микрозаймы

22 november 2015

Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

Categorie: Gebouwen.    1.978 keer gelezen.

De zuidkant van de Vechtbrug in Ommen was tot 1900 nog weinig bebouwd. Aan de Voorbrug stonden enkele woningen.

 Het buitenverblijf Moesbergen aan de Zeesserweg omstreeks 1880. De bewoner van toen dokter A.A. Middendorp, geheel rechts, wacht op het inspannen van paard en wagen. Links is nog de koetsierswoning zichtbaar.
Afb.: Streekmuseum Ommen
Zie voor meer foto’s het album: “Buitengoed Moesbergen“.

Verder waren er tapperijen en logementen, onder anderen logement Engbertus Mensink, tegenwoordig hotel De Zon. Een bakkerij, een schoenmaker, een kuiper, een schilder en een smederij. Opmerkelijk was het zogeheten buitenverblijf Moesbergen, gelegen op een bebost terrein tussen de huidige Stationsweg en de Wilhelminastraat met boomgaard, tuin en weilanden. De toegang was vanaf de Zeesserweg, waar een pad met een boogje voor de ingang van de woning liep. Huis Moesbergen viel in 1892 ten prooi aan de slopershamer. De bijbehorende tien hectare tuin en land gingen op aan de bouw van villa’s aan de zuidkant van de Vechtbrug. Alleen de vroegere koetsierswoning op de hoek Zeesserweg/Wilhelminastraat herinnert nog aan de geschiedenis van Moesbergen.

Coninckskamp
Het buitenverblijf wordt in 1744 eigendom van Gerrit Coninck. Hij kocht toen “Het Buitendijks, gelegen buiten Ommen voor de brugge in de buurtschap Zeesse”. In 1800 wordt de kleinzoon Marcelius Coninck eigenaar en is dan geneesheer in Ommen. De eigendom van Coninck was toen tien hectare groot en besloeg nagenoeg het hele gebied tussen de Vecht, het oostelijk gedeelte van de Stationsweg tot aan de Schammelte en werd aangeduid met “Coninckskamp”. Het grasland tussen de Zeesserweg en de Vecht droeg de naam “Het eiland”. Na het overlijden van Marcelius Coninck zijn het zijn drie kinderen Gerhardus Coninck, Alberta Jongkindt-Coninck en Hendrika Coninck die eigenaar zijn van het mooie buitenverblijf kort aan de Vecht. Alleen genoemde Hendrika Coninck woont in het huis.

Moesbergen
Op 28 augustus 1819 breekt er brand uit en verwoest het hoofdgebouw, maar gelukkig kan in korte tijd het pand weer worden opgebouwd. Dat is in 1820 en gaat het om een herenhuis met 6 kamers, twee keukens, gang, kelder, ruime zolders en stalling. Het herenhuis heeft dan de naam “Moesbergen”. Wellicht zal deze naamgeving te maken hebben met de (moes)tuinen gelegen rondom de woning. Na het overlijden van Hendrika Coninck in 1844 wordt de buitenplaats verkaveld en publiekelijk geveild. In een advertentie die de veiling aankondigde wordt gesproken over: “Het alleraangenaamst aan de Rivier de Vecht, bij Ommen gelegen buitenverblijf Moesbergen, nabij den grindweg Zwolle op den Hardenberg, bestaande in een den jaren 1820 geheel nieuw gebouwde Heeren-Huizing, hebbende een buitengemeen schoon uitzigt over de Vecht, op de stad Ommen”, aldus de advertentie. De voor het huis staande 65 eikenbomen worden gekocht door houtzaagmolenaar Roelof Makkinga. Ook de inboedel wordt geveild. Het huis, inclusief drie hectare grond wordt gekocht door Evert Antoni Dangremond. De resterende zeven hectare, in percelen verdeeld, komen in verschillende handen, zoals Roelof en Hendrik Grootenhuis, Jan Weertman, Roelof Brinkhuis, Jochem Kroon, Riekelt Kramer, Gerrit Poel, Jannes Bosch, Carel Siero en Jan van der Veen. Kort er na verrijzen er de eerste woningen aan de Zeesserweg en Stationsweg.

Middendorp
Na de aankoop door Dangremond wordt het nog enkel keren doorverkocht. In 1874 wordt dr. Albert Anton Middendorp bewoner. Hij heeft sinds 17 juli 1872 een aanstelling van gemeentewege als plaatselijk geneeskundige en houdt in het Moesbergen zijn praktijk. De in Den Ham geboren Middendorp is getrouwd met de Hellendoornse Henrietta Gerharda Christina Kluvers. Ze wonen er tot 1885. Vervolgens wordt Buitengoed Moesbergen via een veiling te koop aangeboden en in een advertentie in de krant aangeprezen als een zeer aangenaam zomer- en winterverblijf met ruim uitzicht over de Vecht en de grindweg naar Eerde. Ook de paarden en koetsen die de dokter naar zijn patiënten bracht worden publiek verkocht: “Een span bruine bovenlandsche paarden, een Utrechtse wagen voor zomer- en wintergebruik, een 6 persoons tentwagen, een 4-wielige dogcar-coureuse, Engelsch fabricaat, 2 tilburys, een arresleede en een boerenwagen; twee- en één-spans paardentuigen, tilbury borst- en haamtuigen; een partij paardenmest; 12 populieren en eenige eikenbomen”, meldde een advertentie in de Zwolsche Courant. Koper in 1885 wordt Willem Gozewijn Metelerkamp Cappenberg, evenals de vorige bewoner geneesheer van beroep. Deze woont er met zijn vrouw Naletta Charlotte Haverkamp zeven jaar aaneen. Vervolgens valt Moesbergen in 1892 in slopershanden. De door de koetsier van Moesbergen bewoonde woning blijft buiten schot.

Karel Gerrits
Als het pand Moesbergen reeds gesloopt is komt de grond en de voormalige koetsierswoning in handen van Karel Gerrits (1826-1895), die eerder een tapperij had aan de Voorbrug en in 1872 Hotel Het Zwarte Paard liet bouwen. Van de grond worden opnieuw kavels verkocht voor de bouw van woningen. Zo bouwde burgemeester Wentholt in 1892 een grote villa met de naam Benvenuta (later eigendom van de familie Mulert en in 1975 afgebroken) en in 1894 laat Gerhardus Geerlings een woonhuis op Stationsweg 1 zetten (tegenwoordig bakkerij Ekkelenkamp). Ook het weiland waarop villa Piet Hein is gebouwd behoorde tot Moesbergen/Coninckskamp. In 1901 kwam het in het bezit van de zeeofficier Frederik Elisa Baron Mulert. Deze bouwde er in 1906 het huis “Piet Hein”, genoemd naar de torpedoboot Piet Hein waarvan baron Mulert commandant was.

Koetsierswoning met trapgevel
Karel Gerrits verhuurde de koetsierswoning. De verhuur wordt doorgezet tot ver na zijn overlijden door de kinderen Gerrits. Zij laten in 1908 de woning grondig verbouwen. De koetsierswoning wordt zelfs voorzien van een uniek trapgeveltje. Tussen 1950 en 1965 is de karakteristieke gevel overigens weer verdwenen. Dit om de bouw van een etage op het huis mogelijk te maken. In de dertigerjaren ontwikkelt de gemeente Ommen plannen voor woningbouw aan de zuidkant van de Vecht. De familie Gerrits werkt mee aan verkoop van de benodigde grond. Bij de witte koetsierswoning blijft dan nog maar een klein stukje tuin over. De koetsierswoning komt op naam van een van de zonen van Karel Gerrits, te weten Hendrik Jan Gerrits. Deze overlijdt op 15 augustus 1940. Bij de boedelverdeling wordt diens zoon Derk Gerrits eigenaar. Hij verhuisde met zijn echtgenote Aaltje Schoemaker en dochter Sien in 1965 van Kerkplein/hoek Walstraat naar de koetsierswoning aan de Zeesserweg 4. De familie Stappenbelt, toen de laatste huurder van de koetsierswoning, verhuisde naar een nieuw optrekje aan De Schammelte. Sien Gerrits liet in 1976 een aanbouw maken. Ze is nog steeds de bewoonster van dit riante plekje aan de Vecht.

De grond vóór het Moesbergen, vroeger met bomen beplant, is in 1953 aangekocht door de gemeentesecretaris Evert Jan Stoeten. Hij liet hier, op Zeesserweg 2, een woonhuis bouwen dat de oude naam Moesbergen kreeg. Verder houdt de woning Stationsweg 12 met de naam ”Coninckskamp” de familie Coninck in herinnering.

Bron: Harry Woertink – 22 november 2015

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image