микрозаймы

9 juli 2020

Cantinewagen voor soldaten in Indië met de groeten uit Ommen: “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    185 keer gelezen.

Tussen 1945 tot 1949 werden tienduizenden dienstplichtige Nederlandse soldaten (en vrijwilligers) naar ‘Indië’ – het huidige Indonesië – gestuurd om daar ‘orde en vrede’ te brengen.

1947. De door de inwoners van de gemeente Ommen geschonken cantine-wagen in gebruik bij het Regiment Jagers in Ned. Indië.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Nederlands-Indië”.

Ruim zesduizend mannen zijn helaas nooit van hun missie teruggekomen. Zij sneuvelden, verongelukten of overleden aan ziektes. Uit de gemeente Ommen zijn 132 mannen uitgezonden geweest. Voor het welzijn en ontspanning van de jonge soldaten in Nederlands-Indië werd een landelijke organisatie opgericht: Nationale Inspanning Welzijnsverzorging Indië, kortweg: de Niwin. Deze organisatie zamelde geld in en zorgde voor tijdschriften, sportartikelen, boeken en films voor de troepen. Ook werden regelmatig sigaretten en chocolade gestuurd. In Ommen werd op initiatief van burgemeester C.E.W. Nering Bögel een plaatselijk Niwin-comité opgericht.

Mobiele cantine
De Nederlandse militairen in Indië richtten overal waar ze min of meer permanent verbleven cantines in, met weinig middelen en veel toewijding, fantasie en improvisatietalent. Maar als ze op pad waren was een mobiele cantine met koffie, thee, frisdrank, gevulde koeken en wat dies meer zij, zeer welkom. Die wens kwam door bij het thuisfront. Daarom werden verschillende acties georganiseerd die geld in het laatje brachten om mobiele cantinewagens te kunnen kopen. In Ommen was het plaatselijk Niwin-comité erg actief. Zo werden in de toneelzaal van De Zon films gedraaid en de muziekverenigingen Crescendo en SDG zamelden geld in met een muzikale rondgang.

“’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”
Begin 1947 was er in Ommen genoeg geld ingezameld om voor ongeveer 12 mille een cantinewagen te kopen. De wagen werd in Nederland klaargemaakt. Men was van mening dat er op de wagen een speciaal opschrift moest komen om in Nederlands-Indië te laten merken dat de bevolking van Ommen met de Nederlandse militairen meeleefde. Daarvoor werden twee ontwerpen ingediend. Het eerste was afkomstig van burgemeester Nering Bögel en luidde in het dialect: “Loat mar kuul’n, ’t löp wel lös”.

Lees meer »

Reageren »

2 juli 2020

Van een oude ijzeren ophaalbrug naar een nieuwe betonnen brug over de Vecht in Ommen

Categorie: Harry Woertink.    219 keer gelezen.

“De nieuwe betonnen Vechtbrug te Ommen, de ontbrekende schakel in den gemoderniseerden verkeersweg Achter hoek-Twente naar het Noorden, is bijna voltooid en zal nog dit jaar in gebruik worden genomen”, koppen verschillende kranten medio 1936 over de voortgang van de nieuwe brug over de Vecht bij Ommen.

In de zomer in 1936 wordt een begin gemaakt met het vervangen van de ijzeren brug voor een betonnen brug. Daarom wordt tijdelijk op ongeveer 50 meter ten westen van de tegenwoordige brug een noodbrug gelegd.
Foto: Drents Archief
Zie voor meer foto’s het album “Vechtbrug”.

De brug waarmee Ommen het op dat moment mee moet doen vormt al jaren een flessenhals voor het verkeer tussen het noorden en het zuiden van ons land. De uit 1868 daterende ijzeren ophaalbrug is aftands en veel te smal voor het drukke doorgaande verkeer, is de algemene mening.

Stremming
Dat de brug vraagt om vernieuwing en verbreding klinkt ook door aan het adres van het Ommer gemeentebestuur. Vooral ook omdat de ANWB en de Bond van bedrijfsautohouders maatregelen vragen. Daar komt ook nog bij dat de klap van de brug niet altijd goed functioneert met als gevolg stremming van het verkeer. Bovendien vraagt de ANWB om verbetering van de Stationsweg, die tot toen uit veldkeien bestond. Voor het verkeer in het algemeen en voor het toerisme in het bijzonder, aldus de ANWB en wijst op het belang van aansluiting van meerdere verkeerswegen, zoals de grintweg Zwolle-Ommen, de grintweg naar Almelo Goor en Deventer en de nieuwe klinkerweg naar Mariënberg en Hardenberg. In 1927 wordt de brug gesloten voor vrachten zwaarder dan 3600 kilogram omdat de brug zwaarder niet meer aan kan. De Bond van bedrijfsautohouders wijst in de strijd voor een nieuwe brug dat de Vechtbrug de enige rechtstreekse autoverbinding is tussen Twente en noorden. Door de sluiting van de brug bij Ommen is men noodzaakt telkens 50 kilometer om te rijden.

Over de brug
Als het Werkfonds met 46.500 gulden over de brug komt neemt de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en wethouders het besluit tot het bouwen van een nieuwe betonnen Vechtbrug tegelijk met een rondweg langs de zuidoostzijde van de kom. In de zomer in 1936 wordt een begin gemaakt met het vervangen van de ijzeren brug voor een betonnen brug. Daarom wordt tijdelijk op ongeveer 50 meter ten westen van de tegenwoordige brug een noodbrug gelegd. De bouw van de nieuwe betonnen brug verloopt goed.

Lees meer »

Reageren »

23 juni 2020

Ommer Bissingh ooit een van de drukst bezochte jaarmarkten in Overijssel

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    339 keer gelezen.

Op de tweede dinsdag van juli wordt al eeuwenlang de Ommer Bissingh gehouden. Een jaarmarkt vermoedelijk zo oud als de stad Ommen zelf, mogelijk nog ouder.

 Ommer Bissingh omstreeks 1937
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Ommer Bissingh”.

In de 19de eeuw was de Ommer Bissingh één van de drukst bezochte jaarmarkten in Overijssel en duurde drie dagen. Op maandag de linnenmarkt, op dinsdag de jaarmarkt en op woensdag de veemarkt.

Bissinghbel
Een oud Bissingh gebruik is het luiden van de Bissinghbel, een klein koperen luidklokje aan de vooravond van de Ommer Bissingh. De Bissingh begon toen op zondagavond na kerktijd al op gang te komen als de herbergen vol lopen met kooplui. Op maandagmorgen 11 uur luidde het klokje van het gemeentehuis de Ommer Bissingh in. De grote toeloop van de kooplieden leidde er in het verleden toe om de Bissinghbel te luiden als teken dat de standplaatsen op de jaarmarkt bij verloting zouden worden toegewezen. Het luiden van de Bissinghbel is steeds gebleven, toch zijn een aantal gebruiken rondom de jaarmarkt verdwenen. Dat waren het verplichte schoorsteenvegen en het wieden van de straten en stoepen. De Ommenaren waren als brandveiligheidsmaatregel verplicht hun schoorstenen te vegen eer de Ommer Bissingh begon. Deze verplichting werd ook door de gemeente gecontroleerd en eventuele gebreken aan de schoorsteen werden opgespoord. Verder was voorafgaande aan de Bissingh iedereen in de stad verplicht stoep en straat voor de woning van gras en onkruid te ontdoen.

Razend druk
Een dag op de Ommer Bissingh in vroegere jaren: het is er ‘s morgens al razend druk. Behalve over de weg was ook aanvoer met zompen over de Vecht, die in een lange rij aan de Vechtoever liggen afgemeerd. Boeren uit de buurtschappen zijn gekomen met hun kleedwagen. Daarop ook nog enkel biggen die ze van de hand willen doen op de veemarkt. Boeren van stand komen me hun sjees. Alle soorten van landbouwgereedschappen, linnen, lapjes, vaatwerk, aardewerk en goud en zilverwerk worden te koop aangeboden. Linnen en vee zijn de belangrijkste handelswaar. Op het Kerkplein zijn de lappenstoffen te vinden. Lees meer »

Reageren »

21 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (4)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    265 keer gelezen.

Van brand wil iedereen graag bespaard blijven. Als er dan brand is dan zijn onze spuitgasten meer dan welkom.

 Spuit I waar vroegere in Ommen brand mee bestreden werd.
Foto: Streekmuseum Ommen
Zie ook “deel 1”, “deel 2”, “deel 3” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Vroeger werd de burgerij min of meer verplicht om bij brand actief te zijn. Dat varieerde van het bedienen van de brandspuit en het gieten van het water tot oppassers om te voorkomen dat niemand op de slang ging staan en spoelen en drogen van de slangen na de brand.

De allereerste brandspuiten waren handbediende zuigerpompen, holle cilinders met een zuiger erin. Ze werkten als een soort grote injectiespuit met een handvat of hefboom voor de bediening. Ze konden maar een kleine hoeveelheid water bevatten en moesten telkens vanuit een emmer worden gevuld. Jan van der Heyden en zijn broer Nicolaas hebben de brandspuit in 1672 verbeterd door er een ‘zuigpomp’ en lederen brandslangen aan toe te voegen. Het benodigde water kon nu direct uit een put, sloot, gracht of rivier opgezogen worden. De spuit, die eerder naar de brand werd gedragen, werd al snel voorzien van wielen, zowel om als een kar of getrokken te worden met paarden.

Spuit I en Spuit II
In 1827 besloot koning Willem I dat alle gemeenten brandspuiten en andere blusmiddelen moesten aanschaffen. Ommen was in het bezit van 2 brandspuiten: Spuit I, de brandspuit met drukbol die zorgt voor een gelijkmatige druk op de waterstraal. Vier mensen moesten met behulp van bomen pompen. Verder Spuit II, die telkens met een emmer gevuld moest worden. Zowel Spuit I als Spuit II zijn in het bezit van Het Streekmuseum in Ommen.

De bestrijding van branden gebeurde van oudsher met emmertjes water die van hand tot hand werden doorgegeven. Een leren emmer behoorde dan ook tot de verplichte uitrusting van elk burger van Ommen. Het water kwam uit de Vecht of uit verschillende brandputten en -kolken. In Stad-Ommen was sprake van een 9-tal zogeheten publieke waterputten. Op het Vrijthof is een vroegere brandput gemarkeerd met een granieten deksel met daarop de tekst: “Brandput, anno 1860”. In 1872 kwam er nog een put bij. Alle waterputten werden aan het eind van de negentiende eeuw vervangen door stadspompen. Bij sommigen pompen bleef een waterreservoir voor brand. Lees meer »

Reageren »

15 juni 2020

Executieplek op de Besthmenerberg van drie vermoorde verzetshelden gemarkeerd met grote steen

Categorie: Harry Woertink, Kamp Erika, Oorlog en Bevrijding.    369 keer gelezen.

Met een grote steen op de Besthmenerberg worden drie vermoorde verzetshelden uit de oorlog herdacht. Het gaat om Jaap Musch, Jan van Putten en Derk Webbink.

De dikke steen met bank waar in 1944 de verzetshelden Jaap Musch, Jan van Putten en Derk Webbink zijn geëxecuteerd.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “2020 – Nieuw Monument”.

Alle drie zijn in de Tweede Wereldoorlog op de schietbaan van Kamp Erika geëxecuteerd. Het nieuwe gedenkmonument is een onderdeel van het vernieuwde oorlogsmonument van strafkamp Erika op de Besthmenerberg onder Ommen. Als gevangenenkamp was Kamp Erika van 1941 – 1945 een plek van ontberingen, pijn, vernederingen en veel leed.

De route naar het herdenkingsmonument is vanaf de parkeerplaats de Steile Oever aan de Hammerweg aangegeven met grijze vijfhoekige betonnenpaaltjes. Het gevangenenkamp had ook een vijfhoekig model. Op de kruising van vier paden volgt eerst het herdenkingsblok over de Sterkampen van Krishnamurti. Er tegenover ligt het donkere herdenkingsblok over “Kamp Erika” van 1941 tot 1945. Rechts daarvan het blok over het interneringskamp “Kamp Erica” (dan met een c geschreven) van einde oorlog 11 april 1945 tot 1946 en aan de andere kant op de kruising een blok met informatie. Dit blok is ook te gebruiken als zitplaats. Wanneer de routepaaltjes verder worden vervolgd komt men na ongeveer 900 meter in oostelijke richting uit bij eerdergenoemde executieplek van de drie verzetsstrijders. De plek is gemarkeerd met een grote veldkei en een zitbank.

Jaap Musch
Jacob Philip (Jaap) Musch (1913) uit Amsterdam redde in de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Ongeveer 160 kinderen uit de kinderopvang en daarnaast nog een groot aantal andere kinderen ontkwamen via de organisatie waar hij lid van was aan transport naar de concentratiekampen. In totaal ging het om minstens 231 kinderen. Jaap Musch is na zijn arrestatie in Nijverdal overgebracht naar Kamp Erika en is hier verhoord door leden van de Sicherheitsdienst uit Arnhem. Die waren berucht. Ze waren toevallig op bezoek in het strafkamp. Daar is Jaap door hen gruwelijk gemarteld. Hij liet niets los.

Lees meer »

Reageren »

13 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (3)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    342 keer gelezen.

Je kon erin trouwen, rouwen of als taxi gebruiken. Maar ook kon het gebruikt worden om de spuit van de brandweer er mee te vervoeren.

De auto voor deze motorbrandspuit deed in 1944 niet alleen dienst als brandweerauto, maar ook als rouwauto, ziekenauto en taxi.
Foto: OudOmmen
Zie ook “deel 1”, “deel 2” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Dat allemaal kon met een en dezelfde auto. Wat waren ze trots op hun brandspuit met dieselmotor. De brandspuiten stonden opgesteld in het brandspuitenhuisje dat gebouwd was tegen de muur van de Hervormde kerk op het Kerkplein. Bij brand kwam de (taxi) auto van garage Hurink snel voorgereden om de brandspuit aan te koppelen op weg naar de brand. Was het brandspuitenhuisje eerst te vinden aan de noordkant van de kerk. In 1848 werd de zuidkant van de kerk naast de consistoriekamer als betere locatie geschikt geacht. Later toen het opnieuw verbouwd moest worden en ook het platte dak vervangen moest worden door een aflopend dak stak de kerk daar een stokje voor. Het licht zou worden weggenomen uit het onderste gedeelte van een raam. Daarom werd toen op dezelfde plaats een nieuw huisje gebouwd met de deuren naar het zuiden. Tegelijk werden een 20-tal emmers aangeschaft. Het brandspuitenhuisje heeft dienstgedaan tot 1961, toen werd het afgebroken.

Instructie bij blussen van brand
In 1900 is een nieuwe “Instructie bij het blussen van brand” vastgesteld met een opperbrandmeester, 6 brandmeesters en zoveel manschappen als nodig waren, 3 pijpgasten, één zakkendrager en een bode. De manschappen kwamen onder bevel van de brandmeesters te staan. Deze laatste was kenbaar aan een stok, ringsgewijze geverfd met de kleuren rood en wit en voorzien van een knop, waarop de letters van de spuit waartoe zij behoorden. De anderen hadden als onderscheidingsteken een leren, zwartgelakte klep met een koord om de hals gedragen, voorzien van de letter van de spuit. Op 16 mei 1913 breekt brand uit bij B.J. Grootenhuis aan de Brugstraat met als gevolg een grote vuurzee. Omdat de brandweer het niet alleen aan kan wordt hulp ingeroepen van de brandweer van Dalfsen. Als men de brand ‘meester’ is zijn vijf huizen in de as gelegd. De geleende spuit wordt door vrachtrijder Steen met twee paarden teruggebracht naar Dalfsen. Er volgt nog een rekening van de wagenmaker die de spaken van de vier wielen van de Dalfser brandspuit heeft moeten vernieuwen. De burgers die zich hadden ingezet bij deze bluswerkzaamheden worden beloond met 10 cent per uur en wachthouders in de nacht krijgen 15 cent per uur. Een bijkomstigheid was nog dat opperbrandmeester Peter Oldeman drie dagen na de brand nog steeds hees was van het commanderen. Aangezien Oldeman tijdens de brand moeilijkheden kreeg met de marchaussee, die hem zijn bevoegdheden op het terrein van de brand betwistten, kreeg Oldeman voortaan een pet met het wapen van Ommen als teken van rang en bij een volgende brand daar geen onduidelijkheden meer over konden ontstaan.

Lees meer »

Reageren »

13 juni 2020

Nationaal Tinnenfigurenmuseum Ommen weer open – 35 jaar bestaan met speciale jubileumexpositie

Categorie: Harry Woertink, Musea.    277 keer gelezen.

OMMEN – Het Nationaal Tinnen Figuren Museum opent haar deuren weer op dinsdag 30 juni 2020 voor het publiek.

 Opstelling van tinnen figuren bij de start van het Tinnen Figuren Museum in Ommen in 1985.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Markt 1 – Nationaal Tinnen Figuren Museum”.

Het spreekt voor zich dat het museum er alles aan doet om iedereen een veilig en aangenaam bezoek aan te bieden. In lijn met de landelijke maatregelen om het coronavirus te bestrijden, is het museum alleen na een online reservering te bezoeken. De openingsuren zijn tijdelijk gewijzigd: dinsdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur. De bijzondere jubileumexpositie ‘Miniatuurschilders’ staat centraal. Op zaterdag 27 juni om 11.00 uur geeft wethouder Ko Scheele een speciaal accent aan de heropening, in het bijzijn van vrijwilligers en donateurs.

Jubileumexpositie ‘Miniatuurschilders’
Het museum bestaat dit jaar 35 jaar. De geplande opening van de jubileumexpositie Miniatuurschilders moest door de carona geannuleerd worden. Het museumbestuur is blij dat deze expositie alsnog getoond kan worden. De tentoonstelling zelf, met bijdragen van een keur aan internationale kunstenaars, is echt een feest. Een wel heel bijzondere bijdrage aan de jubileumexpositie is het vignet ‘de verjaardag van Groot Moghul Aurangzeb‘. Dieter Blanke, een begenadigd schilder en aarts verzamelaar met een collectie van 30.000 historische tinnen figuren, is de maker van dit vignet. Hij gebruikte figuren die worden uitgegeven door: Zinnstübel Gabriela Donner, Schliebener Weg 2, 04939 Lebusa, Duitsland.

Het bijzondere aan deze tinnen figurenserie is dat ze is gemaakt naar het voorbeeld van een zeer kostbare 132-delige serie miniatuur figuren uit 1708. En kostbaar is een understatement. Deze serie bestaat uit geëmailleerd zilveren en gouden miniatuur figuren, ingelegd met 4.909 diamanten, 160 robijnen, 164 smaragden, 1 saffier, 16 parels en 2 cameeën. In de loop der jaren raakten 391 stenen kwijt. Al deze figuren staan op een 1 m2 groot podium van goud en zilver. Lees meer »

Reageren »

12 juni 2020

IJskelders, Spaanse Griep, Junne en Tolhuizen in nieuwe nummer van De Darde Klokke

Categorie: CCO (Cultuurhistorisch Centrum Ommen), De Darde Klokke, Harry Woertink.    333 keer gelezen.

OMMEN – In de nieuwste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (195) antwoord op de vraag wat een ijskelder is en de functie.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (195).

Steeds meer mensen bezoeken al wandelend of fietsend het prachtige landgoed Het Laar in Ommen. Menigeen zal ook langs de ijskelder van Het Laar gekomen zijn en zich afvragen wat moet die deur daar in dat heuveltje. Van de 10 ijskelders die in Salland nog bewaard zijn gebleven heeft Ommen er vier en ze zijn allemaal uniek, twee ijskelders behoren tot de mooiste ijskelders van Nederland. In Eerde, Vilsteren, de Ommerschans en in Het Laar zijn deze ijskelders als “verborgen” cultureel erfgoed te vinden. Nu de wereld in de ban is van het Coronavirus heeft De Darde Klokke een verhaal over de Spaanse Griep die in de zomer van 1918 in Nederland heerste. Ook inwoners van Ommen ontkwamen niet aan de Spaanse griep. In de stad zelf maar ook in de buurtschappen werden mensen ziek en kwamen te overlijden. Een tweede golf stak een jaar later op. Bijna nog erger dan een jaar eerder. Wel werden er toen maatregelingen getroffen om het virus te beperken. Deze tweede golf duurde tot maart 1920.

Landgoed Junne
Landgoed Junne bestaat 300 jaar. De geschiedenis begint in 1718 als Werner van Pallandt erve “de Brakel” aankoopt. Verschillende eigenaren zijn er in die 300 jaren geweest. In mei 2018 werd het landgoed gekocht door verzekeraar ASR. Niet alle boerderijen zijn in bezit van het landgoed: vijf zijn in particuliere handen. Vroeger werden de schapen op de hei geweid door jongeren. Hun loon bestond uit kost en inwoning en wat geld voor de vaak kinderrijke gezinnen. Men had dan weer een eter minder en dat scheelde weer. Vroeger was Ommen omsloten door tolwegen en tolbruggen. Op bijna alle toegangswegen naar de stad moest men tol betalen om van de weg gebruik te mogen maken. In De Darde Klokke alle tolhuizen in Ommen op rij. In het nieuwe nummer ook aandacht voor de beeldbepalende molen De Lelie. Deze in 1846 gebouwde molen blijft behouden als de gemeente de molen aankoopt. Eigenaar Hendrik Oldeman moet er een veer voor laten bij de verkoop, maar bereikt wel zijn doel om de Lelie grondig te laten restaureren zodat deze weer als korenmolen zijn werk kan doen. In 1976 is het dan eindelijk zo ver dat de molen weer kan draaien en malen met molenaar Anton Wolters. Abonnees van de kwartaaluitgave van De Darde Klokke krijgen het tijdschrift thuis toegestuurd. Losse nummers van De Darde Klokke zijn te koop bij Read Shop aan de Kruisstraat 3 in Ommen.

Bron: Harry Woertink – 12 juni 2020

Reageren »

8 juni 2020

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (2)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    344 keer gelezen.

Brand was vroeger een ramp. Een brandverzekering was er nog niet. De stad had brandwachten en brandputten.

Oefening van de brandweer op de Bleek bij Makkinga’s Molen in 1925.
Foto: OudOmmen
Zie ook “deel 1” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

In 1730 was voor het verkrijgen van het burgerrecht van de stad Ommen behalve een flinke som geld ook een leren brandemmer voor de brandweer een verplichte bijdrage. In 1841 had de stad Ommen de beschikking over 2 brandspuiten, 20 emmers, 160 brandhaken en 50 bijlen.

Brand, brand
Brand! Brand! klinkt het uit verschillende monden op woensdag 8 augustus 1822 als Ommenaren vuurtongen boven hun stadje zien en witte rookpluimen. Ook Egbert Brinkman ontdekt vanaf zijn land iets buiten de kom van Ommen dat het niet pluis is en keert snel te voet naar huis, achterna gekomen door zijn vrouw en kinderen. Dicht op de plek des onheils ziet Brinkman tot grote ontsteltenis dat zijn huis in lichterlaaie staat. En niet alleen van hem maar ook belendende percelen staan in vuur en vlam. De huizen branden als een fakkel. Vuurheren treden regelend op bij pogingen de brand te blussen. De slang van de brandspuit is op de naburige brandkolk aangesloten en inwoners staan rij in rij om telkens de met water gevulde leren emmers op de vuurhaard te gooien. Iedereen doet wat hij of zij kan. Uit de gevaar lopende huizen worden goederen weggesleept. Maar het mag allemaal niet baten. Totaal gaan 30 huizen en twee schuren in vlammen op.

In de krant
De krant van toen bericht het volgende over de grote brand in Ommen: “Ommen den 8 augustus 1822. Heden namiddag, omstreeks vier uren, ontstond alhier brand in de schuur van den arbeider Egbert Brinkman, welke dadelijk tot diens daaraan gelegene woning oversloeg en zoo geweldig toenam, dat, niettegenstaande alle aangebragte hulp, in minder dan één uur tijds dertig huizen en twee schuren eene prooi der vlammen werden. Eenenveertig gezinnen (circa één vijfde der bevolking dezer stad) zijn hierdoor van huisvesting en het grootste gedeelte hunner goederen beroofd en, meerendeels, in de diepste armoede gedompeld; waaruit zij alleen door krachtdadige hulp van menschenvrienden kunnen geholpen worden”.

De brand blijkt te zijn ontstaan in de schuur van Egbert Brinkman. Zijn kinderen van respectievelijk 8, 6 en 4 jaren hebben vermoedelijk vuur in de schuur gebracht toen zij – terwijl de moeder in de buurt van het huis aan het werk was – alleen thuis waren. Omstreeks drie uur ging mevrouw Brinkman met haar kinderen naar het veld om te helpen bij de roggeoogst. Onderwijl smeulde het vuur verder en omstreeks vier uur brak de brand uit die razendsnel om zich heen greep.

Lees meer »

Reageren »

5 juni 2020

Ommen, stad sinds 1248 met vesten omringd

Categorie: Boeken & Tijdschriften, Harry Woertink.    321 keer gelezen.

Ommen aan de rivier de Vecht, over welke hier eene fraaije brug ligt. Deze plaats, die in 1227 de verzamelplaats was der bisschoppelijke hulpbenden, die welhaast eenen ellendige dood te Ane vonden, was in 1228 insgelijks het hoofdkwartier van bisschop Willebrand van Oldenburg.

Het kasteel te Eerde
Afbeelding: Google books

Zij werd in 1248 door bisschop Otto III tot eene stad verheven. Waarschijnlijk werd het ten zelfden tijde met vesten omringd, want toen de eigenaars der kasteelen Rechteren en Voorst in het jaar 1330 Ommen in brand staken, trokken zij niet af voor zij de vesten hadden afgeworpen”, zo luidt de typering voor Ommen in het bijna 700 pagina’s tellende uitgave “Beschrijving der Nederlanden” uitgegeven in 1841 door J.H.Laarman uit Amsterdam. De beschrijving over Ommen vervolgt: “In 1379 leed de stad in omtrek veel door Evert van Essen, bezitter van het kasteel te Eerde, doch deze werd hiervoor eerlang door den bisschop op het geduchtste gestraft. In 1542 werd het door Rudolf van Münster gebrandschat en daar de vestingen door bisschop Philips in 1518 geslecht waren, wierpen zich in het jaar 1622 de 800 of 900 Spanjaarden, die zich hier gelegerd hadden, in de kerk, met oogmerk om zich van dezelve te bedienen tegen de staatschen, die hen te gemoet trokken. Deze kerk werd kort daarna eene prooi der vlammen, toen het geheele stadje door eenen geweldigen brand groote schade leed. Het meerendeel der burgers, 2,900 in getal, geneert zich van den landbouw, de fabrijken en eenige handwerken, waaronder vooral vroeger het knoopmaken moet gerekend worden. In Augustus wordt in dit stadje de jaarmarkt gehouden, die hier den naam van Ommer Bissing draagt, en van alle plaatsen in den omtrek eenen groeten toeloop heeft.

Ommerschans
De gemeente Ambt-Ommen bevattende in de gehuchten Lemele, Arriën, Varsen, Gíethmen, Junne, Stegeren, Eerde met een merkwaardig kasteel van denzelfden naam, Vilsteren met eene R. K. kerk, en Archum als ook de Ommerschans, en in de daarbij gelegene kolonie der maatschappij van weldadigheid 2,100 inwoners. De kolonie aan de Ommerschans bestaat uit een gesticht voor bedelaars, eene strafkolonie, ter beteugeling van hen, die de algemeene rust en orde verstoren, en eenige hoeven voor vrije kolonisten. Het is verbazend, welke aanwinsten hier op den vroeger zoo geheel verlatenen grond verkregen zijn. De landbouw staat er op eenen vrij hoogen trap, zoo zelfs, dat de menigvuldige lanen, de digte heggen en de rijke moestuinen met overvloed van groente, voor geene andere in de vruchtbaarste gedeelten des lands behoeven onder te doen. De kinderen gaan tweemaal daags ter school; des avonds moeten niet alleen de lieden, die des daags op de akkers werkzaam zijn, maar ook de volwassenen deel aan het schoolonderrigt nemen, met dien verstande, dat op den eenen dag de mannen, en op den anderen de vrouwen zich te dien einde vereenigen.

Lees meer »

Reageren »