19 maart 1874

1874 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

Categorie: Historiekamer Hardenberg, Randgemeenten, Uitgaande stukken.    1.846 keer gelezen (sinds 25-08-2007).

  • 29-09-1871Gedeputeerde Staten.
    Betaling uit den post onvoorziene uitgaven. Hierbij hebben wij de eer U ter goedkeuring aan te bieden: 1. een besluit van den Raad dezer gemeente tot betaling uit hoofstuk IV in uitgaaf der begrooting van 1871 eener som van f. 73,70 aan de gemeente Stad Ommen en eene som van f. 281,26 aan de gemeente Avereest wegens voorgeschotene verpleegkosten in de jaren 1868, 1869 en 1870. 2. een besluit als voren, om te betalen aan de gemeente-ontvanger J.A. Nijzink alhier de som van f. 9,90½ wegens in 1870 betaalde zegelgelden ten behoeve der gemeente.
  • 23-10-1874Het bestuur over den kunstweg van Hardenberg naar Ommen, te Ommen
    Ik heb de eer ter Uwer kennis te brengen dat tot gecommitteerden voor de weg van Hardenberg naar Ommen door de raad dezer gemeente zijn aangewezen de heren J. van Barneveld en J.B. Bolks.
  • 20-10-1874Officier van Justitie te Deventer
    Ik heb de eer U hiernevens te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de rijksveldwachter A. Scheper te Ommen, tegen Klaas Sterken te Diffelen, ter zake van overtreding der wet op de jacht en visserij.
  • 25-08-1874Commissaris des Konings
    Naar aanleiding van Uw missive d.d. 20e dezer, nr. 260, hebben wij de eer te berichten dat de commissie van de Kunstweg Ommen-Hardenberg, over de verhoogde bijdrage ad f. 80,- voor deze gemeente, over het jaar 1874 op 1 october a.s. kan beschikken, en dat er bij het opmaken der begroting voor het jaar 1875 op zal gerekend worden, zulks ook over dat jaar zal kunnen geschieden.
  • 19-07-1874Gedeputeerde Staten
    Wijziging van jaarmarkten te Stad Ommen
  • 23-06-1874Ambtenaar van ’t Openbaar Ministerie ten kantongerechte Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter Engbert Rutger van Faassen, tegen Gerrit Jan Overweg, schaapherder te Diffelen, wegens het doen lopen van een kudde schapen op de berm van de kunstweg van Ommen naar Hardenberg.
  • 19-03-1874Procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Overijssel
    U verschoning verzoekende voor het verzuim in de beantwoording van Uw missive d.d. 3e maart jl. nr. 11/365, heb ik de eer hierbij in te zenden het bewijs bij verandering van werkelijke woonplaats, indertijd door Frederik Bladder ingediend. Het zal U opvallen dat daarin de geboorteplaats van gezegde Bladder in het bewijs wordt vermeld, als zullende zijn Ommen hetgeen een bepaalde vergissing is. Daar Bladder reeds als kind met zijn ouders in Nederland is aangekomen kan hij niet zeggen of verzekeren dat zijn vader de verklaring bedoeld in art. 8 sub nr. 2 B.W. heeft afgelegd, hij zelf heeft zulks niet gedaan, althans niet in deze gemeente. Ik voeg hierbij een op mijne ambtseed opgemaakt proces-verbaal, constaterende de echtheid van het bewijs van verandering van woonplaats en tevens dat het betrekking heeft op Fredrik Bladder, als de persoon in kwestie.

Reageren »

1873

1873 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

Categorie: Historiekamer Hardenberg, Randgemeenten, Uitgaande stukken.    1.968 keer gelezen (sinds 25-08-2007).

  • 08-09-1873Ambtenaar van het Openbaar Ministier ten Kantongerechte Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter H. Buddenberg, tegen Jan Brandt, wonende in het Beerzerveld, gemeente Ambt Ommen, wegens het doen weiden van schapen op gronden toebehorende aan de Overijsselse Kanaalmaatschappij.
  • 02-07-1873Militiecommissaris in Overijssel
    Heden vervoegde zich bij mij de persoon Jacobus Hubertus Hendriks, milicien verlofganger der lichting 1870, uit de gemeente Bergeijk, provincie Noord-Brabant, onder vertoon van bijgaande brief. Genoemde verlofganger is den 16 april jl. naar deze gemeente vertrokken uit de gemeente Zuid-Schrawoude en heeft zich op den 14 mei jl. alhier aangemeld en is op dien dag in het register van verlofgangers alhier ingeschreven, waarvan onmiddellijk aan de burgemeester van gemelde gemeente, bij brief van 14 mei jl. nr. 189 is kennis gegeven. Daar gemelde verlofganger het onderzoek op den 7 juni jl. te Ommen heeft bijgewoond, neem ik de vrijheid U in zijn belang beleefd te verzoeken, daarvan een bewijs aan mij te willen doen toekomen of den heer militiecommissaris in Noord-Brabant er van in kennis te willen stellen.
  • 19-06-1873Officier van Justitie te Deventer
    Het mij toegezonden bevel om zich in hechtenis te begeven, heb ik den betrekkelijke Kars Bruins gisteren uitgereikt. Hedenmorgen vervoegde hij zich ter secretarie met het verzoek of ik bij U pogingen wilde aanwenden ten eersten dat hem tot het ondergaan der straf uitstel werd gegeven tot in het laatst der volgende week, en ten tweeden dat hem vergund worde de straf te Ommen te ondergaan. Bruins heeft nog kleine kinderen en zoude hij gaarne maatregelen nemen opdat die gedurende zijne afwezigheid verzorgd werden. Hij is weduwnaar. Mag ik U beleefd verzoeken mij te willen inlichten of het verzoek van Bruins voor inwilliging vatbaar is.
  • 03-02-1873B&W van Ambt Ommen
    In antwoord op Uw missive d.d. 29 januari jl. nr. 19, hebben wij de eer mede te delen dat ook wij van gevoelen zijn dat er tussen de gemeenten Ambt Ommen en Ambt Hardenberg behoorlijke aansluiting van grenzen bestaat.

Reageren »

1872

1872 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

Categorie: Historiekamer Hardenberg, Randgemeenten, Uitgaande stukken.    1.963 keer gelezen (sinds 25-08-2007).

  • 24-07-1872Burgemeester te Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen 4 stuks kennisgevingen tot opkomst onder de wapenen van de navolgende miliciens – verlofgangers uit deze gemeente, verblijf houdende in uwwe gemeente als
    C. Bouwhuis te Stad Ommen,
    J. Eggink te Ambt Ommen,
    J.H, Kampman te Ambt Ommen,
    P. Bosch te Ambt Ommen,
    met verzoek dezelve aan den belanghebbende te willen doen uitreiken.
  • 15-07-1872Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen
    Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den tolgaarder Engbert Rutger van Faassen, tegen Hendrik Peters te Emlenkamp of Emlichheim (Pruissen), wegens ontduiking van tolgelden op den weg van Hardenbergh naar Ommen.
  • 15-07-1872Burgemeester van Avereest
    Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger uit Uwe gemeente, Berend de Hoop, der ligting 1870, op den 9e maart jl. mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met het voornemen zich in de gemeente Ambt Ommen te vestigen, alwaar hij zich, volgens ontvangen berigt op den 28e maart 1872 heeft gevestigd.
  • 14-06-1872Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal door mij opgemaakt ten verzoeke van de weduwe H. Hamhuis Azn, pachtster van de bruggentol gelegen in den weg van Ommen naar Hardenbergh, wegens weigering van het betalen der tol door Seije de Jager, wonende te Meppel, van beroep stukadoor.
  • 23-05-1872Commissaris des Konings
    Militie.
    In voldoening aan Uw besluit d.d. 13 april jl., 4e afd., nr. 1176/989 heb ik de eer mede te deelen:
    a. dat de verzameling der manschappen plaats heeft voor het gemeentehuis alhier en vervolgens met die van Stad Hardenberg en Gramsbergen worden overgebragt naar Ommen onder geleide van den burgemeester van Stad Hardenbergh;
    b. dat in de gemeente Stad Ommen huisvesting met voeding wordt genoten van waar zij den volgenden dag onder geleide van den burgemeester aldaar naar Zwolle worden overgebragt;
    c. dat het verzamelen, geleiden en overbrengen steeds op voormelde wijze is geschied;
    d. dat naar mijne meening het verzamelen, overbrengen en geleiden ook voortaan niet doelmatiger kan plaats hebben, aangezien de gemeente te ver van de spoorwegen verwijderd is.
  • 10-01-1872Procureur-generaal bij het provinciaal geregtshof te Zwolle
    Zekere Gerritdina van Tebberen, huisvrouw van Klaas Vredeveld, wonende in deze gemeente, in den loop des vorigen jaars door het provinciaal geregtshof veroordeeld tot eene gevangenisstraf van 14 dagen, deed ik voor eenige dagen door tusschenkomst van den rijksveldwachter Schut alhier een bevel uitreiken om zich te Ommen in hechtenis te begeven ten einde hare straf te ondergaan.
    Volgens het rapport van den gezegden rijksveldwachter Schut was G. van Tebberen uit hoofde van zware ziekte buiten staat om aan het bevel gevolg te geven en heb ik de eer U zulks te berigten met het verzoek haar uitstel te willen verleenen tot het ondergaan harer straf.

Reageren »

1871

1871 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

Categorie: Historiekamer Hardenberg, Randgemeenten, Uitgaande stukken.    1.904 keer gelezen (sinds 25-08-2007).

  • 13-07-1871Kolonel Militie Commissaris in Overijssel.
    In voldoening aan Uw missive d.d. 10 dezer nr. 126, heb ik de eer hierbij in te zenden een certificaat van onvermogen van Bernardus Zeeman, die geheel buiten staat is de kosten van verpleging en voeding in het Huis van Bewaring te Ommen aan hem verstrekt, te kunnen voldoen.
  • 26-06-1871Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongeregt te Ommen.
    Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door den onbezoldigde Rijksveldwachter E.R. van Faassen alhier, tegen Hendrik Jan Lammerink, landbouwer wonende te Stegeren, gemeente Ambt Ommen, wegens het laten loopen en weiden van een kudde schapen op in de oogst staand gras in de bermen der kunstweg van Ommen naar Hardenberg.
  • 20-06-1871Kolonel militie commissaris van Overijssel te Zwolle.
    Nationale militie. De order tot provoost arrest, mij geworden bij Uwe missive d.d. 13 juni jl., nr. 105, is van mijnentwege aan den vader van den betrokkenen milicien Bernardus Zeeman uitgereikt, maar heb ik tot dus verre niet vernomen of hij zich in arrest heeft begeven. Eenige dagen voor de te Ommen gehoudene inspectie vervoegde zich gemelde Zeeman ter secretarie, alwaar hij verzocht om een certificaat van goed gedrag, willende hij vrijwillig dienst nemen bij het Nederlandsch Indische leger. Dat certificaat konde ik niet afgeven daar Zeeman ten vorigen jare, door de Regtbank te Assen wegens diefstal tot gevangenisstraf is veroordeeld. Niettegenstaande Zeeman niet voorzien was van een bewijs van goed gedrag, begaf hij zich toch naar Zwolle en ontving ik dien ten gevolge een schrijven van den heer kapitein commandant van het garnizoen aldaar, waarbij mij op nieuw het gezegde bewijs werd gevraagd. In antwoord op dat schrijven melde ik den heer kapitein commandant voornoemd, de redenen die mij noopten het bewijs van goed gedrag niet uit te reiken en heb ik verder van die zaak noch van Bernardus zeeman niets vernomen. Het is mij onbekend waar Zeeman zich thans ophoudt. Hij is een zwerver en naar hij zegt heeft hij geene zijner kleederen of equipementsstukken in zijn bezit. Hij geeft voor dat hem die zijn ontstolen. De eer hebbende dit een en ander aan U te melden neem ik de vrijheid te verzoeken dat ik worden ingelicht hoe te handelen, zoo Zeeman zich hier weder mogt vertooonen.
  • 09-05-1871Officier van Justitie te Deventer.
    Door deze heb ik de eer U mede te deelen dat de persoon gesignaleerd in het Algemeen Politieblad onder nr. 428, genaamd Lambertus Tormijn op heden op mijn last is gearresteerd en door mij naar Ommen is opgezonden.
  • 15-02-1871Brigadier Majoor des Rijksveldwacht te Ommen.
    Tussen zondag en maandag nacht is de hond van Bolks weggelopen of gestolen uit een gesloten tuin te Zwolle toebehorende aan mr. S.J. van Royen aldaar. Die hond heeft een jaar gejaagd met den heer Van Pallant te Eerde en presumeer ik dat de hond weder naar Eerde is gelopen. Zekere jager Buddink te Ommen heeft ook met de hond gejaagd en kent hem. De hond is wit en bruin, langharig, goed behangen, heeft een lederen halsband om enz. Hebt de goedheid in Uwe buurt te informeren of daar ook een hond is komen aanlopen, en in dat geval hem door gezegde Buddink te doen herkennen. Natuurlijk worden de kosten van voeding enz. vergoed.

Reageren »