1 juli 2022

Buurtschap Beerze geeft geheimen prijs

Categorie: Harry Woertink.    338 keer gelezen.

Regelmatig worden de kolommen van de krant gevuld met geschiedschrijving over Ommen of zijn buurtschappen.

 Eind jaren 40. Het theehuis van camping “De Roos”, de oudste camping van Nederland.
Afb.: OudOmmen
Zie ook het album “Beerze

De buurtschap Beerze, bekend om zijn prachtige Saksische boerderijen, bossen en zandverstuivingen, was 40 jaar geleden onderwerp in de krant. In het Nederlands dagblad van 17 juni 1982 lezen we het volgende over Beerze. De oude Saksische boerderijen met hun grote rieten mutsen reiken bijna tot aan de bodem en schijnen iets te verbergen voor de passant. Een als museum of oudheidkamer ingerichte hoeve zul je er niet aantreffen. Voordat je er erg in hebt, ben je er al doorheen gefietst.

Monumentenbeleid
Een bejaarde boer-in-ruste loopt langzaam naar de voor zijn boerderij staande PTT-brievenbus om deze te ontdoen van de post. Ik krijg de kans een praatje met deze oude baas, naar ik later verneem boer Schuurman, te maken. Een paar vragende ogen kijken mij van achter een brilletje model anno 1960 aan. Hoe oud zijn boerderij is? Hij krapt wat onder zijn naar achteren geschoven pet. Na enige bedenktijd schat hij het stichtingsjaar van de hoeve op circa 1600. Maar het gebouw is omstreeks 1850 grondig aan de buitenkant verbouwd. Ja, de boerderij staat onder monumentenzorg. Het is hier mooi wonen. “Maar”, zo doet hij er direct op volgen, “de jeugd trekt weg”. Het dorp vergrijst, omdat er geen huizen in de buurt van de oude “erven” gebouwd mogen worden. Boer Schuurman noemt het de lasten van het monumentenbeleid; het Beerzer schooltje telt als gevolg van het wegtrekken der jeugd amper negen leerlingen met een onderwijzer. Niet dat het leerlingenaantal vroeger altijd hoog is geweest. Het Beerzer schooltje, dat eertijds op de Brink zijn functie vervulde, telde in 1808 z’n twintig leerlingen. In 1855 telde de school al dertig leerlingen. Beerze heeft volgens historicus Van der Aa dan in totaal 150 inwoners, verdeeld over 21 behuizingen. Trekt men die lijn door naar deze tijd, dan zou het schooltje nu op z’n minst een veertigtal kinderen moeten herbergen. Lang niet alle boerderijen vervullen nu nog een agrarische functie, zo blijkt uit het korte gesprek met deze boer-in-ruste die langs de Beerzerweg (de hoofdweg) woont. “Ik heb met m’n vier koetjes altijd goed kunnen boeren”, vertelt hij, al beseft hij wel dat hij door deze bedrijfsomvang werd gerekend tot de categorie van “keuterboeren”. De meeste boeren konden de hoger wordende investeringen niet meer aan en lieten het moderniseren aan anderen over (melktank, ligboxenstal). Boer Schuurman wijst naar een boerderij een paar honderd meter verderop, waar een agrariër z’n tachtig koeien houdt. Het bouwen van een ligboxenstal is dus nog wel mogelijk in Beerze, waar nu al negen boerderijen onder monumentenzorg staan.

Saksische boerderijen
Maar nog steeds hebben we niet veel gegevens over de Beerzer boerderijvorm kunnen los peuteren. We trekken weer verder. De eveneens bejaarde overbuurman van boer Schuurman – net zijn middagdutje achter de rug – loopt naar buiten. Hij is van plan de koeien te voeren. Het onderdrukt gemompel van de oude baas, na ons “mooi weertje, hè?”, doet ons toch maar even van de fiets afstappen. Monumentenzorg heeft ook bij deze oudgediende in het agrarische vak geen goede klank. „Alles moet blijven zoals het is”, zegt hij, en trekt daarbij zijn bovenlip enigszins op. Dakpannen en vooral golfplaten zijn taboe in Beerze. Woningbouw vindt niet meer plaats. Jonge echtparen trekken daarom in bij hun ouders op de boerderij, maar er is grotendeels maar plaats voor één gezin op de boerderij, zodat de rest van de jeugd haar intrek moet nemen in het nabij gelegen Beerzerveld, Ommen of Mariënberg.

Onderschoer
Maar ondertussen is het eigene van de Beerzer boerderij nog steeds gehuld in nevelen. “De aanhouder wint”, is een spreekwoord dat de “ontdekkingsreiziger” moed geeft. Oerwouden waardoor een ontdekkingsreiziger zich een weg moet banen, alvorens zijn doel te bereiken. Voordat we de juiste man hadden die ons meer kon vertellen omtrent het Beerzer boerderijtype, moesten we zoveel instanties af, dat de vergelijking met een oerwoud en een ontdekkingsreiziger zich onwillekeurig opdrong. Via het “ik verbind u door” en „hebt u een ogenblikje” van respectievelijk de gemeentehuizen van Ommen en Hardenberg, Oudheidskamers en de verschillende afdelingen van het Overijsselse Provinciehuis komen we uiteindelijk terecht bij de in Zwolle gevestigde schoonheidscommissie van Overijssel “Het Oversticht”. Daar vertelt na enig zoeken in inventarisatielijsten van monumenten een terzake kundige, dat de Beerzer boerderij zo uniek is door de onderschoer. Met andere woorden: de wijze waarop de grote toegangsdeur is verwerkt in de boerderij vorm. De opening van deze boerderijen is als het ware terugvallend in het rieten dak geplaatst. In vaktaal worden boerderijen weergegeven door bijvoorbeeld „boerderij onder rieten schilddak met onderschoer. Muuranker 1872″ of „Woon-, huis (1851) met afgewolfde rieten zadeldak”. Met name de bijbehorende schuren en schaapskooien zien er zeer karakteristiek uit met hun typisch met riet gevlochten topgevels en zijwanden. Gevlochten wanden opgevuld met leem komen hier nauwelijks meer voor.

Rietendak
Dat alle boerderijen bedekt zijn met een rieten dak, ligt volgens de woordvoerder aan de gunstige ligging van de buurtschap ten opzichte van het natuurgebied “De Weerribben” in NW-Overijssel, waar veel rietteelt plaatsvindt. Naar Twente toe zien we meer pannendaken op de boerenhofsteden. Inhakend op de reserves die de inwoners van Beerze hebben ten aanzien van het monumentenbeleid, laat “Het Oversticht” weten dat men niet streeft naar een “bevroren” toestand. Als een boer niet zomaar een bungalowtje naast de oude boerenhoeve mag neerzetten, hoeft dat volgens de schoonheidscommissie niet alleen en altijd te maken te hebben met het monument-zijn, maar meestal met het voor dit gebied geldende bestemmingsplan. Dat bouwen verboden is, kan volgens deze instantie ook verband houden met het streven om van Beerze in de toekomst nog eens een “beschermd dorpsgezicht” te maken. „Het kan zijn dat men daar nu al op vooruit loopt”. De boerderijen zijn minder oud dan we aanvankelijk dachten. Muurankers geven getallen aan zoals 1876, 1855, 1868. Toch zijn veel boerderijen “in aanleg” eeuwen ouder. Sommigen dateren zelfs uit de 16e eeuw, vandaar dat het alleszins waard is ze op de lijst van monumenten te plaatsen.

De Havezathe
We verlaten de Beerzer boerderijen die in een “bevallige wanorde” door het boerenland liggen verspreid en duiken nog een moment in de geschiedenis van de buurtschap Beerze. Reeds in 1227 wordt het gehucht genoemd in de annalen van de geschiedenis van de gemeente Ommen. Eén der edelen van de Bisschop van Utrecht Otto 11, te weten Warner van Beerse, sneuvelde toen namelijk in de grote slag bij Ane, ten zuiden van Coevorden, zo laat een voorlichtingsfunctionaris van de gemeente Ommen ons weten. „In de Middeleeuwen was dit gebied bij herhaling het toneel van strijd, omdat via de hoger gelegen zandgronden temidden van uitgestrekte moerassen, hier de enige verbindingsweg liep naar het Noorden en Oosten”. Het kasteelachtige gebouw “De Havezathe” heeft in vroegere tijden een belangrijke rol gespeeld in het bestuur van en de rechten binnen het dorp. In 1848 werd het gebouw afgebroken. Alleen ingewijden weten de plaats in het landschap waar Havezathe heeft gelegen nog te herkennen. Maar de gemiddelde voorbijganger fietst er gewoon voorbij. De buurtschap is in dit opzicht niet zo imponerend, wam voordat je er erg in hebt, ben je het kluitje boerderijen al voorbij gefietst.

Peper en zout
In vroegere tijden heeft allerlei bijgeloof hier welig getierd, gepaard gaande met sagen, legenden en andere verdichtsels. Maar ook van geneeskunst met behulp van kruiden en “paardenmiddeltjes” wisten de bewoners wel wat af. Wel eens gehoord van het “wolf snijden”? Geschiedschrijver Eshuis maakte enkele jaren geleden de lezen van een regionaal blad bekend met het verhaal van ene Levert Hesseling, die deze geneeswijze toepaste. Een glimlach valt moeilijk te onderdrukken als je leest wat Eshuis hierover schrijft. De wolf was een ziekte als de koebeesten “de taande lös in ’n bek” hadden, zodat ze moeilijkheden hadden met kauwen. „Als “geneesmiddel” hiervoor maakte men dan dicht bij ’t uiteinde een snede in de staart van het beest, smeerde de wond in met peper en zout en verbond ze dan luchtig, zodat het bloed er nog door kon sijpelen. Na enkele dagen waren de aldus behandelende beesten weer ‘genezen…’ Het verhaal gaat dat de toenmalige veeartsen zich distantieerden van dit toch wel merkwaardige paarde- (beter gezegd koe-) middeltje als onderdeel van de Beerzer volksgeneeskunst.

Camping De Roos
De oudste camping van Nederland staat op het grondgebied van Beerze. Daardoor heeft deze kleine buurtschap toch nog een object binnen haar grenzen dat als „enig in zijn soort” kan worden bestempeld. Het is camping “De Roos”, liggend ongeveer 7 km ten oosten van Ommen aan de Beerzerweg. Van het 28 ha grote natuurterrein mag 22 ha gebruikt worden voor standplaatsen. Een ‘toevallige’ bijkomstigheid is, dat dit seizoen de camping is gestart met de bijnaam “MEMO-bedrijf”. De alternatieve’ lezers weten ongetwijfeld wat hiermee wordt bedoeld. De Stichting MEMO staat voor Mens- en milieuvriendelijke onderneming. Verschillende kleinschalig producerende bedrijfjes zijn aangesloten bij bet MEMO-gilde. Maar hoe moet je je nu een MEMO-campingbedrijf voorstellen? Vooral als je weet dat er (nog) geen tweede van bestaat? Met de beheerders, het jonge echtpaar Jan en Lucie de Roos wisselden we van gedachten over dit nieuwe fenomeen op de MEMO-markt en lieten ons rondleiden over het terrein dat een zeldzaam rivierduinlandschap wordt genoemd.

Het begon allemaal rond 1921 met tentenkampen van de padvinderij. Dat juist in de buurt van Ommen een tentenkamp van de padvinders neerstreek, is niet per ongeluk. Bij de gemeente weet men ons namelijk te vertellen dat Ommen de bakermat van de padvinderij in Nederland is. En nog altijd is Ommen, dankzij Scouting Nederland, een belangrijk nationaal en internationaal Scouting centrum. Baron van Pallandt van Eerde was eertijds de stimulerende factor achter dit sportieve gebeuren. Jan de Roos weet de plaats waar deze kampen stonden opgesteld nog aan te wijzen. Oma De Roos wordt als oprichtster van de camping beschouwd, waarna J. de Roos het bedrijf voortzette, nu opgevolgd door het jonge echtpaar. “Mijn vader haalde vroeger de campinggasten met hun zware spullen (van lichtgewicht was geen sprake) op vanaf het station Mariënberg met paard en wagen. Er komen nog altijd mensen langs die zeggen hier heel vroeger te hebben gekampeerd”.

Bron: Harry Woertink – 1 juli 2022

2 Reacties »

• • •

2 reacties »