20 juni 2021

In memoriam drs. Hendrik Carel (Carel) Knoppers 1930 – 2021

Categorie: Bekende personen, Harry Woertink.    91 keer gelezen.

Op 91-jarige leeftijd is 19 juni 2021 oud-burgemeester Carel Knoppers overleden. Van 1974 tot 1990 was Knoppers burgemeester van Ommen.

 Archieffoto van Carel Knoppers in 1982.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “1974-1990 – Carel Knoppers

Na zijn pensionering bleef hij wonen in de ambtswoning aan de Stationsweg die hij van de gemeente kon overnemen. Later werd een kleinere woning betrokken aan De Kamp.

Burgemeester
Knoppers studeerde rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij in 1957 zijn doctoraalbul behaalde. Van 1957 tot 1963 werkte hij als planoloog bij de Provinciale Planologische Dienst Noord-Brabant. Op 16 mei 1974 werd drs. H. C. Knoppers, toen 44 jaar, benoemd tot burgemeester van Ommen, als opvolger van mr. Cornelis Pieter van Reeuwijk. Daarvoor was hij burgemeester van Abcoude.

Na zijn benoeming verhuisde het burgemeesters echtpaar Carel Knoppers-Margriet Reitsma naar Ommen, samen met hun tweeling Jet en Jan, die in 1961 ter wereld kwamen. Het ambt van burgemeester begon voor Knoppers in 1963 in Abcoude. In die periode was hij ook secretaris van de Stichting Nederlandse Jeugdherbergcentrale en lid van het CHU, later het CDA. Zowel Carel’s vader als grootvader waren burgemeester, respectievelijk van Heteren en Meppel.

Knoppers entree in Ommen zorgde voor nogal rumoer in de gemeenteraad van Ommen. Aanleiding was het collegevoorstel om Knoppers bijna een hectare bos te verkopen in de Wolfskuil voor de bouw van een nieuwe woning. Verschillende raadsleden vonden een kavel van 2500 vierkante meter ruim voldoende om de gevraagde privacy van de burgemeester te waarborgen. Na veel geharrewar zag Knoppers uiteindelijk van de aankoop af.

Nieuw gemeentehuis
Onder zijn verantwoording kwam ook in 1982 het nieuwe gemeentehuis aan de Chevalleraustraat tot stand. Niet alles ging gedurende zijn burgemeesterschap over rozen. In de tachtiger jaren rommelde het behoorlijk binnen het ambtelijk en bestuurlijk apparaat van Ommen. Het was stadhuis op stelten en eindelijk barstte de bom toen alle drie de wethouders opstapten en de gemeentesecretaris met buitengewoon verlof was gestuurd. Uiteindelijk keerde de rust terug. Met name ruimtelijke ordening en recreatie waren portefeuilles die belangstelling hadden bij burgemeester Knoppers. Het contact met de bevolking sprak hem ook aan. Samen met zijn vrouw bezocht hij de bruidsparen die 50 of 60 jaar getrouwd waren. Op 3 augustus 2017 vierden Carel Knoppers en Margriet Reitsma dat ze 60 jaar getrouwd waren.

Bron: Harry Woertink – 20 juni 2021

Reageren »

19 juni 2021

In memoriam Jan Soer 1943 – 2021

Categorie: Harry Woertink.    320 keer gelezen.

Toch nog onverwachts is op 19 juni 2021 op 77-jarige leeftijd Jan Soer uit Ommen overleden. Jan verbleef voor herstel van corona in een verpleeghuis in Hardenberg.

Archieffoto van Jan Soer uit 2018.
Foto: Stichting Open Monumentendag Ommen

Jan Soer was in Ommen en omstreken een heel bekend persoon. Zijn hele leven zette Jan Soer zich in als vrijwilliger. In vakanties organiseerde hij veel activiteiten voor kinderen van de basisschool. Haalde oudpapier op voor het buurthuis. Vroeger was hij actief bij de padvinderij en de zondagsschool. Jan was altijd optimistisch en sprak mensen moed in, stuurde een kaartje naar zieke mensen en bracht eenzame mensen een bezoekje. Zijn enorme inzet voor de samenleving kon menigmaal rekenen op een vrijwilligersprijs.

Buurthuis Ommerkanaal
Jan Soer was van 1976 tot 1993 onderwijzer aan de openbare school aan het Ommerkanaal. Eigenlijk had Jan in het onderwijs twee banen. Eerst 17 jaar in Ommerkanaal, later nog 13 jaar als remedial teacher voor het openbaar onderwijs in Ommen. Toen de school ophield te bestaan werd Soer vrijwillig secretaris en beheerder van het Buurthuis Ommerkanaal. Als 74-jarige oud-leerkracht nam Jan Soer op 3 maart 2018 afscheid van het buurthuis gevestigd in het gebouw waar hij daarvoor 17 jaar lang schoolhoofd was. Sinds hun komst aan het Ommerkanaal in 1976 heeft Jan ook met zijn vrouw Gertie pal naast de school gewoond. Na 41 jaar aan het Ommerkanaal gewoond te hebben zijn Jan en Gertie Soer in 2018 verhuisd naar de rand van het centrum in Ommen.

Vrijwilligerswerk
Jan Soer zette zich vooral in voor vrijwilligerswerk. Vanaf het moment in 1993 dat de school werd omgevormd tot buurthuis is Jan daarvan de drijvende kracht geweest. Als secretaris, als beheerder, als organisator van de jaarlijkse rommelmarkt, de burendag, het feest op Koningsdag en als ophaler van oud-papier. In 2018 – na 25 jaar – vond Jan het tijd worden om het stokje over te dragen. Dat had hij, stipt als hij is, al een jaar eerder aan het bestuur van het buurthuis aangegeven. Er volgde een drukke afscheidsreceptie in het buurthuis. Iedereen was gekomen: de deelnemers aan de kaartavonden, de 55+soos, koersbal en ouderengym. Maar ook bezoekers van veel meer activiteiten waaraan Jan ondersteuning had geboden in de loop van de jaren. Allen kwamen toen Jan bedanken voor alles wat hij gedaan heeft om de buurtschap levendig te houden – en dat is heel wat geweest.

Oud papier
Jaren ook was het Jan Soer die Ommen en omgeving afstruinde voor het ophalen van oud papier. Elke middag reed Jan met auto en aanhanger de buurt rond om oud papier in te zamelen. Dat deed hij in eerste instantie voor zijn school, later kwam de opbrengst van de immer volle papiercontainers ten goede aan het buurthuis. Voor de jaarlijkse rommelmarkt was Jan al maanden tevoren bezig met het verzamelen van spulletjes. Ook hier stopte Jan mee toen hij naar Ommen ging verhuizen. Jan was verder tot laatst toe actief bij de stichting kunstzinnige vorming die kunst- en cultuuractiviteiten voor alle scholieren in Ommen organiseerde en ook was hij 28 jaar lang penningmeester van het bestuur van de Open Monumentendag in Ommen.

Wij wensen zijn vrouw Gertie, de kinderen en kleinkinderen heel veel sterkte bij dit grote verlies en gemis.

Bron: Harry Woertink – 19 juni 2021

1 Reactie »

5 juni 2021

Historisch rijwielmuseum Ommen weer open op nieuwe locatie

Categorie: Harry Woertink, Musea.    198 keer gelezen.

OMMEN – Het historisch rijwielmuseum in Ommen is weer open. Wat waren de vrijwilligers blij toen museummedewerker Arie Broekmaat zaterdagmorgen klokslag 11 uur de deuren van het museum opende.

 Ter gelegenheid van de heropening waren de museumvrijwilligers gestoken in historische kleding.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “2021 – Fietsmuseum Ommen

Het fietsmuseum moest eind september vorig jaar zijn biezen pakken in de Brugstraat in Ommen. Maar gelukkig vonden ze een nieuwe locatie even verderop in het leegstaand voormalig Hema-pand. Er is nu veel meer ruimte voor de 120 historische fietsen die hier staan uitgestald. Door de corona moest de opening nog even uitgesteld worden, maar zaterdag was het zover. In het museum zijn looproutes aangebracht en moet de anderhalve meter in acht genomen worden.

Blij
In verband met de hernieuwde opening hadden de museumvrijwilligers zich in historische kleding gestoken. “We zijn blij met de opening op deze nieuwe locatie”, zegt Gerrit Voort, de voorzitter van de nieuw opgerichte stichting Historisch Rijwielmuseum Ommen. “Onze vrijwilligers wilden graag weer aan de slag en ook het publiek is lang op de proef gesteld. Een blik op deze historische fietsen geeft ook vaak een blik van herkenning. Het gaat om fietsen vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw, maar ook jongere vaak unieke exemplaren zitten in onze collectie”.

Stichting
Viel het fietsmuseum eerder nog onder de vleugels van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO), sinds kort staat het als stichting op eigen benen. Dit om slagvaardiger te zijn, aldus Voort, die aangeeft dat er goede contacten zijn met het CCO, vooral ook waar het gaat om de historische kleding. Over de tijdelijke locatie zegt Voort: “We mogen tot 1 oktober van dit jaar gebruik maken van dit pand. Voor de periode hierna zijn we nog op zoek naar een mooie locatie in het centrum”. Naast Gerrit Voort bestaat het stichtingsbestuur verder uit Evert Nijkamp (secretaris), George Doorn (penningmeester), Dineke Broekmaat en Anton Wolters. Lees meer »

Reageren »

1 juni 2021

Tijdschrift De Darde Klokke in het teken van 70 jaar Molukkers in Nederland

Categorie: De Darde Klokke, Harry Woertink.    383 keer gelezen.

OMMEN – In het nieuwste nummer (199) van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke dit keer speciale aandacht voor de Molukkers die 70 jaar geleden naar Nederland kwamen.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (199).

Ze hadden als militairen in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gediend. De Molukkers die in de vijftiger en zestiger jaren in Ommen hebben gewoond komen uitgebreid aan het woord in De Darde Klokke. Het gaat om de tweede generaties die in Ommen hebben gewoond. Ze vertellen hun ervaringen over de woonoorden Laarbrug en Eerde. In welke erbarmelijke toestanden ze hebben moeten wonen. Oude barakken waar het in de winter zo koud was. Maar ook de hartelijkheid van de Ommenaren klinkt door in hun verhalen. “We voelden ons warm ontvangen in Ommen. Burgemeester van Reeuwijk heeft veel voor ons gedaan en zei ook: jullie zijn ook mijn burgers”, zo weet een oud-kampbewoner zich nog te herinneren. Verteld wordt dat het eten op het kamp eerst uit een centrale gaarkeuken kwam. Later kookten de vrouwen hun eigen potje. Elke dag kwam bakker Klomp uit Vilsteren met brood langs. Visboer Post kwam wekelijke evenals de groenteboer. De kinderen die van huis uit protestant waren gingen naar de Julianaschool, de kinderen uit katholieke gezinnen naar de Sint Willibrordusschool in Vilsteren. De leraren van toen weten ze ook te noemen.

KNIL-militairen
Het overgrote deel van de Zuidoost Molukse bevolkingsgroep die in Ommen kwamen wonen zijn afkomstig van de eilanden Kei, Tanibar en Kisar (Dobo). Het ging om 12.500 KNIL-militairen die met hun gezinnen in 1951 met de boot voor een ‘tijdelijk verblijf’ naar het koude Nederland kwamen. Nederland was voor hen een onbekend land. Bij aankomst wachtte geheel onverwacht een collectief ontslag voor deze aan Nederland trouwe soldaten. Lees meer »

Reageren »

30 mei 2021

Historie en natuur hand in hand in het Varsenerveld – zichtpunten in het landschap

Categorie: Harry Woertink, Landgoederen.    186 keer gelezen.

Bezoekers van het natuurgebied het Varsenerveld worden met verhoogde uitzichtpunten in het landschap gewezen op niet alleen de mooie natuur maar ook op de historie van de omgeving.

 Lindepad in het Varsenerveld, grens tussen ontginning en natuur.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s: “2021 – Varsenerveld

Het gaat om eenvoudige en simpele zichtpunten die door natuurboer en landschapseigenaar Wim van der Heide van landgoed “Den Woeste Heide” zijn aangelegd. Een zichtpunt bevindt zich in het noordelijk deel op een soort van drielandenpunt van heide, bos en landbouwgrond, juist op een plek waar het gebied buiten de ontginning is gebleven en er is een nieuw zichtpunt aangelegd op een verhoging langs het zogeheten Lindepad. Informatiepanelen bij de zichtpunten leggen de historie van de omgeving uit.

Marke Varsen
Het Varsenerveld was ooit onderdeel van de Marke Varsen. De boeren in Varsen hielden hier de heideschapen. Ook werd het gebruikt voor het steken van turf. Het tegenwoordige Varsenerveld maakte als stukje natte heide ooit onderdeel uit van de woeste gronden ten noorden van Ommen. Tot de opheffing en verdeling van de marken besloeg het Varsenerveld een gebied van ongeveer 2500 hectare. Een deel van het gebied is destijds ontgonnen door de kolonisten van de Maatschappij van Weldadigheid van de bedelaarskolonie “De Ommerschans”. De Maatschappij kreeg bij de verdeling van de Marke in 1826 ongeveer 52 hectare grond, de huidige landbouwgrond ten oosten van het bruggetje. De waterpoel ten zuiden van het bruggetje is opgeschoond en vergroot. Als naam voor de poel is gekozen voor de Johannes van den Boschpoel, de oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid. Het ligt in de bedoeling om alle vennen en poelen in het gebied van een naam te voorzien van personen of families die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van het gebied. Het oostelijk van het bruggetje gelegen vennetje kreeg de naam van Ningbersven. Tot in de zeventiger jaren werd hier nog turf gestoken. Lees meer »

Reageren »

25 mei 2021

70 jaar Molukkers in Ommen (3)

Categorie: Harry Woertink.    838 keer gelezen.

Dit jaar is het precies 70 jaar geleden dat in Rotterdam de eerste groep Molukkers voet aan wal zette. Er volgden nog elf schepen met zo’n 12.500 Molukkers.

 1959. Met dans en muziek werd gevierd dat op Laarbrug de Zuidoost Molukse Protestantse Kerk officieel was aangenomen als zusterkerk van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Werkkamp – Woonoord Eerde” en “Kamp – Woonoord Laarbrug”.

De opvarenden hadden als militairen in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gediend. Vanuit de haven van Rotterdam reed men in bussen naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daarna vond de verspreiding plaats door heel Nederland. Ook in Ommen werden gezinnen gehuisvest: op kamp Laarbrug en kamp Eerde. Voor 1970 werden de Molukkers met “Ambonezen” aangeduid. Dit is deel 3 over de geschiedenis van de toenmalige kampbewoners.

Laarbrug
Op 12 mei 1951 kreeg de Ommer burgemeester mr. C.P. van Reeuwijk bericht dat binnen enkele dagen de aankomst van het schip de Asturias in de haven van Rotterdam werd verwacht. Intussen was al bedacht dat de (Zuidoost) Molukse passagiers van dit schip onder meer in het voormalige werkverschaffingskamp Laarbrug aan de Vilsterseweg in Ommen ondergebracht moesten worden. Het opvangkamp Laarbrug, later woonoord Laarbrug genoemd, bestond uit houten, tochtige en vochtige barakken. Een jaar later werd ook nog een groep Molukkers in het afgelegen barakkenkamp op landgoed Eerde ondergebracht. Door de slechte staat van de barakken werd Eerde later opgeheven en werd een deel van de bewoners overgebracht naar de Laarbrug. De Zuidoost-Molukse mensen werden bewust op afstand gehouden van de wooncentra; de bedoeling hiervan was de integratie van de mensen in de Nederlandse samenleving te voorkomen. Hierdoor zou de terugkeer naar Indonesië niet al te veel problemen opleveren, was de gedachte, ze zijn hier toch maar voor drie maanden. Ondanks de barre leefomstandigheden in de barakkenkampen hebben zij op eigen kracht hun draai in de Nederlandse samenleving gevonden. Lees meer »

Reageren »

19 mei 2021

70 jaar Molukkers in Ommen (2)

Categorie: Harry Woertink.    475 keer gelezen.

Dit jaar is het precies 70 jaar geleden dat in Rotterdam de eerste groep Molukkers voet aan wal zette. Er volgden nog elf schepen met zo’n 12.500 Molukkers.

 Archieffoto 2015. Onthulling monument kamp Eerde op 12 september 2015. Johannes Balubun bij het zojuist onthuld monument.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Werkkamp – Woonoord Eerde

Vanuit de haven van Rotterdam reed men in bussen naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daarna vond de verspreiding plaats door heel Nederland. Ook in Ommen werden gezinnen gehuisvest: op kamp Laarbrug en kamp Eerde. Voor 1970 werden de Molukkers met “Ambonezen” aangeduid. Dit is deel 2 over de geschiedenis van de toenmalige kampbewoners.

Kamp Eerde
Van 1951 tot 1961 verbleven een aantal KNIL-militairen met hun gezinnen op kamp Eerde op het gelijknamige landgoed tussen Ommen en Den Ham. In eigen land waren ze niet meer veilig. Ze werden gezien als landverraders doordat ze samenwerkten met de Nederlanders, de bezetter van de kolonie. In eerste instantie zou het om tijdelijke opvang gaan, maar uiteindelijk hebben ze er zo’n tien jaar gewoond. Als grondeigenaar heeft Natuurmonumenten samen met de Molukse oud-bewoners van Kamp Eerde ervoor gezorgd dat op het voormalig kamp Eerde een plek van bezinning is gekomen. Het gaat om een dat monument dat herinnert aan de woelige periode dat de Molukse militairen die in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) hebben gediend met hun gezinnen op Eerde verbleven. Het monument is een voet van een oude vlaggenmast die jarenlang midden in het kamp heeft gestaan. Deze vlaggenmast stond symbool voor de gedisciplineerde wereld op het kamp. De tekst op de staander geeft veel weer: “De herinnering is het enige paradijs waaruit we niet verdreven kunnen worden”.

Monument als blijvende herinnering aan woelige periode
Op 12 september 2015 is het monument onder grote belangstelling en met Molukse muziek officieel onthuld. Als oud kampbewoner mocht Johannes Balubun dit doen samen met de dames Erin Oudshoorn-van Palland en Irthe André de la Porte-van Pallandt en een vertegenwoordiger van Natuurmonumenten. Voor Johannes Balubun was de onthulling een emotionele maar ook een bijzondere dag. “Ik kwam hier als klein jongetje van zeven jaar. We moesten hiernaartoe omdat mijn vader had op de Molukken gediend voor de Nederlandse staat. Met dit monument geven we de liefde weer voor onze ouders die hier hebben gewoond en ons hebben opgevoed onder primitieve omstandigheden. Ik ben heel blij dat die mast bewaard is gebleven en de geschiedenis van het kamp vertelt”, aldus Balubun. Het monument is te bereiken vanaf de Meertjesweg en voert met een trappetje over een heuvel. Lees meer »

Reageren »

17 mei 2021

70 jaar Molukkers in Ommen (1)

Categorie: Harry Woertink.    732 keer gelezen.

Dit jaar is het precies 70 jaar geleden dat in Rotterdam de eerste groep Molukkers voet aan wal zette. Er volgden nog elf schepen met zo’n 12.500 Molukkers.

Archieffoto 2012: Het herinneringsmonument op Laarbrug met Hermiena Janwarin-Sedoesboen.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Kamp – Woonoord Laarbrug

Vanuit de haven van Rotterdam reed men in bussen naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daarna vond de verspreiding plaats door heel Nederland. Ook in Ommen werden gezinnen gehuisvest. Voor 1970 werden de Molukkers met “Ambonezen” aangeduid. Dit is deel 1 over de geschiedenis van de toenmalige bewoners.

Tussen 1951 en 1966 verbleven de “repatrianten” uit het voormalige Nederlands-Indië die in Ommen aankwamen in de bestaande kampen in Eerde en Laarbrug. Beide locaties waren in de dertiger jaren in gebruik geweest als rijkswerkkampen voor werklozen. Het overgrote deel van de Zuidoost Molukse bevolkingsgroep die zich hier vestigde kwam van de eilanden Kei, Tanibar en Kisar (Dobo). Ze kwamen hier te wonen in houten barakken waar ze leefden onder zeer primitieve omstandigheden. Het onderhoud van de houten barakken liet te wensen over en de hygiënische omstandigheden waren slecht.

“Tijdelijk verblijf”
De voornamelijk 12.500 KNIL-militairen met hun gezinnen kwamen in 1951 met de boot voor een ‘tijdelijk verblijf’ naar het koude Nederland. Nederland was voor bijna iedereen een onbekend land. Bij aankomst wachtte geheel onverwacht een collectief ontslag voor deze aan Nederland trouwe soldaten. Een klap die generaties lang nog zou doordenderen. Met het ontslag verloren zij ook hun rechten als militair, soldij en pensioenen. De kampen Laarbrug en Eerde in Ommen en andere locaties in Nederland, moesten tijdelijk onderdak bieden. Zij leefden lange tijd geïsoleerd van de buitenwereld. Ze hadden geen inkomsten, mochten geen arbeid verrichten. Als vroegere bewoners van de eilanden in de gordel van de smaragd dachten de Zuid-Molukkers tijdelijk naar Nederland te kunnen. Maar het verliep allemaal anders: het bleek voor goed te zijn. De palmboom in de Molukken werd een slagboom in Nederland. Na drie jaar voer de regering ook nog een verandering in voor de Molukkers dat ze ineens in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien.

School
Op de kampen Laarbrug en Eerde zijn veel kinderen geboren. Ze gingen naar school in Ommen (Koningin Julianaschool) en Vilsteren (Sint Willibrordusschool). Het aantal bewoners schommelde telkens tussen de 250 en 350 personen met hoogtepunt op 1 juli 1963 toen 357 bewoners geteld worden. In 1953 was het aantal bewoners 231 (52 gezinnen met 210 gezinsleden en 21 alleenstaanden). Op Eerde waren dat er toen 120 (26 gezinnen met 117 gezinsleden en drie alleenstaanden). In 1958 lag het bewonersaantal op 297. Begin 1960 waren er op Laarbrug 317 bewoners en in 1962 kwam het bewonersaantal op totaal 350. De kleuters in het woonoord gingen eerst naar de Edith-school aan de Koesteeg. Later kon een kleuterschooltje in het kamp worden gebouwd; de jongste kinderen konden dan op kamp naar school en hoefden niet meer met de bus naar school in Ommen. Lees meer »

Reageren »

16 mei 2021

Uitgaan in Ommen – Favoriet, De Tronk en Route 66 (2)

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    536 keer gelezen.

In de roerige jaren zestig en zeventig kende Ommen drie roemruchtig discotheken die destijds het uitgaansleven bepaalden. Je had Favoriet aan de Kruisstraat, die langzaam werd omgetoverd van lunchroom tot discobar. In de Bermerstraat zat De Tronk en aan de Balkerweg had je Route 66.

 De Tronk in 1971 v.l.n.r.: 1 Jan Tigelaar, 2 Seine Seigers, 3 Marcel Pillen, 4 onbekend, 5 Hannie van Assendelft, 6 moeder van Marieke Beyj, 7 onbekend, 8 Roelie Makkinga, 9 Henk Landeweerd, 10 Jan van Lenthe, 11 Freek Schuurman, 12 Ady Spijkers, 13 Bert van der Linde, 14 Chris Zandman, 15 Gerrit de Lange, 16 Egbert Beltman, 17 Jurjen Bey.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Uitgaan in Ommen – jaren-60

Alle drie discotheken werden door de jeugd graag bezocht. Er klonk muziek, er werd helder bier geschonken en het was er bovenal gezellig. De drie kroegen bestaan niet meer. Om toch te kunnen stappen moest daarna iets anders gekozen worden. Dat was niet voor iedereen even makkelijk. Deze serie gaat over de drie Ommer uitgaansgelegenheden. Dit is deel 2 over de Tronk en Route 66.

De Tronk
Toen Hendrik van Aalderen zijn pand aan de Bermerstraat in het Ommer centrum verliet werd het omgebouwd van woonhuis naar bar “Het Proathuys”. Om meer bekendheid te genereren deed Het Proathuys in juli 1970 mee aan de landelijke rage van “Dakzitten”. De 16-jarige Joost Storreveld uit Beverwijk wist op het dak van het Proathuys met boven zich een parasol het wereldrecord dakzitten met tien uur te verbeteren en kwam uit op totaal 150 uur dakzitten. In 1971 werden Tom en Marieke Bey eigenaar van deze bar en doopten het om in discobar “De Tronk”. De Tronk werd ‘wereldberoemd’ door dit enthousiaste uitbatersechtpaar. Tom plakte de kenmerkende stickers met die Stones-tong op werkelijk alles wat hij tegenkwam in binnen-en buitenland. Als je in Amsterdam bijvoorbeeld de route van de stickers volgde die begon bij het Centraal Station kwam je automatisch uit in Ommen bij de man met de naam “Tom”. De Tronk was Tom en Tom was de Tronk.

Route 66
In de buurtschap Emsland met het adres U 4/6, tussen Ommen en Witharen was sinds 1940 een constructiewerkplaats gevestigd van de familie Houtman. Later werd het adres gewijzigd in Balkerweg. In de vijftiger jaren kwam het aannemersbedrijf Knol hier. Vervolgens waren het Jan en Jelly Zwart die onder de naam “Boschzicht” met een café en speeltuin van start gingen. Ze woonden in het huis ernaast. Ook kwam er een bezinepomp. In 1968 werd de horecazaak overgenomen door Bertus Tibben. Hij voegde in 1970 een zaaltje toe aan het complex. De familie Tibben organiseerde in een grote tent ook muziekoptredens met bekende bands. Zij waren de bedenkers van de naam Route 66 voor het etablissement, een link naar een historische autoweg in de Verenigde Staten waarover de Rolling Stones in 1964 een muzieknummer coverden. Lees meer »

Reageren »

16 mei 2021

Onderzoek wijst uit dat molen Den Oord in 1824 nieuw is gebouwd op bestaande plek

Categorie: Harry Woertink, Molens.    264 keer gelezen.

De molen op Den Oord in Ommen is een van de acht resterende zeskant windmolen in Nederland. Er is altijd gedacht dat de molen afkomstig zou zijn uit de Zaanstreek en ook in Bathmen zou hebben gestaan.

 1910 – De molen op de Oord net de molenkolk, naar een (vrije) pentekening van Sam van Beek.
Afbeelding: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum

In 1824 zou de molen aangekocht zijn door timmerman Roelof Makkinga en herbouwd als zaagmolen op De Oord. Deze redenering van herbouw blijkt na een dendrochronologie (of jaarringonderzoek) niet juist te zijn. Het onderzoek laat zien dat het hout voor de romp van de molen rond 1800 geveld is. Hieruit kan worden geconstateerd dat de molen zelf in ieder geval niet afkomstig is uit de Zaanstreek of uit het noorden. De molen is nieuw gebouwd op de huidige plek in 1824 als houtzager.

Onderzoek datering
Uit eerdere onderzoeken was al vast komen te staan dat het zeskant van de molen zo goed en degelijk in elkaar stak, dat het onwaarschijnlijk was dat deze molen gedemonteerd en herbouwd zou zijn. Met de nieuwe gegevens uit de onderzoeken wordt dit bevestigd. Het onderzoek is erin geslaagd voor een deel van de monsters een datering te vinden. Aangezien de wankant niet aanwezig is, kan alleen de ondergrens van het kapinterval bepaald worden. Het lijkt echter aannemelijk dat het hout ergens aan het begin van de 19e eeuw is gekapt. Dit komt overeen met het bouwjaar van 1824, waarmee het niet om een verplaatste molen lijkt te gaan, voor zover de gedateerde elementen een nauwkeurige weerspiegeling zijn van de molen als geheel. De molen is niet gebouwd van eikenhout, maar van grenenhout, volgens het onderzoek geïmporteerd vanuit grofweg centraal Polen. Deze afkomst is opmerkelijk. Veel hout kwam uit het gebied rond de Eiffel, of uit Scandinavische landen. Hoe dit hout in Ommen is beland om dienst te doen als constructiehout voor de molen is niet bekend.

Lagere plek: Den Oord
De molen werd gebouwd aan de zuidoost kant van de stad, op een lagere plek Den Oord genaamd. De keus voor deze plek had waarschijnlijk met de vrije windvang te maken en natuurlijk de nabijheid van het water van de Vecht. Het te zagen hout werd aangevoerd over de Vecht, maar bovendien kon de doodlopende arm van de Vecht uitstekend dienstdoen als molenkolk. In deze kolk werden de boomstammen te ruste gelegd. Soms werd het hout meerdere jaren “gewaterd”, tot maximaal vijf jaar. Hierdoor worden de in het hout aanwezige mineralen, voedingsstoffen en zetmeel in het water opgelost. Lees meer »

Reageren »