20 januari 2022

Strijd tussen tollen Ommen en Dalfsen

Categorie: Harry Woertink.    80 keer gelezen.

Om vanuit Ommen via het Laar in Vilsteren te komen moet de rivier de Regge over gestoken worden.

1940 – Laarbrug met tolhuis.
Foto: OudOmmen

Dat kon tot in de vijftiger jaren via een ophaalbruggetje waar bovendien tot 1 januari 1942 tolgeld betaald moest worden bij de tolgaarder die in het tolhuisje woonde met zijn gezin. Egbertus Wolfkamp, ‘Tol-Bats’, is jarenlang tolgaarder op Laarbrug geweest. Opvolger was zijn zoon Joseph. De laatste tolbaas op Laarbrug was Gerrit Jan Kelder.

Tol betalen
Een slagboom over de grindweg dwarsboomde vroeger een vrije doortocht. Er moest eerst tol betaald worden. De brug, Laarbrug, lag exact in het verlengde van het tolhuisje. Het tolhuisje met de vensterluikjes in de kleuren van landgoed Vilsteren staat er nog steeds. Begin jaren vijftig kwam er een nieuwe vaste brug over de Regge. Eind zestiger jaren werd in de Vilsterseweg een viaduct gebouwd met de kruising van de provinciale weg Hoogeveen-Raalte. Daardoor kwam ook de slinger bij het nieuwe viaduct “Vilsteren”. Voordien moest de (drukke) N348 overgestoken worden. Na dodelijke ongelukken werd pas de noodzaak ingezien van een ongelijkvloerse kruising.

1839-1881-1942
Als met Vilsteren was gepasseerd trof men vroeger in de buurtschap Hessum onder Dalfsen opnieuw een tolhuisje aan. De tollen bij Laarbrug en Hessum dateren uit 1839. De toenmalige landeigenaren baron van Pallandt (Het Laar), Helmich (Vilsteren) en de graaf van Rechteren (Dalfsen) hadden uit eigen zak de aanlegkosten van de weg tussen Dalfsen en Ommen betaald. Voor het onderhoud van de weg kregen ze dan ook vergunning om tolgeld te heffen. In 1881 ging de tol over naar respectievelijk de gemeenten Ommen en Dalfsen.

Lees meer »

Reageren »

16 januari 2022

Ommen: niet groot maar net en welvarend

Categorie: Harry Woertink, Wandel & fiets-routes.    107 keer gelezen.

Wandelend door de provincie Overijssel en onderweg verschillenden steden en dorpen beschrijven. In 1889 deed hoofdonderwijzer Röring uit Tubbergen dat en vatte zijn “Beschrijving van Overijssel” samen in een boek. We pakken zijn wandeling op tussen Hardenberg en Ommen.

 De Markt met ’t kantongerecht, één van de sieraden van Ommen.
Afb.: OudOmmen

De Hongerige Wolf heet de herberg, die we passeren, als wij een poosje de grenzen van Ambt- Ommen overschreden hebben. Maar omdat wij gelukkig geen honger hebben als een wolf, gaan wij voorbij en wachten tot we te Ommen zijn, waar wel gelegenheid bestaat de inwendige mens te versterken. Door de buurten Hoogengraven en Arriën gaat de tocht. Uitmuntende rogge en boekweit zijn de hoofdproducten van de landbouw, niet alleen hier, maar ook elders in de gemeente, het voornaamste bedrijf van de bewoners.

School, postkantoor en kantongerecht sieraden van Ommen
Zie zo, daar zijn we te Ommen. Groot is het niet, maar het plaatsje ziet er net en welvarend uit. Sieraden van Ommen zijn de school, het post- en telegraafkantoor en ’t kantongerecht, alle drie in de laatste jaren gebouwd. Uit de veenstreken langs de Vecht en uit de meer verwijderde zandstreken, waar landbouw gedreven wordt, bezoeken de bewoners de Ommer markt, die elke week gehouden wordt, en waarop veel boter en vee wordt aangevoerd. Van de Ommer Bissingh hebt je waarschijnlijk nimmer gehoord, ofschoon ze vrij algemeen bekend is. Hiermede bedoelt men ene jaarmarkt, die in ‘ t begin van de maand juli gehouden wordt. Zo belangrijk echter als die markt vroeger was, is ze nu niet meer.

Ommerschans strafkolonie voor vagebonden en bedelaars
Uit Ommen zullen wij uitstapjes maken in de omtrek, al moet dit laatste woord in een vrij ruime betekenis genomen worden. ’t Eerst brengen wij een bezoek aan Ommerschans, de bekende strafkolonie voor vagebonden en bedelaars. Over een weg, die in richting door de gemeente Ştad Ommen loopt, bereiken wij binnen een paar uren de Schans. Vroeger lag hier een schans een versterkte plaats in de 17e eeuw aangelegd, om de strooptochten der Spanjaarden te beteugelen. In 1824 ontving de Maatschappij van Weldadigheid van de Regering de nog bestaande gebouwen en de omliggende gronden, om daarop een kolonie te stichten. Tot 1859 bleef de Maatschappij van Weldadigheid met het bestuur van Ommerschans belast, toen de Regering ze overnam, waardoor de kolonie een Rijksinstelling werd. Uit vrije wil zijn de ruim 1400 kolonisten hier natuurlijk niet. Lees meer »

Reageren »

9 januari 2022

Unieke foto’s oud Ommen toegevoegd aan beeldbank OudOmmen.nl

Categorie: Harry Woertink.    219 keer gelezen.

  Brugstraat 1939

Links de winkel van bakker Sonnenberg, waar eind vijftiger jaren ook schoonzoon Harmsen toe trad in de onderneming. Rechts de winkel van de dames Jennigje en Aaltje Corté met daar weer naast de winkel van Dijks & Steen, gevolgd door de winkel van Kramer, later bloemist Schuurman. Op de tweede foto in de Brugstraat is links het gemeentehuis te zien. Aan de andere kant van de straat, rechts, als eerste horlogemaker van der Kolk, gevolgd door bakker Stevens en schoenmaker van Kesteren, waarna een steegje volgde. De Brugstraat, eerder ook wel Bruggestraat of Grootestraat genoemd, is de oudste straat van Ommen. Hier liep de weg vanaf de doorwaardbare plaats in de Vecht, waar later het veerstal en daarna de brug kwam. Langs deze weg en rondom de kerk vestigden zich de eerste bewoners. Lees meer »

Reageren »

7 januari 2022

Noaberschap, vroeger heel gewoon

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    306 keer gelezen.

Vroeger gold in kleine sociale, overwegend agrarische buurtschappen het noaberschap. De bewoners vormden samen een hechte gemeenschap.

 Gerrie Horsman en Gerrit Steen van de Gemienschop van Oll Ommer op weg met een krentewegge naar een kroamvisite van een noaber.
Foto: CCO

De gezamenlijke noabers (buren) hielpen elkaar vrijwillig, maar eigenlijk waren het plichten, de zogeheten noaberplichten, ongeschreven wetten waar iedereen zich aan hield, maar ook wel aan moest houden. Want wie de noaberplicht niet nakwam werd de noaberschap opgezegd en een grotere schande kon je iemand niet aandoen!

Nacht en ontij
Dienst en wederdienst zijn de fundamenten waarop het noaberschap rusten. De mensen hadden weinig geld om alles te betalen en daarom hielpen ze elkaar voort, zo goed als ze konden. Aan een goede buurman had je vaak veel te danken. Het was niet alleen de man waar je overdag een buurpraatje mee kon maken of bij wie je iets kon lenen als dat zo te pas kwam, ook in minder goede omstandigheden kon je je buurman bij nacht en ontij roepen. Je hoefde maar op het raam te kloppen en te zeggen dat je er was om zijn hulp bij het een of ander in te roepen of de buurman schoot de broek aan en kwam bij de achterdeur om te vragen waar hij je mee helpen kon. Kon hij het alleen niet af, dan klopte hij de andere buur uit bed, die ook net zo bereidwillig kwam.

Geboorte, doop en begrafenis
Geboorte, doop en begrafenis waren gebeurtenissen waarbij het noaberschap ten volle tot zijn recht kwam. Bij de geboorte van een kleine kwamen als eerste de twee noabervrouwen van weerskanten voor de eerste hulp. Ze hadden er niet voor geleerd, maar door de ervaring die ze in hun leven hadden opgedaan waren ze met alles goed op de hoogte. Ook als het kind er was bleven ze komen om moeder en de kleine te verzorgen. Het kind werd ’s morgens ingepakt om geen kou te vatten en werd bij de moeder lekker warm in de bedstee gestopt, dik onder het veren bed. Meestal kwam de moeder al wel eerder op, maar op de negende dag moest ze weer het bed in ‘achter de gordijntjes’, anders kwam het niet goed. Zo tussen de geboorte en het dopen in de kerk kwamen ook de andere noabervrouwen op kraamvisite. Op het “Wievenmoal” werd eerst een glaasje brandewijn met rozijnen gedronken en later werd het krentenbrood op tafel gezet. De beide naaste buurvrouwen bedienden weer. De kleine baby werd uit bed gehaald en om de beurt bij elkaar op schoot gezet. Was het kind lastig dan deed men een beetje suiker in de tip van het wasseldoek (vaatdoek). Die werd dan in de brandewijn gedept en in de mond van de kleine gestopt, die vervolgens al gauw in slaap viel…

Kraamvisite
Als de gasten van de kraamvisite tegen de avond op huis aan gingen, zeiden ze tegen elkaar dat een het een “’n fienegien” (kleintje) of “dikk’n” (te dik) was of ook wel als het om de eerste kleine van het gezin ging “’t zal bi’j diss’n wel niet lange bliev’n”. Tot een week voor dat de kleine zou worden gedoopt bleef het druk in de houdhouding van de jonge ouders. Er kwamen meer mensen op kraamvisite. Noabers en ook familieleden uit wijde omgeving kwamen langs met paard en tentwagen. Iedereen had een flinke krentewegge onder de arm. Op kraamvisite gaan werd ook wel genoemd: “Met ’n kromm’n arm goan!”. Lees meer »

1 Reactie »

4 januari 2022

Ommen, stadsrechten sinds 1248

Categorie: Harry Woertink.    163 keer gelezen.

Op 25 augustus 1248 verleende de Utrechtse bisschop Otto III aan de inwoners van Ommen dezelfde vrijheid, die de inwoners van Deventer, Zwolle en Kampen tevoren van hem of zijn voorgangers ontvangen hadden.

 De zeventiende-eeuwse kopie van de uitvaardiging stadsrechten van Ommen.
Afb.: OudOmmen

De in het archief berustende oorkonde, die voor deze stadsbrief moet doorgaan, doch in werkelijkheid een slechte zeventiende-eeuwse kopie is, vermeldt weliswaar het jaar 1208, doch van elders is bekend, dat 1248 inderdaad het juiste jaar van de uitvaardiging is. De stadsrechten zijn door latere bisschoppen herhaaldelijk bevestigd en uitgebreid.

Belangrijk militairpunt
De reden die de bisschop van Utrecht ertoe deed besluiten aan Ommen stadrecht te verlenen, zal waarschijnlijk gelegen hebben in het feit, dat de plaats voor hem een belangrijk militair punt was in de strijd tegen Coevorden én de Drentenaren. In 1248 zal Ommen dus al van zekere betekenis zijn geweest. Oorspronkelijk is Ommen een nederzetting nabij een doorwaadbare plaats in de Vecht die eerst als “Umme” wordt aangeduid. Wie de plattegrond van Ommen bestudeerd valt duidelijk de ronde vorm op van het stadje. Vrij nauwkeurig is na te gaan waar de oude stadswallen hebben gelegen en op welke plaatsen de Bruggepoort, de Varsenerpoort en de Arriërpoort hebben gestaan. Buiten Ommen liep de Hessenweg, een eeuwenoude handelsroute, die zijn naam heeft te danken aan de kooplieden uit de Duitse graafschap Hessen. Zij vervoerden met enorme wagens met daarvoor krachtige paarden hun waardevolle goederen door heel Europa. Vrijwel de enige bebouwing langs de Hessenwegweg bestond uit herbergen. Op Ommer grondgebied was De Hongerige Wolf de eerste herberg op de route. Eén van de oudste was herberg De Rooseboomshaar, die op stadsgronden in de Marke Arriën was gelegen. Verder kwam op het kruispunt van de Hessenweg en de weg naar de Ommerschans herberg De Bisschopshaar te staan. Richting Zwolle bevond zich in Varsen nog herberg Het Zwarte Paard.

Landrecht
De verlening van stadrechten aan Ommen bracht voor de magistraat de bevoegdheid mee, stedelijke verordeningen, de zogenaamde “Willekeuren” te maken. Het landrecht was oudtijds niet van toepassing op de kleine steden, uitgezonderd in die enkele gevallen, waarin het uitdrukkelijk toepasselijk was verklaard. In 1644 heeft men getracht hierin verandering te brengen; bij resolutie van Ridderschap en Steden van 26 maart 1644 werd besloten de kleine steden te verzoeken voortaan het landrecht toe te passen ter vermijding van vele onenigheden en geschillen over de administratie der justitie. Verschillende kleine steden hebben zich daartegen verzet, maar de stad Ommen heeft het landrecht— althans later — van toepassing verklaard, daar in de registers van contentieuze gerichtshandelingen herhaaldelijk recht werd gesproken “na landrecht en nadere reglementen”. Lees meer »

Reageren »

23 december 2021

Klepperman op Oudejaarsavond voor Nieuwjaarswens

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    265 keer gelezen.

Vroeger had ook Ommen een klepperman, een nachtwacht die met een klepper de ronde door de stad deed.

 1863. Nieuwjaarswens van de nachtwacht.
Afb.: OudOmmen

Hij deed dienst als brandwacht en dorpsomroeper en kondigde in de nacht telkens de tijd aan. Met het klepper apparaat – een hamer aan een korte, houten steel die als een bel heen en weer werd gezwaaid maakte hij een luid en indringend geluid.

Oudejaarsavond
Toen de historische vereniging Gemienschop van Oll Ommer werd opgericht met als doel oude gebruiken in ere te houden was een van hun eerste activiteiten het in leven roepen van een klepperman. Deze moest, evenals in vroegere tijden, een heilwens uitspreken voor de burgers van de stad. De klepperman kwam er en in 1952 trok hij op Oudejaarsavond als vanouds door de straten. Bij zijn eerste rondgang werd de klepperman gevolgd door een groepje stadgenoten. Na het klepperen op hoeken van straten klonk de bij de oud Ommer zo bekende roep: “Hallef twalef heit de klok, de klok heit hallef twalef”. Ten tijde van de wisseling van oud naar nieuw om klokslag 12 uur arriveerde de stoet vervolgens bij de hervormde kerk. Door het koper-ensemble van “Crescendo” werd van de kerktoren ten gehore gebracht “Uren, dagen, maanden, jaren” en “Bede voor het vaderland”. Na dit plechtige ogenblik sprak de klepperman in de persoon van Gerrit Jan Paarhuis zijn op dicht gezette heilwens uit.

Ladder weg
Aanvankelijk liet het zich aanzien dat de koraalmuziek op de toren geen doorgang zou vinden. De man die dagelijks het torenuurwerk opwindt had de ladder weggenomen en verborgen, die toegang tot het hoogste gedeelte naar de toren geeft. Na lang zoeken werd dit onmisbare attribuut gevonden op de zolder van de kerk aan het andere einde van de toren. Nog juist op tijd kon het gezelschap de torenspits bereiken. Deze daad van “de Boone” zoals hij ook werd genoemd, wekte vanzelfsprekend grote ergernis op bij de Ommer bevolking. Echter, na nader onderzoek bleek Seinen geen enkele schuld te treffen. Hij bergt namelijk elke dag na het verrichten van zijn werk deze ladder weg om te voorkomen, dat onbevoegden zich toegang tot de toren verschaffen en hij onkundig gelaten van het feit dat Oudejaarsavond de toren gebruikt zou worden.

Vuurwerk
In 1954 was het Dieks Makkinga die als klepperman optrad en vanaf de trap van het klokkenhuis van de kerk een berijmde nieuwjaarswens ten gehore bracht, dit luid begeleid door knallend vuurwerk op de achtergrond. In 1958 maakt op oudejaarsavond de klepperman opnieuw zijn rondgang om klokslag twaalf uur de nieuwjaarswens uit te spreken. Het blijkt helaas de laatste rondgang te zijn. Hoewel het bestuur van de organiserende Gemienschop aangeeft dit oude gebruik door vele inwoners op prijs wordt gesteld en een dringende oproep doet aan de jeugd om tijdens deze plechtigheid geen vuurwerk af te steken blijkt deze oproep tevergeefs te zijn geweest. Lees meer »

Reageren »

21 december 2021

Hoge bomen vangen veel wind – discussie over molen Den Oord en de eik

Categorie: Harry Woertink.    331 keer gelezen.

Luuk Vogelzang, vrijwillig molenaar bij de Stichting Ommer Molens, schreef in de discussie over de molen Den Oord en de eik de volgende brief aan de gemeenteraadsleden van Ommen:

“Alles van waarde is weerloos” zei boswachter Arend Spijker, hij haalde de dichter Lucebert aan om de eik te beschermen die voor de molen Den Oord staat. Hij had het niet beter kunnen zeggen als hij daarmee ook de molen zou aanduiden. Samen willen wij voor hen die weerloos zijn opkomen.

 1960. Molen Den Oordt vlak voor de restauratie.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum

Standpunten
“Samen” dat zijn in dit geval de boombeschermers, maar ook de molenbeschermers. Daarbij moeten we elkaars standpunten wel kennen en willen begrijpen. De eik is opgekomen als een zaailing in de zestiger jaren, waarschijnlijk verloren door een gaai of ekster, of misschien verstopt door een muis. Nu is het een mooie statige jonge eik van ongeveer zestig jaar. Wel is een eik een van de meest voorkomende bomen in Nederland. In Nederland hebben we nog ongeveer 1100 molens waarvan de meesten in het westen van ons land staan. Die bijna allemaal een monument zijn en daarbij ook een respectabele leeftijd hebben. Zo ook molen Den Oord die geen zestig is, maar bijna tweehonderd jaar oud! Terug naar de jonge eikenboom, en molens in het algemeen. Onze stichting is niet onlangs met deze boom bezig gegaan. Molenbeschermers zijn altijd bezig om een optimale omgeving voor de molen te behouden en te krijgen. Hierbij krijgen ze hulp van de overheid die rond de molens een gebied als molenbiotoop ingesteld heeft. Dit is een gebied waar nieuwe aanplant of gebouwen de molens niet mogen hinderen.

Wind
De omgeving voor een molen is optimaal als de wind zonder belemmering de molen kan bereiken, maar ook zonder belemmering verder kan waaien. Wind is voor een molen als het water is voor een vis, zonder water gaat een vis dood. Want wind is niet alleen om ze goed te laten draaien, maar meer nog een levensbelang voor molens. Een molen gaat dood (vervalt) als deze stilstaat doordat hij geen wind meer kan vangen. Er is een gezegde in de molenwereld “Een jaar stilstand is erger dan tien jaar draaien”. Wie dat wil zien, hoe onze molens er toen uitzagen na een tiental jaren stilstand, er zijn nog genoeg foto’s van. Kijk terug in de Ommer historie en zie, het waren alle vier bouwvallen, ruïnes! Nu zijn alle vier molens door een niet geringe investering en daarnaast een goed onderhoudsbudget van onze eigen Ommer gemeenschap, weer plaatjes om te zien. Lees meer »

1 Reactie »

20 december 2021

Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

Categorie: Harry Woertink, Oude gebruiken & tradities.    317 keer gelezen.

Reinier Paping wint Elfstedentocht. Moordende tocht; honderden vielen uit, velen gewond” kopte de Leeuwarder Courant op vrijdag 18 januari 1963 in een speciale avondeditie als de krant verslag doet van de twaalfde Elfstedentocht.

 Onthulling van plaquette in januari 1989 ter gelegenheid van de winnaar van de Elfstedentocht in 1963 Reinier Paping. Reinier Paping in het midden geflankeerd door Jeen van den Berg links en Evert van Benthem, rechts.
Foto: De Darde Klokke

De op 90-jarige leeftijd gestorven schaatslegende Reinier Paping was de winnaar van de meest heroïsche wedstrijd uit de nationale sportgeschiedenis: de Elfstedentocht van 1963. Hij is na een kort ziekbed overleden.

Uit Ommen
Reinier Paping, een 31-jarige manufacturier-sportleraar uit Ommen, heeft de Elfstedentocht 1963 gewonnen. In zijn eentje gewonnen, want al hij Witmarsum was hij uitgelopen en het gehele, moordende traject tussen Harlingen en Dokkum heeft hij met een voorsprong van rond tien minuten gereden op een groepje van drie: Jeen van den Berg van Heerenveen, Anton Verhoeven uit Dussen en Jan Uitham van de Noorderhogebrug hij Groningen. Reinier Paping ging om één minuut voor half vijf voor de ogen van koningin Juliana en prinses Beatrix door de finish bij de Grote Wielen: hij deed 10 uur en 59 minuten over de tocht, dat is aanmerkelijk meer dan de eersten van de vorige tocht noteerden (8 uur 46 minuten), terwijl het record van Jeen van den Berg in 1954 (7 uur en 35 minuten) bij lange na niet werd geëvenaard. Zijn tijd is er al het bewijs van, dat de Elfstedentocht 1963 een moordende tocht is geworden. Tienduizend rijders zijn vanmorgen gestart, waarschijnlijk zullen slechts enkele honderden de finish bereiken. Zeker wanneer het Elfstedenbestuur zal besluiten het dichtsneeuwende traject tussen Bolsward en Harlingen en Harlingen-Dokkum te sluiten, zoals het dat omstreeks één uur met de zuidroute deed voor degenen, die toen Woudsend nog niet waren gepasseerd. Legio zijn de uitvallers, talrijk zijn de gewonden. Alleen de zeer sterken hebben in deze Elfstedentocht een kans gehad”, aldus de Leeuwarder Courant.

Legioen van 10.000 verdween in ijswoestijn
De Elfstedentocht en de naam Reinier Paping zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op 18 januari 2019 is het zesenvijftig jaar geleden dat Paping zegevierend uit de strijd in Friesland tevoorschijn kwam. Een onwerkelijke strijd over tweehonderd bizarre kilometers, want de omstandigheden waarin de wedstrijd plaatsvond waren bar en boos. ’s Werelds grootste schaatswedstrijd heeft nog nooit zoveel slachtoffers geëist als in 1963. Een tocht die de geschiedenis in zou gaan als de zwaarste ooit verreden. Een record aantal uitvallers; een record aantal gewonden. Slechts 57 van de 378 wedstrijdrijders haalden de eindstreep. Van het legioen van bijna tienduizend toerrijders die aan de start verscheen behaalden slechts 126 de eindstreep. De meesten waren verdwenen in de ijswoestijn. De EHBO-posten werkten 18 uren op volle toeren. Lees meer »

Reageren »

17 december 2021

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (4)

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    197 keer gelezen.

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe.

 2015. Werkzaamheden op de Ommerschans waar een deel van de verdedigingsschans wordt gereconstrueerd.
Foto: Harry Woertink

Ook Ommen ontsprong niet de dans. De Ommerschans werd in 1670 met bastions en een wal versterkt. Wanneer in een jaar later Bommen Berend met zijn Münsterse soldaten over de grenzen dendert, wordt ook de Ommerschans, ondanks de verbeteringen, onder de voet gelopen. Dit is deel 4 over het Rampjaar 1672.

Schade en onheil
De bisschop van Münster viel Overijssel binnen op grond van een verdrag dat hij had gesloten met Engeland, een vijand van de Republiek. Het was het begin van een rampjaar voor heel het land, want ook Engeland en Frankrijk hadden de Republiek inmiddels de oorlog verklaard. De oorlogen van de bisschop van Munster veroorzaakten veel schade en onheil. Gestadige doormarsen en inlegeringen, zowel van Nederlands als van Munsters krijgsvolk, met afzettingen, plunderingen en brandschattingen vergezeld, vielen aan de meeste steden en dorpen van het platteland van Overijssel en voornamelijk aan Ommen te beurt. In 1665 was er gestadige inlegering van krijgsvolk van de Bisschop van Munster; de twee oorlogvoerende partijen trokken steeds af en aan. Van 25 september tot 2 oktober was het gehele Munsterse leger, inclusief de bisschop ondergebracht in Ommen. Ook een jaar later werd Ommen ingenomen door het leger. De burgerij was voortdurend in onrust en moest steeds zware lasten dragen. Ernstiger nog zag er het uit in 1672, want nadat Deventer en andere steden in Overijssel al veroverd waren, zag men een grote afdeling van de krijgsmacht van Bommen Berend naar Ommen afzakken. De mannen legerden zich in bij burgers en pleegden tal van gewelddadigheden.

Ommerschans
Toen het leger optrok naar de Ommerschans om die te bezetten, troffen de Munstersen deze, zoals al eerder beschreven, verlaten aan. De Nederlandsche soldaten waren weggelopen omdat ze niet machtig genoeg waren om het geschut te bedienen om een aanval af te weren. Negen dagen lang lag het complete leger toen in en om de stad Ommen tot aan hun vertrek naar het Groningerland. De stad moest voor hun vertrek een aanzienlijke som als brandschatting of oorlogscontributie betalen. Lees meer »

Reageren »

8 december 2021

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (3)

Categorie: Harry Woertink, Oorlog en Bevrijding.    257 keer gelezen.

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe.

 De Ommerschans als bedelaarsgesticht ca. 1828.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Ommerschans”.

Ook Ommen ontsprong niet de dans. De Ommerschans werd in 1670 met bastions en een wal versterkt. Wanneer in een jaar later Bommen Berend met zijn Münsterse soldaten over de grenzen dendert, wordt ook de Ommerschans, ondanks de verbeteringen, onder de voet gelopen. Dit is deel 3 over het Rampjaar 1672.

Toestand op de Ommerschans
Op 7 februari 1672 schreven de Staten van Overijsel aan die van Drenthe over de toestand op de Ommerschans, die volgens ontvangen klachten van Kapitein Rudolf van Arkel nog steeds veel te wensen overliet en uit welk schrijven blijkt dat Groningen en Friesland ondanks de gedane belofte en de daarvoor ontvangen gelden zeer weinig nog voor de schans hadden gedaan. In dit schrijven werd nogmaals dringend verzocht een hoeveelheid stro naar de schans te willen zenden, terwijl men aan Friesland een aantal „bultsacken” had gevraagd. En nu het land in een zo benarde positie verkeerde en men elkander zoveel mogelijk moest steunen, werd Drenthe dan ook onmiddellijk bereid gevonden het gedane verzoek in te willigen en werd al een week later een grote hoeveelheid stro naar de schans vervoerd.

Versterking
Doch waren daarmede de soldaten al geholpen, de schans zelve niet. Opgeworpen uit niet al te best materiaal, was zij nog nooit een vesting van betekenis gebleken en was er voortdurend reparatie noodzakelijk. Ook nu zou zij, al waren de garnizoenen versterkt geworden, tegen mogelijke aanvallen waarschijnlijk niet bestand zijn. Om dit euvel zoveel mogelijk te helpen voorkomen, werd besloten de Ommerschans in allerijl te versterken, waartoe in de eerste plaats ± 2000 palen van eiken-, berken-, elzen- of weekhout, elk 7 voet lang en ter dikte van een zware balk, nodig werden geacht. Verschillenden Drentse gemeenten werden bij resolutie van 14 Mei van dat jaar opdracht gegeven voor de levering van palen. Lees meer »

Reageren »