29 augustus 2020

Komst nieuw bezoekerscentrum Ommerschans in zicht

Categorie: Harry Woertink.    641 keer gelezen.

De realisering van een nieuw bezoekerscentrum op de Ommerschans lijkt in zicht. Het bestuur van de vereniging Ommerschans heeft nu de pijlen gericht op de Veldzichthoeve, onderdeel van het Veldzichtcomplex.

 Het nieuwe bezoekerscentrum in de Veldzichthoeve.
Foto: Harry Woertink

Het gaat om de Veldzichthoeve aan de Balkerweg 72, gelegen aan de rand van de vesting op de grens tussen de gemeenten Ommen en Hardenberg.

Veldzichthoeve
In de Nieuwsbrief laat het bestuur van de vereniging Ommerschans weten dat de optie om in de boerderij van Hiemstra te gaan zitten van tafel is. “We richten ons nu op een plaats in de boerderij van Veldzicht. Er zijn een drietal opties, steeds met uitbreiding van de hoeveelheid ruimte”, aldus het bestuur. Het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Balkbrug gebruikt de boerderij voor hun eigen dagbesteding. Er is nu een rapport gemaakt uitgaande van een relatief fictieve hoeveelheid bezoekers. Op grond daarvan kon bepaald worden hoeveel ruimte nodig is voor het nieuwe bezoekerscentrum. Dit is besproken met de directie van Veldzicht, de wethouders van de gemeenten Hardenberg en Ommen en de programma coördinator. Er waren de nodige twijfels over de fictieve bezoekersaantallen, maar dankzij een rekenmodel is een snelle beslissing afgedwongen. Partijen gaan half september weer aan tafel voor een go/no-go beslissing. Belangrijke voorwaarde voor de vereniging is dat behalve de Veldzichthoeve er ook alternatieven op tafel komen zoals bijvoorbeeld nieuwbouw. De aansturing verloopt nu via Rijksvastgoed, eigenaar van de gebouwen en de grond van Veldzicht. Daardoor staan ook andere mogelijkheden open. Het streven is om in 2022 het bezoekerscentrum te hebben gerealiseerd. Dat is ook het jaar waarin de herdenking wordt gehouden dat het 350 jaar geleden is dag sprake was van het Rampjaar (1672). Deze aangelegenheid wil de Ommerschans niet onopgemerkt voorbij laten gaan.

­Europees Erfgoed Label
Dit voorjaar is aan de Ommerschans het prestigieuze Europees Erfgoed Label toegekend. Dit richt zich wat meer op immaterieel erfgoed, dan het Werelderfgoed van Unesco, vandaar dat de Ommerschans gemakkelijker door de beoordeling kwam. Een besluit over het Unesco Wereld Erfgoed voor de Koloniën van Weldadigheid wordt in het najaar verwacht. In de huidige aanvraag zijn de Ommerschans en Willemsoord niet meer opgenomen, maar de verwachting is dat bij toekenning kan worden meegelift op de Unesco-erkenning van de overgebleven Koloniën. De Koloniën van Weldadigheid zijn ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voorbeelden van landbouwkoloniën om armoede te bestrijden. Ze zijn voorlopers van onze verzorgingsstaat. Ruim een miljoen Nederlanders en Belgen hebben voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. Lees meer »

Reageren »

25 augustus 2020

Vinkenbuurt van woeste grond tot hechte buurtschap

Categorie: Harry Woertink.    759 keer gelezen.

De buurtschappen van Ommen zijn ontstaan vanuit de vroegere Marken. Ommen telde 14 van deze (Boer)Marken. Toch is het aantal buurtschappen rond Ommen groter.

 Op de laatste schooldag in 2018 werd bij de openbare basisschool in Vinkenbuurt een monument onthuld met de voornamen van de 12 laatste leerlingen.
Zie voor meer foto’s het album “Vinkenbuurt”.

Totaal ging het om 23 buurtschappen, waaronder Vinkenbuurt. Ontstaan vanuit woeste gronden is Vinkenbuurt verworden tot een groene oase, met centraal de kerk en het buurthuis. Tot twee jaar terug behoorde daartoe ook nog de school, maar die moest sluiten vanwege te weinig leerlingen.

Varsenerveld
Vinkenbuurt lag vroeger officieel in het gebied Varsenerveld onder de gemeente Ambt-Ommen, deel uitmakend van het onmetelijk grote woeste Zuidelijk Ommerveld. Tot eind 1800 was nog sprake van heide, woester gronden, veen en moeras. Op de vroegere vesting de Ommerschans onder de gemeente Stad-Ommen was begin 1800 de Kolonie van Weldadigheid ontstaan. Van hieruit werden de woeste gronden rondom de schans in cultuur gebracht en zogeheten kolonieboerderijen gebouwd. Pioniers, voornamelijk boeren vanuit Nieuwleusen, hadden hun oog laten vallen op de woeste gronden van het Varsenerveld. Ze bouwden boerderijen of andere behuizingen op de hogere delen om zo een bestaan op te kunnen bouwen. Vanaf 1900 rukten schop en scheurploeg helemaal op om de nog overgebleven woestenij in te wisselen voor vruchtbare akkers en weidegronden. Zo werd de huidige buurtschap gesticht. Teunis Jansen begon er een kruidenierswinkeltje, Hassink een klein café en de fiets kon toen gemaakt worden bij Jan Tempelman.

De kinderen uit de buurt gingen naar de school in Nieuwleusen. Toen de gemeente Nieuwleusen echter geen zin meer had om voor het onderwijs van Ommen op te draaien en de kinderen dus geen onderwijs meer kregen, moest de buurtschap stad en land bezeilen om een eigen school in de Vinkenbuurt te krijgen. Op 25 februari 1908 kon in de buurtschap de openbare lagere school ‘Varsenerveld’ geopend worden met twee lokalen en een ‘meesterswoning’ voor meester B.B. Neuteboom. Daarmee was ook een eind gekomen dat de kinderen in de winter door modderige wegen moesten baggeren om Nieuwleusen te bereiken. In 1928 werd de Koloniedijk verhard tot een klinkerweg. Toch was het altijd slecht gesteld met de toestand van de weg, zo erg zelfs dat in 1956 busmaatschappij EDS besloot de busverbinding met Vinkenbuurt te staken. Pas in de zeventig jaren van de vorige eeuw werd de weg verbreed en geasfalteerd. Lees meer »

1 Reactie »

16 augustus 2020

Bentheimer zandsteen vond als geliefd handelswaar zijn weg via de Vecht

Categorie: Harry Woertink.    727 keer gelezen.

Het is moeilijk voor te stellen, die kleine bootjes op de Vecht met als lading grote en zware blokken steen: Bentheimer zandsteen, een geliefd handelswaar.

 Langs het fietspad aan de Beerzerweg in Zeesse ter hoogte van de twee hooibergen ligt een grote brok zandsteen afkomstig uit de rotsen van Bentheim.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Bentheimer zandsteen”.

De Vecht diende tot eind 1800 als de belangrijkste transportader tussen Zwolle, Nordhorn en Twente. De kleine schepen – zompen – hadden als platbodems weinig diepgang nodig en dus ook niet veel water. Dat was maar goed ook want in droge tijden was de Vecht nauwelijks bevaarbaar.

Bouw- en siersteen
Het zandsteen was afkomstig uit de steengroeven bij Bentheim, vlak over de grens bij Oldenzaal. Hij is hard, poreus en weersbestendig en als bouw- en siersteen uitermate geschikt. Bouwmeesters, steen- en beeldhouwers wisten en weten deze steensoort te waarderen. In talrijke plaatsen in Nederland zijn historische gebouwen gebouwd met het Bentheimer zandsteen. Het Paleis op de Dam in Amsterdam, de Waag in Deventer, de Plechelmuskerk in Oldenzaal, overal werd gebouwd met zandsteen uit de Duitse grensplaats. Zandsteen werd al vroeg gebruikt voor doopvonten, grafstenen, slijpstenen, molenstenen en later voor bouwornamenten zoals trappen en gevelstenen. Ook werd het gebruikt voor fundamenten van boerderijen en randen van waterputten.

De Vecht
Via de Vecht werden de uit de rotsen gehouwen stenen naar Zwolle geëxporteerd om hier te worden overgeladen op grotere schepen via de Zuiderzee naar het westen. Al sinds de 11e en 12e eeuw wordt er in het graafschap Bentheim zandsteen gedolven. De vorst van Bentheim en Steinfurt bezat in de hoogtijdagen van het graafschap maar liefst 9 steengroeven. De grootste lag tussen Bad Bentheim en Schüttorf. Veel Duitse steenhouwers vestigden zich in Nederland, om daar met hun specialisme aan de vraag van de bouwheren te voldoen. Rondtrekkende steenhouwers gaven de grove blokken zandsteen op de bouwplek hun uiteindelijke vorm. Hier en daar lieten zij hun steenhouwersmerken in de bouwwerken achter.

Ommen
In de hervormde kerk aan de Brugstraat in Ommen is ook Bentheimer zandsteen verwerkt. Bij het Streekmuseum bevindt zich een waterput van Bentheimer zandsteen. Bovendien is in de zitbank op het buitenterrein van het museum het alliantie-wapen van Friesendorp-Walraven in zandsteen uitgevoerd. Het gaat om een gevelsteen uit een in 1969 afgebroken pand in de Brugstraat. Lees meer »

Reageren »

5 augustus 2020

Erve Dunnewind van schipperslogement naar erve Vechtdal als toeristisch trekpleister

Categorie: Harry Woertink.    1.075 keer gelezen.

Varsen is sinds kort een nieuw toeristisch trekpleister rijker: Erve Vechtdal Koesafari. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden vorige maand met de zestig koeien naar Varsen. Simone, Rik Jansen en het personeel doen hier nu ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. Lees meer »

2 Reacties »

22 juli 2020

500ste Zoekplaatje Ommer Nieuws

Categorie: Harry Woertink.    636 keer gelezen.

Deze week wordt een bijzonder jubileum gevierd. Het gaat om het 500ste zoekplaatje in beeld aangeleverd door OudOmmen.nl.

 Circa 30 van de 500 zoekplaatjes die de afgelopen 10 jaar zijn gepubliceerd in het Ommer Nieuws.
Afbeelding: OudOmmen

In lijn met de doelstelling van OudOmmen wordt sinds 2008 gewerkt met de rubriek zoekplaatje van nostalgische plaatjes. In het Ommer Nieuws verscheen het eerste zoekplaatje op woensdag 29 april 2009. In samenwerking met het Streekmuseum was OudOmmen.nl vanaf 8 september 2010 verantwoordelijk voor de wekelijkse aanlevering. Van de vanaf 28 januari 2015 gepubliceerde trouwfoto’s, afkomstig van glasnegatieven uit het Streekmuseum, zijn via reacties op de krant-publicaties bijna alle namen en trouwdata aangeleverd. Het laatste door het Streekmuseum aangeleverde zoekplaatje (nummer 279) verscheen op 17 februari 2016. Aansluitend werd in overleg met Taxi Steen overgestapt naar de al eerder aangeleverde trouwfoto’s van Taxi Steen waarvan ook de meeste namen en data boven water zijn gekomen. De laatste jaren wordt om de week een zoekplaatje uit het archief van fotojournalist Herman Wigbels en een door derden aangeleverd zoekplaatje gepubliceerd.

Interessante informatie
Vanaf het begin is de belangstelling groot voor de verzamel-site die alles wat met de historie van Ommen en omgeving te maken heeft”, zegt Tjeerd de Leeuw, initiatiefnemer en webmaster van website OudOmmen.nl. “In de lijn met de doelstelling van OudOmmen.nl leveren we graag nostalgische foto’s voor publicatie in het Ommer Nieuws aan. Met de zoekplaatjes wordt veel interessante historische informatie binnengehaald. Wij zorgen voor beschikbare tekst bij de foto en een oproep aan de lezers om te reageren. Het kan gaan om de personen op de foto of de vraag waar de foto is gemaakt. Ook zijn er wel eens geen reacties omdat gewoonweg niemand het weet. We merken dat het bij de lezers leeft. Er zijn lezers die de stukjes in de krant doorsturen aan familie buiten Ommen voor een reactie”.

Familie stambomen – Canon van de Ommer
OudOmmen.nl is sinds 17 april 2006 online en wordt door een breed publiek gewaardeerd. Voor geïnteresseerden in de historie dan ook een veel bezochte website. De website wordt regelmatig ‘ververst’ met interessante historische (nieuws)artikelen en foto’s over Ommen en omgeving. De webredactie van OudOmmen.nl zit ook niet stil. Lees meer »

Reageren »

18 juli 2020

De stuw in Junne meer dan een eeuw oud – Toekomst brug onzeker

Categorie: Harry Woertink.    693 keer gelezen.

De stuw in de Vecht in Junne is in gebruik sinds 1915. In datzelfde jaar komen ook de schottenloods en de stuwwachterswoning gereed.

De stuw in Junne, toen nog met een looppad tussen Junne en Stegeren.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Junne – Stuw”.

Dat is twee jaar later als in Vilsteren, waar ook een stuw, een schutsluis, een schotttenloods en een stuwwachterswoning worden gebouwd. Over de stuw verbindt een brug de buurtschap Junne met de buurtschap Stegeren. Echter, de brug over de Junner stuw is er niet altijd geweest. Het was ooit niet meer dan een looppad. De vaste oeververbinding van nu is er sinds 1966.

Stuwwachter
Om het water op een specifiek peil te houden bepaalde de stuwwachter aan de hand van de waterstanden de hoogte of diepte van de stuwschotten. In de schottenloods bevond zich het mechanisme voor het optakelen van de schotten. Vanuit de loods reed de takelinstallatie over een rail naar de stuw. Toen het waterpeil automatisch en op afstand bediend kon worden kwam een einde aan de functie van de stuwwachter. De stuwwachterswoning in Junne werd verkocht en particulier bewoond. Die in Vilsteren werd overigens afgebroken. De huidige Junner stuw, in combinatie met de schottenloods en woning zijn als ensemble een gemeentelijk monument.

Fietspad Junne – Stegeren
Vanuit de buurtschappen Junne en Stegeren was vanaf het begin al de wens geuit om vanuit de buurtschappen richting de stuw een fietspad aan te leggen om beide buurtschappen te verbinden. De gemeenteraad van Ambt-Ommen zag daar ook wel wat in. Er werd een commissie uit de raad ingesteld die de mogelijkheden van het aanleggen van een fietspad zou onderzoeken. Maar in de gemeenteraadsvergadering van 10 juni 1921 rapporteerde de commissie dat de toenmalige eigenaar van landgoed Junne, de Duitse fabrikant en grootgrondbezitter Lüps, geen medewerking wil verlenen. De wegen en paden in Junne zijn enkel voor de buurtschap Junne, was zijn oordeel. Dat over en weer toch gebruik gemaakt werd van de stuw als oversteekplaats werd door de gemeente oogluikend toegestaan. Een verzoek van de toenmalige eigenaar om het gedeelte van het inmiddels ontstane pad richting stuw te onttrekken van het openbaar verkeer, kreeg geen goedkeuring van de meerderheid van de raad van Ommen.

Lees meer »

Reageren »

17 juli 2020

Fundering gelegd voor museum en TIP – Contouren nieuwbouw CCO zichtbaar

Categorie: Harry Woertink.    655 keer gelezen.

OMMEN – De eerste contouren van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO) zijn met het storten van de betonnen funderingsvloer zichtbaar geworden.

 De betonnen funderingsvloer van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).
Foto: Harold Dokter
Zie voor meer foto’s de albums “2020 – Uitbreiding Streekmuseum” en “6. Storten vloer“.

Na de bouwvakantie gaat aannemer Salbam uit Vilsteren verder met de bouw van de muren van het nieuwe gebouw aan Den Oordt 7 Ommen. De verwachting is dat volgend jaar april de bouw klaar is. Het CCO bij molen Den Oordt gaat straks onderdak bieden aan het streekmuseum en de historische tak van de vereniging. Bovendien komt er een toeristisch informatiepunt (TIP).

Prachtig gebouw
Hier komt echt een prachtig gebouw. Het kost wat, maar dan heb je ook wat”, aldus wethouder van financiën, Ko Scheele, doelend op de 4,5 ton die met de nieuwbouw gemoeid zijn. “Ommen verdiend een mooi modern museum. Ommen heeft een miljoen overnachtingen. Is het dan geen goed idee om de toeristen hier naar toe te lokken. Een tip past daar gewoon bij. Er komt een gemeenschappelijke balie om die functie te versterken. Het TIP gaat er voor zorgen dat er goede verbindingen worden gelegd tussen de toeristische sector en toerist. De toeristen die hier komen worden goed bediend en zien dan gelijktijdig een mooi museum. We gaan er echt iets moois van maken. Het is overigens niet alleen voor de toeristen, maar ook voor Ommen zelf.

Meer geld nodig
Om het plan echt goed te maken was er meer geld nodig dan aanvankelijk begroot. Maar we hebben extra geld kunnen vinden omdat we in gesprekken met partijen tot de conclusie kwamen dat de historische kring door de verhuizing uit de Carrousel geen behoefte meer heeft aan subsidie voor de huur van de Carrousel. Door die subsidie in te zetten voor de bouw hebben we geld vrij kunnen maken en zo is het hele plan dekkend gemaakt”, aldus wethouder Scheele.

Aan de plannen om op kleine schaal het zagen van bomen zichtbaar te maken in de voormalige houtzaagmolen wordt nog gewerkt.

Bron: Harry Woertink – 17 juli 2020

Reageren »

14 juli 2020

“Enorme drukte op de Ommer Bissing”

Categorie: Harry Woertink.    833 keer gelezen.

De tweede dinsdag in juli staat Ommen in het teken van de jaarmarkt de Ommer Bissing. Door de corona kon er dit jaar helaas geen jaarmarkt worden gehouden.

 De Ommer Bissing in juli 1937.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s en informatie het album “Ommer Bissingh”.

Om toch een beetje in de sfeer te blijven van de traditionele jaarmarkt een kijkje in de krant van 1952, die verslag doet van de jaarmarkt, waar Ommen zo trots op is. Hoe de jaarmarkt is verlopen, maar ook hoe de lezers in de sfeer van de Ommer Bissing werden gebracht. Toen werd “Bissing” zonder de toevoeging van de “h” geschreven.

Zomerhoeden
1952. Enorme drukte op de Ommer Bissing. Ondanks de tropische hitte (38 gr. C.) mocht de Ommer Bissing zich ineen nog grotere drukte verheugen dan voorgaande jaren. Het terrein langs de Vecht was dan ook niet ruim genoeg om alle kramen te bergen. Zelfs de muziektent op de Markt deed dienst als standplaats. Reeds des morgens acht uur trokken de bezoekers uit alle windstreken in drommen naar Ommen. Opvallend groot was ditmaal het aantal vreemdelingen, waarvan de meesten getooid waren met grote zomerhoeden.

Om 10 uur was het reeds zo druk, dat men slechts schuifelend vooruit kon komen. Op de Bissing viel veel te leren. Zo moet men niet vreemd opkijken, wanneer er de komende weken grote vraag is naar brandnetels. Deze zijn een remedie tegen alle denkbare ziekten. Onze medische wetenschap is daar nog niet achter gekomen, maar dank zij de profeet op de Bissing weten wij het nu. Liefhebbers van schone kunsten konden eveneens hun hart ophalen. Een goed gevoed heer, die sterke gelijkenis vertoonde met Benjamino Gifli, zong alle schlagers voor uit een beduimeld boekje. Helaas had hij niet de stem van deze grote zanger, het deed meer denken aan een remmende auto. Maar desondanks werden deze liederenbundels grif gekocht. Een minder winstgevend beroep is dat van vuurvreter en zeer zeker in deze smoorhitte. Deze artist, die met zijn tandenloze mond een vreesaanjagend uiterlijk had, kondigde een heel programma aan, mits het publiek voldoende wilde offeren. Deze gift kon men op een tapijt deponeren. Enkelen voldeden aan dit verzoek, maar de artist meende, dat hij voor 60 cent geen hele voorstelling kon geven. Maar hij verklaarde zich bereid als voorschot vast een brandende sigaret in te slikken. Lees meer »

Reageren »

9 juli 2020

Cantinewagen voor soldaten in Indië met de groeten uit Ommen: “’t Giet ow goed, bi'j al wa'j doet”

Categorie: Harry Woertink.    798 keer gelezen.

Tussen 1945 tot 1949 werden tienduizenden dienstplichtige Nederlandse soldaten (en vrijwilligers) naar ‘Indië’ – het huidige Indonesië – gestuurd om daar ‘orde en vrede’ te brengen.

1947. De door de inwoners van de gemeente Ommen geschonken cantine-wagen in gebruik bij het Regiment Jagers in Ned. Indië.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Nederlands-Indië”.

Ruim zesduizend mannen zijn helaas nooit van hun missie teruggekomen. Zij sneuvelden, verongelukten of overleden aan ziektes. Uit de gemeente Ommen zijn 132 mannen uitgezonden geweest. Voor het welzijn en ontspanning van de jonge soldaten in Nederlands-Indië werd een landelijke organisatie opgericht: Nationale Inspanning Welzijnsverzorging Indië, kortweg: de Niwin. Deze organisatie zamelde geld in en zorgde voor tijdschriften, sportartikelen, boeken en films voor de troepen. Ook werden regelmatig sigaretten en chocolade gestuurd. In Ommen werd op initiatief van burgemeester C.E.W. Nering Bögel een plaatselijk Niwin-comité opgericht.

Mobiele cantine
De Nederlandse militairen in Indië richtten overal waar ze min of meer permanent verbleven cantines in, met weinig middelen en veel toewijding, fantasie en improvisatietalent. Maar als ze op pad waren was een mobiele cantine met koffie, thee, frisdrank, gevulde koeken en wat dies meer zij, zeer welkom. Die wens kwam door bij het thuisfront. Daarom werden verschillende acties georganiseerd die geld in het laatje brachten om mobiele cantinewagens te kunnen kopen. In Ommen was het plaatselijk Niwin-comité erg actief. Zo werden in de toneelzaal van De Zon films gedraaid en de muziekverenigingen Crescendo en SDG zamelden geld in met een muzikale rondgang.

“’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”
Begin 1947 was er in Ommen genoeg geld ingezameld om voor ongeveer 12 mille een cantinewagen te kopen. De wagen werd in Nederland klaargemaakt. Men was van mening dat er op de wagen een speciaal opschrift moest komen om in Nederlands-Indië te laten merken dat de bevolking van Ommen met de Nederlandse militairen meeleefde. Daarvoor werden twee ontwerpen ingediend. Het eerste was afkomstig van burgemeester Nering Bögel en luidde in het dialect: “Loat mar kuul’n, ’t löp wel lös”.

Lees meer »

Reageren »

2 juli 2020

Van een oude ijzeren ophaalbrug naar een nieuwe betonnen brug over de Vecht in Ommen

Categorie: Harry Woertink.    651 keer gelezen.

“De nieuwe betonnen Vechtbrug te Ommen, de ontbrekende schakel in den gemoderniseerden verkeersweg Achter hoek-Twente naar het Noorden, is bijna voltooid en zal nog dit jaar in gebruik worden genomen”, koppen verschillende kranten medio 1936 over de voortgang van de nieuwe brug over de Vecht bij Ommen.

In de zomer in 1936 wordt een begin gemaakt met het vervangen van de ijzeren brug voor een betonnen brug. Daarom wordt tijdelijk op ongeveer 50 meter ten westen van de tegenwoordige brug een noodbrug gelegd.
Foto: Drents Archief
Zie voor meer foto’s het album “Vechtbrug”.

De brug waarmee Ommen het op dat moment mee moet doen vormt al jaren een flessenhals voor het verkeer tussen het noorden en het zuiden van ons land. De uit 1868 daterende ijzeren ophaalbrug is aftands en veel te smal voor het drukke doorgaande verkeer, is de algemene mening.

Stremming
Dat de brug vraagt om vernieuwing en verbreding klinkt ook door aan het adres van het Ommer gemeentebestuur. Vooral ook omdat de ANWB en de Bond van bedrijfsautohouders maatregelen vragen. Daar komt ook nog bij dat de klap van de brug niet altijd goed functioneert met als gevolg stremming van het verkeer. Bovendien vraagt de ANWB om verbetering van de Stationsweg, die tot toen uit veldkeien bestond. Voor het verkeer in het algemeen en voor het toerisme in het bijzonder, aldus de ANWB en wijst op het belang van aansluiting van meerdere verkeerswegen, zoals de grintweg Zwolle-Ommen, de grintweg naar Almelo Goor en Deventer en de nieuwe klinkerweg naar Mariënberg en Hardenberg. In 1927 wordt de brug gesloten voor vrachten zwaarder dan 3600 kilogram omdat de brug zwaarder niet meer aan kan. De Bond van bedrijfsautohouders wijst in de strijd voor een nieuwe brug dat de Vechtbrug de enige rechtstreekse autoverbinding is tussen Twente en noorden. Door de sluiting van de brug bij Ommen is men noodzaakt telkens 50 kilometer om te rijden.

Over de brug
Als het Werkfonds met 46.500 gulden over de brug komt neemt de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en wethouders het besluit tot het bouwen van een nieuwe betonnen Vechtbrug tegelijk met een rondweg langs de zuidoostzijde van de kom. In de zomer in 1936 wordt een begin gemaakt met het vervangen van de ijzeren brug voor een betonnen brug. Daarom wordt tijdelijk op ongeveer 50 meter ten westen van de tegenwoordige brug een noodbrug gelegd. De bouw van de nieuwe betonnen brug verloopt goed.

Lees meer »

Reageren »