микрозаймы

12 augustus 2020

Canon van de Ommer: Geslacht Mulert (4)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    507 keer gelezen.

De naam Mulert is historisch nauw verbonden met Ommen. In 1305 kwam ridder Hessel Mulert met een bende ruiters naar het Oversticht om namens de Bisschop van Utrecht in deze regio orde op zaken te stellen.

 Het geslacht Mulert in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “4. Geslacht Mulert”, de verzamelplek voor alles over het geslacht Mulert.

In het jaar (1492) dat Columbus Amerika ontdekte was het de met Jonkvrouw Niesse van Ruyterborg gehuwde nazaat die voor een eerste vaste oeververbinding in Ommen zorgde. De nakomelingen van Hessel Mulert hebben op verschillende kastelen en havezaten in de omgeving gewoond, zoals de Cranenburg en de Leemcule bij Dalfsen. De familie Mulert evolueerde overigens in de loop van de tijd van roofridder tot notaris en kantonrechter. Het geslacht Mulert wordt nog steeds in herinnering gehouden met de naamgeving van de brug over de Vecht bij Ommen: Hessel Mulertbrug.

Twee takken
Het geslacht Mulert verdeelde zich in twee takken. Een tak trouwden met de Spaanse adel en de laatste afstammeling, waarmede deze tak uitstierf, was Don Mulardo, graaf van Auterippe. De andere tak bleef Overijssel bewonen en is door huwelijk aan nagenoeg alle riddergeslachten van Overijssel en Gelderland verbonden. Uit dezen tak zijn mannen voortgekomen, die op den loop van ’s landszaken hun stempel hebben gedrukt zoals onder andere Gerard Mulert, vermaard door rechtsgeleerdheid en kunde van krijgs- en staatszaken. Hij was rentmeester van Salland, had zitting in de Geheimen Raad van Keizer Karel V en was stadhouder ad interim onder George Schenk van Toutenburg in Groningen. Sommige van de Mulerts waren Drost en Schout te Lingen (in Westfalen), dat toen een bezit was van de Nassau’s.

Leemcule
In 1640 kwam de Leemcule bij Dalfsen (toen nog een havezate) in het bezit van de familie Mulert. De laatste havezatebewoner was Joachim Ernst baron Mulert tot de Leemcule, gehuwd met Anna Petronella Gravin van Nassau Woudenberg. De havezate werd in 1812 afgebroken om in 1823 op dezelfde plaats te worden vervangen door het huidige landhuis. Uit het huwelijk Mulert/Woudenberg zijn vier zonen geboren. Twee zonen bleven in Overijssel wonen. De oudste, Jacob Adriaan Mulert tot de Leemcule, was de vader van Frederik Willem Nicolaas Baron Mulert die in Ommen notaris zou worden. De jongste zoon, Frederik Christiaan baron Mulert tot de Leemcule, werd burgemeester in Dalfsen. Uit zijn huwelijk met H.M.D.R. van Omphal is ondermeer geboren Frederik Hendrik baron Mulert, die zijn vader, sinds 1811 burgemeester van Dalfsen, in 1844 opvolgde als burgemeester en in dat ambt bleef tot 1903.

Notaris
Frederik Willem Nicolaas baron Mulert (25-2-1821) wordt in 1852 benoemd tot notaris in Ommen en blijft dat tot zijn overlijden in 1895. Hij laat Huize Olde Vechte aan de Zeesserweg bouwen om er vervolgens te gaan wonen met zijn gezin met er naast zijn kantoor. In de voorgevel van dit herenhuis bevindt zich een gedenksteen met de naam van zijn oudste zoon A.J.A. Mulert. De notaris kon rechtstreeks van zijn huis over ‘Mulertsdiekie’ richting de molen aan Den Oordt wandelen. De rivier de Vecht doorsneed toen nog niet het beukenlaantje, zoals dat na de ‘verbetering’ van de Vecht wel het geval was. Behalve notaris is Mulert vanaf 1877 tot 1887 tevens plaatsvervangend kantonrechter bij het plaatselijk Kantongerecht. In 1895 overlijdt F.W.N. baron Mulert en in 1910 overlijdt ook zijn vrouw Elisabeth Cornelia Overgauw Pennis. De in leven zijnde kinderen zijn: 1. Anne Jacob Adriaan baron Mulert; 2. Maria Johanna Elisabeth baronesse Mulert; 3. Frederik Eliza baron Mulert; 4. Geertruidis Pieter Christiaan baron Mulert; 5. Johan Petrus Antoine baron Mulert; 6. Otteline Nicole baronesse Mulert en 7. Adriaan Marinus Leopold baron Mulert. Huize Olde Vechte, toen bekend als Zeesseroever, komt in het bezit van de zoon Johan Petrus Antoine baron Mulert. Deze is griffier bij het Kantongerecht in Kampen en wordt in 1908 benoemd tot kantonrechter in Ommen. De zoon ruilt het rustieke ‘Olde Vechte’ in 1921 met Jonkheer Adriaan Stoop voor het statige pand ‘Benvenuta’ aan de Voorbrug 9. Lees meer »

Reageren »

5 augustus 2020

Erve Dunnewind van schipperslogement naar erve Vechtdal als toeristisch trekpleister

Categorie: Harry Woertink.    757 keer gelezen.

Varsen is sinds kort een nieuw toeristisch trekpleister rijker: Erve Vechtdal Koesafari. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden vorige maand met de zestig koeien naar Varsen. Simone, Rik Jansen en het personeel doen hier nu ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. Lees meer »

2 Reacties »

4 augustus 2020

Het Volk over de historie van Ommen (deel 2)

Categorie: Algemeen, Harry Woertink.    377 keer gelezen.

In het voorjaar van 1944 is er in het dagblad Het Volk aandacht voor de historie van Ommen. In de toen door de Duitse bezetter gecensureerde krant wordt in twee delen de geschiedenis belicht.

 Vissen bij de Vechtbrug in Ommen ca. 1907.
Afbeelding: OudOmmen

Na de oorlog ging het socialistisch dagblad verder onder de naam Het Vrije Volk. Dit deel gaat over de Ommerschans, de brug, luchtgesteldheid en bebossing van Ommen. De spelling is aangehouden van de krant. De twee delen uit het dagblad Het Volk zijn overgenomen van de website www.Delpher.nl.

Geslachten van Friese stam

Coehoorn bouwde schans, die weg naar ’t Noorden beheerste
“Aan de noordkant van de Vecht, ongeveer vijf uren ten Oosten van Zwolle, ligt het stadje Ommen. Het is een der kleine steden van het voormalig kwartier Salland, thans het arrondissement Zwolle. Het plaatsje is gebouwd op een grotendeels uit geel of rood zand bestaande grond, waarvan de oppervlakte met een vettere, zwartere aarde is bedekt en die zich naar de kant van het Noorden van het Bouweinde langzamerhand verheft tot bij de in omstreeks 1875 aangelegde begraafplaats (thans het oude kerkhof). De kerk en de pastorie of, zoals deze gebouwen vroeger ten plattelande genoemd werden, de Wheeme, staan ook iets hoger, dan de naburige gebouwen.
Van de stadssingels of grachten was tot voor enige jaren niet veel meer over dan de zgn. Burggraven. Op de plaats, waar vroeger het water van deze Burggraven golfde en waar de Ommer kinderen ’s winters hun schaatsen onder bonden, ligt thans de nieuwe weg, die Vechtbrug verbindt met de weg naar Balkbrug. Het stadje Ommen bestond vroeger uit twee zeer verschillende gedeelten het zgn. Brugeinde met als voornaamste straat de Brugstraat en het zgn. Bouweinde. Het Brugeinde, dat grensde aan de Vecht, werd grotendeels bewoond door winkeliers, herbergiers, ambachtslieden, kortom door gewone burgers, terwijl het bouweinde bewoond werd door personen die, de naam zegt het reeds, hun bestaan vonden in de landbouw, dus de boeren. Ook thans kan men dit onderscheid nog enigszins waarnemen, al is de toestand ook hier in de loop der jaren zeer veranderd.
De tuinen van de inwoners lagen behalve aan de Zuidzijde, waar de Vecht stroomt, rondom de stad, het grootste gedeelte evenwel aan de Westzijde naar de kant van de algemene weide. Ten Noorden van de stad vond men grotendeels bouwland en Ommer stuifbelten, waarachter andere landerijen van gemengde aard lagen, o.a, de Strange, de Laarakkers, de Slagenkampen, Alteveer (waar het werkkamp aan de weg naar Balkbrug zijn naam aan ontleent), het Vlier, de Rotbrink en de Dante. Deze landerijen strekken zich uit tot aan de Hessenweg, die de scheiding vornde van het bouwland met de Ommerzandbelten en het veld, dat zich uitstrekt tot aan de Ommerschans.
Lees meer »

Reageren »

27 juli 2020

Het Volk over de historie van Ommen (deel 1)

Categorie: Algemeen, Harry Woertink.    427 keer gelezen.

In het voorjaar van 1944 is er in het dagblad Het Volk aandacht voor de historie van Ommen. In de toen door de Duitse bezetter gecensureerde krant wordt in twee delen de geschiedenis belicht.

 Oudste bekende zegel van de Stad Ommen.
Afbeelding: OudOmmen

Na de oorlog ging het socialistisch dagblad verder onder de naam Het Vrije Volk. In het eerste deel over het ontstaan van de naam Ommen, het stichten van een kerk en waarom Ommen in1248 stadsrechten kreeg. De spelling is aangehouden van de krant. De twee delen uit het dagblad Het Volk zijn overgenomen van de website www.Delpher.nl.

Dankt het zijn naam aan den Utrechtsen bisschop Otto?

Tussen hamer en aambeeld
“Moeilijk is het de reden op te geven waarom Ommen juist deze naam kreeg. De meest voor de hand liggende verklaring is deze: De uitgang “men” komt in deze streken voor in de namen van verschillende buurtschappen zoals Besthmen en Giethmen, welke buurtschappen vroeger ook wel Besthem en Giethem genoemd werden en zeer waarschijnlijk zijn afgeleid van Bestheim en Gietheim. Deze verbastering vindt men ook in de namen van de buurtschappen Windesheim en Sutheim onder Zwolle, waarvan de eerste meestal Winssem genoemd wordt, terwijl de laatste thans niet anders bekend is dan onder de naam Zuthem. Vermoedelijk schreef men dus weleer Omheim en Omhem en heeft deze naam zijn oorsprong te danken aan het feit dat er hoe langer hoe meer woningen werden gebouwd rondom het nog geen naam ontvangen hebbende Heim of Huis, dat aan den landheer, den Utrechtsen Kerkvoogd, toebehoorde en hetwelk tot woning diende van een van zijn dienaren, aan wien hij het Veer of zijn veerstal in pacht of leen had afgestaan.

Een andere verklaring is, dat de Hof reeds van vroegere eeuwen af een Domein van de Utrechtse Bisschoppen is geweest en naar Bisschop Otto I de naam van Otto’s heim (= Otto’s huis) en vervolgens door verbastering van taal en schrift de naam van Otto’s hem, later Othem en eindelijk Ommen gekregen heeft, welke naam naderhand aan het dorp en vervolgens aan de stad is gegeven. Doch zoals het met de namen van de meeste plaatsen uit de Middeleeuwen gaat, het blijven niets meer dan gissingen ten opzichte van de waarschijnlijke oorsprong.

Nadat, vooral door de zorgen van Lebuinus de verspreiding van de Christelijke godsdienst in deze landen hand over hand toenam en de inwoners het heidendom vaarwel zegden, begon men hier en daar kerken te stichten om daarin de godsdienst uit te oefenen. Door de Utrechtse Kerkvoogden, als opperste geestelijken, maar ook als wereldlijke Heren van deze landen, werden aan deze kerken bondzegelen uitgedeeld. Zulk een kerk werd bij voorkeur daar geplaatst, waar reeds kleine buurten bestonden en zo ook bij des Bisschops hof en veerstal over de Vecht aan de weg van Salland naar Drente, die toen waarschijnlijk reeds heerbaan of weg voor het leger was. Lees meer »

Reageren »

22 juli 2020

500ste Zoekplaatje Ommer Nieuws

Categorie: Harry Woertink, OudOmmen.    476 keer gelezen.

Deze week wordt een bijzonder jubileum gevierd. Het gaat om het 500ste zoekplaatje in beeld aangeleverd door OudOmmen.nl.

 Circa 30 van de 500 zoekplaatjes die de afgelopen 10 jaar zijn gepubliceerd in het Ommer Nieuws.
Afbeelding: OudOmmen

In lijn met de doelstelling van OudOmmen wordt sinds 2008 gewerkt met de rubriek zoekplaatje van nostalgische plaatjes. In het Ommer Nieuws verscheen het eerste zoekplaatje op woensdag 29 april 2009. In samenwerking met het Streekmuseum was OudOmmen.nl vanaf 8 september 2010 verantwoordelijk voor de wekelijkse aanlevering. Van de vanaf 28 januari 2015 gepubliceerde trouwfoto’s, afkomstig van glasnegatieven uit het Streekmuseum, zijn via reacties op de krant-publicaties bijna alle namen en trouwdata aangeleverd. Het laatste door het Streekmuseum aangeleverde zoekplaatje (nummer 279) verscheen op 17 februari 2016. Aansluitend werd in overleg met Taxi Steen overgestapt naar de al eerder aangeleverde trouwfoto’s van Taxi Steen waarvan ook de meeste namen en data boven water zijn gekomen. De laatste jaren wordt om de week een zoekplaatje uit het archief van fotojournalist Herman Wigbels en een door derden aangeleverd zoekplaatje gepubliceerd.

Interessante informatie
Vanaf het begin is de belangstelling groot voor de verzamel-site die alles wat met de historie van Ommen en omgeving te maken heeft”, zegt Tjeerd de Leeuw, initiatiefnemer en webmaster van website OudOmmen.nl. “In de lijn met de doelstelling van OudOmmen.nl leveren we graag nostalgische foto’s voor publicatie in het Ommer Nieuws aan. Met de zoekplaatjes wordt veel interessante historische informatie binnengehaald. Wij zorgen voor beschikbare tekst bij de foto en een oproep aan de lezers om te reageren. Het kan gaan om de personen op de foto of de vraag waar de foto is gemaakt. Ook zijn er wel eens geen reacties omdat gewoonweg niemand het weet. We merken dat het bij de lezers leeft. Er zijn lezers die de stukjes in de krant doorsturen aan familie buiten Ommen voor een reactie”.

Familie stambomen – Canon van de Ommer
OudOmmen.nl is sinds 17 april 2006 online en wordt door een breed publiek gewaardeerd. Voor geïnteresseerden in de historie dan ook een veel bezochte website. De website wordt regelmatig ‘ververst’ met interessante historische (nieuws)artikelen en foto’s over Ommen en omgeving. De webredactie van OudOmmen.nl zit ook niet stil. Lees meer »

Reageren »

22 juli 2020

Nieuwste uitgave De Darde Klokke over Ommer Indiëgangers 1945-1949 – eerste exemplaar officieel aangeboden aan burgemeester Hans Vroomen en Rink Lantinga

Categorie: Boeken & Tijdschriften, CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), De Darde Klokke, Harry Woertink.    971 keer gelezen.

OMMEN – De nieuwste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (nummer 196) staat dit keer in het teken van de Ommer Indiëgangers.

 V.l.n.r. Sir Schokkenbroek, Alex Schuurman, burgemeester Hans Vroomen en de heer en mevrouw Lantinga.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Stichting De Darde Klokke”.

Tussen 1945 tot 1949 werden tienduizenden dienstplichtige Nederlandse soldaten (en vrijwilligers) naar ‘Indië’ – het huidige Indonesië – gestuurd om daar ‘orde en vrede’ te brengen. Het gaat om verschillende verhalen van mannen uit de gemeente Ommen, die in dienst van Nederland in het verre, onbekende “Indië” verplicht of vrijwillig hun leven en jonge jaren in de waagschaal stelden. Sommige verhalen zijn uit eerste hand, anderen uit overlevering. Uit de gemeente Ommen zijn 132 mannen uitgezonden geweest.

Eerste exemplaar
Burgemeester Hans Vroomen en Rink Lantinga mochten het eerste exemplaar van De Darde Klokke officieel in ontvangst nemen van Alex Schuurman en Sir Schokkenbroek namens De Darde Klokke. Dat gebeurde bij het oorlogsmonument aan de muur van het Ommer gemeentehuis. De 90-jarige Rink Lantinga uit Rotterdam was hiervoor speciaal uitgenodigd om naar het gemeentehuis te komen samen met zijn echtgenote, zoon Wietse en dochter Marja en aanhang.
Lantinga, toen wonende in de buurtschap Junne, heeft een dagboek bijgehouden gedurende zijn verblijf in Nederland-Indië. Daarin beschrijft hij zijn militaire rol niet meer dan het “passen op de winkel”, vooral omdat politionele acties toen al voorbij waren. Dat gold niet voor alle Indiëgangers, die wel te maken hadden met het handhaven van orde en rust door middel van bewapende patrouilles.

Vermissing Bertus Stam
Lubbertus (Bertus) Stam vertrok in de zomer van 1947 vanuit Rotterdam met het schip “Volendam”. Na een lange bootreis van bijna 3 maanden werd Bertus bij aankomst in Nederlands-Indië gelegerd in Batavia. Bertus stuurt regelmatig brieven naar huis. Maar dan komt er een moment dat zijn brieven uitblijven. Zijn familie in Nederland en zijn broer in Batavia delen hun zorg aan de legerleiding. De ongerustheid bij de ouders wordt al maar groter. En dan bereikt een triest bericht van de legerleiding de ouders: “Uw zoon wordt vermist”. In de brief staat dat Bertus gesneuveld is op een nachtelijke patrouille te Srojo. Dat geschreven wordt “gesneuveld” was wellicht bedoeld als verzachting, want werkelijk blijkt dat Bertus Stam als vermist wordt opgegeven om nooit meer teruggevonden te worden, behalve dan enkele kledingstukken op de plek waar hij samen met enkele andere militairen die nacht patrouilleerde. Na een half jaar vol onzekerheid wordt de vermissing bevestigd. Alleen zijn bagagekist van Bertus keert terug naar Ommen. Geen laatste rustplaats voor Lubbertus Stam; wel wordt hij op de Militaire Begraafplaats Menteng Pulo in Djakarta herdacht met zijn naam en 5 augustus 1949 als overlijdensdatum. Lees meer »

3 Reacties »

18 juli 2020

De stuw in Junne meer dan een eeuw oud – Toekomst brug onzeker

Categorie: Harry Woertink.    523 keer gelezen.

De stuw in de Vecht in Junne is in gebruik sinds 1915. In datzelfde jaar komen ook de schottenloods en de stuwwachterswoning gereed.

De stuw in Junne, toen nog met een looppad tussen Junne en Stegeren.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Junne – Stuw”.

Dat is twee jaar later als in Vilsteren, waar ook een stuw, een schutsluis, een schotttenloods en een stuwwachterswoning worden gebouwd. Over de stuw verbindt een brug de buurtschap Junne met de buurtschap Stegeren. Echter, de brug over de Junner stuw is er niet altijd geweest. Het was ooit niet meer dan een looppad. De vaste oeververbinding van nu is er sinds 1966.

Stuwwachter
Om het water op een specifiek peil te houden bepaalde de stuwwachter aan de hand van de waterstanden de hoogte of diepte van de stuwschotten. In de schottenloods bevond zich het mechanisme voor het optakelen van de schotten. Vanuit de loods reed de takelinstallatie over een rail naar de stuw. Toen het waterpeil automatisch en op afstand bediend kon worden kwam een einde aan de functie van de stuwwachter. De stuwwachterswoning in Junne werd verkocht en particulier bewoond. Die in Vilsteren werd overigens afgebroken. De huidige Junner stuw, in combinatie met de schottenloods en woning zijn als ensemble een gemeentelijk monument.

Fietspad Junne – Stegeren
Vanuit de buurtschappen Junne en Stegeren was vanaf het begin al de wens geuit om vanuit de buurtschappen richting de stuw een fietspad aan te leggen om beide buurtschappen te verbinden. De gemeenteraad van Ambt-Ommen zag daar ook wel wat in. Er werd een commissie uit de raad ingesteld die de mogelijkheden van het aanleggen van een fietspad zou onderzoeken. Maar in de gemeenteraadsvergadering van 10 juni 1921 rapporteerde de commissie dat de toenmalige eigenaar van landgoed Junne, de Duitse fabrikant en grootgrondbezitter Lüps, geen medewerking wil verlenen. De wegen en paden in Junne zijn enkel voor de buurtschap Junne, was zijn oordeel. Dat over en weer toch gebruik gemaakt werd van de stuw als oversteekplaats werd door de gemeente oogluikend toegestaan. Een verzoek van de toenmalige eigenaar om het gedeelte van het inmiddels ontstane pad richting stuw te onttrekken van het openbaar verkeer, kreeg geen goedkeuring van de meerderheid van de raad van Ommen.

Lees meer »

Reageren »

17 juli 2020

Fundering gelegd voor museum en TIP – Contouren nieuwbouw CCO zichtbaar

Categorie: Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    477 keer gelezen.

OMMEN – De eerste contouren van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO) zijn met het storten van de betonnen funderingsvloer zichtbaar geworden.

 De betonnen funderingsvloer van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).
Foto: Harold Dokter
Zie voor meer foto’s de albums “2020 – Uitbreiding Streekmuseum” en “6. Storten vloer“.

Na de bouwvakantie gaat aannemer Salbam uit Vilsteren verder met de bouw van de muren van het nieuwe gebouw aan Den Oordt 7 Ommen. De verwachting is dat volgend jaar april de bouw klaar is. Het CCO bij molen Den Oordt gaat straks onderdak bieden aan het streekmuseum en de historische tak van de vereniging. Bovendien komt er een toeristisch informatiepunt (TIP).

Prachtig gebouw
Hier komt echt een prachtig gebouw. Het kost wat, maar dan heb je ook wat”, aldus wethouder van financiën, Ko Scheele, doelend op de 4,5 ton die met de nieuwbouw gemoeid zijn. “Ommen verdiend een mooi modern museum. Ommen heeft een miljoen overnachtingen. Is het dan geen goed idee om de toeristen hier naar toe te lokken. Een tip past daar gewoon bij. Er komt een gemeenschappelijke balie om die functie te versterken. Het TIP gaat er voor zorgen dat er goede verbindingen worden gelegd tussen de toeristische sector en toerist. De toeristen die hier komen worden goed bediend en zien dan gelijktijdig een mooi museum. We gaan er echt iets moois van maken. Het is overigens niet alleen voor de toeristen, maar ook voor Ommen zelf.

Meer geld nodig
Om het plan echt goed te maken was er meer geld nodig dan aanvankelijk begroot. Maar we hebben extra geld kunnen vinden omdat we in gesprekken met partijen tot de conclusie kwamen dat de historische kring door de verhuizing uit de Carrousel geen behoefte meer heeft aan subsidie voor de huur van de Carrousel. Door die subsidie in te zetten voor de bouw hebben we geld vrij kunnen maken en zo is het hele plan dekkend gemaakt”, aldus wethouder Scheele.

Aan de plannen om op kleine schaal het zagen van bomen zichtbaar te maken in de voormalige houtzaagmolen wordt nog gewerkt.

Bron: Harry Woertink – 17 juli 2020

Reageren »

15 juli 2020

Canon van de Ommer: Maria Jacoba Tempelman (3)

Categorie: Canon van de Ommer, Harry Woertink.    696 keer gelezen.

‘Baker’ Maria Assendorp voorloopster van kraamverzorgster. ‘Vrouw’ Assendorp, werd ze in de volksmond genoemd als we het hebben over Maria Jacoba (Maria) Assendorp-Tempelman (1884-1970).

 Maria Jacoba Tempelman ofwel ‘Vrouw’ Assendorp
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “3. Maria Jacoba Tempelman”, de verzamelplek voor alles over Maria Jacoba Tempelman.

In de vorige eeuw was ze als baker betrokken bij het op de wereld brengen van tal van baby’s. Vroeger kon je niet aankloppen bij een Kraamzorginstelling, maar moest je zelf op zoek naar een “baker”. Deze was dan een aantal weken hulp in de huishouding en natuurlijk betrokken bij de verzorging van de baby. Baker Maria Assendorp regelde vanuit haar huis ook de spulletjes die nodig waren voor de kraamvrouw zoals bedden, ondersteken en bedverhogingen.

Kraamverzorgster
Een baker was wat we nu noemen kraamverzorgster. Ze begeleidde de vroedvrouw en was al een paar dagen vóór de bevalling in huis. Een baker moest iemand zijn met veel ervaring, liefst met eigen kinderen en met een zacht lichaam. Het waren toegewijde vrouwen, gehecht aan oude beproefde methodes. De baker was de rots, waaraan de onervaren jonge ouders zich konden vastklampen. De naam ‘baker’ komt van de term bakeren: na de bevalling werd de baby strak in doeken gewikkeld waarbij de armpjes stijf tegen het lichaam werden gedrukt. De langwerpige, lage mand of houten bak waarin de baker zat en de baby op schoot verzorgde, werd een bakermat genoemd. Hiervan afgeleid is de overdrachtelijke betekenis van de plek waar iemand geboren is of zijn opvoeding heeft genoten. Omdat bakers ongeschoold waren vertelden zij soms dingen die medisch gezien niet klopten, de zogenaamde bakerpraatjes.

Maria Tempelman werd geboren op 8 januari 1884 in Deventer en trouwde in 1909 met Hermannus Johannes (Herman) Assendorp (1880-1919). Tot aan de geboorte van hun derde kind in 1913 woonde het echtpaar Assendorp-Tempelman met hun (schoon)moeder aan de Zwolseweg. Daarna hebben ze nog even op het Vrijthof gewoond, in het huis waar later fietsenmaker Kleinlugtenbelt zijn werkplaats heeft gehad. In 1914 verhuisde de familie naar Julianastraat 11, later nummer 10. Naast haar op de Julianastraat nummer 9 woonden de wijkzuster Munneke en haar zus Grietje.

Spaanse griep
Tot groot verdriet overleed in de zomer van 1919 haar man Herman Assendorp en ook haar inwonende schoonmoeder, Johanna Assendorp-Westerik. Beiden als gevolg van de Spaanse griep. Schoonvader Antonius Assendorp, die brugwachter was, overleed in 1897. Het overlijden van Herman betekende dat ze er alleen voor kwam te staan. Niet alleen wat betreft de zorg voor haar kinderen, maar ook wat betreft de financiën. Het inkomen van haar man viel immers weg. Vanaf dat moment wierp ze zich op als baker. En niet zonder succes. Vele Ommer kraamvrouwen deden een beroep op haar, met name in de kom van Ommen omdat bij bevallingen in de buurtschappen de kraamvrouwen in de regel een beroep konden doen op hun naaste ‘Noabers’. Om haar huishoudpotje verder aan te kunnen vullen nam ze ook kostgangers in huis en kookte ze regelmatig in de keuken van hotel De Zon en voor particulieren. Verder kon Vrouw Assendorp ingeroepen worden voor het waken bij stervenden of het afleggen van overledenen samen met de begrafenisondernemer.

Groene Kruis
Toen ‘Vrouw’ Assendorp haar intrede deed als baker werden de kraamspullen van de in 1908 opgerichte Groene Kruis verplaatst van het magazijn in een barakje aan de Haven naar het huis van de baker. In de tuin van Assendorp stonden twee schuurtjes waarin de kraam en verplegingsspullen lagen opgeslagen. Lees meer »

Reageren »

14 juli 2020

“Enorme drukte op de Ommer Bissing”

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    658 keer gelezen.

De tweede dinsdag in juli staat Ommen in het teken van de jaarmarkt de Ommer Bissing. Door de corona kon er dit jaar helaas geen jaarmarkt worden gehouden.

 De Ommer Bissing in juli 1937.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s en informatie het album “Ommer Bissingh”.

Om toch een beetje in de sfeer te blijven van de traditionele jaarmarkt een kijkje in de krant van 1952, die verslag doet van de jaarmarkt, waar Ommen zo trots op is. Hoe de jaarmarkt is verlopen, maar ook hoe de lezers in de sfeer van de Ommer Bissing werden gebracht. Toen werd “Bissing” zonder de toevoeging van de “h” geschreven.

Zomerhoeden
1952. Enorme drukte op de Ommer Bissing. Ondanks de tropische hitte (38 gr. C.) mocht de Ommer Bissing zich ineen nog grotere drukte verheugen dan voorgaande jaren. Het terrein langs de Vecht was dan ook niet ruim genoeg om alle kramen te bergen. Zelfs de muziektent op de Markt deed dienst als standplaats. Reeds des morgens acht uur trokken de bezoekers uit alle windstreken in drommen naar Ommen. Opvallend groot was ditmaal het aantal vreemdelingen, waarvan de meesten getooid waren met grote zomerhoeden.

Om 10 uur was het reeds zo druk, dat men slechts schuifelend vooruit kon komen. Op de Bissing viel veel te leren. Zo moet men niet vreemd opkijken, wanneer er de komende weken grote vraag is naar brandnetels. Deze zijn een remedie tegen alle denkbare ziekten. Onze medische wetenschap is daar nog niet achter gekomen, maar dank zij de profeet op de Bissing weten wij het nu. Liefhebbers van schone kunsten konden eveneens hun hart ophalen. Een goed gevoed heer, die sterke gelijkenis vertoonde met Benjamino Gifli, zong alle schlagers voor uit een beduimeld boekje. Helaas had hij niet de stem van deze grote zanger, het deed meer denken aan een remmende auto. Maar desondanks werden deze liederenbundels grif gekocht. Een minder winstgevend beroep is dat van vuurvreter en zeer zeker in deze smoorhitte. Deze artist, die met zijn tandenloze mond een vreesaanjagend uiterlijk had, kondigde een heel programma aan, mits het publiek voldoende wilde offeren. Deze gift kon men op een tapijt deponeren. Enkelen voldeden aan dit verzoek, maar de artist meende, dat hij voor 60 cent geen hele voorstelling kon geven. Maar hij verklaarde zich bereid als voorschot vast een brandende sigaret in te slikken. Lees meer »

Reageren »