микрозаймы

13 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (3)

Categorie: Harry Woertink.    653 keer gelezen.

Je kon erin trouwen, rouwen of als taxi gebruiken. Maar ook kon het gebruikt worden om de spuit van de brandweer er mee te vervoeren.

De auto voor deze motorbrandspuit deed in 1944 niet alleen dienst als brandweerauto, maar ook als rouwauto, ziekenauto en taxi.
Foto: OudOmmen
Zie ook “deel 1”, “deel 2” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Dat allemaal kon met een en dezelfde auto. Wat waren ze trots op hun brandspuit met dieselmotor. De brandspuiten stonden opgesteld in het brandspuitenhuisje dat gebouwd was tegen de muur van de Hervormde kerk op het Kerkplein. Bij brand kwam de (taxi) auto van garage Hurink snel voorgereden om de brandspuit aan te koppelen op weg naar de brand. Was het brandspuitenhuisje eerst te vinden aan de noordkant van de kerk. In 1848 werd de zuidkant van de kerk naast de consistoriekamer als betere locatie geschikt geacht. Later toen het opnieuw verbouwd moest worden en ook het platte dak vervangen moest worden door een aflopend dak stak de kerk daar een stokje voor. Het licht zou worden weggenomen uit het onderste gedeelte van een raam. Daarom werd toen op dezelfde plaats een nieuw huisje gebouwd met de deuren naar het zuiden. Tegelijk werden een 20-tal emmers aangeschaft. Het brandspuitenhuisje heeft dienstgedaan tot 1961, toen werd het afgebroken.

Instructie bij blussen van brand
In 1900 is een nieuwe “Instructie bij het blussen van brand” vastgesteld met een opperbrandmeester, 6 brandmeesters en zoveel manschappen als nodig waren, 3 pijpgasten, één zakkendrager en een bode. De manschappen kwamen onder bevel van de brandmeesters te staan. Deze laatste was kenbaar aan een stok, ringsgewijze geverfd met de kleuren rood en wit en voorzien van een knop, waarop de letters van de spuit waartoe zij behoorden. De anderen hadden als onderscheidingsteken een leren, zwartgelakte klep met een koord om de hals gedragen, voorzien van de letter van de spuit. Op 16 mei 1913 breekt brand uit bij B.J. Grootenhuis aan de Brugstraat met als gevolg een grote vuurzee. Omdat de brandweer het niet alleen aan kan wordt hulp ingeroepen van de brandweer van Dalfsen. Als men de brand ‘meester’ is zijn vijf huizen in de as gelegd. De geleende spuit wordt door vrachtrijder Steen met twee paarden teruggebracht naar Dalfsen. Er volgt nog een rekening van de wagenmaker die de spaken van de vier wielen van de Dalfser brandspuit heeft moeten vernieuwen. De burgers die zich hadden ingezet bij deze bluswerkzaamheden worden beloond met 10 cent per uur en wachthouders in de nacht krijgen 15 cent per uur. Een bijkomstigheid was nog dat opperbrandmeester Peter Oldeman drie dagen na de brand nog steeds hees was van het commanderen. Aangezien Oldeman tijdens de brand moeilijkheden kreeg met de marchaussee, die hem zijn bevoegdheden op het terrein van de brand betwistten, kreeg Oldeman voortaan een pet met het wapen van Ommen als teken van rang en bij een volgende brand daar geen onduidelijkheden meer over konden ontstaan.

Lees meer »

Reageren »

13 juni 2020

Nationaal Tinnenfigurenmuseum Ommen weer open – 35 jaar bestaan met speciale jubileumexpositie

Categorie: Harry Woertink.    454 keer gelezen.

OMMEN – Het Nationaal Tinnen Figuren Museum opent haar deuren weer op dinsdag 30 juni 2020 voor het publiek.

 Opstelling van tinnen figuren bij de start van het Tinnen Figuren Museum in Ommen in 1985.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Markt 1 – Nationaal Tinnen Figuren Museum”.

Het spreekt voor zich dat het museum er alles aan doet om iedereen een veilig en aangenaam bezoek aan te bieden. In lijn met de landelijke maatregelen om het coronavirus te bestrijden, is het museum alleen na een online reservering te bezoeken. De openingsuren zijn tijdelijk gewijzigd: dinsdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur. De bijzondere jubileumexpositie ‘Miniatuurschilders’ staat centraal. Op zaterdag 27 juni om 11.00 uur geeft wethouder Ko Scheele een speciaal accent aan de heropening, in het bijzijn van vrijwilligers en donateurs.

Jubileumexpositie ‘Miniatuurschilders’
Het museum bestaat dit jaar 35 jaar. De geplande opening van de jubileumexpositie Miniatuurschilders moest door de carona geannuleerd worden. Het museumbestuur is blij dat deze expositie alsnog getoond kan worden. De tentoonstelling zelf, met bijdragen van een keur aan internationale kunstenaars, is echt een feest. Een wel heel bijzondere bijdrage aan de jubileumexpositie is het vignet ‘de verjaardag van Groot Moghul Aurangzeb‘. Dieter Blanke, een begenadigd schilder en aarts verzamelaar met een collectie van 30.000 historische tinnen figuren, is de maker van dit vignet. Hij gebruikte figuren die worden uitgegeven door: Zinnstübel Gabriela Donner, Schliebener Weg 2, 04939 Lebusa, Duitsland.

Het bijzondere aan deze tinnen figurenserie is dat ze is gemaakt naar het voorbeeld van een zeer kostbare 132-delige serie miniatuur figuren uit 1708. En kostbaar is een understatement. Deze serie bestaat uit geëmailleerd zilveren en gouden miniatuur figuren, ingelegd met 4.909 diamanten, 160 robijnen, 164 smaragden, 1 saffier, 16 parels en 2 cameeën. In de loop der jaren raakten 391 stenen kwijt. Al deze figuren staan op een 1 m2 groot podium van goud en zilver. Lees meer »

Reageren »

8 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (2)

Categorie: Harry Woertink.    752 keer gelezen.

Brand was vroeger een ramp. Een brandverzekering was er nog niet. De stad had brandwachten en brandputten.

Oefening van de brandweer op de Bleek bij Makkinga’s Molen in 1925.
Foto: OudOmmen
Zie ook “deel 1” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

In 1730 was voor het verkrijgen van het burgerrecht van de stad Ommen behalve een flinke som geld ook een leren brandemmer voor de brandweer een verplichte bijdrage. In 1841 had de stad Ommen de beschikking over 2 brandspuiten, 20 emmers, 160 brandhaken en 50 bijlen.

Brand, brand
Brand! Brand! klinkt het uit verschillende monden op woensdag 8 augustus 1822 als Ommenaren vuurtongen boven hun stadje zien en witte rookpluimen. Ook Egbert Brinkman ontdekt vanaf zijn land iets buiten de kom van Ommen dat het niet pluis is en keert snel te voet naar huis, achterna gekomen door zijn vrouw en kinderen. Dicht op de plek des onheils ziet Brinkman tot grote ontsteltenis dat zijn huis in lichterlaaie staat. En niet alleen van hem maar ook belendende percelen staan in vuur en vlam. De huizen branden als een fakkel. Vuurheren treden regelend op bij pogingen de brand te blussen. De slang van de brandspuit is op de naburige brandkolk aangesloten en inwoners staan rij in rij om telkens de met water gevulde leren emmers op de vuurhaard te gooien. Iedereen doet wat hij of zij kan. Uit de gevaar lopende huizen worden goederen weggesleept. Maar het mag allemaal niet baten. Totaal gaan 30 huizen en twee schuren in vlammen op.

In de krant
De krant van toen bericht het volgende over de grote brand in Ommen: “Ommen den 8 augustus 1822. Heden namiddag, omstreeks vier uren, ontstond alhier brand in de schuur van den arbeider Egbert Brinkman, welke dadelijk tot diens daaraan gelegene woning oversloeg en zoo geweldig toenam, dat, niettegenstaande alle aangebragte hulp, in minder dan één uur tijds dertig huizen en twee schuren eene prooi der vlammen werden. Eenenveertig gezinnen (circa één vijfde der bevolking dezer stad) zijn hierdoor van huisvesting en het grootste gedeelte hunner goederen beroofd en, meerendeels, in de diepste armoede gedompeld; waaruit zij alleen door krachtdadige hulp van menschenvrienden kunnen geholpen worden”.

De brand blijkt te zijn ontstaan in de schuur van Egbert Brinkman. Zijn kinderen van respectievelijk 8, 6 en 4 jaren hebben vermoedelijk vuur in de schuur gebracht toen zij – terwijl de moeder in de buurt van het huis aan het werk was – alleen thuis waren. Omstreeks drie uur ging mevrouw Brinkman met haar kinderen naar het veld om te helpen bij de roggeoogst. Onderwijl smeulde het vuur verder en omstreeks vier uur brak de brand uit die razendsnel om zich heen greep.

Lees meer »

Reageren »

5 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (1)

Categorie: Harry Woertink.    996 keer gelezen.

De meeste huizen in Ommen waren vroeger van hout en voorzien van rieten- of strooien daken. Het gevaar voor brand was dan ook bijzonder groot.

 1913 – Grote brand in de Brugstraat, waarbij huizen in de as werden gelegd.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Het komt dan ook nog wel eens voor dat het stadje door brand wordt geteisterd. In 1517 kreeg Ommen ook met een grote brand te maken en werd bijna geheel in as gelegd. Er waren meerdere branden in de loop der tijd. Uit de Stadswillekeur blijkt dat een grote brand in 1624 Ommen bijna geheel verwoest. Om elf uur breekt brand uit en na een uur is Ommen in as verteerd vanaf de Heilige Geest (Gasthuis aan de tegenwoordig Gasthuisstraat) tot aan de Vecht. Niets blijft gespaard. Ook de kerk met het fraai gewelf en schoon interieur ontkomt niet aan de brand, zo meldt de Stadswillekeur.

Brandspuit
Om zich tegen branden te weren wordt door het Stadsbestuur eerst in 1743 besloten om een brandspuit aan te schaffen. Deze wordt geleverd door de koperslager Jan Steenbergen uit Deventer. De bediening van deze handspuit wordt opgedragen aan de burgerij. Ieder jaar werd een lijst vastgesteld voor de burgers waarin hun taak wordt omschreven bij voorkomende branden. De taken bij brand waren: “Lullemans”, “Watergieters in het net”, “Oppassers dat niemand op de slange treed” en “Pompers aan de brandspuit”. Was de brand meester dan waren de werkzaamheden: “Om de spuit te spoelen en de slang op het choor en spuit bij het spuitenhuisje te brengen” en tot slot ”Om de spuit in order te brengen en de slange te droogen”. Er werd streng op toegezien of iedereen zijn taak stipt uitvoerde. Ook worden verschillende voorschriften en bepalingen ingesteld om branden te voorkomen. Voor de handhaving worden “Vuurwagters” aangesteld ook wel “Vuuurheeren” of “Pijpenpasser” genoemd. Ze moeten erop toe zien dat dat niemand op onvoorzichtige wijze met vuur omgaat. Zo mag bijvoorbeeld niemand in de binnenstad vlas, hennep of andere brandende stoffen bij vuur of in ovens drogen. In kasten, spinden of dergelijke ruimten is het bewaren van vuur verboden. Ieder ingezetene moet thuis een ijshaak hebben van 16 voeten lang.

Roken verboden
Het is verboden om in de maanden mei, juni, juli en augustus des avonds na 9 uur en vóór zonsopgang op straten, stegen en wegen tabak roken. Ook het roken bij “winderig of vorstig weer, hetzij dat er water of geen water voor de deuren is” is taboe. Buitenshuis roken mag slechts op plekken waar geen brandend stof aanwezig is en als er dopje op de pijpenkop zit. De schoorstenen van de huizen worden regelmatig door de “Vuurwagters” gecontroleerd op gaten en scheuren. Iedereen is verplicht zijn schoorsteen elk jaar voor de maand mei te laten vegen. Lees meer »

Reageren »

26 mei 2020

Instructiezwembad Den Oord in 1971 officieel geopend

Categorie: Harry Woertink.    504 keer gelezen.

Met het aan de Vecht gelegen en in 1954 geopende openluchtzwembad “Olde Vechte” was er volop zwemvertier in Ommen. Maar overdekt zwemmen kon nog niet.

Opening van zwembad Den Oord, met v.l.n.r.: Jhr.Dr. O.F.A.H. (Otto) van Nispen tot Pannerden, Commissaris van de Koningin; burgemeester Mr. C.P. van Reeuwijk en badmeester Henk van Heuveln.
Foto: Herman Wigbels
Zie voor meer foto’s het album “Opening zwembad Den Oord”.

Er was wel grote behoefte. Vooral ook bij scholen. De in 1957 opgerichte zwem- en poloclub “Olde Vechte” keek eveneens reikhalzend uit naar de komst van een overdekt zwembad. Maar die kwam er maar niet. Tot eind zestiger jaren van de vorige eeuw wanneer het provinciaal bestuur als stimulering voor het zwemonderricht op scholen een renteloze lening van 75000 gulden verstrekt aan gemeenten die nog geen overdekt instructiezwembad hebben. Het ging toen om 12 gemeenten in Overijssel die elk 75.000 kregen voor de bouw een eenvoudig schoolinstructiebad van 8 bij 16,66 meter. Het betekende voor Ommen dat de bouw in een stroomversnelling kwam. Als locatie werd gekozen een braakliggend terrein aan de Jan Houtmanstraat. In 1970 werd begonnen met de bouw en een jaar later was het de Commissaris van de Koningin die het instructiezwembad met de naam “Den Oord” officieel kwam openen.

Behalve de bassins van 10×10 meter, aflopend van 35 centimeter naar 1 meter en 10×25 meter aflopend van 1 meter naar 2,35 meter, ging het om 28 kleedcabines, 4 klassikale kleedruimten, 2 groepskleedruimten voor personeel en 2 vergaderruimten. Het instructiebad was uitermate goed en functioneel voor zwemles. In 1980 volgde een verbouwing. Het bad was door de zwembond goedgekeurd voor zwemwedstrijden en diplomazwemmen. Voor jeugdwaterpolowedstrijden was het bad echter te klein maar met dispensatie van de zwembond lukte dat. Wel liet de klimaatbeheersing van het zwembad te wensen over en was het vaak snikheet. Zwemmers van toen weten zich dat nog goed te herinneren.

In 1999 werd het overdekte zwembad Den Oord gesloten omdat naast het bestaande sociaal-cultureel centrum en sporthal een nieuw overdekt zwembad geopend kon worden. Op de plek van het afgebroken instructiezwembad werden woonappartementen gebouwd. Toen het nieuwe overdekte zwembad aan de Van Reeuwijkstraat werd gerealiseerd was de naam van het sociaal-cultureel centrum al gewijzigd in “Carrousel”. De sporthal (De Blokken), het kleine theater en bibliotheek waren er toen al gevestigd. Zwembad Carrousel beschikt over een wedstrijd bad en recreatief bad. Naast recreatief zwemmen worden er ook diverse activiteiten en zwemlessen georganiseerd. Het wedstrijd bad van 25×15 meter heeft een temperatuur van 27 graden. In het recreatie bad van 20×10 meter, met een maximale diepte van 1.40 meter is het water is 31,5 graden zodat dit bad uitermate geschikt is voor onder andere baby, – peuter- en kleuterzwemmen, revalidatiezwemmen en meer bewegen voor ouderen.

Bron: Harry Woertink – 26 mei 2020

Reageren »

22 mei 2020

Molen De Lelie in Ommen voorzien van informatiepaneel dankzij bijdrage van Jan en Minie de Wildefonds

Categorie: Harry Woertink.    617 keer gelezen.

OMMEN – Molen De Lelie aan het Molenpad in Ommen is voorzien van een nieuw informatiepaneel met de geschiedenis en werking van de molen.

 Johan Otten, voorzitter van de Stichting Ommer molens (l) en molenaar Anton Wolters (r) bij het nieuwe informatiepaneel.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Onthulling informatiepaneel”.

Dankzij een uitkering uit het fonds van de Stichting Jan en Minie de Wilde kon dit informatiepaneel gerealiseerd worden. De Stichting Ommer Molens is initiatiefnemer van deze panelen, die enkele jaren eerder ook bij de Besthmenermolen, de Konijnenbeltsmolen en molen Den Oordt geplaatst zijn. Met de bijdrage van de Stichting Jan en Minie de Wilde kon dan ook nu De Lelie van een informatiebord voorzien worden.

Voorlichting
Het is belangrijk dat er een goede voorlichting is over de molens. Dat begint al bij de ingang van de molen”, aldus Johan Otten, voorzitter van de Stichting Ommer molens. “Molen de Lelie is de enige beroepsmatig functionerende molen en heeft ook samen met de overige Ommer molens een belangrijke cultuurhistorische waarde voor de gemeente. En ze zijn een grote toeristische trekker, waarvoor mensen als onderbreking van hun fiets- of wandeltocht graag een pauze inlassen. De Lelie ontbrak nog in het rijtje”.

Beroepsmolenaar
Tijdens de officiële onthulling van het paneel liet molenaar Anton Wolters van de Lelie weten blij te zijn met het initiatief van de molenstichting. Sinds 1983 is Wolters als beroepsmolenaar aan de Lelie verbonden. Hij is dan ook als molenaar met een foto vereeuwigd op het nieuwe paneel. Ook is op het paneel melding gemaakt van de nieuwe woonwijk waar de molen staat: “Mol’nhoek” (Molenhoek). De Stichting Ommer Molens bewaakt en beheert de Ommer Molens. De stichting Ommer Molens is verder actief om de molens te promoten en iedereen enthousiast te maken en te overtuigen van het belang van dit mooie culturele erfgoed. In de gemeente Ommen staan maar liefst 5 korenmolens. Vier van deze molens zijn eigendom van de gemeente. Vanuit de Stichting Ommer Molens zijn 9 molenaars actief (waarvan één in opleiding) en ongeveer 10 molengidsen. Gedurende de zomermaanden ontvangen zij toeristen en verzorgen ze de begeleiding in en rond molens. Lees meer »

Reageren »

19 mei 2020

Rijwieltochten langs rustige wegen gaan ook door Ommen

Categorie: Harry Woertink.    547 keer gelezen.

“Rijwieltochten langs rustige wegen” is de titel van een in 1915 door de ANWB uitgegeven gids met fietsroutes.

Fietsend over de oude Vechtbrug.
Foto: OudOmmen

Niet iedereen had aan het begin van de vorige eeuw een fiets. De vele (zand)wegen waren er ook niet op ingericht. Daarom ook een waarschuwing in het boekje om bij droogte of langdurig regen een omweg te kiezen langs een verharde weg. ANWB-borden waren toen nog sporadisch. Ook was nog geen sprake van uitgestippelde fietsroutes, knooppunten of GPS. Toch waren er mensen die in hun vrije tijd met name in de zomer zich wilden verpozen. De ANWB liet in 1915 daarvoor een speciaal boekje verschijnen: “Rijwieltochten langs rustige wegen”. Met een doorzichtig stukje papier moest je dan vanuit een atlas verbindingswegen tekenen om zo je route te bepalen. Opvallend is dat vanuit alle windstreken de fietsroutes Ommen aandeden. In de buurt van Ommen meldt het rijwieltochtenboekje het volgende:

Vanuit Hardenberg:
Na Heemse door Rheese. Even voorbij het gehucht Diffelen overschrijdt men de Vecht en komt men op den straatweg door Mariënberg. Hier bij X no, 2166 rechtsaf. Spoedig rijdt men dan door de dennenbosschen bij Beerze; links ziet men dicht bij de school in de bocht van den straatweg een wit hek, daardoor men te voet het Wilde Bosch en de Hooge Belt kan bereiken, van waar een fraai panorama op den omtrek valt te genieten. Tusschen de bosschen van het gehucht Junne rechts, waar helaas reeds veel gehakt is en van Eerde, links van den weg, loopt de weg verder door Zeese, bestaande uit enkele boerderijen, met groote schuren. Dicht langs de Vecht, bij X no. 2181, rechtsaf, komt men in Ambt-Ommen, bij de Vechtbrug (tol). (Linksaf naar Dalfsen, zie verbindingslijn G, over de brug door Ommen naar Hoogeveen, zie verbindingslijnen l, J, K, L, 0, P, Q en B). Men rijdt bij X no. 2181 linksaf den grintweg naar het station, rechts ligt het mooi gelegen hotel, ‘t Laar. Over de spoorbaan den grintweg volgen en op den driesprong bij X no. 219 rechts houden.

Links naar het kasteel „Eerde” met fraaie’ eikenlanen. Rijdt men tot aan het kasteel, dat merkwaardig is, onder meer door de zeldzaam voorkomende hangende trap in de hal, dan kan men, teruggaande door het draaihekje — even het rijwiel aan de hand nemende, — den hoogen oever volgen om bij de Nieuwe Brug weer op den grintweg uit te komen, waar men linksaf slaat. Links liggen de bosschen van het „Huis Archem”, rechts eerst de begroeide hellingen van den Lemeler- en Archemer Berg en daarna de bruine heide van eerstgenoemde heuvelmassa, die zich scherp tegen de lucht afteekent. In Lemele bij het kleine kerkje, X no. 3.796, linksaf naar de brug bij ’t Hankate over ’t Overijsselsch kanaal. Voorbij den Eelerberg naar het oude dorp Hellendoorn, bij X no. 1968 rechtsaf en bij X no. 1969 linksaf door het dorp naar het zooveel nieuwere fabrieksplaatsje Nijverdal. Na tweemaal de spoorbaan te zijn overgegaan, op den straatweg bij X no. 265, linksaf door heide en veen, naar het fabrieksplaatsje Wierden”.

Lees meer »

1 Reactie »

13 mei 2020

Onderduikershol De Wolfskuil in Ommen blijft nog even

Categorie: Harry Woertink.    998 keer gelezen.

OMMEN – Het gereconstrueerde onderduikershol in de bossen van de Wolfskuil is nog tot eind september te bezichtigen.

 Het gereconstrueerde onderduikershol in de bossen van de Wolfskuil in Ommen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s en video het album “Onderduikershol Wolfskuil”.

Het lag oorspronkelijk in de bedoeling om het onderduikerhol in april en mei van dit jaar onderdeel te laten zijn van enkele activiteiten in het kader van 75 jaar vrijheid. Echter, die konden vanwege de coronacrisis geen doorgang vinden. De Wolfskuil Groepsaccommodaties wil als eigenaar van de bossen graag meewerken om het onderduikershol voorlopig toch nog even intact te houden, zodat iedereen die dat wil een kijkje kan nemen. Waar in de Tweede Wereldoorlog geallieerde piloten verborgen werden is opnieuw een onderduikershol gereconstrueerd. Aan het begin van het bospaadje en bij het onderduikershol zijn panelen geplaatst met informatie wat hier in 1940-1945 heeft afgespeeld. Ook is er een verwijzing naar de Ommer verzetshelden Jan Seigers en Jan Houtman die hier actief waren.

App 75 jaar bevrijding Ommen
Behalve bezoek door scholen was het ook de bedoeling geweest voor iedereen om een toneelspel bij het geconstrueerde onderduikershol op te voeren. Deze plannen zijn nog niet helemaal van tafel. In hoeverre het onderduikershol klassikaal bezocht kan worden is afhankelijk van de corona-voorschriften, maar zeker niet voor 1 september. Het onderduikershol is bovendien opgenomen in de “75 jaar vrijheid route” van de Stichting Ommen 75 jaar vrijheid. Deze app is gratis te downladen en voert de deelnemers langs verschillende plekken waar in de oorlog belangrijke gebeurtenis hebben plaatsgevonden.

Het onderduikershol in de Wolfskuil is te vinden via een van de zijpaden van de Wolfskuil, juist waar de geasfalteerde weg overgaat in een zandweg. Voor meer informatie over het onderduikershol in de Wolfskuil: Verzet vanuit de Wolfskuil – Jan Seigers was betrokken bij het redden geallieerde vliegers

Bron: Harry Woertink – 13 mei 2020

1 Reactie »

11 mei 2020

Werkzaamheden nieuw onderkomen Streekmuseum en CCO van start

Categorie: Harry Woertink.    561 keer gelezen.

OMMEN – De werkzaamheden voor de bouw van een nieuw museum aan Den Oordt in Ommen zijn gestart.

 Momenteel is men druk bezig met de sloop van de gebouwen en het bouwrijp maken van de grond.
Foto: Harold Dokter
Zie voor meer foto’s zoals het Streekmuseum was ingericht en van de verbouw het album “2020 – Uitbreiding Streekmuseum”.

De molen en de onderliggende zaagschuur – beiden Rijksmonument – blijven overeind. Dat geldt ook voor het Tolhuisje, naast de molen.

Onder één dak
Het Streekmuseum en de historische vereniging Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO) komen na de voltooiing van de nieuwbouw samen onder één dak. Ook komt er ruimte voor een toeristisch informatie punt (TIP). Het archief van het CCO is nu nog gevestigd in de bovenzaal van de Carrousel. Als het aan het bestuur van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO) ligt volgt in de wintermaanden van 2020 de inrichting van het vernieuwde onderkomen. De uitbreiding van het museum met de toevoeging van een ruimte voor de historische tak van de vereniging staat sinds 2016 hoog op het verlanglijstje van het CCO, toen het Streekmuseum en de Historische kring (HKO) samen op zijn gegaan in één vereniging.

Het museum zelf is tijdelijk ondergebracht in een winkelpand aan de Brugstraat 34. Wanneer het tijdelijk museum de deuren opent voor het publiek is vanwege de coronaviris nog niet bekend.

Bron: Harry Woertink – 11 mei 2020

Reageren »

8 mei 2020

Oude eikenboom verworden tot kunstwerk in de natuur op landgoed Eerde

Categorie: Harry Woertink.    354 keer gelezen.

 Uit een oude eikenboom afkomstig van landgoed Eerde is een kunstwerk gemaakt dat een dassenburcht voorstelt.

Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “2019/2020 – Herstellen zichtlijn”.

Het gaat om een (nagemaakt) dassenburcht op de parkeerplaats voor kasteel Eerde. De maker is houtkunstenaar Maurice de Meijer uit Dalfsen. Ook is een slang in het kunstwerk te ontdekken. Het is allemaal te zien op de parkeerplaats van kasteel Eerde.

Dassen verblijven overdag in een netwerk van ondergrondse tunnels, dat een burcht wordt genoemd. Burchten worden van generatie op generatie gebruikt en kunnen eeuwenoud worden. De das is een nachtdier en schuifelt met zijn neus aan de grond in zijn territorium rond, op zoek naar langzaam bewegende prooien en plantaardig voedsel. Hij is daarmee een opportunistische alleseter en geen typisch roofdier, omdat hij niet actief op prooien jaagt.

Voor het herstel van de zichtas bij kasteel Eerde onder Ommen moesten een aantal oude bomen wijken. Natuurmonumenten – eigenaar van landgoed Eerde – heeft geen doelstelling voor houtoogst. Het hout dat vrijkomt bij dit soort projecten wordt zoveel mogelijk gebruikt voor verwerking in de bouw of meubels en dergelijke. Een van de bomen is nu dus als kunstwerk teruggeplaatst op landgoed Eerde.

Bron: Harry Woertink – 8 mei 2020

Reageren »