3 december 2017

Ommen: van Marke naar stad

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    1.330 keer gelezen.

In wat nu de gemeente Ommen is was vroeger sprake van verschillende Marken. Totaal werd de gemeente Ommen gevormd door 14 Marken.

 Afbeelding van (een deel van) Overijssel met de Marken.

Vier ten noorden van de Vecht: Varsen, Arriën, Stegeren en Ommen. Tien ten zuiden van de Vecht: Vilsteren, Giethmen, Besthmen, Zeesse, Archem, Junne, Beerze, Eerde, Lemele en Dalmsholte.

In het oosten van het land ontstonden deze Marken in de elfde- en twaalfde eeuw en hebben eeuwen lang gefunctioneerd. Ze kunnen gezien worden als gemeenschap van eigenaren van landerijen met rechten op de aangrenzende onverdeelde en onbebouwde gronden. Zeg maar een soort van mini-boerenrepubliek. De bewoners van de Marke stelden voor hun eigen Marke zogeheten Marke-regelingen op. Daarin werden het gebruik van de Mars- en Broekgronden, de essen en het woeste land geregeld. Ook koos elke Marke op de jaarlijkse samenkomsten op de buurtbrink – “Holtings” – de bestuurders van de Marke, de Markerichter en de controleurs, of zoals ze genoemd werden de “schutters” of ‘gezworenen”. De Marken in Ommen waren tussen de twee- en drieduizend hectare groot. Sommigen waren geheel eigenaar van de grond en anderen hadden eigendom van de adel of van kloosterorden in gebruik. De pachters werden aangeduid als “Meijers”. De administratie van de Marken werd bijgehouden in geschreven Markeboeken. Met aangrenzende Marken werden de scheidslijnen vastgesteld, beschreven en ter plaatste gemarkeerd met grote veldkeien, sloten, wallen stouwen, palen en aanwezige bomen of grote zandkuilen. Uit oude kaarten blijkt dat die grenzen bijna altijd recht waren.

Dat de Marke Stad-Ommen zich krachtig wist te ontwikkelen is te danken aan haar centrale ligging. Zodoende kwamen in Ommen veel meer mensen te wonen dan in de omliggende buurtschappen. Hieronder waren er die niet bij de landbouw waren betrokken maar zich vestigden als “Neringdoenden”. Zij zorgden er voor dat Ommen een verzorgingskern voor het omliggende land werd. Zo werd er bijvoorbeeld al vroeg een kerk gebouwd. Door het verkrijgen van Stadsrechten in 1248 werd de Marke Ommen steeds meer gedwongen een heel andere weg te bewandelen dan de overige Marken. Lees meer »

Reageren »

24 november 2017

Ambacht molenaar: UNESCO Immaterieel erfgoed

Categorie: Harry Woertink, Molens, Oude gebruiken & tradities.    935 keer gelezen.

Op 6 of 7 december 2017 wordt bekend of het ambacht van molenaar UNESCO Immaterieel erfgoed is.

 Voorbeeld van Ommer molens in rouwstand (in verband met overlijden oud molenaar Lex Hollak in 2016).
Foto: Harry Woertink

Vorig jaar maart is het ambacht van molenaar op wind- en watermolens voorgedragen voor de Representatieve Lijst van het UNESCO inzake de bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed. Het is de eerste voordracht door Nederland. Op deze lijst staan bijna vierhonderd verschillende elementen van Immaterieel Erfgoed ingeschreven, uit alle delen van de wereld. Het doel is het belang en de betekenis van Immaterieel Erfgoed te onderstrepen. De lijst maakt zichtbaar wat gemeenschappen, groepen en individuen belangrijk vinden. Het Gilde van Vrijwillige Molenaars, het Gild Fryske Mounders, het Ambachtelijk Korenmolenaarsgilde, Vereniging De Hollandsche Molen, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en het Kenniscentrum voor Immaterieel Erfgoed Nederland hebben gezamenlijk deze voordracht voorbereid.

Op 6 en 7 december is het Intergouvernementele Comité van het UNESCO-verdrag bijeen in Zuid-Korea, waar het besluit wordt genomen om het ambacht in te schrijven op de immaterieel erfgoed lijst. Op uitnodiging van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) is Bas de Deugd namens het Molenaarsgilde samen met drie molenaars van de andere organisaties hierbij aanwezig. In Nederland organiseert het ministerie van OCW op die dag een persconferentie in de krijtmolen D’Admiraal in Amsterdam. De vier molenorganisaties maken van deze gelegenheid gebruik om dit moment feestelijk te omkleden. Iedereen is daarbij welkom.

Het ambacht van wind- en watermolenaar is ons immaterieel erfgoed
Met immaterieel erfgoed hebben wij allemaal in ons dagelijks leven te maken. Het is levend erfgoed, omdat het in de harten, hoofden en handen van mensen leeft. Lees meer »

Reageren »

16 november 2017

CCO viert 20 jaar bestaan met oude verhalen, gebak en zuute plassies

Categorie: CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), Harry Woertink, Jubilea.    1.022 keer gelezen.

OMMEN – Het optreden van Thea Kroese voor de jubilerende historische vereniging CCO in Ommen was goed voor een volle zaal in het gebouw De Kern in Ommen.


Foto: Hans Steen
Zie voor meer foto’s het album “20-jarig jubileum”.

Zo’n 160 belangstellenden genoten van boeiende verhalen over de gewoontes, geschiedenis en feiten van de streek door Thea Kroese uit Vroomshoop. Zij is een groot pleitbezorgster van de streektaal: “Het Nederlands brengt de boodschap tot aan de voordeur. Maar met onze streektaal kom je bij de mensen in huis”, aldus Kroese. Ze stelde dat er nog steeds een groot onbegrip is voor het Nedersaksisch dialect: alsof die boers of oubollig zou zijn. “De Nederlandse taal is jong. Streektaal is veel ouder”. Het verschil tussen “magie”, “deerne” of “wiechie” als het gaat om meisjes werd uitgelegd en tal van gebruiken en tradities kwamen langs. Waarom 13 een ongeluksgetal is en de oude gebruiken bij overlijden. Zo kwamen de noabers bij overlijden naar het sterfhuis. Ze verdeelden daar de taken en deden wat nodig was. De klok werd stilgezet, want de overledene was “uut de tied”, De spiegel werd omgekeerd of bedekt, zodat de dode, als hij als geest zou terugkeren, zich niet meer kon herkennen, wist Kroese haar aandachtig gehoor te vertellen.

Lees meer »

Reageren »

7 november 2017

Lezing in- en over Vilsteren op 21 november

Categorie: Harry Woertink.    874 keer gelezen.

OMMEN – Het Streekmuseum Ommen zet de reeks lezingen voort op dinsdag 21 november.

 Enkele compilaties uit de tv-documentaire ‘De trein stopt niet in Vilsteren’.
Afbeeldingen: Harry Woertink

De lezing is dit keer niet in het Ommer museum maar op de plek waar het over gaat: in Vilsteren. Thema van de bijeenkomst is ‘Het volgend station is Vilsteren’. In het landgoedcentrum (Erve Borrink) van Landgoed Vilsteren aan de Vilsterse Allee 1 wordt aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van Vilsteren en fraaie filmbeelden getoond.

Verder is de KRO tv documentaire uit 1972 uit het stof gehaald met de titel “De trein stopt niet in Vilsteren”. Deze gaat over het leven in Vilsteren met als middelpunt de jachtopziener en de dorpspastoor.

De lezing begint om 20.00 uur. De entree is vier euro per persoon inclusief koffie in de pauze. Om de thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via het Streekmuseum in Ommen: email: info@museum-ommen.nl of telefonisch: 0529-453487. Vervoer naar Vilsteren vanaf Ommen kan eventueel geregeld worden; geef dit dan wel even aan bij de aanmelding.

Bron: Harry Woertink – 7 november 2017

Reageren »

5 november 2017

Dubbelrol marechaussee tijdens oorlog beschreven in nieuwste uitgave De Darde Klokke

Categorie: CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), De Darde Klokke, Harry Woertink.    1.024 keer gelezen.

OMMEN – Het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke heeft in het jongste nummer (185) een bijzonder verhaal van de hand van een van de kinderen van Jacob van Zanten.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (185).

In 1943 kwam deze Jacob van Zanten naar Ommen om groepscommandant van de Marechaussee te worden. Welke rol speelde hij in de Tweede Wereldoorlog? De praktijk leert dat hij behalve opperwachtmeester ook een spion was voor het verzet. Zo kon het gebeuren dat een verzetsgroep door de Duitsers werd opgepakt die geweren hadden die alleen bij de marechaussee in gebruik waren. De verzetsgroep zelf wist niet hoe ze aan geweren waren gekomen. Van Zanten kon op dat moment niets voor ze doen. Dat leverde hem een onsympathieke houding op ten opzichte van de Ommer bevolking, maar dat juist maakte hem voor het verzet sterker. Na de bevrijding werd Van Zanten vervolgd. Het was echter de Ommer verzetsleider Romme Bosma die de verdediging voerde om Van Zanten te rehabiliteren.

Ook aandacht in De Darde Klokke voor boerenzoon Gerrit Dirk aan het Rot die naast een boerenbedrijf ook een aannemersbedrijf bestierde bij Nieuwebrug aan de Regge. Bij de meeste boeren, die trouw en vaste klant waren, was de aannemer beter bekend als ‘Struuvink Gait Derk’. Het bedrijf werd gestart in 1924 en kon toen een gedeelte van het koetshuis van Huize Klein Archem als timmermanswerkplaats ingebruik nemen. In de nieuwste uitgave verder een artikel over de Voorbrug, de voorstad van Ommen en een vervolgverhaal over de naaischool van Chris en Geertie. Verder worden oude Ommerstraatjes uitgelegd zoals de Achterstraat, de Poffert, de Walstraat en Achter de Geuren en krijgt de aloude Vechtzomp aandacht. Abonnees krijgen het in samenwerking met het Cultuurhistorisch Centrum Ommen uitgegeven kwartaalblad automatisch toegestuurd. Losse nummers van De Darde Klokke zijn te koop bij ABCombi aan de Bermerstraat 16 in Ommen.

Bron: Harry Woertink – 5 november 2017

Reageren »

3 november 2017

Doopvont RK Kerk Ommen eeuwenoud religieus erfgoed

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    1.842 keer gelezen.

“Pastoor J. Bosch, 1826” staat er gebeiteld in het doopvont dat zich bevindt in de Rooms Katholieke kerk van Ommen. Het is de naam van Joannes Bosch (1794-1842). Het doopvont zelf dateert van ruim zevenhonderd jaar geleden. Het heeft eerst gestaan in een kerk in Schokland en eeuwen daarvoor in een kerk van een in de Zuiderzee verdronken dorp.

Geboren in Raalte, begon Johannes Bosch zijn opleiding in 1812 in ‘s-Heerenberg en werd acht jaar later in Munster gewijd. Hij was pastoor op Schokland. Eerst van 1821 tot 1833 om vervolgens ‘tot zijn verbetering’ geplaatst te worden in het kruisheren-klooster in St. Agatha. Op Schokland werd Bosch in 1838 voor de tweede maal pastoor en stierf er op 14 mei 1842.

 “Pastoor J. Bosch, 1826” staat er gebeiteld in het doopvont dat zich bevindt in de Rooms Katholieke kerk van Ommen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “R.K. kerk

Oud voor nieuw
Het achthoekige doopvont is gemaakt van Bentheimer zandsteen en afkomstig uit de RK kerk op Schokland die in 1859 hield op te bestaan. In 1860 is het Schokker kerkje gesloopt en zijn de materialen die hergebruikt konden worden overgebracht naar Ommen, waaronder het doopvont die gemaakt kan zijn in de twaalfde- of dertiende eeuw. Met de bakstenen uit Schokland werd in Ommen de kerk weer heropgebouwd zij het met enkele kleine veranderingen. Het weer nieuw opgebouwde Schokker kerkje goed voor 140 zitplaatsen werd ingewijd op 15 september 1861, toen ook een parochiebestuur in Ommen werd geïnstalleerd. Vanwege de groeiende Ommer parochie werd de ‘Schokker kerk’ in Ommen in 1938 vervangen voor een nieuwe kerk, de huidige kerk. In juni 1939 werd de kerk gewijd door de aartsbisschop van Utrecht. De kerk werd toegewijd aan de Heilige Brigitta. Deze uit Ierland afkomstige heilige is ook de patrones van de gemeente Ommen. Haar beeltenis staat naast de preekstoel.

Schokland
Het leven op Schokland was niet gemakkelijk. Eeuwenlang leverden de Schokkers een moeizame strijd tegen het water. Het was in de strenge winter van 1840-1841 dat pastoor Bosch in een noodbrief aan de regering schreef dat een grote schare van zijn geloofsgenoten op het punt stond om van honger en ellende om te komen. Al eerder was vastgesteld dat Schokland een ramp stond te wachten als geen maatregelen werden genomen. “Drassig land, meer voor eenden en ganzen dan voor mensen bewoonbaar”, zo luidde de conclusie. De Zuiderzee kende geen genade voor het eiland Schokland. Ondanks dijken en palen moest het eiland steeds meer prijs geven aan de golven van de zee.

Lees meer »

1 Reactie »

22 oktober 2017

Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (2)

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink.    1.567 keer gelezen.

Den Hof, een grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht.

 Kadastrale kaart van Stad Ommen ca. 1820.
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer MIN04041B02 (zie link voor vergroting).

Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Tijdens de eerste Munsterse oorlog in 1665 genoot Ommen de twijfelachtige eer om de bisschop van Munster van 25 september tot begin oktober 1665 onderdak te verlenen. Hij resideerde op Den Hof.

Den Hof was een van de leengoederen die waarschijnlijk in de 11de-14de eeuw door de bisschop van Utrecht uitgegeven zijn aan tot hem in een onderhorigheids- of horigheidsverhouding staande dienstmannen. Velen van deze dienstmannen hadden – evenzeer waarschijnlijk – oorspronkelijk horig goed bezeten, dat omgezet was in leengoed. De leenheer gaf de lenen uit aan de leenman. Oorspronkelijk verleende de leenman aan de leenheer bepaalde diensten, bijvoorbeeld militaire hulp. Bovendien was de belening tijdelijk. Na overlijden van de leenman verviel het leen weer aan de leenheer. Geleidelijk aan – zeker na de middeleeuwen – werden de lenen erfelijk in de familie van de leenman, die ze zelfs kon verkopen. Toch bleef er een door het leenrecht geregelde verhouding tussen leenman en leenheer. Dit leenrecht bepaalde onder andere op welke wijze lenen van de ene op de andere leenman konden worden overgedragen; hetzij door vererving hetzij door verkoop.

Mans voor vrouwen zullen het leen behouden
Bij het leenstelsel gold: ‘De oudste op straat, naasten in graat, mans voor vrouwen zullen het leen behouden’. Enige vorm van kadastrale vastlegging van ligging, omvang en aard van de leengoederen en tiendrechten bestond in het algemeen niet, wat in de praktijk goede voorwaarden inhield voor het in vergetelheid raken van de leenplicht en voor verduistering van leengoederen. Daarbij speelde onder andere de veel voorkomende verandering van naam van leengoederen of gedeelten daarvan een rol. We kunnen er dan ook op rekenen, dat langs dergelijke wegen vele leengoederen en -rechten uit het zicht zijn verdwenen. Lees meer »

Reageren »

18 oktober 2017

Lezing in- en over Vilsteren op 21 november

Categorie: Harry Woertink, Streekmuseum Ommen.    910 keer gelezen.

 Het Streekmuseum Ommen zet de reeks lezingen voort op dinsdag 21 november. ‘Het volgend station is Vilsteren’ is het eerstvolgende thema.

Eén van de oudste afbeeldingen van Uitspanning Vilsteren (De Klomp).
Afb.: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Vilsteren

De lezing is dit keer niet in het Ommer museum maar op de plek waar het over gaat: in Vilsteren. Op het landgoedcentrum van Landgoed Vilsteren wordt een film vertoond uit het begin van de zeventiger jaren. Ook wordt aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van Vilsteren.

De lezing begint om 20.00 uur. De entree is vier euro per persoon inclusief koffie in de pauze. Om de thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via het Streekmuseum in Ommen: email: info@museum-ommen.nl of telefonisch: 0529-453487. Vervoer naar Vilsteren vanaf Ommen kan eventueel geregeld worden; geef dit dan wel even aan bij de aanmelding.

Bron: Harry Woertink – 2017

Reageren »

8 oktober 2017

Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (1)

Categorie: Gebouwen, Harry Woertink.    1.767 keer gelezen.

Eerder bekend als “Huis ten Hage” en ook “Huijs den Hagen” en later als “Erve Den Hof’ bezat Ommen in vroegere eeuwen een bisschoppelijk hof.

 Kadastrale kaart van Stad Ommen in 1822 met de grote boerenplaats erve “Den Hof” (rode cirkel). Het stond ongeveer op de plek van het huidige Zorgcentrum Oldenhaghen.
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer MIN04041VK1 (zie link voor vergroting).

Deze grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht. Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Verhalen uit de overlevering vertellen dat de deel van het huis zo groot was dat een met twee paarden bespannen wagen op de deel kon omkeren. In 1665 genoot Bisschop van Munster er zelfs onderdak.

Oversticht
Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en het noordelijke gebied van het land genaamd Oversticht. De bisschop had zowel geestelijk als wereldlijk de macht. Na 1528 kwam de soevereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de Opstand in de Nederlanden (1566-1576) kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. Toen de Marken werden ingevoerd betekende dat ook de Bisschop aandelen verkreeg in de Marken, zogeheten ‘hoven’. Bekend is dat in de Marken van Ommen, Stegeren, Arriën, Varsen, Vilsteren en Archem dergelijke hoven bestonden. De hofbewoners moesten de Bisschop bijstaan met “hof- en krijgsdiensten. Ze moesten dan ook in het bezit zijn van paard, harnas, speer of wapen. Bij het verminderen van de macht van de Bisschop werkte de hofbewoners zich steeds meer op. Hun huizen werden later havezaten. De geschiedenis van het bisschoppelijk hof is even oud als de geschiedenis van Ommen zelf. In het Oversticht, later de provincie Overijssel, waren meerdere soortgelijke bezittingen met een eigen rechtsgebied en wijze van rechtspraak.

Burgerschap
Voor het beheer van “Den Hof” was een Hofmeijer aangesteld die er ook woonde. De Hofmeijer was een geziene persoon als het ging om bestuurszaken. Met zijn mening in kwesties werd danig rekening gehouden. De personen verbonden aan een bisschoppelijk hof waren niet vrij. In oude stadsstukken werden ze Hovelieden genoemd. Om het burgerschap (of borgerschap) van de stad te krijgen moest de stad een gunst verlenen of moest de Hofheer zich vrijkopen. Lees meer »

Reageren »

5 oktober 2017

Midwinterhoornblazen in Streekmuseum Ommen

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    1.019 keer gelezen.

OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen organiseert dinsdag 17 oktober een lezing over het midwinterhoornblazen.

 Jan Mensink uit Junne bezig met het maken van een midwinterhoorn.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Midwinterhoornblazen”.

Het blazen op midwinterhoorns is een traditie voor in de wintermaanden met een groeiend aantal aanhangers. Hoe maak je een hoorn, wanneer wordt er geblazen en waarom. Kortom, alles komt aan bod over dit houten blaasinstrument. Ook enkele midwinterhoornblazers zullen van de partij zijn om op de hoorn te demonstreren. De traditie van het midwinterhoornblazen is het best bewaard gebleven in Twente en de Achterhoek. Ook in Ommen zijn enkele midwinterhoornblazers actief, maar er bestaat nog geen club. Wellicht dat Ommen volgt in het rijtje van plaatsen van actieve midwinterhoornblazers. Als het aan sommige enthousiastelingen ligt worden in Ommen kerstvieringen, kerstmarkten en kerstnachtvieringen, zowel binnen als buiten de kerk opgeluisterd door eigen midwinterhoornblazers.

Boze geesten
Een midwinterhoorn lijkt veel op een alpenhoorn. Het is een licht gebogen hoorn van berken- elzen- of wilgenhout, op ambachtelijke manier gemaakt met een mondstuk, de happe, van vlier of een andere houtsoort, waarop een eenvoudige melodie wordt geblazen. Het blazen heeft iets mysterieus als het gaat om de bijbehorende spannende verhalen over het verdrijven van boze geesten. In de regel wordt geblazen als het schemert en op verschillende locaties vanaf de eerste zondag van Advent (Anbloazen”) tot Driekoningen (“Afbloazen”) op 6 januari. De lezing begint om 20.00 uur. Het Streekmuseum is gevestigd aan Den Oordt 7 in Ommen. De entree is gratis; wel wordt een kleine bijdrage gevraagd die aangewend wordt voor de op te richten club van blazers. Om de thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via email: info@museum-ommen.nl of telefonisch: 0529-453487.

Bron: Harry Woertink – 5 oktober 2017

Reageren »

Pagina 19 van 75« Eerste...10...1718192021...304050...Laatste »