13 januari 2021

Canon van de Ommer: Friedrich Karl (Karel) Seemann (9)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    112 keer gelezen.

Iemand in het rijtje van personen die veel betekend hebben voor een ander is Friedrich Karl (Karel) Seemann (1899 – 1978) uit Junne.

 Friedrich Karl (Karel) Seemannin de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “09. Friedrich Karl (Karel) Seemann”, de verzamelplek voor alles over Karel Seemann.

Karel Seemann was niet zomaar een inwoner van Junne. Als veelzijdig ambachtsman stond Seemann altijd voor iedereen klaar. Als fietsenmaker, loodgieter, smid, monteur van landbouwmachines en als taxichauffeur. Hij was er altijd voor zijn buurtgenoten. Seemann was iemand met opmerkelijke talenten die hij inzette voor anderen. Voor zijn belangrijke rol ten dienste van de samenleving is Seemann dan ook in 2011 geëerd met een eigen straatnaam in Junne. Een deel van de Dieselweg kreeg toen de naam “F.K. Seemannweg” met de toevoeging onder het straatnaambordje van de volgende de tekst: “Hij stond zijn leven ten dienste van een ander. Junne herdenkt hem met dankbaarheid”.

Lüps
Landgoed Junne was eigendom van de Duitse fabrikant en grootgrondbezitter Lüps. De jongste zoon van deze familie erfde het landgoed in 1888, toen groot 1040 hectare. Vijftig jaar is de buurtschap in bezit geweest van de familie Lüps, die voor het beheer een rentemeester aanstelde. Eerst was dat de heer De Zeeuw en vanaf 1892 Alexander Seemann (26-9-1862), getrouwd met Christine Alwina Sonnenschein (14-9-1859). Zij kwamen vanuit Aussermund in Duitsland in Junne wonen. Er was voor de rentmeester een nieuwe woning gebouwd met de naam “Weidmannsheil”, een jagersgroet.

Gezin Seemann
Zoon Karel Seemann werd op 20 december 1899 geboren in Junne. Naast Karel waren er nog 3 kinderen in het gezin Seemann: de oudste, broer Alexander en twee zussen: Agnes Maria en Alwine Alice. Alexander junior was de vader van de bekende schrijver Broos Seemann. Vader Alexander Seemann overleed op 4 mei 1944. In het huishouden van de familie Seemann was de uit Duitsland afkomstige Anna Munstermann werkzaam als huishoudster. Dat bleef ze doen ook na het overlijden van de moeder van Karel Seemann in 1952.

Technische knobbel
Na de school was Karel een ambtelijke baan toebedacht ver buiten zijn geboortegrond. Maar tot grote teleurstelling van zijn ouders was dat slechts van korte duur. Hij keerde terug naar Junne om er nooit meer weg te gaan. Gelukkig bezat hij voor het opbouwen van een bestaan een technische knobbel. Karel besloot dan ook een eigen bedrijfje op te zetten in het moffelen van fietsen met een zelf geconstrueerde oven die nieuw aangebrachte lak moest verharden. Ook begon hij als rijwielhersteller en loodgieter met daarnaast een houtzagerij en boerenbedrijf met 12 koeien. Het slaan van waterpompen had hij geleerd als leerling bij loodgieter Dijks in Ommen. Een houten schuur bij de woning was zijn werkplaats. In de houtzagerij “De Witte Delle” gelegen bij de woning “Weidmannsheil” zaagde Seemann veel hout uit de bossen van Junne. In de dertiger jaren trok hij ook met een dorsmachine langs de boeren voor het dorsen van graan.

Taxi
Karel Seemann was naast baron Bentinck tot Buckhorst in Beerze een van de eersten die in het bezit was van een auto. Hij heeft daarmee tal van moeders met baby naar het Groene Kruisgebouw gebracht aan de Beerzerweg in Junne of als het nodig was ging met de wijkverpleegkundige met de taxi de boer op. Seemann was ook een van de eersten met een telefoonaansluiting en deed zo dienst als telefoonpost om boodschappen in de buurt over te brengen. Naast zijn vele beroepen had Seemann als hobby het jagen en vissen. In 1935 wordt Weidmannsheil verbouwd. De ongetrouwde Karel Seemann blijft bewoner, samen met huishoudster Anna Munstermann. Op 30 maart 1978 overlijdt Seemann en wordt begraven op het kerkhof van de RK-kerk in Ommen. Anna Munstermann gaat terug naar haar familie in Duitsland. In Junne viel een leegte toen de laatste Seemann, die zoveel betekend had, niet meer onder hen was.

Bron: Harry Woertink – 13 januari 2021

Reageren »

9 december 2020

Canon van de Ommer: Dieks Makkinga (8)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    413 keer gelezen.

De geboren en getogen Ommer Hendrikus (Dieks) Makkinga (4-11-1919 – 24-1-1995) was oprichter en grote inspirator van het historisch tijdschrift “De Darde Klokke”.

 Dieks Makkinga in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “08. Dieks Makkinga”, de verzamelplek voor alles over Dieks Makkinga.

Het werk dat Dieks met zoveel inzet en liefde deed voor de “Darde Klokke” is nog steeds een aansporing voor de huidige makers van het blad.

Plat Proat
Dieks had een grote liefde voor de eigen streektaal. Als dialectschrijver was hij zeker geen onbekende. In het “Nieuws uit Ommen” vulde hij sinds 1984 wekelijkse zijn rubriek “Platproat” waar hij de dingen van de dag aan de vork stak, maar ook onrecht of misstanden niet uit de weg ging. Het doen of laten in het gemeentehuis was vaak voor hem een geliefd onderwerp. Dieks had de gave om zijn gedachten op een mooie wijze in zijn eigen streektaal op papier te zetten. Van zijn hand verschenen vele gedichten en streekverhalen in het dialect. Een groot ideaal dat hij koesterde was, dat ook zij, die het dialect niet beheersten, het konden lezen of spreken. Dieks was iemand die met grote toewijding en met een opmerkelijk goed humeur, de dingen deed. Ook was hij iemand die de gave en ook de wil had om aan te pakken en door te zetten. Dieks is jarenlang schoen- en zadelmaker geweest. Hij had een eigen werkplaats aan de Gasthuisstraat waar hij ook met zijn gezin woonde. In zijn jonge jaren ambieerde hij een baan bij de buitendienst van gemeentewerken hetgeen hij tot zijn pensionering heeft vol gehouden. In zijn leven heeft Dieks Makkinga heel wat meegemaakt, mooie maar ook trieste gebeurtenissen.

Betrokken
Makkinga voelde zich zeer betrokken bij het wel en wee van de gemeente en de regio en trad regelmatig op als actievoerder als hij meende dat het historisch besef te veel naar de achtergrond verdween. Voor regionale kranten en omroep was hij ook een vaak gevraagde gast. In 1955 was Dieks Makkinga oprichter van het comité “Ien Nedersaksen” met als doel een verenigd Saksenland én om de Drentse vrijheidsstrijd bij Ane te herdenken. Hij wist steeds meer historici en andere belangstellenden te interesseren voor de Slag bij Ane. Vooral omdat de veldslag van grote historische betekenis is en ook in navolging van de Friezen die elk jaar stil staan om de Slag bij Warns (1345). Dieks was van mening dat ook in Ane een monument moest komen. Er werden financiële acties opgezet, waarbij de schooljeugd uit Ommen in 1957 de eerste aanstoot gaf met een inzamelactie die 350 guldens opbracht.

Slag bij Ane
In 1961 werd onder leiding van de schoenmaker uit Ommen de eerste herdenking gehouden in het dorpshuis van Gramsbergen. Ook alle jaren daarna kwamen op de laatste zaterdag in juli belangstellenden bijeen voor de herdenking van de Slag bij Ane. Echter, een monument was er nog steeds niet. Makkinga gaf niet op maar zette door. Zo wist hij een stukje grond aan te kopen in Ane waar het monument zou moeten komen. In 1966 werden hier de eerste zwerfkeien geplaatst als aanzet voor een herinneringsmonument. Op 29 juli 1967 was het zover dat een eenvoudig uit grote en kleinere stenen bestaand herinneringsmonument kon worden onthuld. Op een van de gedenkstenen is de volgende tekst gebeiteld: “Slag bij Ane, 28 juli 1227. Deze dag was het treffen tussen de bisschop van Utrecht Otto van Lippe met diens leger en de Drenten onder leiding van Rudolf van Coevorden.”, gevolgd door de namen van de initiatiefnemers van het monument: H. Makkinga, F.J. Schuurman, ds. H. van Lunzen en A. Regeling. Lees meer »

Reageren »

11 november 2020

Canon van de Ommer: Gerrit Steen (7)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    307 keer gelezen.

Wie een duik in de geschiedenis van Ommen wil nemen kan bijna niet zonder het ‘kompas’ van geschiedschrijver Gerrit (Gait) Steen (13-08-1904, 11-07-1992).

 Gerrit Steen in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “7. Gerrit Steen”, de verzamelplek voor alles over Gerrit Steen.

Met name zijn in 1982 verschenen geschiedenisboek “Ommen rond de 19e eeuw” geeft richting hoe historisch de ontwikkeling in de negentiende eeuw is verlopen. Steen’s bijdrage tot de geschiedenis van Ommen werd uitgegeven door de gemeente Ommen ter gelegenheid van de officiële ingebruikname van het gemeentehuis. Al met al een mooie bijdrage die de rijke geschiedenis van Ommen vast houdt en waar belangstellenden voor de lokale geschiedenis graag op terug grijpen.

Zo was het…
Daarnaast is Steen auteur van het in 1948 uitgegeven boek “De geschiedenis van Ommen”, die hij samen met het hoofd van de landbouwschool Willem Veldsink (1903-1973) samenstelde ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Ommen als stad. Dit boek werd toen gedrukt en uitgeven door de plaatselijke drukkerij G. Veldhuis. Met “Zo was het… plaatjes uit het oud Ommen en zijn omgeving” gaf Steen ook een mooie inkijk in het verleden van Ommen. Dit populaire boekwerk met tientallen foto’s uit oud Ommen becommentarieerd verscheen in 1979 en was een initiatief van Wiechers Woonoase toen de familie Wiechers uit Dwingeloo in Ommen een filiaal vestigde. Verder heeft Steen bijgedragen aan onder andere de fotoboeken “Ommen in oude ansichten” (1970), “Kent u ze nog… de Ommenaren” (1972) en “Ommen verleden en heden” (1985).

Oud Ommer geslacht
Gerrit Steen komt voort uit een oud Ommer familiegeslacht. De oudheid- en geschiedkundige bij uitstek was 47 jaar in dienst van de gemeente Ommen. Vanaf 1940 als ontvanger-directeur bij het Gemeentelijk Elektriciteits Bedrijf (GEB). En toen de GEB in 1954 overging naar de IJsselcentrale werd hij gemeenteontvanger. Steen is altijd geïnteresseerd geweest in de historie van Ommen. In de beginjaren van de Oudheidkamer maakte Steen als secretaris deel uit van het stichtingsbestuur. Ook was hij bestuurslid van de Gemienschop van Oll Ommer, verzorgde hij lezingen over zijn geliefde Ommen en schreef hij voor het historisch tijdschrift De Darde Klokke.

Aan de samenstelling van het boek “Ommen rond de 19e eeuw” heeft Steen na zijn pensionering in 1974 verschillende jaren gewerkt. En dat in een tijd dat er nog geen internet bestond. Gait (dialect voor Gerrit) Steen woonde als laatste aan de Baron Fridaghstraat. Van hieruit bezocht hij met zijn auto verschillende archieven. De meeste keren kwam hij naar het archief van het Ommer gemeentehuis om zaken over de geschiedenis van uit te pluizen. Met zijn historische bijdragen leeft de naam van Gerrit Steen voort in de Ommer geschiedenis. Als eerbetoon voor de historicus is het in 1994 gebouwde woon-appartementencomplex op de locatie van de voormalige Marijkekleuterschool, gelegen tussen Hamsgoren en de Friesendorpstraat, naar Steen vernoemd en kreeg de naam “Steenhof”.

Bron: Harry Woertink – 11 november 2020

Reageren »

14 oktober 2020

Canon van de Ommer: Evert Dijk (6)

Categorie: Canon van de Ommer.    642 keer gelezen.

Evert Dijk (1914-1995) was voor Ommen wat voor Nederland de “Dichter des vaderlands” is. Talloze gedichten verschenen er van zijn hand.

 Evert Dijk in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “6. Evert Dijk”, de verzamelplek voor alles over Evert Dijk.

Onder de naam Evert “Diek” schreef hij gedichten voor allerlei soorten gelegenheden en deed dit dan vaak in het Sallands dialect. Als amateurhistoricus was Dijk bezig met het graven in de geschiedenis van zijn geliefde Ommen. Verhalen en onderzoeken van hem werden gepubliceerd in diverse kranten, tijdschriften en verenigingsbladen. Dijk heeft veel betekend voor de historie van Ommen. Na zeven jaar lager onderwijs en zondagsschool had Evert Dijk graag willen doorleren, maar zijn ouders vonden het beter dat hij een betrekking aannam als boerenknecht.

Buitenmens
Evert Dijk is zijn leven lang een buitenmens geweest. Hij groeide op in de Vinkenbuurt onder Ommen. Na boerenknecht geweest te zijn in de streek en zijn huwelijk met Hendrika Johanna Hamberg begon Dijk voor zichzelf in Ommen als zaadverkoper voor Turkenburg naast zijn boerderijtje aan de Rotbrinksweg. Later werd dat een hoveniersbedrijf.

Verzamelen
Hovenier Evert Dijk was een markante en vriendelijke man. Al op jonge leeftijd begon hij van alles te verzamelen wat maar met Ommen te maken had. In zijn werkvertrek waren de kasten gevuld met honderden historische boeken, tijdschriften en documenten. In de loop van der jaren had hij dan ook een groot archief opgebouwd. Van elke gebeurtenis werd een verhaal gemaakt. Waar de meeste geschiedenisboeken bepaalde situaties slechts summier omschrijven ging Dijk er dieper op in.

Gereformeerd
Vanuit Gereformeerd huize maakte Dijk zich in zijn jongensjaren sterk voor het vertonen van christelijke films in Ommen. Zijn kwaliteiten als schrijver en geschiedkundig onderzoeker kwamen al snel boven tafel. Dijk wist vanuit zijn eigen geheugen verhalen aan het papier toe te vertrouwen waarin hij de lezer als het ware aan de hand meeneemt, hoe hij is opgegroeid en hoe hij als boerenknecht heeft gewerkt. Vooral de buurtschap Vinkenbuurt werd duidelijk op de kaart gezet. Na zijn pensionering ploos de oud-hovenier nauwgezet de geschiedenis van Ommen uit. Van zichzelf zei hij: “Als je op latere leeftijd komt is het goed dat je wat om handen hebt en het scherpt je geest mirakels best”.

As de dag van gisteren
Het was de toenmalige archivaris van de Historische Kring Ommen, Gerrit Volkerink, die na het overlijden van Dijk de verhalen en gedichten onder ogen kreeg en het initiatief nam om die verhalen te bundelen in een boekwerk. Met de titel “As de dag van gisteren. Verhalen uit het leven van Evert Dijk” kwam dat boek er. Daardoor bleven niet alleen de gedichten en verhalen bewaard maar kwamen ook beschikbaar voor een breed publiek. Het eerste exemplaar van het fraaie boek werd op 23 maart 2004 officieel aangeboden aan burgemeester Arend ten Oever en de kinderen van Evert Dijk. Het boek is vooral een stuk levensgeschiedenis met een historisch beeld van de verschillende gebruiken in die jaren. De teksten zijn omgezet in goed leesbaar dialect. De verhalen grijpen terug op de periode 1920-1931. In het eerste deel wordt zijn jeugdperiode van 1920-1927 in de Vinkenbuurt en Balkbrug beschreven. Het tweede deel gaat over zijn ervaringen als boerenknecht gedurende de periode 1927-1931 waar hij schreef onder het pseudoniem “Derk van der Wal”. Lees meer »

1 Reactie »

9 september 2020

Canon van de Ommer: Jeanne Wilhelmina Speelman (5)

Categorie: Canon van de Ommer.    776 keer gelezen.

Iemand die dicht bij de mensen stond, sociaal met een goed hart. Zo kan barones Jeanne Wilhelmina Bentinck tot Buckhorst – Speelman (Leersum 14 februari 1889 – Zwolle 29 juni 1938) worden omschreven.

 Jeanne Wilhelmina Bentinck tot Buckhorst-Speelman in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “5. Jeanne Wilhelmina Speelman”, de verzamelplek voor alles over Jeanne Wilhelmina Speelman.

Jeanne Wilhelmina Speelman werd in 1889 geboren als jonkvrouw op kasteel de Wittenburg bij Wassenaar. In 1912 trouwde zij met Maximiliaan Robert baron Bentinck tot Buckhorst. Vanaf 1923 woonden ze samen in Beerze, vanaf 1925 op het nieuwgebouwde Huis Beerze. Als barones was ze erg geliefd bij de plaatselijke bewoners. Barones Bentinck-Speelman nam destijds het initiatief tot het bouwen van een Groene Kruis wijkgebouw met verpleegsterswoning, nu de woningen Beerzerweg 7 en 8, gelegen op de grens van Junne en Beerze. Ook zorgde zij dat de boerderijen voor de pachters sterk verbeterd werden.

Mevrouw Bentinck-Speelman was een verdienstelijk amateur tekenaar en schilder van portretten en landschappen. In de periode dat ze in Beerze woonde was het iemand die dicht bij de mensen stond. Ze werd dan ook door de buurtbewoners omschreven als een sociaalvoelend mens met een goed hart en een luisterend oor voor de noden van de bewoners van Beerze en Junne. Gul was ze ook, want wanneer bijvoorbeeld een zoon of dochter van een pachter trouwde, kreeg het stel tien gulden van de barones als huwelijkscadeau. Dat was voor die tijd een flink bedrag.

Verder regelde ze met grondruilingen dat beter geboerd kon worden. Helaas was haar goedhartigheid van korte duur. Nog maar 49 jaar jong verongelukte barones Bentinck tot Buckhorst-Speelman op 29 juni 1938 op de bij het landhuis gelegen onbeveiligde overweg van de spoorlijn Ommen-Mariënberg. Zwaargewond werd ze overgebracht naar een ziekenhuis in Zwolle, maar overleefde het ongeval niet. “Haar groot verstand, haar warme hart, haar groote artistieke gaven, haar geestkracht, stelden haar in staat scheppend te werken en dat heeft ze gedaan. Ze was een vrouw van de daad”, aldus een in memoriam die voor haar overlijden werd geschreven. “Haar liefde voor de natuur en het mooie van de oude behuizingen van het Overijsselsch landschap werkte opbouwend. Met welk een enthousiasme kon zij voor het behoud hiervan pleiten. Heldhaftig, zonder klacht, steeds aan anderen denkend is zij heengegaan”, aldus de in memoriam”.

Bescherming natuur
Ook de echtgenoot van barones Bentinck-Speelman, baron M.R. Bentinck tot Buckhorst, was in zijn omgeving een geziene figuur. Toen het echtpaar via Wassenaar en Wezep in Beerze kwam wonen zetten beiden zich in voor bescherming van de natuur. Omstreeks 1931 kocht baron Bentinck tot Buckhorst – die dus al in Beerze woonde – landgoed Junne van de familie Lüps, oorspronkelijk wonende Orsay bij Wesel, later op het landgoed te Velp. Deze aankoop deed hij om versnippering van het 1200 hectare grote landgoed te voorkomen. Landgoed Junne bestond toen uit verscheidene hectaren bos en ongeveer 16 boerderijen (voor het merendeel keuterbedrijfjes).

Toen baronesse mevrouw Bentinck-Speelman door het treinongeluk kwam te overlijden heeft baron Bentinck landgoed Junne verkocht aan de Levensverzekeringsmaatschappij Amstleven, voor de toen kapitale som van driehonderdduizend gulden. Na het overlijden van mevrouw Bentinck-Speelman hertrouwde de baron met barones Mary Schimmelpenninck van der Oye. Op 23 oktober 1959 werd baron Bentinck wederom weduwnaar en in 1961 overleed hij kinderloos. Barones Bentinck-Speelman ligt begraven op de begraafplaats aan de Hardenbergerweg in Ommen, terwijl barones Bentinck-Schimmelpenninck van der Oye en baron M.R. Bentinck zijn bijgezet in de familiegrafkelder op het landgoed achter Huis Beerze.

Bron: Harry Woertink – 9 september 2020

1 Reactie »

12 augustus 2020

Canon van de Ommer: Geslacht Mulert (4)

Categorie: Canon van de Ommer.    759 keer gelezen.

De naam Mulert is historisch nauw verbonden met Ommen. In 1305 kwam ridder Hessel Mulert met een bende ruiters naar het Oversticht om namens de Bisschop van Utrecht in deze regio orde op zaken te stellen.

 Het geslacht Mulert in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “4. Geslacht Mulert”, de verzamelplek voor alles over het geslacht Mulert.

In het jaar (1492) dat Columbus Amerika ontdekte was het de met Jonkvrouw Niesse van Ruyterborg gehuwde nazaat die voor een eerste vaste oeververbinding in Ommen zorgde. De nakomelingen van Hessel Mulert hebben op verschillende kastelen en havezaten in de omgeving gewoond, zoals de Cranenburg en de Leemcule bij Dalfsen. De familie Mulert evolueerde overigens in de loop van de tijd van roofridder tot notaris en kantonrechter. Het geslacht Mulert wordt nog steeds in herinnering gehouden met de naamgeving van de brug over de Vecht bij Ommen: Hessel Mulertbrug.

Twee takken
Het geslacht Mulert verdeelde zich in twee takken. Een tak trouwden met de Spaanse adel en de laatste afstammeling, waarmede deze tak uitstierf, was Don Mulardo, graaf van Auterippe. De andere tak bleef Overijssel bewonen en is door huwelijk aan nagenoeg alle riddergeslachten van Overijssel en Gelderland verbonden. Uit dezen tak zijn mannen voortgekomen, die op den loop van ’s landszaken hun stempel hebben gedrukt zoals onder andere Gerard Mulert, vermaard door rechtsgeleerdheid en kunde van krijgs- en staatszaken. Hij was rentmeester van Salland, had zitting in de Geheimen Raad van Keizer Karel V en was stadhouder ad interim onder George Schenk van Toutenburg in Groningen. Sommige van de Mulerts waren Drost en Schout te Lingen (in Westfalen), dat toen een bezit was van de Nassau’s.

Leemcule
In 1640 kwam de Leemcule bij Dalfsen (toen nog een havezate) in het bezit van de familie Mulert. De laatste havezatebewoner was Joachim Ernst baron Mulert tot de Leemcule, gehuwd met Anna Petronella Gravin van Nassau Woudenberg. De havezate werd in 1812 afgebroken om in 1823 op dezelfde plaats te worden vervangen door het huidige landhuis. Uit het huwelijk Mulert/Woudenberg zijn vier zonen geboren. Twee zonen bleven in Overijssel wonen. De oudste, Jacob Adriaan Mulert tot de Leemcule, was de vader van Frederik Willem Nicolaas Baron Mulert die in Ommen notaris zou worden. De jongste zoon, Frederik Christiaan baron Mulert tot de Leemcule, werd burgemeester in Dalfsen. Uit zijn huwelijk met H.M.D.R. van Omphal is ondermeer geboren Frederik Hendrik baron Mulert, die zijn vader, sinds 1811 burgemeester van Dalfsen, in 1844 opvolgde als burgemeester en in dat ambt bleef tot 1903.

Notaris
Frederik Willem Nicolaas baron Mulert (25-2-1821) wordt in 1852 benoemd tot notaris in Ommen en blijft dat tot zijn overlijden in 1895. Hij laat Huize Olde Vechte aan de Zeesserweg bouwen om er vervolgens te gaan wonen met zijn gezin met er naast zijn kantoor. In de voorgevel van dit herenhuis bevindt zich een gedenksteen met de naam van zijn oudste zoon A.J.A. Mulert. De notaris kon rechtstreeks van zijn huis over ‘Mulertsdiekie’ richting de molen aan Den Oordt wandelen. De rivier de Vecht doorsneed toen nog niet het beukenlaantje, zoals dat na de ‘verbetering’ van de Vecht wel het geval was. Behalve notaris is Mulert vanaf 1877 tot 1887 tevens plaatsvervangend kantonrechter bij het plaatselijk Kantongerecht. In 1895 overlijdt F.W.N. baron Mulert en in 1910 overlijdt ook zijn vrouw Elisabeth Cornelia Overgauw Pennis. De in leven zijnde kinderen zijn: 1. Anne Jacob Adriaan baron Mulert; 2. Maria Johanna Elisabeth baronesse Mulert; 3. Frederik Eliza baron Mulert; 4. Geertruidis Pieter Christiaan baron Mulert; 5. Johan Petrus Antoine baron Mulert; 6. Otteline Nicole baronesse Mulert en 7. Adriaan Marinus Leopold baron Mulert. Huize Olde Vechte, toen bekend als Zeesseroever, komt in het bezit van de zoon Johan Petrus Antoine baron Mulert. Deze is griffier bij het Kantongerecht in Kampen en wordt in 1908 benoemd tot kantonrechter in Ommen. De zoon ruilt het rustieke ‘Olde Vechte’ in 1921 met Jonkheer Adriaan Stoop voor het statige pand ‘Benvenuta’ aan de Voorbrug 9. Lees meer »

Reageren »

15 juli 2020

Canon van de Ommer: Maria Jacoba Tempelman (3)

Categorie: Canon van de Ommer.    876 keer gelezen.

‘Baker’ Maria Assendorp voorloopster van kraamverzorgster. ‘Vrouw’ Assendorp, werd ze in de volksmond genoemd als we het hebben over Maria Jacoba (Maria) Assendorp-Tempelman (1884-1970).

 Maria Jacoba Tempelman ofwel ‘Vrouw’ Assendorp
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “3. Maria Jacoba Tempelman”, de verzamelplek voor alles over Maria Jacoba Tempelman.

In de vorige eeuw was ze als baker betrokken bij het op de wereld brengen van tal van baby’s. Vroeger kon je niet aankloppen bij een Kraamzorginstelling, maar moest je zelf op zoek naar een “baker”. Deze was dan een aantal weken hulp in de huishouding en natuurlijk betrokken bij de verzorging van de baby. Baker Maria Assendorp regelde vanuit haar huis ook de spulletjes die nodig waren voor de kraamvrouw zoals bedden, ondersteken en bedverhogingen.

Kraamverzorgster
Een baker was wat we nu noemen kraamverzorgster. Ze begeleidde de vroedvrouw en was al een paar dagen vóór de bevalling in huis. Een baker moest iemand zijn met veel ervaring, liefst met eigen kinderen en met een zacht lichaam. Het waren toegewijde vrouwen, gehecht aan oude beproefde methodes. De baker was de rots, waaraan de onervaren jonge ouders zich konden vastklampen. De naam ‘baker’ komt van de term bakeren: na de bevalling werd de baby strak in doeken gewikkeld waarbij de armpjes stijf tegen het lichaam werden gedrukt. De langwerpige, lage mand of houten bak waarin de baker zat en de baby op schoot verzorgde, werd een bakermat genoemd. Hiervan afgeleid is de overdrachtelijke betekenis van de plek waar iemand geboren is of zijn opvoeding heeft genoten. Omdat bakers ongeschoold waren vertelden zij soms dingen die medisch gezien niet klopten, de zogenaamde bakerpraatjes.

Maria Tempelman werd geboren op 8 januari 1884 in Deventer en trouwde in 1909 met Hermannus Johannes (Herman) Assendorp (1880-1919). Tot aan de geboorte van hun derde kind in 1913 woonde het echtpaar Assendorp-Tempelman met hun (schoon)moeder aan de Zwolseweg. Daarna hebben ze nog even op het Vrijthof gewoond, in het huis waar later fietsenmaker Kleinlugtenbelt zijn werkplaats heeft gehad. In 1914 verhuisde de familie naar Julianastraat 11, later nummer 10. Naast haar op de Julianastraat nummer 9 woonden de wijkzuster Munneke en haar zus Grietje.

Spaanse griep
Tot groot verdriet overleed in de zomer van 1919 haar man Herman Assendorp en ook haar inwonende schoonmoeder, Johanna Assendorp-Westerik. Beiden als gevolg van de Spaanse griep. Schoonvader Antonius Assendorp, die brugwachter was, overleed in 1897. Het overlijden van Herman betekende dat ze er alleen voor kwam te staan. Niet alleen wat betreft de zorg voor haar kinderen, maar ook wat betreft de financiën. Het inkomen van haar man viel immers weg. Vanaf dat moment wierp ze zich op als baker. En niet zonder succes. Vele Ommer kraamvrouwen deden een beroep op haar, met name in de kom van Ommen omdat bij bevallingen in de buurtschappen de kraamvrouwen in de regel een beroep konden doen op hun naaste ‘Noabers’. Om haar huishoudpotje verder aan te kunnen vullen nam ze ook kostgangers in huis en kookte ze regelmatig in de keuken van hotel De Zon en voor particulieren. Verder kon Vrouw Assendorp ingeroepen worden voor het waken bij stervenden of het afleggen van overledenen samen met de begrafenisondernemer.

Groene Kruis
Toen ‘Vrouw’ Assendorp haar intrede deed als baker werden de kraamspullen van de in 1908 opgerichte Groene Kruis verplaatst van het magazijn in een barakje aan de Haven naar het huis van de baker. In de tuin van Assendorp stonden twee schuurtjes waarin de kraam en verplegingsspullen lagen opgeslagen. Lees meer »

Reageren »

17 juni 2020

Canon van de Ommer: Carel Johan Warnsinck (2)

Categorie: Canon van de Ommer.    738 keer gelezen.

Carel Johan Warnsinck (1865-1941) geneesheer in dienst van de gemeenschap van Ommen

 Carel Johan Warnsinck
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “2. Carel Johan Warnsinck”, de verzamelplek voor alles over Carel Johan Warnsinck.

Ommen zat zonder geneesheer en moest voor medische hulp een beroep doen op artsen van verder weg. Daarom ook dat Ommen in 1890 met druk een beroep deed op Carel Johan Warnsinck om naar Ommen te komen als gemeentegeneesheer. Hij was juist een praktijk begonnen in Ootmarsum, maar koos toch voor Ommen. Later zou hij zeggen van zijn komst naar Ommen nooit geen spijt te hebben gehad. Hij genoot vertrouwen van zijn patiënten en werkte er met heel veel plezier.

Lief en leed
Het was de eenvoud die dokter Warnsinck kenmerkte. In zijn ruim 40-jarige dokterspraktijk heeft hij een generatie Ommenaren zien opgroeien en lief en leed met hun gedeeld. Warnsinck heeft veel voor Ommen betekend. In 1908 stond hij aan de wieg van het Groene Kruisvereniging in Ommen en was 34 jaar lang voorzitter. Ook daar heeft hij baanbrekend werk verricht op het gebied van volksgezondheid en hygiëne. Verder was hij 30 jaar lang bestuurslid van de VVV in Ommen. Dokter Warnsinck trouwde in 1890 met Petronella Hendrikca Bouwmeester, dochter van de toenmalige burgemeester Alexander Carel Bouwmeester. Het echtpaar ging wonen aan de Voorbrug (Ambt-Ommen) in het huis waar tussen 1852 en 1884 meester Jan Pieter Grolle les gaf aan de kinderen en in 1830 werd gebouwd door burgemeester J.A. Chevallerau. In 1896 werd de woning flink uitgebreid. De dokterswoning met praktijk is in 1949 gekocht door hotelier Gerrit Stegeman en vervolgens in 1954 afgebroken om de weg en parkeerplaats voor het hotel breder te maken. Het tuinhuis van toen staat er nog steeds. In de zomer wordt van daaruit ijs verkocht door Ekkelenkamp.

Paard en wagen
De heer Warnsinck werd geboren op 18 juni 1865 te Kloetinge in Zeeland. Hij studeerde aan de Universiteit te Amsterdam, alwaar hij op 6 juni 1890 tot arts promoveerde. Op 1 November 1890 kwam hij naar Ommen. Hij was in dienst van zowel de gemeente Stad-Ommen als die van Ambt-Ommen. Het waren geen makkelijke tijden. Zijn praktijk strekte zich uit tot ver in de buurtschappen. Hij bezocht zijn patiënten met paard en wagen. De arrenslee waarin hij zich met sneeuw vervoerde staat in het Streekmuseum van Ommen. Dat geldt ook voor zijn dokterstas die een plek in het Ommer museum heeft gekregen.

Groene Kruis
Toen er een afdeling van het Groene Kruis werd opgericht, werd de dokter met algemene stemmen tot voorzitter gekozen. Ook was hij voorzitter van de afdeling Ommen van het Centraal Genootschap voor Kinder-, herstellings- en vakantiekolonies. Warnsinck was jaren de enige dokter in Ommen waardoor zijn hulp in talrijke gezinnen werd ingeroepen. Was de kindersterfte in Ommen naar verhouding tot andere plaatsen gering, toch wist de Warnsinck hierin nog belangrijke vooruitgang te boeken. De wegen waren in die tijd abnormaal slecht, zodat het verre van eenvoudig was om patiënten spoedig te bereiken. Als consul van de ANWB wist hij hierin veel verbetering te brengen. In 1926 kreeg Ommen een tweede gemeentegeneesheer in de persoon van dokter G. Pos. Waar de dokters zich toen ook mee bezig hielden was tandheelkunde. Tot 1932. In dat jaar kwam de vrouwelijke tandarts Catharina Symina Mulder naar Ommen. Lees meer »

Reageren »

20 mei 2020

Canon van de Ommer: Martend Makkinga (1)

Categorie: Canon van de Ommer.    1.189 keer gelezen.

Martend Makkinga (22 mei 1912 – 17 oktober 1986) heeft veel betekend voor de geschiedenis van zijn geliefde Ommen.

Martend Makkinga
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “1. Martend Makkinga”, de verzamelplek voor alles over Martend Makkinga.

Een bekend persoon in de Ommer gemeenschap was Martend Makkinga. Zijn grootste hobby was de historie van Ommen. Hij was medeoprichter van de “Gemienschop van Oll Ommer”, waarvan hij tien jaar voorzitter is geweest, en het historisch tijdschrift “De Darde Klokke”. Als historicus heeft Makkinga veel betekend voor de geschiedenis van Ommen. Hij wist er alles over te vertellen. Zijn motivatie inspireerde anderen ook om zich voor de plaatselijke historie te interesseren. Praten met Makkinga was praten over Ommen en zijn historie. Twee zaken die hem als rechtgeaarde, geboren en getogen Ommer na aan het hart lagen.

Markant
Makkinga was zijn hele leven ongehuwd, had geen auto en geen typmachine, om over internet nog maar te zwijgen. Desondanks gelukte het hem de geschiedenis van Ommen te ontrafelen. Door zelf onderzoek of met behulp van archieven waar dan ook. Een markant figuur, zo kan Martend Makkinga omschreven worden. Iemand die het in de diepte en meer nog in de breedte zocht. Je kon met hem over alles praten en discussiëren. Ook – en misschien juist wel daarom – wanneer je niet gelijk en niet (meer) uit dezelfde opvatting dacht. Makkinga had veel interesse voor theologische kwesties en had hierover een verzameling van naar schatting bijna tweeduizend boeken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verrichtte Makkinga verzetswerk, waarover hij overigens – evenals de meeste verzetsmensen van toen – nooit heeft willen praten.

Op- en top Ommer
Makkinga, voor velen ook bekend als “MM” of gekscherend “Roomse Martend”, was op- en top Ommer. Iemand met een groot hart voor de geschiedenis. Ook had hij veel belangstelling voor de archeologie. Bij nieuwbouw in de kom van Ommen was hij het die kruipend in bouwputten op zoek ging naar bewijzen van onder andere de Ommer stadsmuren. Ook zorgde hij ervoor dat vondsten geconserveerd werden. Zijn liefde voor de Ommer historie was groot. Grote interesse had Makkinga ook in de “Afscheiding” van de hervormden en gereformeerden in 1834 met dominee A.C. van Raalte en was begaan met de Ommer Joodse gemeenschap. Hij was een groot pleitbezorger voor een gedenksteen op de Joodse begraafplaats als herinnering aan de Joodse Ommer bevolking die in de Tweede Wereldoorlog vermoord zijn. De gedenksteen is er gekomen.

De Darde Klokke
Makkinga is geboren in een Gereformeerd nest, maar bleef na zijn overgang naar de Rooms Katholieke kerk onbeperkt zijn interesse houden voor de Afscheiding van 1834 en publiceerde daar regelmatig over. Zijn publicaties vonden hun weg in onder andere De Darde Klokke. Behalve in De Darde Klokke schreef hij ook als correspondent in de weekkrant “Nieuws uit Ommen”. Omdat hij veel langs de weg was zag hij en hoorde hij veel. Maar werd hem ook veel toevertrouwd met de bedoeling dat in de krant aan te stippen. Gemaakte aantekeningen belandden dan op de achterkant van zijn sigarendoos om ze naderhand thuis uit te werken. De artikelen verschenen dan onder de noemer van “Ditjes en Datjes” in de krant en werden onderschreven met de letters: “MM”.

Lees meer »

1 Reactie »

1 mei 2020

OudOmmen start met nieuwe rubriek: “Canon van de Ommer"

Categorie: Canon van de Ommer.    764 keer gelezen.

De stichting OudOmmen.nl start een nieuwe reeks waarin Ommer en Ommenaren centraal komen te staan. De titel van de rubriek is “Canon van de Ommer”.

 Voorbeeld stamboomdiagram van geschiedschrijver Gerrit (Gait) Steen die met name met zijn in 1982 verschenen geschiedenisboek ‘Ommen rond de 19e eeuw’ richting geeft hoe historisch de ontwikkeling in de negentiende eeuw is verlopen.
Afbeelding: OudOmmen

Het gaat om een korte biografie van personen die op een of andere manier veel hebben betekend voor de gemeente Ommen, van invloed waren op het reilen en zeilen in Ommen of bijvoorbeeld ‘steunpilaren’ waren voor de Ommer samenleving. Een Canon wordt gezien als een verzameling van werken die binnen een bepaald gebied als waardevol worden beschouwd. Iemand wordt een Ommer genoemd als hij of zij in Ommen is geboren ofwel een echte Ommenaar is.

Stamboom
De reeks gaat gepaard met een kleurrijk stamboomdiagram van vier generaties van de betreffende persoon of families gekoppeld aan het pas aan OudOmmen.nl toegevoegde genealogie-systeem WebTrees, een nieuw onderdeel van deze website. Verder uiteraard een koppeling met de beeldbank met – voor zover beschikbaar – een album met veelal nostalgisch beeldmateriaal en documenten, zeg maar alles wat we hebben, wat herinnert aan de betreffende persoon of familie. We noemen het de “Canon van de Ommer” omdat dit onzes inziens in een paar woorden het beste de lading dekt. Maar er zullen uiteraard ook meerdere Ommenaren in beeld worden gebracht. De eerste aflevering verschijnt over twee weken om vervolgens maandelijks een andere Ommer of Ommenaar in beeld te brengen. Voor het maken van de stambomen worden inwoners van onze regio van harte uitgenodigd hieraan bij te dragen. Zij kunnen een account aanvragen (bij info@OudOmmen.nl) voor het WebTrees deel van de site zodat zij – voor zover gewenst – geheel of deels zelfstandig één of meerdere stambomen kunnen toevoegen. Ook kunnen bestaande stambomen in GEDCOM-formaat worden geïmporteerd.

Accent
Het accent voor deze reeks ligt dus niet zozeer op belangrijke personen en families die al vaak zijn beschreven, alhoewel we daar niet helemaal aan ontkomen als we bijvoorbeeld denken aan Philip D. Baron van Pallandt van Eerde die natuurlijk niet mag ontbreken. Maar het gaat vooral over Ommer en Ommenaren waarvan bij het voorbijkomen veel mensen zullen zeggen, oh ja, bijna vergeten, maar leuk om aan herinnerd te worden. Lees meer »

Reageren »