14 april 2021

Canon van de Ommer: Hendrik Luttekes (12)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    133 keer gelezen.

Een van Ommens meest populaire figuren was indertijd Hendrik Luttekes (1 juli 1889-11 december 1955). Hendrik was ambachtelijk smid en daarom bij de meesten beter bekend als “De smid”, “Smidje” of in het dialect “Smidtie”.

 Hendrik Luttekes in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “12. Hendrik Luttekes”, de verzamelplek voor alles over Hendrik Luttekes.

Luttekes had zijn bekendheid op meerdere vlakken te danken. In de eerste plaats was dat om zijn vakmanschap als plaatselijk smid, maar misschien nog wel meer voor zijn inzet voor muziekvereniging Crescendo. Als kleine man was Luttekes voor Crescendo des te meer “de grote man”. Als je het over Crescendo had, dan had je het over Smidje. Hij was een van de oprichters en ook lange tijd voorzitter van de Ommer muziekvereniging. Bij afwezigheid van de dirigent trad hij als plaatsvervanger op. Verder ging van Luttekes het initiatief uit tot het plaatsen van een vaste muziektent op de Markt. Grote faam genoot hij als organisator van festiviteiten op Pinkstermaandag, waarvan de baten ten goede kwamen aan Crescendo. Ook had Luttekes zitting in het comité ter gelegenheid van de viering van Ommen 700 jaar stad in 1948.

12 Aambeeldslagen
Door zijn grote bekendheid werd Luttekes door de Bond van Smedenpatroons aangewezen om als vertegenwoordiger van Overijssel voor de radio op te treden op 31 december 1950. Het oude jaar werd uitgeluid met 12 aambeeldslagen uit smederijen in Nederland. Na elke slag sprak de betreffende smid een nieuwjaarswens uit. Voor Ommen kon dat voor smid Luttekes niet anders zijn dan de Ommer groet in het dialect: “’t Giet ow goed bi’j al wa’j doet – ’t Volk van Ommen”.

Galanterieën
De familie Luttekes woonde aan de Brugstraat 33 in Ommen (tegenwoordig Broekenhuis). Het pand had twee deuren aan de straatkant: een voor de smederij en een winkeldeur voor galanterieën met potten, pannen, speelgoed en snuisterijen, maar ook haarden, kachels en fietsen. Kinderen uit Ommen vergaapten zich vaak aan het mooie speelgoed wat uitgestald lag achter het winkelraam. Hendrik Luttekes was ongetrouwd, evenals zijn broers Jan en Ap. Op hetzelfde adres woonde ook zuster Dina. Jan Luttekes was fietsenmaker en blies ook zijn partij bij Crescendo. Als venter ging Ap (Albertus Johannes) Luttekes dagelijks met paard en wagen de boer op voor bakker Makkinga. Dina Luttekes bestierde de winkel en trouwde met Klaas Klosse, die in dienst was bij zijn zwager Derk Luttekes, die een garagebedrijf had aan de Stationsweg. Uit hetzelfde huis kwam ook Johan Luttekes (30 augustus 1899-8 juni 1955), die met Geertruida Vlastuin trouwde.

Smederij
Zoals eerder gezegd was Hendrik van beroep smid. Was hij niet in de smederij dan was het smidswerk in goede handen van knecht Willem Seinen. De smederij had Hendrik in 1932 overgenomen van zijn overleden vader Joannes Luttekes, die sinds 1899 met een smederij aan de Grootestraat was gevestigd dat later het adres Brugstraat 33 kreeg. De smederij was er in 1850 al op dit adres.

Crescendo
Bijna 48 jaren gaf Hendrik hij al zijn krachten aan Crescendo, waarvoor hem niets te veel was. Crescendo werd een deel van het leven. Helaas is Hendrik Luttekes niet oud geworden. Na een langdurige ziekte overleed hij op 66-jarige leeftijd op 11 december 1955 in het ziekenhuis in Zwolle. Met het verscheiden van de heer Luttekes ging een geziene figuur heen, die steeds voor de gemeenschap op de bres stond. Lees meer »

Reageren »

17 maart 2021

Canon van de Ommer: Albert Jan Immink (11)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    155 keer gelezen.

Een echte “vergaderboer” die zich ten dienste stelde voor de samenleving, zo kan Albert Jan Immink (1903-1970) uit Lemele omschreven worden. Naast zijn taak als boer vervulde Immink tal van publieke functies.

Albert Jan Immink in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “11. Albert Jan Immink”, de verzamelplek voor alles over Albert Jan Immink.

Hij was een gerespecteerd wethouder van de gemeente Ommen en jarenlang voorzitter van de Overijsselse Chr. Boeren- en Tuinders Bond. Ook op kerkelijk terrein was hij actief. Voor de toenmalige politieke partij Christelijke Historische Unie (CHU) heeft Immink ongeveer vijftien jaar tot 1963 zitting gehad in de provinciale staten van Overijssel en had eveneens zitting in het Landbouwschap. Voor zijn verdiensten bij de boerenbond ontving Immink in 1961 een Koninklijke onderscheiding.

Met de paplepel
Albert Jan Immink was betrokken bij de oprichting van de Oranjecommissie in 1938 en in 1948 bij de oprichting van een VVV in Lemele Het aantal functies was op een gegeven moment zo uitgebreid dat hij in 1959 bedankte om zich als kandidaat voor de verkiezingen van Tweede Kamer beschikbaar te stellen. Albert Jan komt uit het gezin van Berend Jan Immink en Hendrika Aleida Middeldorp met nog 6 broers en zusters. Politiek is hem van huis uit met de paplepel ingegoten, want vader Berend Jan Immink maakte van 1911 tot 1935 ook deel uit van de gemeenteraad, waarvan 8 jaar als wethouder. Na zijn afscheid neemt zoon Albert Jan Immink het stokje over en wordt in 1939 benoemd tot wethouder, als opvolger voor Jacob van der Boon.

Erve Immink
Tijdens zijn leven was Immink boer op “Erve Immink” aan de Lemelerweg in Lemele, een gemengd bedrijf van 26 hectare. Bij het boerenwerk wordt hij geassisteerd door zijn ongehuwde en inwonende broer Bernard, terwijl zijn vader Berend Jan ook zijn leven slijt op Erve Immink. Op 1 september 1938 trouwde Albert Jan met Jansje te Kiefte (1912-1991) uit Lemelerveld. Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren: Aat, Iet en Anneke.

Op 22 september 1962 raakte de Ommer wethouder betrokken bij een treinbotsing in Vilsteren waar hij één van de treinpassagiers is die op weg zijn naar Zwolle. De trein ontspoorde en vloog in brand. Immink belandt met brandwonden enkele dagen in het ziekenhuis. Alle reizigers overleven de ramp. Niet de man uit Vilsteren die met zijn bromfiets de onbewaakte overweg overstak.

Imminkhoeve
Op 3 maart 1970 overlijdt Immink. Hij is dan 66 jaar. “Erve Immink” die ruim drie en een halve eeuw het trotse bezit van de Imminks was geweest wordt verkocht. In maart 1972 komt de stichting Vakantiecentrum voor Gehandicapten tot stand en in december van dat jaar koopt deze stichting de “Erve Immink”, bestaande uit een boerderij met woongedeelte, twee stallen, een veldschuur, een schaapskooi en 3,6 hectaren grond. Uit respect voor de laatste bewoners krijgt het de naam “Imminkhoeve”, een vakantieoord voor mensen met een beperking.

Ter ere van Immink, die de belangen van het dorp Lemele met veel inzet vertegenwoordigde, is in Lemele een straat naar hem genoemd: de wethouder Imminkstraat.

Bron: Harry Woertink – 17 maart 2021

Reageren »

10 februari 2021

Canon van de Ommer: Gerrit Jan Seinen (10)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    325 keer gelezen.

Gerrit Jan Seinen (1902 -1989), een bijzonder persoon, maar wel iemand van woord en daad. Je kon op Seinen rekenen, iemand ook met een sociaal hart.

 Gerrit Jan Seinen in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “10. Gerrit Jan Seinen”, de verzamelplek voor alles over Gerrit Jan Seinen.

Als wethouder had Seinen een zwak voor werklozen en mensen die anderszins een beroep moesten doen op hulp en bijstand van de gemeente. Als wethouder was Seinen er altijd en had altijd een luisterend oor.

ARP
Als man recht door zee maakte Seinen maakte maar liefst 38 jaar deel uit van de gemeenteraad van Ommen. Begonnen in 1936 als raadslid en van 1945 tot 1974 ook wethouder als lid van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), in de zeventiger jaren opgegaan in CDA. Naast zijn wethouderschap was Seinen boer. De boerderij “De Höfte” aan de Bermerstraat was toen nog één van de overgebleven boerenbedrijven in de stad. In 1976 is de boerderij afgebroken om plaats te maken voor de bouw van een nieuw winkelpand. Seinen liet een nieuw huis bouwen op de hoek Voormars/Baron Fridagstraat. In zijn jonge jaren is Seinen actief in het kerkelijk jongerenwerk. Nog maar amper lid van de gemeenteraad richt Seinen in 1936 de Christelijken Besturenbond op. Hoofddoel is een comité voor werklozenzorg. Seinen wordt als voorzitter gekozen. De verwachting die dan uitgesproken wordt is dat Seinen een en ander krachtig aan zal pakken. Als lid van de gemeenteraad en in nog meer functies heeft hij getoond, daarvan verstand te hebben, wordt dan gezegd.

Zondagsrust
Over de zondagsrust is Seinen principieel. In 1938 dient Seinen dan een motie in over het verbieden van het venten met ijscokarretjes op zondag als nummer 5 zich aandient voor een ventvergunning. In 1954 is een uitvoerige discussie in de raad over de openstelling op zondag van het nieuwe zwembad. Volgens Seinen: “De winkels zijn ook dicht; zij die de zondagsrust niet respecteren moeten dit maar leren.” In 1968 maakt Seinen 30 jaar deel uit van de gemeenteraad en wordt geridderd in de orde van de Oranje-Nassau. Burgemeester mr C.P. van Reeuwijk heeft de eer heb de decoratie uit te reiken. Tijdens een hearing van politieke partijen in Nijverdal heeft Seinen de lachers op zijn hand als hij fulminerend ten strijde trekt tegen de gewestvorming door gemeenten. ”Volkomen overbodig. Wij hebben in onze gemeente nog een heleboel nodig, maar geen gewest”, aldus trekt Seinen in 1973 van leer.

Militair oefenterrein
Als de gemeente Ommen in beeld is voor de komst van een nieuw militair oefenterrein stelt wethouder Seinen eerst het volk te willen beschermen en dan pas de natuur. “Kom en we zullen jullie gastvrijheid verlenen”, tekent een krant in 1970 op als Seinen om commentaar wordt gevraagd. Legeroefeningen en toerisme kunnen toch niet samengaan? is dan de vraag die Seinen wordt voorgelegd. Seinen: “Als dat zo mocht zijn heb ik liever, dat de helft van die toeristen uit Ommen verdwijnt, dan dat zij hier oefenende militairen voor de voeten zouden lopen. Je moet gewoon wat het zwaarst is het zwaarst laten wegen. Geen toerisme zonder vrijheid en geen vrijheid zonder leger. Trouwens met die toeristen zal het dacht ik zo’n vaart niet lopen. Ook nu al zijn er regelmatig in Ommen militaire oefeningen. Man, ik mag de natuurbeschermers niet horen praten, daar erger ik me vreselijk aan. Moet ik mijn vrijheid verliezen omdat er zo nodig een paar bloemetjes en boompjes en beestjes bewaard moeten blijven? Laat de cavalerie er maar overheen daveren. Het zal mij een zorg zijn. Lees meer »

Reageren »

13 januari 2021

Canon van de Ommer: Friedrich Karl (Karel) Seemann (9)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    236 keer gelezen.

Iemand in het rijtje van personen die veel betekend hebben voor een ander is Friedrich Karl (Karel) Seemann (1899 – 1978) uit Junne.

 Friedrich Karl (Karel) Seemann in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “09. Friedrich Karl (Karel) Seemann”, de verzamelplek voor alles over Karel Seemann.

Karel Seemann was niet zomaar een inwoner van Junne. Als veelzijdig ambachtsman stond Seemann altijd voor iedereen klaar. Als fietsenmaker, loodgieter, smid, monteur van landbouwmachines en als taxichauffeur. Hij was er altijd voor zijn buurtgenoten. Seemann was iemand met opmerkelijke talenten die hij inzette voor anderen. Voor zijn belangrijke rol ten dienste van de samenleving is Seemann dan ook in 2011 geëerd met een eigen straatnaam in Junne. Een deel van de Dieselweg kreeg toen de naam “F.K. Seemannweg” met de toevoeging onder het straatnaambordje van de volgende de tekst: “Hij stond zijn leven ten dienste van een ander. Junne herdenkt hem met dankbaarheid”.

Lüps
Landgoed Junne was eigendom van de Duitse fabrikant en grootgrondbezitter Lüps. De jongste zoon van deze familie erfde het landgoed in 1888, toen groot 1040 hectare. Vijftig jaar is de buurtschap in bezit geweest van de familie Lüps, die voor het beheer een rentemeester aanstelde. Eerst was dat de heer De Zeeuw en vanaf 1892 Alexander Seemann (26-9-1862), getrouwd met Christine Alwina Sonnenschein (14-9-1859). Zij kwamen vanuit Aussermund in Duitsland in Junne wonen. Er was voor de rentmeester een nieuwe woning gebouwd met de naam “Weidmannsheil”, een jagersgroet.

Gezin Seemann
Zoon Karel Seemann werd op 20 december 1899 geboren in Junne. Naast Karel waren er nog 3 kinderen in het gezin Seemann: de oudste, broer Alexander en twee zussen: Agnes Maria en Alwine Alice. Alexander junior was de vader van de bekende schrijver Broos Seemann. Vader Alexander Seemann overleed op 4 mei 1944. In het huishouden van de familie Seemann was de uit Duitsland afkomstige Anna Munstermann werkzaam als huishoudster. Dat bleef ze doen ook na het overlijden van de moeder van Karel Seemann in 1952.

Technische knobbel
Na de school was Karel een ambtelijke baan toebedacht ver buiten zijn geboortegrond. Maar tot grote teleurstelling van zijn ouders was dat slechts van korte duur. Hij keerde terug naar Junne om er nooit meer weg te gaan. Gelukkig bezat hij voor het opbouwen van een bestaan een technische knobbel. Karel besloot dan ook een eigen bedrijfje op te zetten in het moffelen van fietsen met een zelf geconstrueerde oven die nieuw aangebrachte lak moest verharden. Ook begon hij als rijwielhersteller en loodgieter met daarnaast een houtzagerij en boerenbedrijf met 12 koeien. Het slaan van waterpompen had hij geleerd als leerling bij loodgieter Dijks in Ommen. Een houten schuur bij de woning was zijn werkplaats. In de houtzagerij “De Witte Delle” gelegen bij de woning “Weidmannsheil” zaagde Seemann veel hout uit de bossen van Junne. In de dertiger jaren trok hij ook met een dorsmachine langs de boeren voor het dorsen van graan.

Taxi
Karel Seemann was naast baron Bentinck tot Buckhorst in Beerze een van de eersten die in het bezit was van een auto. Hij heeft daarmee tal van moeders met baby naar het Groene Kruisgebouw gebracht aan de Beerzerweg in Junne of als het nodig was ging met de wijkverpleegkundige met de taxi de boer op. Seemann was ook een van de eersten met een telefoonaansluiting en deed zo dienst als telefoonpost om boodschappen in de buurt over te brengen. Naast zijn vele beroepen had Seemann als hobby het jagen en vissen. In 1935 wordt Weidmannsheil verbouwd. De ongetrouwde Karel Seemann blijft bewoner, samen met huishoudster Anna Munstermann. Op 30 maart 1978 overlijdt Seemann en wordt begraven op het kerkhof van de RK-kerk in Ommen. Anna Munstermann gaat terug naar haar familie in Duitsland. In Junne viel een leegte toen de laatste Seemann, die zoveel betekend had, niet meer onder hen was.

Bron: Harry Woertink – 13 januari 2021

Reageren »

9 december 2020

Canon van de Ommer: Dieks Makkinga (8)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    834 keer gelezen.

De geboren en getogen Ommer Hendrikus (Dieks) Makkinga (4-11-1919 – 24-1-1995) was oprichter en grote inspirator van het historisch tijdschrift “De Darde Klokke”.

 Dieks Makkinga in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “08. Dieks Makkinga”, de verzamelplek voor alles over Dieks Makkinga.

Het werk dat Dieks met zoveel inzet en liefde deed voor de “Darde Klokke” is nog steeds een aansporing voor de huidige makers van het blad.

Plat Proat
Dieks had een grote liefde voor de eigen streektaal. Als dialectschrijver was hij zeker geen onbekende. In het “Nieuws uit Ommen” vulde hij sinds 1984 wekelijkse zijn rubriek “Platproat” waar hij de dingen van de dag aan de vork stak, maar ook onrecht of misstanden niet uit de weg ging. Het doen of laten in het gemeentehuis was vaak voor hem een geliefd onderwerp. Dieks had de gave om zijn gedachten op een mooie wijze in zijn eigen streektaal op papier te zetten. Van zijn hand verschenen vele gedichten en streekverhalen in het dialect. Een groot ideaal dat hij koesterde was, dat ook zij, die het dialect niet beheersten, het konden lezen of spreken. Dieks was iemand die met grote toewijding en met een opmerkelijk goed humeur, de dingen deed. Ook was hij iemand die de gave en ook de wil had om aan te pakken en door te zetten. Dieks is jarenlang schoen- en zadelmaker geweest. Hij had een eigen werkplaats aan de Gasthuisstraat waar hij ook met zijn gezin woonde. In zijn jonge jaren ambieerde hij een baan bij de buitendienst van gemeentewerken hetgeen hij tot zijn pensionering heeft vol gehouden. In zijn leven heeft Dieks Makkinga heel wat meegemaakt, mooie maar ook trieste gebeurtenissen.

Betrokken
Makkinga voelde zich zeer betrokken bij het wel en wee van de gemeente en de regio en trad regelmatig op als actievoerder als hij meende dat het historisch besef te veel naar de achtergrond verdween. Voor regionale kranten en omroep was hij ook een vaak gevraagde gast. In 1955 was Dieks Makkinga oprichter van het comité “Ien Nedersaksen” met als doel een verenigd Saksenland én om de Drentse vrijheidsstrijd bij Ane te herdenken. Hij wist steeds meer historici en andere belangstellenden te interesseren voor de Slag bij Ane. Vooral omdat de veldslag van grote historische betekenis is en ook in navolging van de Friezen die elk jaar stil staan om de Slag bij Warns (1345). Dieks was van mening dat ook in Ane een monument moest komen. Er werden financiële acties opgezet, waarbij de schooljeugd uit Ommen in 1957 de eerste aanstoot gaf met een inzamelactie die 350 guldens opbracht.

Slag bij Ane
In 1961 werd onder leiding van de schoenmaker uit Ommen de eerste herdenking gehouden in het dorpshuis van Gramsbergen. Ook alle jaren daarna kwamen op de laatste zaterdag in juli belangstellenden bijeen voor de herdenking van de Slag bij Ane. Echter, een monument was er nog steeds niet. Makkinga gaf niet op maar zette door. Zo wist hij een stukje grond aan te kopen in Ane waar het monument zou moeten komen. In 1966 werden hier de eerste zwerfkeien geplaatst als aanzet voor een herinneringsmonument. Op 29 juli 1967 was het zover dat een eenvoudig uit grote en kleinere stenen bestaand herinneringsmonument kon worden onthuld. Op een van de gedenkstenen is de volgende tekst gebeiteld: “Slag bij Ane, 28 juli 1227. Deze dag was het treffen tussen de bisschop van Utrecht Otto van Lippe met diens leger en de Drenten onder leiding van Rudolf van Coevorden.”, gevolgd door de namen van de initiatiefnemers van het monument: H. Makkinga, F.J. Schuurman, ds. H. van Lunzen en A. Regeling. Lees meer »

Reageren »

11 november 2020

Canon van de Ommer: Gerrit Steen (7)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    429 keer gelezen.

Wie een duik in de geschiedenis van Ommen wil nemen kan bijna niet zonder het ‘kompas’ van geschiedschrijver Gerrit (Gait) Steen (13-08-1904, 11-07-1992).

 Gerrit Steen in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “7. Gerrit Steen”, de verzamelplek voor alles over Gerrit Steen.

Met name zijn in 1982 verschenen geschiedenisboek “Ommen rond de 19e eeuw” geeft richting hoe historisch de ontwikkeling in de negentiende eeuw is verlopen. Steen’s bijdrage tot de geschiedenis van Ommen werd uitgegeven door de gemeente Ommen ter gelegenheid van de officiële ingebruikname van het gemeentehuis. Al met al een mooie bijdrage die de rijke geschiedenis van Ommen vast houdt en waar belangstellenden voor de lokale geschiedenis graag op terug grijpen.

Zo was het…
Daarnaast is Steen auteur van het in 1948 uitgegeven boek “De geschiedenis van Ommen”, die hij samen met het hoofd van de landbouwschool Willem Veldsink (1903-1973) samenstelde ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Ommen als stad. Dit boek werd toen gedrukt en uitgeven door de plaatselijke drukkerij G. Veldhuis. Met “Zo was het… plaatjes uit het oud Ommen en zijn omgeving” gaf Steen ook een mooie inkijk in het verleden van Ommen. Dit populaire boekwerk met tientallen foto’s uit oud Ommen becommentarieerd verscheen in 1979 en was een initiatief van Wiechers Woonoase toen de familie Wiechers uit Dwingeloo in Ommen een filiaal vestigde. Verder heeft Steen bijgedragen aan onder andere de fotoboeken “Ommen in oude ansichten” (1970), “Kent u ze nog… de Ommenaren” (1972) en “Ommen verleden en heden” (1985).

Oud Ommer geslacht
Gerrit Steen komt voort uit een oud Ommer familiegeslacht. De oudheid- en geschiedkundige bij uitstek was 47 jaar in dienst van de gemeente Ommen. Vanaf 1940 als ontvanger-directeur bij het Gemeentelijk Elektriciteits Bedrijf (GEB). En toen de GEB in 1954 overging naar de IJsselcentrale werd hij gemeenteontvanger. Steen is altijd geïnteresseerd geweest in de historie van Ommen. In de beginjaren van de Oudheidkamer maakte Steen als secretaris deel uit van het stichtingsbestuur. Ook was hij bestuurslid van de Gemienschop van Oll Ommer, verzorgde hij lezingen over zijn geliefde Ommen en schreef hij voor het historisch tijdschrift De Darde Klokke.

Aan de samenstelling van het boek “Ommen rond de 19e eeuw” heeft Steen na zijn pensionering in 1974 verschillende jaren gewerkt. En dat in een tijd dat er nog geen internet bestond. Gait (dialect voor Gerrit) Steen woonde als laatste aan de Baron Fridaghstraat. Van hieruit bezocht hij met zijn auto verschillende archieven. De meeste keren kwam hij naar het archief van het Ommer gemeentehuis om zaken over de geschiedenis van uit te pluizen. Met zijn historische bijdragen leeft de naam van Gerrit Steen voort in de Ommer geschiedenis. Als eerbetoon voor de historicus is het in 1994 gebouwde woon-appartementencomplex op de locatie van de voormalige Marijkekleuterschool, gelegen tussen Hamsgoren en de Friesendorpstraat, naar Steen vernoemd en kreeg de naam “Steenhof”.

Bron: Harry Woertink – 11 november 2020

Reageren »

14 oktober 2020

Canon van de Ommer: Evert Dijk (6)

Categorie: Canon van de Ommer.    799 keer gelezen.

Evert Dijk (1914-1995) was voor Ommen wat voor Nederland de “Dichter des vaderlands” is. Talloze gedichten verschenen er van zijn hand.

 Evert Dijk in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “6. Evert Dijk”, de verzamelplek voor alles over Evert Dijk.

Onder de naam Evert “Diek” schreef hij gedichten voor allerlei soorten gelegenheden en deed dit dan vaak in het Sallands dialect. Als amateurhistoricus was Dijk bezig met het graven in de geschiedenis van zijn geliefde Ommen. Verhalen en onderzoeken van hem werden gepubliceerd in diverse kranten, tijdschriften en verenigingsbladen. Dijk heeft veel betekend voor de historie van Ommen. Na zeven jaar lager onderwijs en zondagsschool had Evert Dijk graag willen doorleren, maar zijn ouders vonden het beter dat hij een betrekking aannam als boerenknecht.

Buitenmens
Evert Dijk is zijn leven lang een buitenmens geweest. Hij groeide op in de Vinkenbuurt onder Ommen. Na boerenknecht geweest te zijn in de streek en zijn huwelijk met Hendrika Johanna Hamberg begon Dijk voor zichzelf in Ommen als zaadverkoper voor Turkenburg naast zijn boerderijtje aan de Rotbrinksweg. Later werd dat een hoveniersbedrijf.

Verzamelen
Hovenier Evert Dijk was een markante en vriendelijke man. Al op jonge leeftijd begon hij van alles te verzamelen wat maar met Ommen te maken had. In zijn werkvertrek waren de kasten gevuld met honderden historische boeken, tijdschriften en documenten. In de loop van der jaren had hij dan ook een groot archief opgebouwd. Van elke gebeurtenis werd een verhaal gemaakt. Waar de meeste geschiedenisboeken bepaalde situaties slechts summier omschrijven ging Dijk er dieper op in.

Gereformeerd
Vanuit Gereformeerd huize maakte Dijk zich in zijn jongensjaren sterk voor het vertonen van christelijke films in Ommen. Zijn kwaliteiten als schrijver en geschiedkundig onderzoeker kwamen al snel boven tafel. Dijk wist vanuit zijn eigen geheugen verhalen aan het papier toe te vertrouwen waarin hij de lezer als het ware aan de hand meeneemt, hoe hij is opgegroeid en hoe hij als boerenknecht heeft gewerkt. Vooral de buurtschap Vinkenbuurt werd duidelijk op de kaart gezet. Na zijn pensionering ploos de oud-hovenier nauwgezet de geschiedenis van Ommen uit. Van zichzelf zei hij: “Als je op latere leeftijd komt is het goed dat je wat om handen hebt en het scherpt je geest mirakels best”.

As de dag van gisteren
Het was de toenmalige archivaris van de Historische Kring Ommen, Gerrit Volkerink, die na het overlijden van Dijk de verhalen en gedichten onder ogen kreeg en het initiatief nam om die verhalen te bundelen in een boekwerk. Met de titel “As de dag van gisteren. Verhalen uit het leven van Evert Dijk” kwam dat boek er. Daardoor bleven niet alleen de gedichten en verhalen bewaard maar kwamen ook beschikbaar voor een breed publiek. Het eerste exemplaar van het fraaie boek werd op 23 maart 2004 officieel aangeboden aan burgemeester Arend ten Oever en de kinderen van Evert Dijk. Het boek is vooral een stuk levensgeschiedenis met een historisch beeld van de verschillende gebruiken in die jaren. De teksten zijn omgezet in goed leesbaar dialect. De verhalen grijpen terug op de periode 1920-1931. In het eerste deel wordt zijn jeugdperiode van 1920-1927 in de Vinkenbuurt en Balkbrug beschreven. Het tweede deel gaat over zijn ervaringen als boerenknecht gedurende de periode 1927-1931 waar hij schreef onder het pseudoniem “Derk van der Wal”. Lees meer »

1 Reactie »

9 september 2020

Canon van de Ommer: Jeanne Wilhelmina Speelman (5)

Categorie: Canon van de Ommer.    860 keer gelezen.

Iemand die dicht bij de mensen stond, sociaal met een goed hart. Zo kan barones Jeanne Wilhelmina Bentinck tot Buckhorst – Speelman (Leersum 14 februari 1889 – Zwolle 29 juni 1938) worden omschreven.

 Jeanne Wilhelmina Bentinck tot Buckhorst-Speelman in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “5. Jeanne Wilhelmina Speelman”, de verzamelplek voor alles over Jeanne Wilhelmina Speelman.

Jeanne Wilhelmina Speelman werd in 1889 geboren als jonkvrouw op kasteel de Wittenburg bij Wassenaar. In 1912 trouwde zij met Maximiliaan Robert baron Bentinck tot Buckhorst. Vanaf 1923 woonden ze samen in Beerze, vanaf 1925 op het nieuwgebouwde Huis Beerze. Als barones was ze erg geliefd bij de plaatselijke bewoners. Barones Bentinck-Speelman nam destijds het initiatief tot het bouwen van een Groene Kruis wijkgebouw met verpleegsterswoning, nu de woningen Beerzerweg 7 en 8, gelegen op de grens van Junne en Beerze. Ook zorgde zij dat de boerderijen voor de pachters sterk verbeterd werden.

Mevrouw Bentinck-Speelman was een verdienstelijk amateur tekenaar en schilder van portretten en landschappen. In de periode dat ze in Beerze woonde was het iemand die dicht bij de mensen stond. Ze werd dan ook door de buurtbewoners omschreven als een sociaalvoelend mens met een goed hart en een luisterend oor voor de noden van de bewoners van Beerze en Junne. Gul was ze ook, want wanneer bijvoorbeeld een zoon of dochter van een pachter trouwde, kreeg het stel tien gulden van de barones als huwelijkscadeau. Dat was voor die tijd een flink bedrag.

Verder regelde ze met grondruilingen dat beter geboerd kon worden. Helaas was haar goedhartigheid van korte duur. Nog maar 49 jaar jong verongelukte barones Bentinck tot Buckhorst-Speelman op 29 juni 1938 op de bij het landhuis gelegen onbeveiligde overweg van de spoorlijn Ommen-Mariënberg. Zwaargewond werd ze overgebracht naar een ziekenhuis in Zwolle, maar overleefde het ongeval niet. “Haar groot verstand, haar warme hart, haar groote artistieke gaven, haar geestkracht, stelden haar in staat scheppend te werken en dat heeft ze gedaan. Ze was een vrouw van de daad”, aldus een in memoriam die voor haar overlijden werd geschreven. “Haar liefde voor de natuur en het mooie van de oude behuizingen van het Overijsselsch landschap werkte opbouwend. Met welk een enthousiasme kon zij voor het behoud hiervan pleiten. Heldhaftig, zonder klacht, steeds aan anderen denkend is zij heengegaan”, aldus de in memoriam”.

Bescherming natuur
Ook de echtgenoot van barones Bentinck-Speelman, baron M.R. Bentinck tot Buckhorst, was in zijn omgeving een geziene figuur. Toen het echtpaar via Wassenaar en Wezep in Beerze kwam wonen zetten beiden zich in voor bescherming van de natuur. Omstreeks 1931 kocht baron Bentinck tot Buckhorst – die dus al in Beerze woonde – landgoed Junne van de familie Lüps, oorspronkelijk wonende Orsay bij Wesel, later op het landgoed te Velp. Deze aankoop deed hij om versnippering van het 1200 hectare grote landgoed te voorkomen. Landgoed Junne bestond toen uit verscheidene hectaren bos en ongeveer 16 boerderijen (voor het merendeel keuterbedrijfjes).

Toen baronesse mevrouw Bentinck-Speelman door het treinongeluk kwam te overlijden heeft baron Bentinck landgoed Junne verkocht aan de Levensverzekeringsmaatschappij Amstleven, voor de toen kapitale som van driehonderdduizend gulden. Na het overlijden van mevrouw Bentinck-Speelman hertrouwde de baron met barones Mary Schimmelpenninck van der Oye. Op 23 oktober 1959 werd baron Bentinck wederom weduwnaar en in 1961 overleed hij kinderloos. Barones Bentinck-Speelman ligt begraven op de begraafplaats aan de Hardenbergerweg in Ommen, terwijl barones Bentinck-Schimmelpenninck van der Oye en baron M.R. Bentinck zijn bijgezet in de familiegrafkelder op het landgoed achter Huis Beerze.

Bron: Harry Woertink – 9 september 2020

1 Reactie »

12 augustus 2020

Canon van de Ommer: Geslacht Mulert (4)

Categorie: Canon van de Ommer.    844 keer gelezen.

De naam Mulert is historisch nauw verbonden met Ommen. In 1305 kwam ridder Hessel Mulert met een bende ruiters naar het Oversticht om namens de Bisschop van Utrecht in deze regio orde op zaken te stellen.

 Het geslacht Mulert in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “4. Geslacht Mulert”, de verzamelplek voor alles over het geslacht Mulert.

In het jaar (1492) dat Columbus Amerika ontdekte was het de met Jonkvrouw Niesse van Ruyterborg gehuwde nazaat die voor een eerste vaste oeververbinding in Ommen zorgde. De nakomelingen van Hessel Mulert hebben op verschillende kastelen en havezaten in de omgeving gewoond, zoals de Cranenburg en de Leemcule bij Dalfsen. De familie Mulert evolueerde overigens in de loop van de tijd van roofridder tot notaris en kantonrechter. Het geslacht Mulert wordt nog steeds in herinnering gehouden met de naamgeving van de brug over de Vecht bij Ommen: Hessel Mulertbrug.

Twee takken
Het geslacht Mulert verdeelde zich in twee takken. Een tak trouwden met de Spaanse adel en de laatste afstammeling, waarmede deze tak uitstierf, was Don Mulardo, graaf van Auterippe. De andere tak bleef Overijssel bewonen en is door huwelijk aan nagenoeg alle riddergeslachten van Overijssel en Gelderland verbonden. Uit dezen tak zijn mannen voortgekomen, die op den loop van ’s landszaken hun stempel hebben gedrukt zoals onder andere Gerard Mulert, vermaard door rechtsgeleerdheid en kunde van krijgs- en staatszaken. Hij was rentmeester van Salland, had zitting in de Geheimen Raad van Keizer Karel V en was stadhouder ad interim onder George Schenk van Toutenburg in Groningen. Sommige van de Mulerts waren Drost en Schout te Lingen (in Westfalen), dat toen een bezit was van de Nassau’s.

Leemcule
In 1640 kwam de Leemcule bij Dalfsen (toen nog een havezate) in het bezit van de familie Mulert. De laatste havezatebewoner was Joachim Ernst baron Mulert tot de Leemcule, gehuwd met Anna Petronella Gravin van Nassau Woudenberg. De havezate werd in 1812 afgebroken om in 1823 op dezelfde plaats te worden vervangen door het huidige landhuis. Uit het huwelijk Mulert/Woudenberg zijn vier zonen geboren. Twee zonen bleven in Overijssel wonen. De oudste, Jacob Adriaan Mulert tot de Leemcule, was de vader van Frederik Willem Nicolaas Baron Mulert die in Ommen notaris zou worden. De jongste zoon, Frederik Christiaan baron Mulert tot de Leemcule, werd burgemeester in Dalfsen. Uit zijn huwelijk met H.M.D.R. van Omphal is ondermeer geboren Frederik Hendrik baron Mulert, die zijn vader, sinds 1811 burgemeester van Dalfsen, in 1844 opvolgde als burgemeester en in dat ambt bleef tot 1903.

Notaris
Frederik Willem Nicolaas baron Mulert (25-2-1821) wordt in 1852 benoemd tot notaris in Ommen en blijft dat tot zijn overlijden in 1895. Hij laat Huize Olde Vechte aan de Zeesserweg bouwen om er vervolgens te gaan wonen met zijn gezin met er naast zijn kantoor. In de voorgevel van dit herenhuis bevindt zich een gedenksteen met de naam van zijn oudste zoon A.J.A. Mulert. De notaris kon rechtstreeks van zijn huis over ‘Mulertsdiekie’ richting de molen aan Den Oordt wandelen. De rivier de Vecht doorsneed toen nog niet het beukenlaantje, zoals dat na de ‘verbetering’ van de Vecht wel het geval was. Behalve notaris is Mulert vanaf 1877 tot 1887 tevens plaatsvervangend kantonrechter bij het plaatselijk Kantongerecht. In 1895 overlijdt F.W.N. baron Mulert en in 1910 overlijdt ook zijn vrouw Elisabeth Cornelia Overgauw Pennis. De in leven zijnde kinderen zijn: 1. Anne Jacob Adriaan baron Mulert; 2. Maria Johanna Elisabeth baronesse Mulert; 3. Frederik Eliza baron Mulert; 4. Geertruidis Pieter Christiaan baron Mulert; 5. Johan Petrus Antoine baron Mulert; 6. Otteline Nicole baronesse Mulert en 7. Adriaan Marinus Leopold baron Mulert. Huize Olde Vechte, toen bekend als Zeesseroever, komt in het bezit van de zoon Johan Petrus Antoine baron Mulert. Deze is griffier bij het Kantongerecht in Kampen en wordt in 1908 benoemd tot kantonrechter in Ommen. De zoon ruilt het rustieke ‘Olde Vechte’ in 1921 met Jonkheer Adriaan Stoop voor het statige pand ‘Benvenuta’ aan de Voorbrug 9. Lees meer »

Reageren »

15 juli 2020

Canon van de Ommer: Maria Jacoba Tempelman (3)

Categorie: Canon van de Ommer.    954 keer gelezen.

‘Baker’ Maria Assendorp voorloopster van kraamverzorgster. ‘Vrouw’ Assendorp, werd ze in de volksmond genoemd als we het hebben over Maria Jacoba (Maria) Assendorp-Tempelman (1884-1970).

 Maria Jacoba Tempelman ofwel ‘Vrouw’ Assendorp
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “3. Maria Jacoba Tempelman”, de verzamelplek voor alles over Maria Jacoba Tempelman.

In de vorige eeuw was ze als baker betrokken bij het op de wereld brengen van tal van baby’s. Vroeger kon je niet aankloppen bij een Kraamzorginstelling, maar moest je zelf op zoek naar een “baker”. Deze was dan een aantal weken hulp in de huishouding en natuurlijk betrokken bij de verzorging van de baby. Baker Maria Assendorp regelde vanuit haar huis ook de spulletjes die nodig waren voor de kraamvrouw zoals bedden, ondersteken en bedverhogingen.

Kraamverzorgster
Een baker was wat we nu noemen kraamverzorgster. Ze begeleidde de vroedvrouw en was al een paar dagen vóór de bevalling in huis. Een baker moest iemand zijn met veel ervaring, liefst met eigen kinderen en met een zacht lichaam. Het waren toegewijde vrouwen, gehecht aan oude beproefde methodes. De baker was de rots, waaraan de onervaren jonge ouders zich konden vastklampen. De naam ‘baker’ komt van de term bakeren: na de bevalling werd de baby strak in doeken gewikkeld waarbij de armpjes stijf tegen het lichaam werden gedrukt. De langwerpige, lage mand of houten bak waarin de baker zat en de baby op schoot verzorgde, werd een bakermat genoemd. Hiervan afgeleid is de overdrachtelijke betekenis van de plek waar iemand geboren is of zijn opvoeding heeft genoten. Omdat bakers ongeschoold waren vertelden zij soms dingen die medisch gezien niet klopten, de zogenaamde bakerpraatjes.

Maria Tempelman werd geboren op 8 januari 1884 in Deventer en trouwde in 1909 met Hermannus Johannes (Herman) Assendorp (1880-1919). Tot aan de geboorte van hun derde kind in 1913 woonde het echtpaar Assendorp-Tempelman met hun (schoon)moeder aan de Zwolseweg. Daarna hebben ze nog even op het Vrijthof gewoond, in het huis waar later fietsenmaker Kleinlugtenbelt zijn werkplaats heeft gehad. In 1914 verhuisde de familie naar Julianastraat 11, later nummer 10. Naast haar op de Julianastraat nummer 9 woonden de wijkzuster Munneke en haar zus Grietje.

Spaanse griep
Tot groot verdriet overleed in de zomer van 1919 haar man Herman Assendorp en ook haar inwonende schoonmoeder, Johanna Assendorp-Westerik. Beiden als gevolg van de Spaanse griep. Schoonvader Antonius Assendorp, die brugwachter was, overleed in 1897. Het overlijden van Herman betekende dat ze er alleen voor kwam te staan. Niet alleen wat betreft de zorg voor haar kinderen, maar ook wat betreft de financiën. Het inkomen van haar man viel immers weg. Vanaf dat moment wierp ze zich op als baker. En niet zonder succes. Vele Ommer kraamvrouwen deden een beroep op haar, met name in de kom van Ommen omdat bij bevallingen in de buurtschappen de kraamvrouwen in de regel een beroep konden doen op hun naaste ‘Noabers’. Om haar huishoudpotje verder aan te kunnen vullen nam ze ook kostgangers in huis en kookte ze regelmatig in de keuken van hotel De Zon en voor particulieren. Verder kon Vrouw Assendorp ingeroepen worden voor het waken bij stervenden of het afleggen van overledenen samen met de begrafenisondernemer.

Groene Kruis
Toen ‘Vrouw’ Assendorp haar intrede deed als baker werden de kraamspullen van de in 1908 opgerichte Groene Kruis verplaatst van het magazijn in een barakje aan de Haven naar het huis van de baker. In de tuin van Assendorp stonden twee schuurtjes waarin de kraam en verplegingsspullen lagen opgeslagen. Lees meer »

Reageren »