15 april 2018

“2018. Jaar van verzet” (3)

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    684 keer gelezen.

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we alle oorlogsslachtoffers. Dit jaar is het thema “2018. Jaar van verzet”.

 Op de grens van Ommen en Mariënberg herinnert een monument aan de periode 1940-1945, een beeld van een treurende moeder met kind.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen het album “Verzet WO2”.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de rechtstaat buiten werking gesteld. Er was sprake van willekeur, vervolging, terreur en moord. Verreweg de meeste mensen probeerden er het beste van te maken en gingen zoveel mogelijk door met hun dagelijks leven. Een kleine groep kwam in verzet. Kwam op voor de rechten van anderen. Verzette zich tegen onrecht en onrechtvaardigheid.

Op de grens van Ommen en Mariënberg herinnert een monument aan de periode 1940-1945. Dit oorlogsmonument is een beeld van een treurende moeder met kind. “Een dochter zonder vader, een vrouw zonder haar man. De oorlog scheurde het gezin uit elkaar. De mannen te werk gesteld, de vrouwen bleven achter. Sterke vrouwen met verdriet”, aldus de tekst op de sokkel. Onder het beeld de namen: P.H. Wolfert, W. Oordt, M. Grendelman, K. Huibers, H. de Lange, G.W. Nijboer, G. Oosterveen en H.J. Schippers. Acht namen van mensen uit Beerze, Beerzerveld, en Mariënberg. Acht namen van mensen die indertijd ruw uit het hart van hun familie en uit de samenleving zijn weggerukt. Het beeld van een moeder met dochter waarbij het meisje het hoofd omhoog geheven heeft naar de moeder: zoekend naar steun en troost, terwijl ook de moeder haar hoofd omhoog heft en haar arm beschermend om het meisje heeft gelegd. Op deze plek leeft de herinnering voort. Hier wordt jaarlijks op 4 mei op passende wijze herdacht dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Het verhaal dat achter deze acht namen schuil gaat, moeten we blijvend doorgeven.

Kees Wolfert: Hoe ik als kind de oorlog beleefde
In de vroege morgen van 10 mei 1940 werden we opgeschrikt door harde knallen en glasgerinkel. Ik was 6 jaar en op 1 april voor het eerst naar school gegaan. En nu was het oorlog, al besefte je natuurlijk niet wat dit betekende. De knallen werden veroorzaakt door het opblazen van de bruggen over het water. Heel veel ruiten in ons huis waren stuk. Het was die dag prachtig weer. In de morgen was het kanon, dat bij de spoorlijn stond verdwenen. Ook de Nederlandse soldaten, die in de “Olde Mölle” ondergebracht waren, vertrokken in de vroege morgen, om achter de IJssellinie te gaan. We liepen met vader naar de viersprong van Mariënberg, want daar kwamen de Duitse troepen ons dorp binnen en begon voor ons de oorlog. Er waren heel veel soldaten te paard. Die paarden kregen in de weilanden te eten en te drinken. De brug in de weg naar Ommen was maar gedeeltelijk kapot en dus konden de Duitsers de gemeente Ommen binnen trekken. Voor ons als kinderen veranderde er weinig. We gingen weer gewoon naar school. Duitsers zagen we bijna nooit. Het leek wel of er geen oorlog was. Maar na enkele jaren werd dit toch anders. Vader was ondergedoken. Wij als jongens speelden onderduikertje; bouwden in de bossen grote holen en dekten ze af, zodat we onzichtbaar waren. We wisten dus wel wat onderduiken was, maar niet wie die onderduikers waren. We hoorden ook over de ondergrondse, maar wat dat inhield, daarvoor waren onze oren niet bestemd.

Gelukkig hebben we geen honger geleden, ook al werd het eten steeds minder en slechter. Ook de zorgen van de moeders om de kinderen goed in de kleren te houden, werden groter. Het was elke avond sokken stoppen. Er kwamen meer onbekende mensen door ons dorp. Ze waren fietsend op antislofbanden of lopend met een oude kinderwagen helemaal uit het westen van het land gekomen om eten te halen. Gelukkig werd er veel gegeven. Die hongerwinter was extra streng en duurde ook nog erg lang! In die tijd begonnen we langzaam aan wat te horen over de bevrijding. Helaas zouden er in ons dorp nog wel nare dingen gebeuren. Op het monumentje in Mariënberg staan alle namen van voor mij bekende mensen die juist in die laatste maanden door het geweld van de Duitsers om het leven kwamen. Eén van hen was mijn vader, die een week voor de bevrijding werd opgehaald. Ook de koster van de kerk, Harm de Lange, die ik heel goed kende sneuvelde in een gevecht tussen de ondergrondse en de Duitse bewaking van het NS-station.

De bevrijding kwam voor mij op hetzelfde kruispunt waar de oorlog begonnen was. Een Canadese tank schoot aan de overkant van de Vecht een boerderij in brand omdat daar nog Duitse soldaten zaten. Toen kwamen ook de leden van de ondergrondse boven de grond. Het verbaasde ons dat er zoveel bekende jonge mensen bij waren. Ze droegen allemaal nieuwe overalls en een oranjeband om de arm. Ze deden politiediensten en bewaakten de kruispunten. Ze kregen ook een andere naam en heetten Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Pas later werd de bevrijding feestelijk gevierd. Er was teveel gebeurd om te uitbundig te doen”.

Bron: Harry Woertink – 15 april 2018

2 Reacties »

• • •

2 reacties »