6 december 2021

1672 – 2022 Herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (2)

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    283 keer gelezen.

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken.

 Christoph Bernhard Freiherr von Galen (Bernard van Galen), ook wel “Bommen Berend” genoemd.
Afbeelding: Wikipedia

Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe. Ook Ommen ontsprong niet de dans. Dit is deel 2 over het Rampjaar 1672.

Het was in de zeventiende eeuw een periode van angst en beven door de ingelegerde soldaten. Wat aan eten op tafel kwam werd ingenomen door de vijandige soldaten. Huizen werden toegetakeld, aardappelen en groente uit tuinen geplunderd en de rogge van het land gestolen. En bij het minste en geringste verzet volgde er harde klappen van de soldaten.

Bittere armoede in Ommen
Wat waren de burgers van Ommen blij toen de Magistraat de door het Munsters krijgsvolk geëiste hoge bedrag van 2000 gulden uitbetaalde. Een zogeheten brandschatting om verdere plunderingen, treiteringen en ander wangedrag tot misschien wel het in brandsteken van de stad te voorkomen. Het opleggen van deze ‘oorlogsbelasting’ leidde echter tot bittere armoede in Ommen. Het geëiste geld had Ommen ook niet zelf, maar moest van Zwolle geleend worden.

Capitulatie Overijssel
De Munsterse bisschop Bernard van Galen verzamelde zijn troepen in Nordhorn. Ook de Keulse bevelhebber Willem van Fürstenberg bracht zijn strijdkrachten in Westfalen bijeen en viel Overijssel en de Graafschap binnen, waar de bondgenoten zich verenigden. Op 5 juni 1672 capituleerde al de Ridderschap van Overijssel. Spoedig waren tal van steden in het oosten van het land in de macht van de vijand, daarna vielen Deventer, Zwolle, Zwartsluis en Steenwijk.

Na de val van Deventer kwam een grote Munsterse troepenmacht naar Ommen afzakken. In juni 1672 trok de vijand de stad binnen en legerde zich bij de burgers. Het was een ontzettende toestand, daar de benden gewelddadigheden van allerlei aard pleegden. Het leger trok op naar de Ommerschans, maar tot verrassing werd een inmiddels verlaten Ommerschans aangetroffen. De schans werd nu bezet door de troepen onder aanvoering van de onderbevelhebber Breuninck. Terwijl het grootste gedeelte der manschappen naar Ommen terugtrok, bleef een compagnie op de schans achter, die door Ommen van het nodige moest worden voorzien.

Gewelddadigheden
Niet alleen de gewone levensmiddelen als vlees en brood, maar ook specerijen van allerlei aard moesten de burgers van Ommen aanreiken. De inwoners kregen zelf aan vele dingen een gebrek, maar op medelijden behoefde men niet te rekenen. Wanneer niet werd voldaan aan de eisen van de vijand werden ze met gewelddadigheden gestraft. Zelfs de personen van de Magistraat werden hierbij niet gespaard. Het ganse leger lag negen dagen in en om de stad. De generaal en andere bevelhebbers waren hier ook gehuisvest. Ook de bisschop was in Ommen aanwezig en ook enige Franse officieren die door de stad goed moesten worden onthaald op eten en drinken.

Brandschatting betalen
Nadat men Ommen de aanzienlijk som van ruim tweeduizend gulden aan brandschatting had opgelegd, vertrokken de troepen naar Groningen. De stad Ommen werd in een rampzalige toestand achtergelaten. Zelfs het huis van de Schout van het kerspel Ommen was geplunderd en vernield.

Met de stad Ommen was het dan ook treurig gesteld en zag er niet uit. Veel was verwoest en men verzuchtte door de inkwartieringen den brandschattingen onder zware schulden. Men was zo ten einde raad dat de Magistraat besloot een brief te richten aan de Bisschop van Münster waarin men zich beklaagde over de toestand waarin Ommen verkeerde; bijvoorbeeld de gehele korenoogst was vernield. En nog steeds had men last van doortrekkende troepen. Men wees op het grote bedrag van 2000 gulden dat men aan brandschatting had moeten betalen waarvoor men in Zwolle geld had moeten lenen. De bisschop werd ook gevraagd voor Ommen te bidden.

Groningen
Verschillende steden in het noorden werden vervolgens door de Munsterse troepen ingenomen. Slechts Groningen, verdedigd door Carl Rabenhaupt, wist weerstand te bieden aan de aanvallers van de Bisschoppelijke benden. Voorafgaande aan het rampjaar 1672 werd Rabenhaupt voor 4.000 rijksdaalders als legercommandant ingehuurd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om de stad Groningen te verdedigen. Nadat zijn troepen op 30 december 1672 binnen een uur Coevorden hadden ontzet, met behulp van een kaart gemaakt door de plaatselijke schoolmeester Mijndert van der Thijnen en een biezen brugconstructie over het bevroren water van de stadsgracht.

In oktober 1673 moet de inmiddels tot luitenant-generaal bevorderde Raubenhaupt opnieuw strijd leveren tegen Bommen Berend, die Coevorden onder water had gezet. De Munsterse troepen werden in april 1674 teruggedreven tot Nordhorn en Neuenhaus in het Graafschap Bentheim. Ommen kwam ook nu weer niet zonder kleerscheuren uit de strijd. In de hitte van de gevechten waren er opnieuw plunderingen en vernielingen van gebouwen. Voor de schade diende de Magistraat een per burger gespecifieerde rekening in bij de Staten van Overijssel van meer 2400 gulden. Meer over het Rampjaar 1672 in deel 3 van deze serie.

Deel 1 van deze serie is te lezen op: 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (1)

Bron: Harry Woertink – 6 december 2021

Reageren »

• • •

Geen reacties »

Nog geen reacties.

Voeg een reactie toe

*
Voer het hiernaast afgebeelde woord in. Klik op de afbeelding om het woord af te luisteren.
Anti-spam image