микрозаймы

7 oktober 2020

Schötteldoek

Categorie: Harry Woertink.    316 keer gelezen.

Een schötteldoek is de voorloper van de huidige vaatdoek. Het gaat om een stevige lap katoen met een rood, blauw of groen ingeweven randje.

 In elke keuken was vroeger wel een schötteldoek voorhanden.
Foto: collectie Familie Oldeman

Kopjes en glaasjes bijvoorbeeld werden met een schötteldoek schoon en droog gemaakt maar even zo goed aanrecht, monden, tafel, snotneuzen van de kinderen of babybilletjes en wat diens meer zij. Ook kon er een klets mee om de oren worden gegeven. Marchien Bekkering-Duiker (Dalen 1923) maakte het volgende (Drentstalig) gedicht over de schötteldoek:

De schötteldoek
Met de schötteldoek gonk t’er wel eens raar heer
Het was vake iene gegleer en gesmeer.
De jonger’n die zult er wel niet veul van weten,
En de older’n die wilt het ’t liefste vergeten.
Maar ik wil oe graag uut de doeken doen,
wat aj met een schötteldoek allemaole kunt doen. Lees meer »

4 Reacties »

19 september 2020

Graverijen op Den Oord – Ommen verandert

Categorie: Harry Woertink.    762 keer gelezen.

Wie de moeite neemt te wandelen langs De Bollemaat, Den Lagen Oord of Lodderholt wordt getroffen door grote veranderingen die daar de laatste tijd hebben plaatsgevonden.

 Aanleg van de Coevorderweg vanaf de Hessel Mulertbrug. Op de achtergrond de molen aan Den Oord waarvan de wieken al niet meer compleet zijn.
Foto: OudOmmen

Een grote grijper werkt van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat en graaft sleuven van meters diep. Het uitgegraven zand wordt aan grote bergen opgestapeld. In de Vecht ligt een zandzuiger, die dag in dag uit die sleuven met Vechtzand opvult. Over dit witte zand wordt het zwarte zand, dat nu aan bergen ligt verwerkt en dan is ook dit grote stuk grond weer klaar voor bouwterrein”. Dit is te lezen in een oud exemplaar van het historisch tijdschrift De Darde Klokke. In een uitgave uit 1955 wordt een pleidooi gehouden voor het behoud van de Ommer molens. Bovendien heeft de schrijver van het artikel moeite met alle veranderingen waar Ommen aan onderhevig is. Het blad vervolgt:

Romantiek
De kolk bij Makkinga’s molen is al dicht. Hiermee is weer een stukje romantiek, vlak in de buurt van Ommen verdwenen. Deze kolk in het vlakke land van Den Oord, waarin de waterplanten naar hartenlust konden groeien, waarin vroeger de in de molen te zagen bomen lagen te “wateren”, en waarin de wieken van de molen zich spiegelden, was een pracht stukje natuur. Hoeveel schilders van naam, hebben in de loop van de jaren die mooie plek niet op het doek gebracht.

Molen Den Oord
De molen zelf staat op zijn laatste benen. De wieken zijn nu weggehaald en zo wordt de molen steeds bouwvalliger. De mulder Oldeman, heeft de zaak overgedaan aan iemand van het jongere geslacht, die nog minder oog zal hebben voor “traditie” en “verleden”. Uit geldelijk oogpunt bezien, is de molen voor de familie Oldeman niet meer te redden. Zakelijk kan het bedrijf alleen nog voort worden gezet, wanneer gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Daarvoor zijn geen wieken nodig en heeft de windmolen dus afgedaan. Zoveel jaren zal het niet meer duren, of we hebben in Ommen niet één molen meer. Lees meer »

2 Reacties »

14 september 2020

Arriërveld historische streek vol natuur

Categorie: Harry Woertink.    433 keer gelezen.

Het gebied tussen de Hessenweg Oost en de Zuidelijke Dwarsweg is een historische streek vol natuur. Het is een onderdeel van het gebied dat wordt aangeduid als Arriërveld.

Natuurbegraafplaats: begraven in de natuur.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Arriërveld”.

Duizenden jaren geleden werden hier in de omgeving al doden en urnen begraven. Een traditie die sinds eind vorig jaar wordt voortgezet op de natuurbegraafplaats langs de Hessenweg Oost. In hetzelfde natuurgebied is ook een golfbaan gesitueerd. De enclave met golfbaan en natuurbegraafplaats bleef verstoken van schop en scheurploeg en kreeg de natuur de overhand. De oude Hessenweg was ooit een eeuwenoude handelsroute.

Schapen
In het Arriërveld is lange tijd sprake geweest van heide, stuifzand, veen en moeras. De boeren uit Arriën hielden op de heide hun schapen. Vanuit de oude buurtschap gingen de schapen met hun schaapherder via het Veurveld en Arriërflier door het Ommerbos naar de heide in het Arriërveld. Er werd turf- en plaggen gestoken. Op afgebrande heideperceeltjes werd boekweit verbouwd. De plaggen werden naar de akkers aangevoerd om met schapenmest de vruchtbaarheid van de akkers te verhogen.

Ommerkanaal
Het Arriërveld strekte zich uit tot aan het huidige Dedemsvaart met als grens aan de oostkant de waterloop Galgengraven en de Grensweg en aan de oostkant de waterloop Hoogengraven. Door de aanleg van het Ommerkanaal in 1865 werd het Arriërveld in tweeën gesplitst. Over het kanaal kwam een brug met als eerste brugwachter A. Meier, zodat de brug de “Ameiers brug” werd genoemd. In 1917 werd er langs het Ommerkanaal (in het Arriërveld) bij de brug een openbare school gebouwd met de naam “Arriërveld” (sinds 1994 buurthuis).

Ontginning
Begin vorige eeuw ontplooide de landbouw zich in het Arriërveld, waaraan ook de Nederlandse Heide Maatschappij krachtig meedeed met het ontginnen van woeste grond. Rond die tijd werden ook de eerste boerderijen gebouwd. Toen men ook de beschikking kreeg over kunstmest ontstonden vruchtbare akkers en weidegronden.

Lees meer »

Reageren »

5 september 2020

Mijnenveger Hr. Ms. Ommen (1956-1993) was er voor veiligheid op zee

Categorie: Harry Woertink.    774 keer gelezen.

Tussen 1956 en 1993 deed “Hr.Ms. Ommen M813” dienst als mijnenveger op zee. Na de Tweede Wereldoorlog waren grote aantallen mijnenvegers nodig voor het ruimen van de mijnen op de vaarroutes op de Noordzee.

In 1979 maakte een delegatie van de gemeenteraad een vaartocht op de mijnenjager Ommen. V.l.n.r.: gemeentesecretaris J.J. Barendrecht, D. Hoogenboom, A. Pouw, G.J. Jaspers, M.J. Vosjan, J. Kassies, G.J. Hesselink, 2 officieren van de Marine en T. Wijkmans.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Mijnenveger “Ommen””.

Aanvankelijk maakte men gebruik van enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en van voormalige Duitse en Britse vaartuigen. Vanaf de jaren vijftig kwamen daar grote aantallen nieuwe schepen bij. De mijnenvegers werden in opdracht van de Koninklijke Marine gebouwd op Nederlandse scheepswerven. Voor de namen van deze oorlogsschepen is gekozen voor namen van middelgrote en kleine Nederlandse gemeenten. Behalve Ommen waren er mijnenvegers met namen als Staphorst, Hoogeveen, Giethoorn, Borne, Abcoude, of bijvoorbeeld Sittard.

Te waterlating
Op 5 april 1955 mocht mevrouw F. van Reeuwijk-Dönszelmann op de werf van J. en K. Smits scheepswerven N.V. in Kinderdijk (Krimpen aan de Lek) de in aanbouw zijnde kustmijnenveger “Hr.Ms. Ommen” te water laten. De officiële handeling bestond uit het indrukken van een knop waarna het schip werd gedoopt en langzaam het ruime sop koos. In zijn toespraak hoopte de Ommer burgemeester C.P. van Reeuwijk, dat door deze doop de belangstelling voor onze Marine, symbool van Neerlands grootheid, in Ommen zou toenemen. Hij hoopte dat de “Ommen”, waarvan de letters terug te vinden zijn in de Latijnse spreuk: “Omme Maris Magni Expers Naugragio” (vrij vertaald: Rampen noch nederlagen zullen U overwinnen) die inhoud ook werkelijk deelachtig zou worden.

Officieel in gebruik
Bijna een jaar later, op 11 april 1956 was het de burgemeester Van Reeuwijk zelf om in Krimpen aan de Lek om Hr.Ms. Ommen met het naamsein M813 officieel in gebruik te stellen. Hij mocht als eerste de bodem van het oorlogsschip betreden. De burgemeester gaf aan dat het in de bedoeling van zijn gemeente lag om twee potloodtekeningen, voorstellend een gezicht op de oude stad en bestemd voor de verblijven van officieren en bemanning, aan te bieden. De tekeningen hadden echter het schip nog niet bereikt, maar kwamen met een vertraging van twaalf dagen alsnog op de plek van bestemming aan. Op 17 juni 1956 voer het bestuur van Ommen mee op Hr.Ms. Ommen van Den Helder naar Rotterdam. De mijnenveger met de naam van de Vechtstad bleef het gemeentebestuur boeien, want ook in juni 1979 maakten leden van het college en gemeenteraad op uitnodiging van de Koninklijke Marine een vaartocht op de Noordzee met Hr.Ms. Ommen.

Hr.Ms.
Voor marineschepen wordt in veel landen een voorvoegsel gebruikt. Voor Nederlandse marineschepen is dat Zijner Majesteits, afgekort met Zr.Ms. Indien de Koning een vrouw is, is het voorvoegsel Harer Majesteits, afgekort met Hr.Ms. (zonder spatie).

Lees meer »

1 Reactie »

4 september 2020

Invloedrijke devoot Johannes van Ommen geboren in Ommen

Categorie: Harry Woertink.    413 keer gelezen.

Johannes van Ommen werd in 1350 geboren in Ommen. Veel mensen kennen Johannes van Ommen niet, toch is hij heel belangrijk geweest voor Overijssel.

 Johannes van Ommen geboren in Ommen, waar is niet bekend.
Tekening: Ommen in de middeleeuwen naar een idee van Luuk Vogelzang.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Johannes van Ommen” met foto’s van Het Fraterhuis en Sint Jansklooster.

Hij stond aan de basis van het eerste Fraterhuis van de Broeders des Gemeenen Levens in Zwolle, was medestichter van het Fraterhuis en het latere klooster op de Agnietenberg. Verder heeft Johannes een klooster gesticht bij Vollenhove, het Sint Jansklooster (Sint Janskamp), en ondersteunde hij zusterkloosters van de Moderne Devotie in Hasselt, Kampen en Almelo. Overijssel vormde de bakermat van de Moderne Devotie, de grootste hervormingsbeweging van kerk en samenleving die Nederland ooit heeft gekend.

Blind
Het bijzondere aan het verhaal van Johannes is het feit dat hij blind was, en overal werd ondersteund door zijn moeder. In het eerste Fraterhuis in Zwolle bestierde zij het huishouden van de vijf devote broeders. Johannes van Ommen (in die tijd Jan van Umme genoemd) werd geboren als zoon van Esseke (van Ommen) en Regelande. Waar het gezin van Ommen in de plaats Ommen heeft gewoond is niet bekend. Johannes bracht een groot deel van zijn kinderjaren in Zwolle door en genoot daar onderwijs. In zijn jeugdjaren kreeg hij te kampen met een oogziekte waardoor hij voor de rest van zijn leven blind was. Als jongeman trok hij aan de hand van zijn moeder naar allerlei bedevaartplaatsen en bezochten moeder en zoon frequent de kerkdiensten in de eigen omgeving. In deze jaren werd het gemis aan licht in de ogen steeds meer vergoed door de groei van een innerlijk licht in zijn leven. Johannes was ongeveer dertig jaar oud toen hij in 1380 Geert Grote, de geestelijke vader van de Moderne Devotie, in Zwolle hoorde preken. Hij sloot zich aan bij deze nieuwe manier van leven en stopte met de bedevaarten. Waar Johannes maar de gelegenheid kreeg, luisterde hij naar de preken van Geert Grote en deze op zijn beurt koesterde een bijzondere genegenheid voor de blinde volgeling. Mensen met vragen of problemen werden door Geert Grote vaak naar Johannes doorgestuurd voor verdere hulp. Lees meer »

Reageren »

2 september 2020

Hoogste punt nieuwbouw CCO officieel gemarkeerd met vlag

Categorie: Harry Woertink.    515 keer gelezen.

OMMEN – Met het hijsen van een bouwvlag is woensdagmorgen 2 september 2020 het hoogste punt gemarkeerd van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).

 Hoogste punt bereikt. Wethouder Ko Scheele hijst de vlag.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de album “2020 – Uitbreiding Streekmuseum” en “8. Hoogste punt bereikt”.

Deze eer was weggelegd voor wethouder Ko Scheele. Dat deed hij in tegenwoordigheid van de aannemer Bas Herbrink van het bouwbedrijf Salbam uit Vilsteren en het bestuur van het CCO.

Schatten van Ommen
Bij de plechtigheid van het bereiken van het hoogste punt liet wethouder Scheele liet weten erg ingenomen te zijn met de komst van een nieuw museum. “We kunnen nu de schatten van Ommen onthullen”. Aan het CCO-bestuur deed de wethouder de oproep om behalve de bekende voorwerpen ook met nieuwer ideeën te komen. “Ommen heeft zo veel te bieden. We zijn een toeristische gemeente. Daar hoort ook een mooi museum bij”, aldus de wethouder.

Onder één dak
Als het aan het CCO ligt volgt in de wintermaanden de inrichting van het vernieuwde onderkomen.
De verwachting is dat volgend jaar april het museum opent. Het Streekmuseum en de historische vereniging CCO komen dan samen onder één dak bij molen Den Oordt, op de plek waar eerder het Streekmuseum te vinden was. Ook komt er ruimte voor een toeristisch informatie punt (TIP) met een gemeenschappelijke balie om die functie te versterken. Het TIP moet zorgen voordat er goede verbindingen tussen de toeristische sector en toerist. Met de bouw is een bedrag gemoeid van 4,5 ton.

Bron: Harry Woertink – 2 september 2020

Reageren »

29 augustus 2020

Komst nieuw bezoekerscentrum Ommerschans in zicht

Categorie: Harry Woertink.    506 keer gelezen.

De realisering van een nieuw bezoekerscentrum op de Ommerschans lijkt in zicht. Het bestuur van de vereniging Ommerschans heeft nu de pijlen gericht op de Veldzichthoeve, onderdeel van het Veldzichtcomplex.

 Het nieuwe bezoekerscentrum in de Veldzichthoeve.
Foto: Harry Woertink

Het gaat om de Veldzichthoeve aan de Balkerweg 72, gelegen aan de rand van de vesting op de grens tussen de gemeenten Ommen en Hardenberg.

Veldzichthoeve
In de Nieuwsbrief laat het bestuur van de vereniging Ommerschans weten dat de optie om in de boerderij van Hiemstra te gaan zitten van tafel is. “We richten ons nu op een plaats in de boerderij van Veldzicht. Er zijn een drietal opties, steeds met uitbreiding van de hoeveelheid ruimte”, aldus het bestuur. Het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Balkbrug gebruikt de boerderij voor hun eigen dagbesteding. Er is nu een rapport gemaakt uitgaande van een relatief fictieve hoeveelheid bezoekers. Op grond daarvan kon bepaald worden hoeveel ruimte nodig is voor het nieuwe bezoekerscentrum. Dit is besproken met de directie van Veldzicht, de wethouders van de gemeenten Hardenberg en Ommen en de programma coördinator. Er waren de nodige twijfels over de fictieve bezoekersaantallen, maar dankzij een rekenmodel is een snelle beslissing afgedwongen. Partijen gaan half september weer aan tafel voor een go/no-go beslissing. Belangrijke voorwaarde voor de vereniging is dat behalve de Veldzichthoeve er ook alternatieven op tafel komen zoals bijvoorbeeld nieuwbouw. De aansturing verloopt nu via Rijksvastgoed, eigenaar van de gebouwen en de grond van Veldzicht. Daardoor staan ook andere mogelijkheden open. Het streven is om in 2022 het bezoekerscentrum te hebben gerealiseerd. Dat is ook het jaar waarin de herdenking wordt gehouden dat het 350 jaar geleden is dag sprake was van het Rampjaar (1672). Deze aangelegenheid wil de Ommerschans niet onopgemerkt voorbij laten gaan.

­Europees Erfgoed Label
Dit voorjaar is aan de Ommerschans het prestigieuze Europees Erfgoed Label toegekend. Dit richt zich wat meer op immaterieel erfgoed, dan het Werelderfgoed van Unesco, vandaar dat de Ommerschans gemakkelijker door de beoordeling kwam. Een besluit over het Unesco Wereld Erfgoed voor de Koloniën van Weldadigheid wordt in het najaar verwacht. In de huidige aanvraag zijn de Ommerschans en Willemsoord niet meer opgenomen, maar de verwachting is dat bij toekenning kan worden meegelift op de Unesco-erkenning van de overgebleven Koloniën. De Koloniën van Weldadigheid zijn ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voorbeelden van landbouwkoloniën om armoede te bestrijden. Ze zijn voorlopers van onze verzorgingsstaat. Ruim een miljoen Nederlanders en Belgen hebben voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. Lees meer »

Reageren »

25 augustus 2020

Vinkenbuurt van woeste grond tot hechte buurtschap

Categorie: Harry Woertink.    473 keer gelezen.

De buurtschappen van Ommen zijn ontstaan vanuit de vroegere Marken. Ommen telde 14 van deze (Boer)Marken. Toch is het aantal buurtschappen rond Ommen groter.

 Op de laatste schooldag in 2018 werd bij de openbare basisschool in Vinkenbuurt een monument onthuld met de voornamen van de 12 laatste leerlingen.
Zie voor meer foto’s het album “Vinkenbuurt”.

Totaal ging het om 23 buurtschappen, waaronder Vinkenbuurt. Ontstaan vanuit woeste gronden is Vinkenbuurt verworden tot een groene oase, met centraal de kerk en het buurthuis. Tot twee jaar terug behoorde daartoe ook nog de school, maar die moest sluiten vanwege te weinig leerlingen.

Varsenerveld
Vinkenbuurt lag vroeger officieel in het gebied Varsenerveld onder de gemeente Ambt-Ommen, deel uitmakend van het onmetelijk grote woeste Zuidelijk Ommerveld. Tot eind 1800 was nog sprake van heide, woester gronden, veen en moeras. Op de vroegere vesting de Ommerschans onder de gemeente Stad-Ommen was begin 1800 de Kolonie van Weldadigheid ontstaan. Van hieruit werden de woeste gronden rondom de schans in cultuur gebracht en zogeheten kolonieboerderijen gebouwd. Pioniers, voornamelijk boeren vanuit Nieuwleusen, hadden hun oog laten vallen op de woeste gronden van het Varsenerveld. Ze bouwden boerderijen of andere behuizingen op de hogere delen om zo een bestaan op te kunnen bouwen. Vanaf 1900 rukten schop en scheurploeg helemaal op om de nog overgebleven woestenij in te wisselen voor vruchtbare akkers en weidegronden. Zo werd de huidige buurtschap gesticht. Teunis Jansen begon er een kruidenierswinkeltje, Hassink een klein café en de fiets kon toen gemaakt worden bij Jan Tempelman.

De kinderen uit de buurt gingen naar de school in Nieuwleusen. Toen de gemeente Nieuwleusen echter geen zin meer had om voor het onderwijs van Ommen op te draaien en de kinderen dus geen onderwijs meer kregen, moest de buurtschap stad en land bezeilen om een eigen school in de Vinkenbuurt te krijgen. Op 25 februari 1908 kon in de buurtschap de openbare lagere school ‘Varsenerveld’ geopend worden met twee lokalen en een ‘meesterswoning’ voor meester B.B. Neuteboom. Daarmee was ook een eind gekomen dat de kinderen in de winter door modderige wegen moesten baggeren om Nieuwleusen te bereiken. In 1928 werd de Koloniedijk verhard tot een klinkerweg. Toch was het altijd slecht gesteld met de toestand van de weg, zo erg zelfs dat in 1956 busmaatschappij EDS besloot de busverbinding met Vinkenbuurt te staken. Pas in de zeventig jaren van de vorige eeuw werd de weg verbreed en geasfalteerd. Lees meer »

Reageren »

16 augustus 2020

Bentheimer zandsteen vond als geliefd handelswaar zijn weg via de Vecht

Categorie: Harry Woertink.    549 keer gelezen.

Het is moeilijk voor te stellen, die kleine bootjes op de Vecht met als lading grote en zware blokken steen: Bentheimer zandsteen, een geliefd handelswaar.

 Langs het fietspad aan de Beerzerweg in Zeesse ter hoogte van de twee hooibergen ligt een grote brok zandsteen afkomstig uit de rotsen van Bentheim.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Bentheimer zandsteen”.

De Vecht diende tot eind 1800 als de belangrijkste transportader tussen Zwolle, Nordhorn en Twente. De kleine schepen – zompen – hadden als platbodems weinig diepgang nodig en dus ook niet veel water. Dat was maar goed ook want in droge tijden was de Vecht nauwelijks bevaarbaar.

Bouw- en siersteen
Het zandsteen was afkomstig uit de steengroeven bij Bentheim, vlak over de grens bij Oldenzaal. Hij is hard, poreus en weersbestendig en als bouw- en siersteen uitermate geschikt. Bouwmeesters, steen- en beeldhouwers wisten en weten deze steensoort te waarderen. In talrijke plaatsen in Nederland zijn historische gebouwen gebouwd met het Bentheimer zandsteen. Het Paleis op de Dam in Amsterdam, de Waag in Deventer, de Plechelmuskerk in Oldenzaal, overal werd gebouwd met zandsteen uit de Duitse grensplaats. Zandsteen werd al vroeg gebruikt voor doopvonten, grafstenen, slijpstenen, molenstenen en later voor bouwornamenten zoals trappen en gevelstenen. Ook werd het gebruikt voor fundamenten van boerderijen en randen van waterputten.

De Vecht
Via de Vecht werden de uit de rotsen gehouwen stenen naar Zwolle geëxporteerd om hier te worden overgeladen op grotere schepen via de Zuiderzee naar het westen. Al sinds de 11e en 12e eeuw wordt er in het graafschap Bentheim zandsteen gedolven. De vorst van Bentheim en Steinfurt bezat in de hoogtijdagen van het graafschap maar liefst 9 steengroeven. De grootste lag tussen Bad Bentheim en Schüttorf. Veel Duitse steenhouwers vestigden zich in Nederland, om daar met hun specialisme aan de vraag van de bouwheren te voldoen. Rondtrekkende steenhouwers gaven de grove blokken zandsteen op de bouwplek hun uiteindelijke vorm. Hier en daar lieten zij hun steenhouwersmerken in de bouwwerken achter.

Ommen
In de hervormde kerk aan de Brugstraat in Ommen is ook Bentheimer zandsteen verwerkt. Bij het Streekmuseum bevindt zich een waterput van Bentheimer zandsteen. Bovendien is in de zitbank op het buitenterrein van het museum het alliantie-wapen van Friesendorp-Walraven in zandsteen uitgevoerd. Het gaat om een gevelsteen uit een in 1969 afgebroken pand in de Brugstraat. Lees meer »

Reageren »

5 augustus 2020

Erve Dunnewind van schipperslogement naar erve Vechtdal als toeristisch trekpleister

Categorie: Harry Woertink.    853 keer gelezen.

Varsen is sinds kort een nieuw toeristisch trekpleister rijker: Erve Vechtdal Koesafari. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden vorige maand met de zestig koeien naar Varsen. Simone, Rik Jansen en het personeel doen hier nu ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. Lees meer »

2 Reacties »