Kamp Erika

Kamp Erika bestond al vóór de Tweede Wereldoorlog, maar dan als Sterkamp van de theosofische beweging Orde van de Ster van het Oosten met Krishnamurti. In 1940 viel het kamp in Duitse handen en deed het eerst dienst als gevangenenkamp. Erika werd in 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. De gevangenen waren veelal zwarthandelaren en illegale slachters. De bewakers waren voornamelijk Amsterdamse werklozen, aangevuld met SS’ers die in Ommen een opleiding kregen tot kampbewaker. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan. Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en moord kostten veel levens. Het aantal mensen dat de dood vond in het kamp zelf wordt geschat op circa 80 en het aantal doden komt uit op bijna 100 als het gaat om gevangenen die via kamp Erika werden doorgestuurd naar kampen in Duitsland. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp – een Arbeitserziehungslager – voor landlopers en bedelaars, maar ook voor mensen die zich hadden onttrokken aan de arbeidsplicht in Duitsland. De bewakers traden nu iets minder hard op, hoewel er nog steeds werd geslagen en geschopt. In het najaar van 1944 werd Erika weer een strafkamp, deze keer bewaakt door de Ordnungspolizei, de SS en de Sicherheitsdienst. Tijdens de laatste acht maanden van de oorlog telde Erika hooguit vijfhonderd gevangenen. Na de oorlog deed het kamp onder de naam kamp Erica (met een c) dienst als bewaringskamp voor gearresteerde Nederlanders. Op 31 december 1946 werd het kamp gesloten.

Afbeelding 1 - 19 van 19