7 december 1957

Crescendo gaat jubileren

Categorie: Algemeen.    2.612 keer gelezen.

Het was in december 1907, dat het toenmalige VVV-bestuur als agendapunt besprak, „oprichting van een muziekvereniging”. Men was het er over eens dat het ontbreken van een plaatselijk muziekcorps een leemte was, waarin zo spoedig mogelijk voorzien moest worden.

map14-225.jpgMet hiervoor in aanmerking komende ingezetenen werden besprekingen gevoerd, met als resultaat dat reeds op 1 februari tot oprichting van een fanfarecorps kon worden overgegaan. Als naam werd Crescendo gekozen. De leidende figuur was ongetwijfeld wijlen de heer H. Luttekes, beter bekend als „de smid”. Deze kleine man werd voor Crescendo de ,,grote man” wiens naam onverbrekelijk met corps verbonden zal blijven.

„DE SMID”
Crescendo werd een deel van zijn leven. Bijna 48 jaren gaf hij al zijn krachten aan deze vereniging, waarvoor hem niets teveel was. Met 16 man werd begonnen o.l.v. directeur S. Verlare, onderwijzer aan het toenmalige Opvoedingsgesticht te Balkbrug. Als repetitielokaal diende het koetshuis van Pension, „Het Laar” van de heer J. Lokin. Het lokaal lag voldoende ver van het deftige pension af, zodat de gasten niet in hun rust gestoord werden. Er werd zó ijverig gestudeerd, dat het corps reeds vijf maanden later op de Ommer Bissing een mars door de stad kon maken. Het repertoire bestond weliswaar slechts uit twee marsen, maar het publiek was opgetogen. Ommen had een eigen muziekcorps.

IJVERIGE STUDIE
Na dit eerste succes studeerde men ijverig verder. Als directeuren fungeerden vervolgens de heren K. van Rozendaal en W. Speek. In 1917 werd, de heer B. Fabrie tot directeur benoemd, een oud-stafmuzikant der huzaren uit Deventer. Onder zijn bekwame leiding kwam Crescendo tot grote bloei en kon het corps worden omgezet in een harmoniekorps. Dit geschiedde in het jaar 1932. Wanneer men de indruk mocht krijgen, dat het Crescendo steeds voor de wind ging is men abuis, want het scheelde maar een haar of de vereniging was in 1918 gelikwideerd. Het ledental was teruggelopen tot 12. Dank zij nu wijlen de heer F. Oldeman is het niet zover gekomen.

NAAR DE EERSTE AFDELING
In 1935 werd de heer Fabrie opgevolgd door de jeugdige Zwolse directeur C. Oling, die 20 jaar zijn krachten aan Crescendo gaf. Hij wist Crescendo in de 1e afdeling te brengen. In 1955 droeg deze het corps over aan directeur L. Been uit Meppel, die alles geprobeerd heeft om Crescendo in de ere-afdeling te krijgen, maar men kwam hiervoor juist enige punten tekort. Aan de leiding heeft het niet gelegen, want de jury had niets dan lof voor directeur L. Been. De oorzaak moet gezocht worden in de instrumenten, die niet meer aan de eisen voldoen. Vandaar ook de wens van het ere-comité om Crescendo ter gelegenheid van het gouden jubileum nieuwe instrumenten te schenken.

NIEUWE INSTRUMENTEN
Hiervoor is zeker een bedrag nodig van ruim f 10.000. Dat brengt de thans aan de gang zijnde huis-aan-huis collecte nooit op, zeggen de pessimisten. De optimisten, en die hebben gelukkig de meerderheid, beweren het tegendeel. Zij redeneren als volgt. Crescendo heeft in die 50 jaren zoveel voor de gemeenschap gedaan, dat de bevolking in overgrote meerderheid met milde hand aan het jubileumgeschenk zal bijdragen. Inderdaad is Crescendo in Ommen een begrip geworden. Nimmer werd tevergeefs een beroep op deze populaire vereniging gedaan. Deze populariteit is de laatste jaren nog gestegen door het optreden van „De Knollentrekkers” aanvankelijk o.l.v. boer Knol (W. van Kesteren) en thans aangevuurd door boer Mangelwortel (E. G. Siero). In het afgelopen zomerseizoen oogstte zij bij de duizenden vreemdelingen een daverend succes. Ook vermelden wij de indrukwekkende taptoes van Crescendo in samenwerking met de drumband. Van de oprichters is nog in leven de heer G. J. Makkinga (de bakker), die thans zitting heeft in het erecomité.

Daarnaast moeten wij nog noemen wijlen de heer G. J. de Vries, die meer dan 20 jaar als voorzitter is opgetreden. Deze kwam op elke repetitie controleren welke led«n absent waren. Elke jaarvergadering onthaalde hij de Crescendisten op goed „gemeubileerde” erwtensoep en kregen zij die nimmer een repetitie oversloegen een extra pluim. Samen met „de smid” werden er heel wat festiviteiten op touw gezet om de altijd berooide kas te spekken. Want subsidie was er in die dagen niet bij. Wat voor de oorlog wél mocht, dat was het organiseren van kermisvermakelijkheden. „De smid” wist met de exploitanten zó te onderhandelen, dat Crescendo aan het langste eind trok. Het organiseren van festiviteiten op Pinkstermaandag was toen vrij wat eenvoudiger dan nu. Zo gaat Crescendo dus op 1 februari a.s. jubileren. Zij doet dit met een groot concert met allemaal nieuwe nummers. Allen doen extra hun best om dit concert de glans te geven van een gouden jubileum.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – krantenknipsel van 07-12-1957 – Map14-225-226

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image