meer zullen verlaten, en de jongeman zweert bij zichzelf dat hij Auschwitz zal overleven.

Zwijgend gaat de jongeman aan het werk wat hem opgedragen wordt, afscheid nemen van zijn vader mag hij niet meer. Vervolgens kijkt hij recht in de ijskoude lichte ogen van de gevreesde kampbeul Kauffmann, ook wel bijgenaamd “Magere Hein” en dat beslist niet alleen vanwege zijn voornaam Heinrich of zijn hele lange magere gestalte. Maar zijn bijnaam is verbonden met dood en verderf en zijn alle te perken te buiten gaande minachting voor Joden en Zigeuners, die hij beschouwt als “untermenschen” en nog minder dan varkens of ratten. Verachtelijk geeft Kauffmann de oudere man nog enkele venijnige trappen tegen zijn hoofd en rug en Jonathan moet machteloos toekijken. Die dag huilt hij vele bittere tranen over zijn vader, en het is de laatste keer dat hij nog kan huilen, de pijn zit te diep van binnen voor tranen.

De jongeman overleeft Auschwitz en keert terug naar zijn bevrijde vaderland met als enige kapitaal zijn muzikale talent en zijn brandende ambitie om een succesvol artiest te worden. Hij trouwt met de kleine beeldschone Esther, die als enige van haar familie het vernietigingskamp Auschwitz overleefde. Jonathan heeft nog “geluk”, want hij vindt na de oorlog zijn twee jongere broers en zusje terug, die nog op het allerlaatste nippertje wisten te ontkomen en ondergedoken waren. Een familie wordt herenigd en leeft in vrijheid, maar wat blijft zijn de gruwelijke herinneringen en de nachtmerries, waarin “Magere Hein” hem nog regelmatig bezoekt en waaruit hij schreeuwend ontwaakt in de armen van zijn Esther, maar over Auschwitz praat Jonathan nooit meer. De pijn en de woede zitten te diep van binnen. “Dat is voorbij mijn lieveling en wij moeten wel samen verder met ons leven”, zo spreekt hij gedecideerd tegen zijn kleine vrouw, die hem zwijgend aanhoort. Ook Esther zal nooit meer spreken over Auschwitz, zij wordt moeder van vier mooie kinderen en al haar liefde en toewijding gaat uit naar haar man en kinderen, maar haar donkere ogen zullen nooit meer lachen zoals vroeger en zij heeft het altijd koud.

December 1977. De Galaxy
Buiten is het bitterkoud, maar binnen is het behaaglijk warm en gezellig en er klinkt vrolijk gelach en gepraat. Maar toch heeft Esther het koud en zij slaat haar stola nog eens goed om haar schouders. De lange slanke kelner met zijn grijze haar buigt zich hoffelijk naar de pianist en zijn echtgenote en neemt met slaafse onderdanigheid de bestelling op. “Twee koffie alstublieft”, bestelt Jonathan terwijl hij de lange slanke kelner met zijn vermoeide gezicht strak in de ogen kijkt. Opnieuw die herkenning, want Jonathan vergeet nooit gezichten en registreert feilloos stemmen en accenten. Ook bij Esther is er de herkenning, maar zij zwijgt zoals zij jarenlang heeft gezwegen. Jonathan is een vermogend en succesvol man geworden, hij draagt chique maatkleding en aan zijn linkerhand flonkert een gouden ring met diamanten.

Kauffmann kijkt met bittere afgunst naar de knappe elegante man met zijn zwarte golvende haar en zijn kleine beeldschone echtgenote. Hij beseft pijnlijk dat hij zich nooit dure kleding en diamanten zal kunnen permitteren, want hij moet hard zwoegen voor een bescheiden salaris en zijn gezondheid laat te wensen over. Verlangend kijkt hij uit naar de dag dat hij eindelijk met pensioen kan gaan en zich niet meer hoeft te laten commanderen en eindelijk tot rust kan komen. Maar ook Kauffmann wordt elke nacht achtervolgd door de meest afschuwelijke nachtmerries, met in zijn oren de sinistere nagalm van de angstkreten, die gevolgd worden door een afschuwelijke doodse stilte. Na Auschwitz heeft hij geen enkele nacht meer rustig geslapen en wordt hij gekweld door zijn geweten dat hem dag en nacht aanklaagt.

Dan spreekt Jonathan hem aan: “Dat is lang geleden dat wij elkaar gezien hebben mijnheer Kauffmann. De laatste keer dat wij elkaar zagen was in Auschwitz.” Zijn stem klinkt heel zacht, maar heeft de klank van metaal. De lange slanke kelner verbleekt zichtbaar en antwoordt vervolgens hoffelijk: “Het spijt mij mijnheer Klein, maar u ziet mij aan voor iemand anders. Ik ben nog nooit in Auschwitz geweest. Nogmaals het spijt mij mijnheer Klein. Kan ik nog iets voor u doen?” Opnieuw kijken beide mannen elkaar recht in de ogen en de kelner loopt soepel weg, want er zijn nog meer gasten die zijn aandacht vragen en iets willen drinken. In de verte hoort Jonathan een harde scherpe mannenstem brullen: “Laat die rotmof eens opschieten, ik wacht al ruim een half uur op mijn pilsje. Vooruit man, schiet eens op en loop wat harder. Je bent hier niet op vakantie hoor, maar om te werken!”

Jonathan en Ester wisselen een blik van verstandhouding en dan spreekt Esther: “In de naam van onze familie en ons volk! Geef hem aan en laat hem niet langer zijn straf ontlopen! Hij zal moeten boeten voor wat hij heeft gedaan.” Haar stem klinkt nog steeds zacht, maar ongewoon fel en haar donkere reeënogen weerspiegelen de intense pijn van het gemis van haar geliefden, die zij verloor in Auschwitz. Een half jaar later leest het echtpaar Klein in de krant dat de gevreesde kampbeul van Auschwitz H. Kauffmann alias “Magere Hein”, is gearresteerd en veroordeeld zal worden wegens oorlogsmisdaden. De foto in de krant toont een broze oude man, die zijn vonnis met gebogen hoofd aanhoort. In hun woonwagen wisselen Jonathan en Esther een blik van verstandhouding en zij drinken vervolgens zwijgend hun koffie. Over Auschwitz zal nooit meer worden gesproken, maar wat blijft is de pijn om het verlies van hun dierbaren ondanks dat Jonathan en Esther leven in vrijheid.

Bron: Miny Vroegindewey – 30 april 2015

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image