микрозаймы

23 juni 2020

Ommer Bissingh ooit een van de drukst bezochte jaarmarkten in Overijssel

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    339 keer gelezen.

Op de tweede dinsdag van juli wordt al eeuwenlang de Ommer Bissingh gehouden. Een jaarmarkt vermoedelijk zo oud als de stad Ommen zelf, mogelijk nog ouder.

 Ommer Bissingh omstreeks 1937
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Ommer Bissingh”.

In de 19de eeuw was de Ommer Bissingh één van de drukst bezochte jaarmarkten in Overijssel en duurde drie dagen. Op maandag de linnenmarkt, op dinsdag de jaarmarkt en op woensdag de veemarkt.

Bissinghbel
Een oud Bissingh gebruik is het luiden van de Bissinghbel, een klein koperen luidklokje aan de vooravond van de Ommer Bissingh. De Bissingh begon toen op zondagavond na kerktijd al op gang te komen als de herbergen vol lopen met kooplui. Op maandagmorgen 11 uur luidde het klokje van het gemeentehuis de Ommer Bissingh in. De grote toeloop van de kooplieden leidde er in het verleden toe om de Bissinghbel te luiden als teken dat de standplaatsen op de jaarmarkt bij verloting zouden worden toegewezen. Het luiden van de Bissinghbel is steeds gebleven, toch zijn een aantal gebruiken rondom de jaarmarkt verdwenen. Dat waren het verplichte schoorsteenvegen en het wieden van de straten en stoepen. De Ommenaren waren als brandveiligheidsmaatregel verplicht hun schoorstenen te vegen eer de Ommer Bissingh begon. Deze verplichting werd ook door de gemeente gecontroleerd en eventuele gebreken aan de schoorsteen werden opgespoord. Verder was voorafgaande aan de Bissingh iedereen in de stad verplicht stoep en straat voor de woning van gras en onkruid te ontdoen.

Razend druk
Een dag op de Ommer Bissingh in vroegere jaren: het is er ‘s morgens al razend druk. Behalve over de weg was ook aanvoer met zompen over de Vecht, die in een lange rij aan de Vechtoever liggen afgemeerd. Boeren uit de buurtschappen zijn gekomen met hun kleedwagen. Daarop ook nog enkel biggen die ze van de hand willen doen op de veemarkt. Boeren van stand komen me hun sjees. Alle soorten van landbouwgereedschappen, linnen, lapjes, vaatwerk, aardewerk en goud en zilverwerk worden te koop aangeboden. Linnen en vee zijn de belangrijkste handelswaar. Op het Kerkplein zijn de lappenstoffen te vinden. Lees meer »

Reageren »

21 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (4)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    265 keer gelezen.

Van brand wil iedereen graag bespaard blijven. Als er dan brand is dan zijn onze spuitgasten meer dan welkom.

 Spuit I waar vroegere in Ommen brand mee bestreden werd.
Foto: Streekmuseum Ommen
Zie ook “deel 1”, “deel 2”, “deel 3” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Vroeger werd de burgerij min of meer verplicht om bij brand actief te zijn. Dat varieerde van het bedienen van de brandspuit en het gieten van het water tot oppassers om te voorkomen dat niemand op de slang ging staan en spoelen en drogen van de slangen na de brand.

De allereerste brandspuiten waren handbediende zuigerpompen, holle cilinders met een zuiger erin. Ze werkten als een soort grote injectiespuit met een handvat of hefboom voor de bediening. Ze konden maar een kleine hoeveelheid water bevatten en moesten telkens vanuit een emmer worden gevuld. Jan van der Heyden en zijn broer Nicolaas hebben de brandspuit in 1672 verbeterd door er een ‘zuigpomp’ en lederen brandslangen aan toe te voegen. Het benodigde water kon nu direct uit een put, sloot, gracht of rivier opgezogen worden. De spuit, die eerder naar de brand werd gedragen, werd al snel voorzien van wielen, zowel om als een kar of getrokken te worden met paarden.

Spuit I en Spuit II
In 1827 besloot koning Willem I dat alle gemeenten brandspuiten en andere blusmiddelen moesten aanschaffen. Ommen was in het bezit van 2 brandspuiten: Spuit I, de brandspuit met drukbol die zorgt voor een gelijkmatige druk op de waterstraal. Vier mensen moesten met behulp van bomen pompen. Verder Spuit II, die telkens met een emmer gevuld moest worden. Zowel Spuit I als Spuit II zijn in het bezit van Het Streekmuseum in Ommen.

De bestrijding van branden gebeurde van oudsher met emmertjes water die van hand tot hand werden doorgegeven. Een leren emmer behoorde dan ook tot de verplichte uitrusting van elk burger van Ommen. Het water kwam uit de Vecht of uit verschillende brandputten en -kolken. In Stad-Ommen was sprake van een 9-tal zogeheten publieke waterputten. Op het Vrijthof is een vroegere brandput gemarkeerd met een granieten deksel met daarop de tekst: “Brandput, anno 1860”. In 1872 kwam er nog een put bij. Alle waterputten werden aan het eind van de negentiende eeuw vervangen door stadspompen. Bij sommigen pompen bleef een waterreservoir voor brand. Lees meer »

Reageren »

13 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (3)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    342 keer gelezen.

Je kon erin trouwen, rouwen of als taxi gebruiken. Maar ook kon het gebruikt worden om de spuit van de brandweer er mee te vervoeren.

De auto voor deze motorbrandspuit deed in 1944 niet alleen dienst als brandweerauto, maar ook als rouwauto, ziekenauto en taxi.
Foto: OudOmmen
Zie ook “deel 1”, “deel 2” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Dat allemaal kon met een en dezelfde auto. Wat waren ze trots op hun brandspuit met dieselmotor. De brandspuiten stonden opgesteld in het brandspuitenhuisje dat gebouwd was tegen de muur van de Hervormde kerk op het Kerkplein. Bij brand kwam de (taxi) auto van garage Hurink snel voorgereden om de brandspuit aan te koppelen op weg naar de brand. Was het brandspuitenhuisje eerst te vinden aan de noordkant van de kerk. In 1848 werd de zuidkant van de kerk naast de consistoriekamer als betere locatie geschikt geacht. Later toen het opnieuw verbouwd moest worden en ook het platte dak vervangen moest worden door een aflopend dak stak de kerk daar een stokje voor. Het licht zou worden weggenomen uit het onderste gedeelte van een raam. Daarom werd toen op dezelfde plaats een nieuw huisje gebouwd met de deuren naar het zuiden. Tegelijk werden een 20-tal emmers aangeschaft. Het brandspuitenhuisje heeft dienstgedaan tot 1961, toen werd het afgebroken.

Instructie bij blussen van brand
In 1900 is een nieuwe “Instructie bij het blussen van brand” vastgesteld met een opperbrandmeester, 6 brandmeesters en zoveel manschappen als nodig waren, 3 pijpgasten, één zakkendrager en een bode. De manschappen kwamen onder bevel van de brandmeesters te staan. Deze laatste was kenbaar aan een stok, ringsgewijze geverfd met de kleuren rood en wit en voorzien van een knop, waarop de letters van de spuit waartoe zij behoorden. De anderen hadden als onderscheidingsteken een leren, zwartgelakte klep met een koord om de hals gedragen, voorzien van de letter van de spuit. Op 16 mei 1913 breekt brand uit bij B.J. Grootenhuis aan de Brugstraat met als gevolg een grote vuurzee. Omdat de brandweer het niet alleen aan kan wordt hulp ingeroepen van de brandweer van Dalfsen. Als men de brand ‘meester’ is zijn vijf huizen in de as gelegd. De geleende spuit wordt door vrachtrijder Steen met twee paarden teruggebracht naar Dalfsen. Er volgt nog een rekening van de wagenmaker die de spaken van de vier wielen van de Dalfser brandspuit heeft moeten vernieuwen. De burgers die zich hadden ingezet bij deze bluswerkzaamheden worden beloond met 10 cent per uur en wachthouders in de nacht krijgen 15 cent per uur. Een bijkomstigheid was nog dat opperbrandmeester Peter Oldeman drie dagen na de brand nog steeds hees was van het commanderen. Aangezien Oldeman tijdens de brand moeilijkheden kreeg met de marchaussee, die hem zijn bevoegdheden op het terrein van de brand betwistten, kreeg Oldeman voortaan een pet met het wapen van Ommen als teken van rang en bij een volgende brand daar geen onduidelijkheden meer over konden ontstaan.

Lees meer »

Reageren »

8 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (2)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    344 keer gelezen.

Brand was vroeger een ramp. Een brandverzekering was er nog niet. De stad had brandwachten en brandputten.

Oefening van de brandweer op de Bleek bij Makkinga’s Molen in 1925.
Foto: OudOmmen
Zie ook “deel 1” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

In 1730 was voor het verkrijgen van het burgerrecht van de stad Ommen behalve een flinke som geld ook een leren brandemmer voor de brandweer een verplichte bijdrage. In 1841 had de stad Ommen de beschikking over 2 brandspuiten, 20 emmers, 160 brandhaken en 50 bijlen.

Brand, brand
Brand! Brand! klinkt het uit verschillende monden op woensdag 8 augustus 1822 als Ommenaren vuurtongen boven hun stadje zien en witte rookpluimen. Ook Egbert Brinkman ontdekt vanaf zijn land iets buiten de kom van Ommen dat het niet pluis is en keert snel te voet naar huis, achterna gekomen door zijn vrouw en kinderen. Dicht op de plek des onheils ziet Brinkman tot grote ontsteltenis dat zijn huis in lichterlaaie staat. En niet alleen van hem maar ook belendende percelen staan in vuur en vlam. De huizen branden als een fakkel. Vuurheren treden regelend op bij pogingen de brand te blussen. De slang van de brandspuit is op de naburige brandkolk aangesloten en inwoners staan rij in rij om telkens de met water gevulde leren emmers op de vuurhaard te gooien. Iedereen doet wat hij of zij kan. Uit de gevaar lopende huizen worden goederen weggesleept. Maar het mag allemaal niet baten. Totaal gaan 30 huizen en twee schuren in vlammen op.

In de krant
De krant van toen bericht het volgende over de grote brand in Ommen: “Ommen den 8 augustus 1822. Heden namiddag, omstreeks vier uren, ontstond alhier brand in de schuur van den arbeider Egbert Brinkman, welke dadelijk tot diens daaraan gelegene woning oversloeg en zoo geweldig toenam, dat, niettegenstaande alle aangebragte hulp, in minder dan één uur tijds dertig huizen en twee schuren eene prooi der vlammen werden. Eenenveertig gezinnen (circa één vijfde der bevolking dezer stad) zijn hierdoor van huisvesting en het grootste gedeelte hunner goederen beroofd en, meerendeels, in de diepste armoede gedompeld; waaruit zij alleen door krachtdadige hulp van menschenvrienden kunnen geholpen worden”.

De brand blijkt te zijn ontstaan in de schuur van Egbert Brinkman. Zijn kinderen van respectievelijk 8, 6 en 4 jaren hebben vermoedelijk vuur in de schuur gebracht toen zij – terwijl de moeder in de buurt van het huis aan het werk was – alleen thuis waren. Omstreeks drie uur ging mevrouw Brinkman met haar kinderen naar het veld om te helpen bij de roggeoogst. Onderwijl smeulde het vuur verder en omstreeks vier uur brak de brand uit die razendsnel om zich heen greep.

Lees meer »

Reageren »

5 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (1)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    476 keer gelezen.

De meeste huizen in Ommen waren vroeger van hout en voorzien van rieten- of strooien daken. Het gevaar voor brand was dan ook bijzonder groot.

 1913 – Grote brand in de Brugstraat, waarbij huizen in de as werden gelegd.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Het komt dan ook nog wel eens voor dat het stadje door brand wordt geteisterd. In 1517 kreeg Ommen ook met een grote brand te maken en werd bijna geheel in as gelegd. Er waren meerdere branden in de loop der tijd. Uit de Stadswillekeur blijkt dat een grote brand in 1624 Ommen bijna geheel verwoest. Om elf uur breekt brand uit en na een uur is Ommen in as verteerd vanaf de Heilige Geest (Gasthuis aan de tegenwoordig Gasthuisstraat) tot aan de Vecht. Niets blijft gespaard. Ook de kerk met het fraai gewelf en schoon interieur ontkomt niet aan de brand, zo meldt de Stadswillekeur.

Brandspuit
Om zich tegen branden te weren wordt door het Stadsbestuur eerst in 1743 besloten om een brandspuit aan te schaffen. Deze wordt geleverd door de koperslager Jan Steenbergen uit Deventer. De bediening van deze handspuit wordt opgedragen aan de burgerij. Ieder jaar werd een lijst vastgesteld voor de burgers waarin hun taak wordt omschreven bij voorkomende branden. De taken bij brand waren: “Lullemans”, “Watergieters in het net”, “Oppassers dat niemand op de slange treed” en “Pompers aan de brandspuit”. Was de brand meester dan waren de werkzaamheden: “Om de spuit te spoelen en de slang op het choor en spuit bij het spuitenhuisje te brengen” en tot slot ”Om de spuit in order te brengen en de slange te droogen”. Er werd streng op toegezien of iedereen zijn taak stipt uitvoerde. Ook worden verschillende voorschriften en bepalingen ingesteld om branden te voorkomen. Voor de handhaving worden “Vuurwagters” aangesteld ook wel “Vuuurheeren” of “Pijpenpasser” genoemd. Ze moeten erop toe zien dat dat niemand op onvoorzichtige wijze met vuur omgaat. Zo mag bijvoorbeeld niemand in de binnenstad vlas, hennep of andere brandende stoffen bij vuur of in ovens drogen. In kasten, spinden of dergelijke ruimten is het bewaren van vuur verboden. Ieder ingezetene moet thuis een ijshaak hebben van 16 voeten lang.

Roken verboden
Het is verboden om in de maanden mei, juni, juli en augustus des avonds na 9 uur en vóór zonsopgang op straten, stegen en wegen tabak roken. Ook het roken bij “winderig of vorstig weer, hetzij dat er water of geen water voor de deuren is” is taboe. Buitenshuis roken mag slechts op plekken waar geen brandend stof aanwezig is en als er dopje op de pijpenkop zit. De schoorstenen van de huizen worden regelmatig door de “Vuurwagters” gecontroleerd op gaten en scheuren. Iedereen is verplicht zijn schoorsteen elk jaar voor de maand mei te laten vegen. Lees meer »

Reageren »

4 mei 2020

Dodenherdenking anders dan andere jaren

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding, Oude gebruiken & tradities.    294 keer gelezen.

OMMEN – Door de coronamaatregelen is Dodenherdenking op 4 mei 2020 anders dan in voorgaande jaren verlopen.

 Bloemen op het monument Kamp Erika
Foto: Harry Woertink

Het advies was om thuis te blijven en in de woonkamer of de tuin alle slachtoffers te herdenken die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog om zijn gekomen. Ceremonies werden afgelast. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei riep Nederlanders op om de vlag de hele dag halfstok te hangen. Normaal gesproken mag dat pas vanaf 18.00 uur.

Kransen en bloemen
In Ommen werden bij verschillende monumenten kransen en bloemen gelegd. Door alle beperkingen in verband met het Coronavirus werd niets officieel georganiseerd. Ieder die dat wilde bezocht in de loop van de dag een monument om bloemen achter te laten. Bij het oorlogsmonument aan de muur van het Ommer gemeentehuis legde burgemeester Hans Vroomen en Klazien Wienen van het 4 en 5 mei comité een krans. Dat deden Hans van Bruggen van de Stichting Ommen 75 jaar Vrijheid en Alice van den Nieuwboer namens de Oranjevereniging Ommen ook.

Bij het nieuwe monument op de Besthmenerberg, dat herinnert aan gevangenenkamp Erika, werden in de loop van de dag ook bloemen gelegd. Er waren vazen met water geplaatst. Ook werd het monument door bezoekers gemarkeerd met kleine kiezelsteentjes. Het monument geeft weer hoe vroeger de houten barakken van het kamp er uit hebben gezien waar de gevangenen werden vernederd, gemarteld en vermoord.

Bron: Harry Woertink – 4 mei 2020

Reageren »

24 april 2020

Koninklijke onderscheiding voor Ben Wösten – Lid in de Orde van Oranje-Nassau

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    388 keer gelezen.

OMMEN – Ben Wösten (81) uit Ommen heeft vandaag een koninklijk onderscheiden gekregen in de graad van Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

 Ben Wösten (archieffoto)
Foto: Harry Woertink

Hij kreeg deze koninklijke onderscheiding voor het vrijwilligerswerk dat hij heeft gedaan en nog steeds doet voor onder andere het Streekmuseum, de Darde Klokke en de Kringloopwinkel. Burgemeester Hans Vroomen verraste vanmorgen de niets vermoedende Wösten persoonlijk met een telefoontje om hem mee te delen dat hij voorgedragen is om gedecoreerd te worden. Door de Coronavirus moet de daadwerkelijke uitreiking van het lintje nog even achterwege blijven. Later dit jaar komt er één landelijk moment waarop het opspelden van het lintje alsnog zal gebeuren. De Staatscourant publiceert vandaag om 13.00 uur een speciale editie, waar in landelijk de gedecoreerden worden aangekondigd.

Actief
Herman Bernard (Ben) Wösten, geboren in 1939 in Barger-Oosterveld, gemeente Emmen, verhuisde samen met zijn gezin in 1970 voor zijn werk naar Ommen. Al in zijn jonge jaren was Wösten geïnteresseerd in lokale geschiedenis. Na een loopbaan bij de vakbond ging hij zich daarin verder verdiepen. Voor het historisch tijdschrift de Darde Klokke is Wösten verhalen gaan schrijven. Een vijftigtal artikelen van zijn hand leidde er toe dat in 2017 een boek uitkwam onder de titel: “Ommen in vijftig verhalen”. Over zijn geboortedorp Barger-Oosterveld schreef Wösten maandelijks een verhaal voor de plaatselijke dorpskrant. Ook deze verhalen zijn gebundeld in boeken: “Vrogger” (Vroeger) en “Barger-Oosterveld, heden en verleden”.

Wösten is voorts vrijwilliger bij het Streekmuseum, onderdeel van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO), waar hij lid is van de werkgroep boerderij- en veldnamen. De werkgroep heeft bijvoorbeeld alle 450 boerderijen in de Ommer buurtschappen in kaart gebracht. Ook is Wösten vrijwilliger bij het Kringloopbedrijf Ommen. Eerder was Wösten actief betrokken bij het vroegere natuurinformatiecentrum in de Besthmenermolen en bij de organisatie van de Ommer Molendagen. Verder is Wösten bestuurslid van de IJsvereniging in Ommen geweest, voorzitter van de Stichting Meerdaagse Reizen 55-plus in Ommen en secretaris van de Bouwbond afdeling Barger-Oosterveld en actief in de Landarbeidersbond.

Gerrit Jan Hallink
Behalve Wösten is ook Gerrit Jan Hallink uit Lemele (geboren 1959) gedecoreerd in de graad van Lid in de Orde van Oranje Nassau. Hij is actief in het kerkelijk werk van Lemele, voorzitter van Plaatselijk Belang Lemele en lid van de werkgroep oude ambachten en werktuigen van ’t Lemels Arfgoed. Daarnaast is hij 8 jaar gemeenteraadslid geweest voor de Lokale Partij Ommen.

Bron: Harry Woertink – 24 april 2020

2 Reacties »

22 april 2020

Geen Ommer Bissingh en geen Blaasorkestenfestival door Covid-19

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    240 keer gelezen.

OMMEN – Het bestuur van de stichting Ommer Bissingh Evenementen heeft naar aanleiding van de persconferentie van Minister-President Rutte aangaande de bestrijding van Covid-19 op dinsdag 21 april, helaas moeten besluiten om alle evenementen voor de zomer van 2020 af te gelasten.

Dit geldt ook het Blaasorkestenfestival dat in het eerste weekend van september wordt gehouden.

De Ommer Bissingh in 2019
Foto: Stichting Ommer Bissingh Evenementen

Geen Ommer Bissingh
Hoe bijzonder dit is, blijkt wel uit het gegeven dat ervoor zover bekend alleen in de oorlogsjaren 1940-1945 geen Ommer Bissingh (jaarmarkt) is gehouden. “Als bestuur, commissies en vrijwilligers van de stichting Ommer Bissingh Evenementen vinden we dit natuurlijk heel erg jammer, maar de gezondheid van een ieder staat op de eerste plaats”, aldus het bestuur.

Het bestuur van de Ommer Bissingh wenst alle direct of indirect getroffenen veel sterkte toe in de komende tijd. We zien u graag in goede gezondheid op onze evenementen in 2021. Pas goed op jezelf en op elkaar.

Bron: Stichting Ommer Bissingh Evenementen – 22 april 2020

Reageren »

19 april 2020

Giethemer kerkpad en Giethemer kerkbrugje

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    372 keer gelezen.

Een bijzonder pad in Giethmen is het kerkpad met voetbrugje, ook wel het Giethemer kerkbrugje genoemd. Het Giethemer kerkpad pad loopt vanaf de buurtschap Giethmen naar Ommen.

 Het Giethemer Kerkbrugje bij Giethmen in de steigers voor reparatie.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Giethemer Kerkpad”.

Kerkgangers uit Giethmen liepen deze afstand elke zondag om de kerk in Ommen te bezoeken. Het was in de regel ook de kortste afstand naar Ommen voor een bezoek aan de wekelijkse (waren)markt. De rivier Regge werd toen overgestoken met een zelf bedienend bootje. Als dat niet kon werd gebruik gemaakt van de verderop gelegen Nieuwebrug of Laarbrug.

Voetbrugje over de Regge
Voor het eerst werd het als voetbrugje bedoelde oversteek over de Regge aangelegd omstreeks 1905, toen ook de Regge als rivier werd verbeterd. De eigenaar van landgoed Vilsteren, destijds de heer Pathuis Cremers, betaalde de aanlegkosten van het ijzeren voetbrugje in ruil voor het jachtrecht in Giethmen. Het Giethemer voetbrugje met een ophaalsysteem om boten ongehinderd te kunnen laten passeren kwam in eigendom van de gemeente en ook de onderhoudskosten. In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd regelmatig gesteggeld over het onderhoud. De gemeente was van mening dat de onderhoudskosten ook voor rekening van de bewoners van de buurtschap Giethmen kwam à 25 gulden gedurende dertig jaar. In 1987 heeft de gemeente Ommen het voetbrugje volledig vernieuwd. De ophaalconstructie die de vorige brug wel kende is toen in hout nagemaakt en werkt ook niet als zodanig. Het kerkpad en voetbrugje wordt veel gebruikt door fietsers en wandelaars.

Reparatie
Momenteel staat het kerkbrugje in de steigers voor een reparatie. Aannemer Salbam uit Vilsteren is bezig met het vervangen van de gescheurde houten bovenligger. Het laatste halfjaar werd met noodvoorzieningen de brug ondersteund. Ook worden er nieuwe schoren geplaatst en de kettingen vervangen. Door deze werkzaamheden is het kerkbrugje afgesloten tot 24 april 2020. Er zijn plannen om het brugje over een aantal jaren helemaal te vervangen.

Bron: Harry Woertink – 19 april 2020

Reageren »

13 maart 2020

Demonstratie Palmpasenstok maken in Ommen – 28 maart 10.30 uur in Oldenhaghen

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    296 keer gelezen.

OMMEN – De tweede zaterdag voor Pasen is het weer zover: de optocht van “Zwaanties op ‘n stökkie”, of te wel de jaarlijkse Palmpasenoptocht in Ommen.

 Archieffoto van een eerder gehouden demonstratie van het versieren van een Zwaantje op stok; achter Gerrit Steen die uitleg geeft.
Foto: Harry Woertink

Een oude traditie waar een stoet jongeren met een versierde Palmpasenstok onder begeleiding van muziek door Ommen trekt. De Palmpasenoptocht voor de kinderen wordt in ere gehouden door de Gemienschop van Oll Ommer, een vereniging die zich inzet om Ommer tradities overeind te houden.

Kunst van het versieren
Om de kunst van het versieren van een Palmstok onder de knie te krijgen organiseert Oll Ommer op zaterdag 28 maart om 10.30 uur voor belangstellenden een demonstratie over het versieren van een zwaantje op stok. De demonstratie is voor iedereen toegankelijk en wordt gehouden in Oldenhaghen aan de Hessel Mulertstraat 22 in Ommen. Deelname is gratis. Om over voldoende materialen voor een ieder te beschikken, is opgave vooraf beslist nodig. Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij Gerrit Steen via email 8147re5@hetnet.nl, bellen kan ook 0529-454181.

Startpakket
“Iedereen kan met legen handen komen, maar we laten niemand met lege handen gaan”, zegt Gerrit Steen, voorzitter van Oll Ommer. “Voor de deelnemers is er een gratis startpakket, bestaande uit een geschilde stok, buxustakjes, voorgeboorde snoepeitjes, krenten, rozijnen en een sinaasappel. Dit zijn de juiste ingrediënten voor een originele Ommer Zwaantie op ’n stökkie. Een folklore-deskundige zal aan de hand van voorbeelden iedereen wegwijs maken in de geheimen van het versieren van de traditionele paasstok. Niet bij iedereen is bekend hoe een echte Palmpasenstok gemaakt moet worden. Daarom geven we uitleg hoe een Palmpasenstok versierd moet worden”.

Laat de Ommer Zwaan niet sterven
Om de mooie traditie in ere te houden zet Oll Ommer alles op alles. “Laat de Ommer Zwaan niet uitsterven” verzucht Steen, “Deze traditie moeten we overeind zien te houden. Al in het begin van de vorige eeuw was de Palmpaasoptocht een begrip in Ommen. Daar waar in andere plaatsen versierde broodhaantjes het belangrijkste onderdeel van de versiering zijn, is dat in Ommen een versierde broodzwaan. Deze zwaan is echt uniek te noemen omdat op de meeste kerken een haan of een kruis als een symbool op de toren staat. Lees meer »

Reageren »