18 augustus 2021

Canon van de Ommer Herman Anthonius Wigbels (16)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    292 keer gelezen.

Dit is aflevering 16 van de reeks ‘Canon van de Ommer’, waarin Ommer en Ommenaren centraal staan. Het gaat om personen die op een of andere wijze veel hebben betekend voor de Ommer samenleving.

 Herman Anthonius Wigbels in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Zie ook het album “16. Herman Anthonius Wigbels”, de verzamelplek voor alles over Herman Anthonius Wigbels.

De journalist Herman Wigbels is er één van. Hij heeft meer dan tien jaar in Ommen gewoond en een belangrijke bijdrage geleverd aan het schrijven van nieuws uit Ommen. Ook fotografeerde hij nieuwsfeiten. Zijn nagelaten werk zorgde ervoor dat een stukje geschiedenis voor de komende generaties bewaard is gebleven.

Geboren als Herman Antonius Wigbels op 6 juli 1918 in Lonneker als enig kind van Hendrik Gerard Wigbels en Berendina Willemina Kortink. Op 6 november 1943 trouwde hij met Cornelia Maria Lormans. Gedurende de periode 1947 – 1960 woonde Wigbels met zijn gezin in Ommen, waar hij in dienst was als journalist voor het Ommer Nieuwsblad en later het Sallands- Overijsselsch Dagblad. Daarnaast was hij in zijn vrije tijd ook nog eens actief voor het Ommer verenigingsleven, was voorzitter van Katholiek Ommen en schreef teksten voor toneelvoorstellingen.

Foto’s
Bijzondere van Herman Wigbels was dat hij als journalist niet alleen verslag met pen en schrijfmachine deed, maar ook als fotograaf voor de krant actief was. Hij maakte ter illustratie van zijn artikelen dus zelf ook de foto’s. En misschien in dit geval nog belangrijker: de foto’s zijn allemaal bewaard gebleven in een door hem zelf aangelegd fotoarchief. Zodoende kan nog steeds dankbaar gebruik gemaakt worden van de door hem gemaakte waardevolle foto’s waarop alle aspecten van het leven in de stad, dorp of het platteland goed tot hun recht komen. Het fotoarchief van Wigbels is in het bezit van de stichting OudOmmen.nl en voor iedereen toegankelijk via OudOmmen.nl en HermanWigbels.nl.

Krantenloopbaan
Herman Wigbels begon zijn krantenloopbaan in Enschede waar hij samen met Carel Enklaar “Het Centrum” runde, een kopblad van de Tijd-Maasbode. Vanwege de oorlog en de consequentie daarvan op zijn werk als journalist, verliet hij het redactielokaal van de Tijd-Maasbode want hij voelde niets voor een collaborateursbaantje bij een gelijkgeschakelde krant. Hij werd ambtenaar en belandde uiteindelijk op een Enschedees distributiekantoor waar hij samen met een andere collega (Adriaan Buter) de burgerij voorzag van bonkaarten. Stiekem staken zij van tijd tot tijd achterovergedrukte bonkaarten toe aan ondergedoken joden; een handeling die natuurlijk werd ontdekt; het einde van een ambtelijke loopbaan in Enschede, want Herman moest begin mei 1944 haastig onderduiken. Het ging drie weken goed, tot eind mei 1944 als de 25-jarige Herman Wigbels wordt opgepakt door de Gestapo. Via kamp Amersfoort komt hij uiteindelijk op het Duitse Waddeneiland Wangerooge terecht, om daar verplicht als Arbeitseinsatz-arbeider aan Hitlers Atlantikwall te werken.

Jan van Ommen
Na de oorlog volgt een sollicitatie als journalist bij drukkerij en uitgever Veldhuis in Ommen en met succes. Kantoor werd gehouden aan de Molenweg 4 tegenover hotel De Zon. In 1955 werd het kantoor verplaatst naar Brugstraat 17 (Bakoven). Uitgever G.J. Veldhuis, die ook een drukkerij had in Raalte, verkreeg de rechten van de weekkrant de Oprechte Ommer Courant en gaf de krant uit als Ommer Nieuwsblad. Als nieuws- en advertentieblad voor Ommen en omstreken verscheen deze krant twee keer per week, op woensdag en op zaterdag. Onder pseudoniem “Jan van Ommen” schreef Wigbels voor het Ommer Nieuwsblad prikkelende commentaren over het reilen en zeilen in Ommen waarin hij zijn mening niet onder stoelen of banken stak. Hij vulde de krant bijna helemaal in zijn eentje en hij doorkruiste daarvoor dagelijks het gebied te voet, met de bus en op de fiets. Dan ook was hij gekleed met op zijn overhemd een vlinderstrik. Van gemeenteraadsvergaderingen werd letterlijk verslag gedaan. Hij tikte de copy op kantoor of thuis uit en bracht het dan naar de drukkerij. Lees meer »

Reageren »

17 augustus 2021

Kasteel Eerde doet weer mee met nationaal Kamermuziekfestival

Categorie: Harry Woertink, Kastelen & Havezates.    191 keer gelezen.

Op 8, 9 en 10 oktober worden door het hele land 70 concerten met klassieke en vernieuwende kamermuziek uitgevoerd.

 NMF Kamermuziekfestival bij Natuurmonumenten in Kasteel Eerde 2019.
Foto: NMF & Natuurmonumenten / Ben Houdijk

Voor dit exclusieve festival opent Natuurmonumenten de deuren van historisch erfgoed, zodat het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds (NMF) daar een podium kan bieden aan topmusici en de hoogwaardige instrumenten die zij bespelen. De fraaie bel-etage van Kasteel Eerde biedt een bijzonder passend decor voor de concerten. Kaarten voor dit festival zijn nu verkrijgbaar via de website www.nm.nl/kmf.

Kasteel Eerde stond ruim drie jaar in de steigers. De bel-etage van het kasteel is volledig gerestaureerd. Bezoekers van het Kamermuziekfestival kunnen de fraaie bel-etage op eigen gelegenheid bewonderen. Extra bijzonder is dat in Kasteel Eerde een aantal muziekstukken worden gespeeld die geïnspireerd zijn op de 18e eeuwse Vlaamse wandkleden in de zaal met voorstellingen uit de Metamorfosen van Odivius.

Topmusici
Het Nationaal Muziekinstrumentenfonds heeft weer – voornamelijk jonge – topmusici gevraagd om mee te doen met het festival. Op Kasteel Eerde speelt op vrijdagavond het Chloé Piano Trio met Maria Gîlicel (viool), Jobine Siekman (cello) en George Todică (piano). Zij spelen werk van R. Clarke, K.M. Murphy en L. Boulanger. Op zaterdagmiddag brengt het Brackman Trio, bestaande uit Tim Brackman (viool), Kalle de Bie (cello) en Rik Kuppen (piano), werk van Zemlinsky en J. Brahms ten gehore. Op zaterdagavond kunt u genieten van het veelgevraagde Oyster Duo met pianiste Anastasia Federova en contrabassist/cellist Nicholas Santangelo Schwartz. Zij spelen werken van Chopin, Schumann, Fedorov en Piazzolla. Op zondagmiddag sluiten José Nunes (altviool) en Pieter Bogaert (piano) het festival op Eerde af met een Metamorfoses-programma met o.a. Purcell, Schubert, Mahler, R. Strauss en Clarke. Lees meer »

Reageren »

13 augustus 2021

Nieuwe uitgave De Darde Klokke weer vol met historische verhalen

Categorie: De Darde Klokke, Harry Woertink.    254 keer gelezen.

In het jongste nummer (200) van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke dit keer weer volop historische verhalen. Zo wordt uitgebreid Gerrit Jan Seinen (1902-1989) belicht als een eigenzinnige wethouder met een groot hart voor Ommen.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (200).

Van 1945 tot 1974 was Seinen wethouder. Een markante persoonlijkheid die zei waar het op stond, maar daarmee niet alleen vrienden maakte. Toch is Ommen veel dank aan hem verschuldigd, overal in de gemeente zijn sporen te vinden die herinneren aan deze bijzondere plaatsgenoot, zo blijkt uit het nieuwste nummer. Ingrijpend voor Seinen en zijn vrouw waren de oorlogsjaren waar ze meehielpen aan het onderbrengen van onderduikers. Op het laatst van de oorlog kreeg de familie Seinen een jongetje ‘uit het Westen’ in huis die tijdelijk in Ommen was maar niet terug kon door de sluiting van de IJssellinie. In Amsterdam was er ook na de oorlog nog gebrek aan alles, waardoor hij in Ommen bleef. Ondertussen noemde de jeugdige Amsterdammer zijn pleegouders ‘oom Gerrit Jan’ en ‘tante Fré’.

Joodse huizen
In De Darde Klokke verder een verhaal wat er na onderduik of deportatie van de bewoners met de Joodse huizen in Ommen gebeurde. In 225 gemeenten in ons land zijn Joodse woningen, grond en bedrijven na onteigening doorverkocht. Vaststaat dat het hier gaat om een schimmig vastgoedcircuit waar ook gemeentes een bedenkelijke rol hebben gespeeld. In Ommen huurden sommige Joden hun huizen, maar bij anderen betrof het eigendom. Uit plaatselijk onderzoek is vooralsnog niet vast komen te staan of de gemeente Ommen in deze ook een bepaalde rol heeft gespeeld.

Ommen in vroegere jaren
Jeugdherinneringen over het vissen in het Ommerkanaal en het vissen op paling in de haven komen ruim aan bod. Ooit lagen er drie boten aan de oostzijde van het kanaal. Het eerste, een bruine woonark, was van mevrouw Vrede. Zij had vele sanseveria’s voor de grote ramen staan. Behalve water aan haar bloemen gaf ze ook blokfluitles. Het tweede was een klein woonbootje van de familie Pater die met paard en wagen oud ijzer ophaalde. Lees meer »

Reageren »

12 augustus 2021

Willem Lampe neemt afscheid van NS

Categorie: Bekende personen, Harry Woertink.    437 keer gelezen.

OMMEN – Stukjes schrijven voor het Ommer Nieuws blijft hij nog doen, maar de NS is van hem af. Willem Lampe (62) ook bekend als Lampie heeft donderdag 12 augustus 2021 afscheid genomen bij de Nederlandse Spoorwegen.

 Willem Lampe neemt na 40 jaar afscheid van de NS
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Willem Lampe -> afscheid van NS

40 jaar
Veertig dienstjaren bij de Nederlandse Spoorwegen was voor Lampe lang genoeg. Na zijn laatste werkdag in Zwolle wachtte collega’s, sportvrienden en familie hem op bij het NS-station in zijn woonplaats Ommen. Dat bleef bij velen niet ongemerkt. Behalve spandoeken, toeters en vlaggen op het perron werd zijn afscheid ook in de trein door de conducteur aangekondigd. Bovendien stond hem op het station in Ommen een extra verrassing te wachten. Het oude wissel- en seinblok, waarop Lampe in 1981 is begonnen was voor hem klaargezet op het perron. Het museale ding belandde in 1987 in het streekmuseum toen de lijn Zwolle-Emmen geëlektrificeerd werd. Nieuwbouw van het streekmuseum staat het wisselblok in de weg. Daarom ontfermde molenaar Anton Wolters zich erover. Wolters was graag bereid om het blok voor het feestelijke afscheid van Lampe naar het NS-station te brengen. Lampe was beduusd door het grote gezelschap dat hem onthaalde.

Museum
Als oud sein- en loketmedewerker mocht Lampe nog even aan het sein- en wisselblok zitten. “Hoe was het ook alweer?” vroeg Lampe zich af. Na de vernieuwing van de spoorverbinding werd Lampe van Ommen naar Zwolle overgeplaatst en reisde daarom dagelijks met de trein. Om vrij te blijven van avond- en nachtwerk koos hij er voor om zich verdienstelijk te maken bij de afdeling logistiek, die verantwoordelijk is voor het rangeren van de treinen. De in Steenwijk geboren Willem Lampe ook bekend als “Lampie of “Klukluk” is in Ommen een bekend iemand dat hij vooral te danken heeft als columnist voor de weekkrant het Ommer Nieuws waarin hij schrijft over alle dingen van de dag, maar ook kritische noten niet achterwege laat. Ook voor de krant en de voetbal verzorgt Lampe sportberichten. Verder heeft hij als passie de hengelsport. Lees meer »

Reageren »

9 augustus 2021

Telefoonverkeer in Ommen en Vilsteren geautomatiseerd

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    341 keer gelezen.

Aan de repeterende woorden die de telefonisten telkens maakten van “U wordt gebeld door…” om een telefoongesprek door te verbinden kwam in Ommen en Vilsteren op 2 juli 1956 definitief een eind.

 Vervangend stationhoudster mejuffrouw Koggel van de ‘Boerenpost’ te Vilsteren. Boerenposten waren telefooncentrales die de aanvragen voor interlokaal verkeer uit de zeer kleine plattelandsgemeenten behandelden, vandaar de naam. De tarievenlijst hing binnen handbereik.
Foto: OudOmmen

Vanaf toen werd het telefoonverkeer voor het eerst geautomatiseerd. De bellers konden zelf de verbindingen tot stand brengen. Eerder kon dat alleen via tussenkomst van de telefoniste op het telefooncentrale van het postkantoor Zij bracht vervolgens de gewenste verbinding tot stand. Het netnummer van de automatische telefooncentrale werd 05291 en de abonneenummers veranderde van twee naar drie cijfers. Vilsteren had een zogeheten “Boerenpost” met een centrale die een capaciteit had van twintig aansluitingen. De gesprekken via de centrale kwamen tot stand door een verbindingssnoer aan te brengen tussen de uitgangen van twee abonneelijnen.

350 abonnees
Op die maandagmiddag precies één uur werden de ongeveer 350 telefoonabonnees in Ommen en Vilsteren op het automatische net aangesloten. Aan het Bergpad werd hiervoor een telefooncentrale gebouwd. De ingebruikname werd door de PTT feestelijk gevierd in hotel Stegeman, waarbij onder meer tegenwoordig waren burgemeester mr. C. P. van Reeuwijk, wethouder G. J. Seinen, secretaris E. J. Stoeten, gemeentearchitect S. Reinsma, de heren G. Bosscher en B. Terra voor de middenstandsvereniging, de heren B. H. G. Lubbers en J. Vosjan namens de abonnees en hoofden van diensten uit het telefoonbedrijf.

De directeur van het telefoondistrict Zwolle, ir. E. W. Ott, zei zich te kunnen voorstellen dat men in Ommen op de automatisering heeft zitten wachten. De P.T.T. kon echter niet anders door materiaal schaarste en andere factoren. De kosten van aansluiting bedroegen f 600.000; dit is ruim f 1700 per abonnee. In 1955 bedroegen de uitgaande interlokale gesprekken in Ommen 115.000. In 1956 verwacht men een aantal van 150.000. Het aantal lokale gesprekken bedroeg in 1955 175.000. Gedurende de zomermaanden wordt ongeveer 20 procent meer getelefoneerd dan in de andere maanden, zo was berekend.

Eerst denken dan doen
De telefoondistrictsdirecteur verzocht, over de hoofden van de aanwezigen heen, de abonnees om toch vooral eerst te denken en dan pas te doen. Laat men eerst rustig de eerste bladzijden met aanwijzingen in de telefoongids lezen en laat men minder fouten maken. Weet ook waarover men wil spreken en zeg het zakelijk en kort. Het aantal door de telefonisten in 1955 afgewikkelde interlokale en internationale gesprekken bedroeg ongeveer 289.000 dit is gemiddeld per werkdag 1100. Dit betekent dat, met de lokale gesprekken erbij gerekend, de telefonisten per dag elk 350 gesprekken tot stand brachten.

Burgemeester Van Reeuwijk wenste in zijn toespraak de PTT veel geluk met het werk en bracht een woord van hulde aan de telefonistes, onder leiding van mejuffrouw B. van Elburg, en in Vilsteren de dames Niemeyer en Koggel, die met onuitputtelijk geduld al die jaren de telefooncentrale hebben bediend. Wij zullen nu de aangename stemmen der dames moeten missen, maar ook de mensen die halsstarrig verkeerd bellen. Lees meer »

Reageren »

7 augustus 2021

Ommer tijdschrift De Darde Klokke op weg naar jubileum: 200ste nummer

Categorie: Boeken & Tijdschriften, De Darde Klokke, Harry Woertink.    281 keer gelezen.

OMMEN – Het historisch tijdschrift De Darde Klokke werkt op dit moment aan het tweehonderdste nummer. De uitgevers van het Ommer kwartaalblad zijn trots op deze mijlpaal. Het jubileumnummer 200 rolt eind deze maand van de pers en vervolgens ook in de brievenbus van de abonnees.

 Met spanning wordt het pulsen, waarmee de firma Dijks en Steen is begonnen, naar de “darde klokke” gevolgd.
Foto: OudOmmen
Zie ook de albums “De Darde Klokke” en “Tijdschrift De Darde Klokke

Nieuwe start
In 1971 is een nieuwe start gemaakt met de uitgave van De Darde Klokke. Vanaf toen is ook een begin gemaakt met de nummering van de bladen. Het eerste exemplaar van dit tijdschrift verscheen al in 1954, maar hield in 1962 op te bestaan. Dieks Makkinga (1919-1995) was het die in 1971 op eigen houtje het initiatief nam om De Darde Klokke weer nieuw even in te blazen. En met succes, tot aan vandaag de dag zorgt het tijdschrift om de drie maanden voor de verslaglegging van de geschiedenis van Ommen en omstreken, gezien vanuit de ogen en oren van diverse Ommer en Ommenaren. “We prijzen ons gelukkig met een groot abonneebestand dat ons tijdschrift weten te waarderen”, aldus Albert van der Vegt, penningmeester van de stichting De Darde Klokke. “Daarnaast kunnen we telkens een beroep doen op onze trouwe adverteerders. Dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat De Darde Klokke voor de kostprijs aangeboden kan worden.

Historie
Hoe komt men aan de naam De Darde Klokke? De historie van Ommen vertelt ons dat er ooit drie koperen luidklokken hebben gehangen in het klokkenhuis van de (Hervormde) kerk in de Brugstraat. In het Rampjaar 1672 is een van deze klokken gestolen door soldaten uit het Münsterland onder leiding van de bisschop van Münster. Het is ze echter niet gelukt de zware luidklok mee te nemen. De soldaten kwamen niet verder dan de haven. Het verhaal vertelt verder dat de zware koperen klok over boord is geslagen, in het water terecht kwam – van wat nu Burggraven wordt genoemd – en op de bodem ligt van een vroegere rivierarm van de Vecht. Vanaf het ontstaan van dit Ommer historisch tijdschrift wordt de ‘derde klok’ weer symbolisch geluid met de naam “De Darde Klokke”, de naam dus van dit tijdschrift geschreven in het Ommer dialect. Lees meer »

Reageren »

3 augustus 2021

Reis naar de oorsprong van de Vecht (2)

Categorie: Harry Woertink.    314 keer gelezen.

De Gemienschop van Oll Ommer maakte op 19 mei 1954 een reisje naar de bronnen van de Vecht in Duitsland. Onder de deelnemers ook Herman Wigbels voor het Ommer Nieuwsblad. Dit is deel 2 van zijn verslag voor het Ommer Nieuwsblad.

 Het prachtige middeleeuwse altaar-drieluik in de kerk van Schöppingen, verhalend alle episoden van het lijden van Christus. Dit schoonste werk van de onbekende schilder leeft voort in de geschiedenis als de Schöppinger Meister en van wiens hand alleen nog in Keulen een werk te vinden is, want het grote stuk in Berlijn is bij de laatste oorlog verbrand.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “1954 – Reis naar de oorsprong van de Vecht

Schöppingen
In ons eerste artikel vertelden wij van de reis naar Schöppingen en de aanbieding van een foto aan de Duitse gastheren. In Schöppingen vertelde Pfarrer Krasbutter op interessante wijze in platduuts iets van de geschiedenis van de kerk en de plaats zelf. Onder Lodewijk de Vrome in 838 was Schöppingen als een plaatsje en iets van die oude tijden waait nog steeds door de kruinen der bomen en spreekt nog uit de stenen der kerk. Van een heidense offerplaats maakte Sankt Brictius er een Christengemeente van. Uit de offersteen groeide een houten kerk, later herbouwd in Romaanse stijl. Veranderingen en uitbreidingen schonken de kerk daarbij nog een vroeg- en laatgotisch uiterlijk. In de kerk, waar zich allen verzamelden, verhaalde de Pfarrer bijzonderheden over de geschiedenis van het interieur en zijn stem werd gloedvol toen hij kon vertellen over het prachtige middeleeuwse altaar-drieluik dat de dag tevoren teruggekomen was van een 30.000 guldens eisende restauratie. Het prijkte reeds weer boven het altaar in al zijn mystieke middeleeuwse schoonheid, verhalend alle episoden van het lijden van Christus. Vol bewondering bekeken allen dit schoonste werk van de onbekende schilder, die voortleeft in de geschiedenis als de Schöppinger Meister en van wiens hand alleen nog in Keulen een werk te vinden is, want het grote stuk in Berlijn is bij de laatste oorlog verbrand.

Na nog een laatste blik geworpen te hebben op de kleine Vecht waarin de vrouwen hun was zaten te spoelen en welk stroompje nooit bevriest, hoe wonderlijk het ook moge klinken, werd verder gereden naar Eggenrode. Behalve de Pfarrer gingen de Schöppinger autoriteiten mee om het contact met Scholten Berend tot stand te brengen. Van een wonderlijke schoonheid was hier het landschap. Puur de lucht, zacht de kleuren, fris en vredig, zorgeloos mooi de landerijen. Vanaf de Schöppingerberg, 157 meter, had men een prachtig panorama aan alle zijden. Als een groene lappendeken in vele tinten vertoonde zich het opschietende zaaisel tegen de heuvelflanken, overal doorbroken met het tere wit van de bloeiende bongerds en doorsneden met het wit van de fruitbomen die hier allerwegen langs de straten geplant zijn. Lees meer »

Reageren »

31 juli 2021

Reis naar de oorsprong van de Vecht (1)

Categorie: Harry Woertink.    464 keer gelezen.

De Gemienschop van Oll Ommer maakte op 19 mei 1954 een reisje naar de bronnen van de Vecht in Duitsland. In Schöppingen vloeit het water van de Vecht onder het altaar van de oude Romaanse kerk. De mensen zagen het water hier uit de muur stromen.

 1954. De eerste brug over de Vecht in Duitsland: een houten stellage met een vloertje van misschien 1 meter breed. Veel meer dan een slootje is de mooie Vecht van Ommen hier nog niet.
Foto: OudOmmen
Zie archiefnummer WB0004 voor vergroting met namen van personen.

De geboorteplaats van de mooie Vecht genoot grote belangstelling bij de bezoekers. Onder hen ook Herman Wigbels die voor het Ommer Nieuwsblad verslag deed van de tocht. Dit is deel 1 van zijn verslag voor het Ommer Nieuwsblad.

Ontdekking
Tussen half 9 op de morgen van de 19e mei (1954) en half 9 ’s avonds van dezelfde dag ligt de “ontdekking” van de bronnen der Vecht door 130 Ommer, die met groeiende belangstelling kennis maakten met de dorpjes en stadjes, de natuur en de mensen van het idyllische Westfaalse land, waar doorheen een kleine en bescheiden Vecht voort kronkelt naar het niet minder schone Sallandse land, waar de volle trotse schoonheid van de rivier een stempel op het landschap en op de mensen heeft gedrukt.

In Schöppingen en Eggerode moge men platduuts spreken en hier Ommers; daar moge de streek doordrenkt zijn met katholieke vroomheid en hier met een evenwel sprekende Protestantse zin en geest; één ding hebben de bewoners van deze plaatsen gemeen: hun liefde voor het volkseigene, voor de streek, voor de Vecht vooral. Dezelfde warme begeestering voor deze lieftallige Vechtstroom was te beluisteren in de woorden van de voorzitter van Oll Ommer, de heer Hurink, en in de woorden van Amtdirektor Kröger, Pfarrer Krasbutter en de ongekroonde burgemeester Scholten Berend van Eggerode.

Band gegroeid
In die 12 uren gevuld met een wederzijdse spontane hartelijkheid, gevuld met prachtige vergezichten in het Westfaalse land, met bezoeken van de schoonste burchten van het Munsterland en korte verblijven in de ring van stadjes en dorpjes, in die korte tijd is er ineens een band gegroeid die mogelijk voert tot een ander en nauwer contact tussen de streek waar de Vecht begint en de streek waar haar grootste schoonheid bereikt wordt. Dat vooral is de geestelijke winst van deze dag, zo vol van de mooiste indrukken.

Vol verwachting klopt ons hart. In dat zinnetje ligt opgesloten hetgeen 130 deelnemers aan de tocht naar de oorsprong van de Vecht gevoelden, toe zij woensdagmorgen in alle vroegte door het Sallandse en Twentse landschap reden. Door de majesteitgelijke schoonheid van de meimorgen zoefden 3 bussen (1 van Lambers touringcarbedrijf en 2 van Meinderink Beerzerveld) en de 2 luxe auto’s (in een ervan burgemeester Van Reeuwijk) voort naar de Duitse grens. In Hellendoorn werd Johanna van Buren, de dialectdichteres en in Wierden de Westfaalse bard Hulsbekke aan boord genomen. Lees meer »

2 Reacties »

24 juli 2021

Veel bezoekers en unieke fietsen voor Historisch Rijwielmuseum Ommen

Categorie: Harry Woertink, Musea.    467 keer gelezen.

OMMEN – De vakantiedrukte in Ommen zorgt ook voor veel drukte in het Historisch Rijwielmuseum in Ommen. Direct na elke openstelling is het komen en gaan van belangstellenden die graag een kijkje willen nemen in het museum aan de Brugstraat waar eerder de Hema was gevestigd.

V.l.n.r.: Arie Broekmaat, Johan Overweg en Maarten Waarlé bij de hoge bi uit 1885 waar het museum erg blij mee is.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “2021 – Fietsmuseum Ommen

Zo werd deze week op zo maar een zomerse dag maar liefst 159 bezoekers geteld. “Het museum is een schot in de roos. Het is elke dag raak. We zitten in bijna twee maanden aan bijna tweeduizend bezoekers”, zegt Arie Broekmaat van het museum. “De bezoekers vinden het allemaal heel interessant. Vaak ook komt een mooi gesprek op gang met de mensen over de fietsen van vroeger”.

Nieuwe aanwinsten
De interesse voor het museum is ook de aandacht van verzamelaars van oude fietsen niet ontgaan. Opnieuw kon het museum aan de Brugstraat “nieuwe” aanwinsten in ontvangst nemen van mensen die hun historische fietsen graag aan een breed publiek laten zien. Zo kreeg het museum zaterdag een hoge bi, een fiets met een heel groot voorwiel en een heel klein achterwiel uit 1885. Verder een replica van houten loopfiets (Draisine, Duitslands) uit 1817 en een handbike uit Antwerpen, die met de hand te bedienen is en als invalidenbakfiets dienst heeft gedaan

Oudste fiets van het museum
De hoge bi is afkomstig van Maarten Waarlé uit Waalre, verzamelaar en kenner van historische fietsen die zijn vélocipède persoonlijk in Ommen kwam afleveren. Het is ook de oudste fiets die in het museum te zien is. Het museum is dan ook heel blij met deze fiets. De houten fiets is een exact nagebouwd exemplaar van de in 1817 door Karl Freiherr von Drais in Duitsland uitgevonden loopfiets. Hoewel loopfietsen al langer bestonden, was de draisine de eerste met een stuurmechanisme. De houten fiets is gemaakt door een groepje enthousiastelingen uit Den Ham die daar ook bij het jaarlijkse Historisch Schouwspel zijn betrokken. De handbike komt uit Antwerpen en is gerestaureerd door Arie Broekmaat, de techneut van het museum. De activiteiten van het fietsmuseum zijn ondergebracht in de stichting Historisch Rijwielmuseum Ommen. Meer dan 120 historische fietsen staan er uitgestald. Bijzonder is ook de collectie van verzamelaar Johan Overweg uit Ommen. In het museum zijn looproutes aangebracht en moet de anderhalve meter in acht genomen worden.

De openingstijden van het Historisch Rijwielmuseum Ommen zijn: dinsdag van 11 uur tot 17 uur; woensdag tot en met vrijdag van 13 uur tot 17 uur; zaterdag van 11 uur tot 17 uur. Website: www.fietsmuseumommen.nl

Bron: Harry Woertink – 24 juli 2021

Reageren »

19 juli 2021

Krijgt gevelsteen met het alliantiewapen Friesendorp-Walraven weer een eigen plek?

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink.    439 keer gelezen.

Keert de zandstenen gevelsteen van Friesendorp-Walraven weer terug zodat een stukje geschiedenis voor de komende generaties bewaard blijft?

Met deze vraag zitten niet alleen enkele Ommenaren onder aanvoering van molenaar Anton Wolters, maar ook nazaten van de familie Friesendorp. Zij hebben zich daarom tot het gemeentebestuur van Ommen gewend. Hun wens is om de bijna drie eeuwenoude gevelsteen met de alliantiewapens van Friesendorp en Walraven terug te plaatsen in de buurt waar het ooit heeft gestaan. Gedacht wordt aan de plek van de oude HEMA-locatie.

Afbeelding van “een oud huis te Ommen”, vóór de restauratie in 1938, in het jaarverslag 1939 van Het Oversticht.
Zie ook het album “Gevelsteen met alliantiewapen Friesendorp-Walraven

Wijken voor aanleg weg
Het door de familie Friesendorp gebouwd pand in de Brugstraat in Ommen moest in 1969 wijken voor de aanleg van een autoweg over de Markt en de aanleg van een nieuwe brug over de Vecht. Gelukkig zijn bij de sloop de gevelstenen bewaard gebleven. Met financiële steun van de provincie is toen de gevelsteen verworden tot een rustieke zitbank op het terrein van het Streekmuseum. Daarmee bleef een stuk cultuurhistorisch erfgoed bewaard. Echter, de gevelsteen ligt nu in opslag omdat er door de nieuwbouw van het museum geen plek meer is voor deze tastbare herinnering aan vervlogen tijden en mensen. De Friesendorp ’s hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Ommen. Maar liefst vier van hen waren burgemeester van Ommen. Daarom is het goed dat de gedachte aan de Friesendorp’s met het behoud van de gevelsteen levendig wordt gehouden.

Friesendorp
Het pand aan de Brugstaat (vroeger nummers 3 en 4) is in 1694 gebouwd door Hendrik Friesendorp die in 1680 schepen was en in 1694 burgemeester. Na zijn overlijden kwam het in het bezit van zijn zoon Gerrit en later door vererving werd kleinzoon Egbert Friesendorp (1718-1784) eigenaar. Laatstgenoemde was commies ter recherche der konvooien en licenten, later koopman, importeur van wol, schepen en burgemeester van Ommen (1748-1784). Toen Egbert trouwde met Anna Lucretia Walraven werd de alliantie van het echtpaar vereeuwigd met het plaatsen van een wapen in de gevel van hun huis. Het ging om drie Bentheimer zandstenen: de grote met het alliantiewapen en twee kleinere hoekstenen. Ze zijn als grove blokken over de Vecht aangevoerd en wellicht gemaakt op de bouwplek door een Duits rondtrekkende steenhouwer.

Weer zichtbaar
In 1898 werd het pand gekocht door bakker Gerhard Stevens voor een winkel-woonhuis. De oorspronkelijk oude gevel was reeds door vroegere verbouwing geschonden. Maar gelukkig vond in 1939 een restauratie plaats met behoud van de topgevel toen bakker Gerrit Jan Stevens het pand had overgenomen van zijn vader. Bij de verbouwing liet de gemeente zich bijstaan door de schoonheidscommissie van “Het Oversticht”. De grote zandstenen gevelstukken werden toen voor het eerst weer zichtbaar. Het bleek dat ze behoorlijk waren aantast door de tand des tijds.

Lees meer »

2 Reacties »